Home

Boot

Bemanning

Reisverslag

Reisplan

Voorbereiding

Links

Contact

 

     
 

 

Bouw en uitrusting

 

Hierna onze overwegingen bij bouw en uitrusting.

 Benieuwd naar de ervaringen na 11 jaar zeilen? Wat ging er stuk in al die mijlen?

Waarom een Ovni?

Bij het selecteren van de OVNI, het tuigage-, dekindeling- en inrichtingsplan en het invullen van de apparatuur, energievoorziening en uitrusting hebben een aantal overwegingen een rol gespeeld. Een belangrijke toets vond plaats door de plannen en mogelijkheden te leggen naast het 3 pagina grote plan van eisen dat we in 1990 al opgesteld hebben bij de selectie van de Victoire. Een belangrijk aspect in de totale afweging is het compromis geweest tussen flexibiliteit in aanpassingen door een "serie"werf (slecht bij de grote "fabrieksmatige" polyesterbouwers), de duurzaamheid van constructies ( een twijfelpunt bij de goedkope fabrieksmatige polyesterbouwers) en de prijsvergelijking tussen custombuildbouwers, zware polyester seriebouwers, goedkope polyester seriebouwers en een semi-custombuildbouwer als Alubat.

Bij de uiteindelijke keuze voor ontwerp, bouw, indeling, tuigage, apparatuur, comfort en veiligheidsaspecten hebben een reeks overwegingen een rol gespeeld. Heel belangrijk voor ons was de "Derde Wereld"overweging, dwz de constructies en installaties moeten zodanig zijn dat ze waar ook ter wereld eenvoudig gerepareerd moeten kunnen worden.

Heel bijzonder is het als we in voorjaar 2008, vlak voor ons vertrek, het boek van Jimmy Cornell, A Passion for the Sea; Reflections on three circumnavigations in handen krijgen. Het boek is net uit en beschrijft uitgebreid zijn overwegingen en ervaringen bij zijn Ovni 43 (bouwjaar 1999). Hoewel zijn boot net als alle andere Ovni's vooral veel "eigenheden" heeft beschrijft hij naadloos zijn Ovni alsof het die van ons betreft. Natuurlijk hebben we de afgelopen jaren al het nodige mailcontact met hem gehad waarin we een aantal zaken al eens bij hem neer hebben gelegd. Dat de parallel in overwegingen, uitrusting en ervaring zo groot zou zijn hadden we echter niet verwacht.      

Tuigage

  • De boot moet zowel op korte tochten als bij langere (meerdaagse) tochten met een bemanning van twee personen gevaren kunnen worden. In de praktijk betekent dit dat de boot, zeker gedurende meerdaagse tochten, vrij lang singlehanded gevaren moet kunnen worden.
  • We willen de boot langdurig blijven gebruiken om mee te varen. Bewust is waar mogelijk er naar gestreefd om de boot zo uit te rusten dat ook na een aantal jaren, als we wat minder jong worden, de boot nog steeds hanteerbaar is bij het zeilen en manoeuvreren.
  • Het zeiloppervlak is standaard over 3 zeilen verdeeld die door het gebruik van een tweetal voorzeilrollers makkelijker vanuit de kuip te bedienen zijn. Ook is het zetten en strijken van het grootzeil eenvoudiger gemaakt door gebruik te maken van het "Dutchmansysteem". Op de ruime windse koersen varen we met een Dubbele BolleJan met twee spinnakerbomen in plaats van een met z'n tweeŽn moeilijker te hanteren (asymmetrische toer-)spinnaker.
  • Om ook bij (te)veel wind nog voldoende te kunnen reven is het grootzeil voorzien van 4 reven. De voorzeilen zijn in zo'n geval weg te draaien, waarna we een knal oranje stormfok (zg Storm Bag) kunnen zetten die over de ingerolde yankee of kotterfok wordt geschoven.

Ontwerp, bouw en indeling

  • Het grote nadeel van aluminium als bouwmateriaal is het risico van elektrolyse en de in verhouding tot staal minder eenvoudige herstelmogelijkheden op exotischer werven. Na een intensieve afweging tussen houtepoxy (en varianten), versterkt polyester (met Dynema oid), staal en aluminium hebben we gezien de sterkte, gewicht, bewerkbaarheid en lage onderhoudskosten toch gekozen voor aluminium. De risico's van elektrolyse en de daarbij noodzakelijk grotere voorzichtigheid met elektra en anodes nemen we daarbij op de koop toe.
  • Aangezien de boot een belangrijke tijdelijke of, bij een langere reis, permanente woonfunctie heeft hebben we bewust gezocht naar veel leefruimte in de hoofdkajuit, eigenaarshut, kombuis en natte ruimte. Hoewel we in hoofdzaak de boot met z'n tweeŽn zullen bewonen is bij de inrichting gekozen voor een verschil in de zitbreedte van de kajuitbanken. Hierdoor is er in verschillende houdingen altijd wel een bankbreedte te vinden die lekker zit, terwijl het ons ook twee extra slaapplaatsen opgeleverd heeft.
  • Ten opzichte van het oorspronkelijk ontwerp met vier hutten zijn er aanmerkelijke wijzigingen in het inrichtingsplan aangebracht. Zo is de voorste natte cel vervangen door een grote, van buiten toegankelijke berging.
  • Als gevolg hiervan kon de "eigenaarshut" vergroot worden. De tweede voorhut met twee zeekooien is gehandhaafd om op open zee twee slaapbare kooien in de nabijheid van het centrum van de boot te hebben. Dit is rustiger bij slingering en stampen.
  • De SB achterhut is weggelaten en gedeeltelijk opgegaan in de SB-achterberging. Deze berging biedt naast de generator onder andere plaats aan de eventuele watermaker, de afvalwatertank, de boiler en het belangrijkste deel van de omvormer en wallader. Daarnaast is er nog ruimte voor de duikuitrusting, een eventuele compressor en gereedschappen. De centrale verwarmingsunit is in de BB-achterbak ondergebracht.
  • Het andere deel van de ruimte van de SB-achterhut is opgegaan in de grotere natte cel. Pal naast de entree en dus geschikt om ook bij zeegang en slecht weer snel even naar het toilet te kunnen. Hier staat ook de wasmachine. De indeling is zodanig dat er nog voldoende steun is van het wastafelmeubel bij het gebruik onder helling.
  • Door het naar achter plaatsen van de natte cel is ook de keuken ruimer geworden. Het blad is circa 60 centimeter langer met extra boven en onderkast waardoor extra bergruimte ontstond en de magnetron en broodmachine ook een plaats kunnen vinden. Het fornuis is in het keukenblok in het vrije gedeelte tegenover de kaartentafel gekomen. In principe biedt dit ook de mogelijkheid opzij te springen als de hete pan met inhoud bij een plotselinge beweging van het fornuis schiet. Daar het risico van overslaand kokendheet afwaswater veel kleiner is, is de gootsteen in het keukendeel ter hoogte van de zitbank geplaatst waardoor je ook bij helling nog steun van de rugleuning van de bank kunt hebben.
  • In tegenstelling tot het oorspronkelijk ontwerp is de kaartentafel met het "gezicht" naar voren geplaatst. Dit maakt het beperkt mogelijk vanuit de entree, in de vaarrichting op de kaarten(tafel) te kijken en een blik op de daar aanwezige instrumenten, kaartsysteem en radar te werpen.
  • De Ovni is een multiknikspant met hydraulisch ophaalbaar zwaard en roer. Bij zeegang biedt dit blijkens de ervaringen dankzij het zwaard tot ca 2,60m diepte, een behoorlijke driftbeperking terwijl met opgetrokken zwaard en roer een diepgang van 75 cm wordt gehaald waardoor ook in ondiep getijdewater kan worden gevaren, rechtop droog kan worden gevallen en waar mogelijk in ondiep, beschut water kan worden geankerd en kleinere ondiepe droogvallende havens bereikbaar zijn.
  • Om motor, generator en verwarming te voeden is een grotere brandstofcapaciteit voorzien. Dit is gedaan door de water en brandstof tanks te verwisselen. Dit heeft een nadeel voor de watercapaciteit. Dit nadeel, zeker op lange reizen, hebben we inmiddels ondervangen door de installatie van een 40-50 liter watermaker (Spectra).

 

Comfort

  • We willen de boot gedurende een aantal jaren gebruiken om op te wonen in zowel warme/ (sub)tropische gebieden als in koude, gematigde en arctische gebieden.
  • De boot kent een duidelijk woonfunctie die ook buiten het traditionele West-Europese vaarseizoen nog leefbaar moet zijn. Een andere invalshoek, naast de kosten, is dat de leefbaarheid ook zonder walstroom, met een doelmatig energieverbruik moet kunnen blijven bestaan. Om dit comfort te handhaven is de boot voorzien van een centrale verwarmingssysteem met dieselolie als brandstof waarbij in plaats van radiatoren warmtewisselaars met ventilatoren zijn gebruikt die de verschillende ruimten van warme lucht voorzien. Als we opnieuw zouden inrichten zouden we, in verband met ruimte van de luchtslangen en energiegebruik van de ventilatortjes, waarschijnlijk voor radiatoren kiezen. Een tweede systeem waarbij de warmte van de motor op dezelfde manier via warmtewisselaars om gezet wordt naar warme lucht bouwen we in het voorjaar van 2006 in. Voor de warmere streken is de koelbox voorzien van een traditionele koeling met koudeaccu. De koelcompressor wordt gekoeld met buitenwater. Dit aangezien de gebruikelijke luchtkoeling van de compressor in (sub)tropische gebieden onvoldoende effectief kan zijn. Een ander comfort aan boord is onze wasmachine. Hierdoor zijn we niet langer afhankelijk van wasjes op de wal. Het energie- en waterverbruik zijn wel zaken om rekening mee te houden.
  • Een ander aspect van comfort is de mate van beschutting tegen wind, spatwater, regen en zonnebrand. De buiskap is zo danig ontworpen dat een maximaal comfortabele instap bij de entree mogelijk is. Daarnaast moet ook de instap vanuit de gangboorden goed en stabiel zijn. Een extra grijpbuis waar we op de vorige boot ook al gunstige ervaring mee hebben opgedaan geeft stevigheid bij het instappen en staan. Aan de buiskap is een kleine bimini met uitritsbare panelen bevestigd. Dit geeft bij regen en koude wind, in de haven, de mogelijkheid in de kuip te zitten en biedt bij scherpe zon ook onderzeil de mogelijkheid van beschutting.
  • De boot wordt primair voorzien van elektriciteit vanuit de accu's. Deze accu's worden continue op peil gehouden door de aan de achterbeugel bevestigde zonnepanelen. De opbrengst hiervan is gezien zonuren, oppervlak van de panelen en stroomgebruik doorgaans onvoldoende. Om die reden hebben we in 2006 een tweede set van 2 gelijke zonnepanelen geplaatst zodat de opbrengst wordt verdubbeld. In de haven kan er daarnaast bijgevoed worden met behulp van de walstroom. Op de motor varend levert natuurlijke ook de dynamo nog een bijdrage. Aangezien er een aantal behoorlijke stroomgebruikers (wasmachine!) zijn, is in de SB-achterbak een generator ingebouwd (Mastervolt Whisper 3500) die stroomtekorten, tijdens lange tochten en voor anker, op kan vangen.
  • De basis van stroombeheer is natuurlijk het reduceren van het stroomgebruik. Wij hebben alle halogeenlampjes, spotjes en leeslampjes vervangen door warmlicht LEDlampjes. Totaal zo'n 20 stuks met meer dan voldoende warm wit licht. Een volwaardige vervanging van de halogeenlampjes.(Sensibulb, www.scantech.com) 
  • Zeker bij lange tochten is een wacht niet in staat permanent te sturen. Het navigeren, gedoe als reparaties, onderhoud, huishouden, uitkijk houden en aanpassen van zeilen vraagt evenzo aandacht. De boot is daarom naast de stuurinrichting voorzien van een electro/hydraulische stuurautomaat en een windvaanstuurinrichting.

Apparatuur

  • De moderne technologieŽn maken een boot zeer complex en kwetsbaar. Voor de belangrijkste navigatiesystemen zijn vervangers aanwezig in de vorm van 2e gps, kaarten, kompas en sleeplog. Hierdoor is een controle van de positie (2e GPS) of benadering van de positie, koers en dergelijke middels gegist bestek goed mogelijk.
  • De elektronica, voornamelijk Raymarine, is voorzover dat haalbaar is in deze tijd van features zo eenvoudig mogelijk gehouden. Als gevolg van de onderlinge verbinding in een netwerk is de meeste informatie op meer plaatsen af te lezen. Uit oogpunt van zekerheid is de kaartplotter/radar/stuurautomaat aan een GPS'en gekoppeld terwijl een tweede GPS als back-up is gekoppeld aan het tweede kaartprogramma.

Veiligheid

  • Zeker op langere reizen is er niet altijd een veilige en betaalbare haven binnen handbereik. We moeten dan op het anker kunnen vertrouwen. Aan boord zijn naast het recent ontwikkelde 30 kg Spade-anker en een 15 kg Delta anker, een tweetal Fortress ankers aanwezig als tweede hoofdanker en achteranker. Voor het Spade anker is 90 mtr ankerketting beschikbaar. Voor de andere ankers de noodzakelijke voorloopketting en ankerlijnen.
  • Een nadeel van het varen met z'n tweeŽn is dat aan het manoeuvreren in de drukke West Europese havens en sluizen extra eisen worden gesteld. Primair maken we bij deze manoeuvres doordacht gebruik van springen en landvasten. Om ieder risico uit te sluiten hebben we de beschikking over een uitschuifbare elektrische boegschroef die in geval van harde dwarswind dat zo node gemiste extra handje kan uitsteken.
  • Veiligheid staat hoog op onze lijst van overwegingen. Aan dek is dit ingevuld met netten rondom aan de zeereling en met looplijnen op het dek en harnasogen in de kuip. Wij kennen de discussie over de "schoonheid" van railingnetten. In de afgelopen 25 jaar zijn wij beide al herhaaldelijk in de netten geŽindigd (en voor verdere val in het water behoed). Reden om wederom voor netten te kiezen. De veiligheid binnen is ondermeer gewaarborgd middel "slingerbanden" bij de keuken, een tweetal schuimbrandblussers en een automatisch blussysteem in de verschillende bergruimten met brand- en kortsluitingsrisico's

Communicatie

  • Wij hebben aan boord de beschikking over een VHF/DSC (Raymarine) voor de communicatie en het nood-, spoed- en veiligheidsverkeer binnen een straal van 25 zm rond de boot. Voor het lokaliseren en beoordelen van de intenties van de grotere scheepvaart (> 300 brt) om ons heen hebben we de beschikking over een AIS ontvanger. Voor de email, de weerkaarten/telex en de communicatie over grotere afstanden hebben we een MF/HF DSC zend/ontvanger(Icom 802). Naast de deelname aan eventuele radionetjes en de weerberichten van de verschillende weergoeroes geeft ons dit de toegang tot sailmail, gripfiles, HF weerkaarten en -telexen en de toegang tot het MF/HF DSC nood-, spoed- en veiligheidsverkeer.
  • Naast dit alles hebben we een handheld VHF (Icom), een EPIRB noodbaken en een PLB noodbaken aan boord.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.