Home

Boot

Bemanning

Reisverslag

Reisplan

Voorbereiding

Links

Contact

 

 

     
 

 

Zeven jaar onderweg, 11 jaar zeilen met de Ovni;

Droom of Deceptie?

 

 

7 resp. 11 jaar; wat is er uitgekomen van onze overwegingen en keuzes bij bouw en uitrusting? Wat ging er in die tijd stuk?

Ontwerp, bouw en indeling
Voor we definitief kozen voor de Ovni hebben we niet alleen bij Jimmy Cornell maar ook bij andere Ovnizeilers ons oor te luister gelegd. De matige hoogaandewindse eigenschappen ervaren we zonder meer in de praktijk. Is het alleen niet zo dat wie de tijd neemt, altijd de juiste wind heeft? We hebben er daarom doorgaans weinig last van. Daarbij een paar graden lager varen doet de snelheid al vlot stevig oplopen; het hoogte verlies wordt meer dan gecompenseerd.

De brede romp, de wijze van surfen, het nemen van golven, de afwezigheid van het rollen; we zijn super tevreden, veel meer dan we ooit gedacht hadden. Tot nu toe, 30.000 zeemijl, hebben we nog nooit een breker in de kuip gehad en nog nooit een golf achterlangs via het platform. Dagen hebben we met winden tussen de 9 en 11 bf gevaren en nog nooit hebben we een omstandigheid gehad waarbij we in gevaar kwamen door de boot; we zijn nog nooit bang geweest. Het gevaar en het risico zit in een klein hoekje, zeg dus nooit nooit, maar tot nu toe is het de boot die ons alle vertrouwen heeft gegeven, ook bij slecht omstandigheden.

Een van de gedachten bij het gaan varen met een zwaardboot was de aantrekkelijkheid van de "toegankelijkheid" van ondiepe kreken en baaien. In de praktijk komt daar niet genoeg van. Voorzichtigheidshalve- tsunamirisico, lagerwal bij sterke windtoename- prefereren we toch, net als de kieljachten ankerplaatsen met voldoende diepte en vluchtmogelijkheden. Toch hebben we, in de Pacific, In PatagoniŽ, in BraziliŽ en West Afrika  er wel gebruik van kunnen maken; zelfs tussen de zandbanken en nijlpaarden. 

Overigens zeilen we zodra de wind ruimer in komt dan de 150 graden altijd, zelfs bij veel wind, met het zwaard omhoog. Het scheelt een halve knoop, maar vooral heel veel in het rollen en de koersstabiliteit.

In Puerto Williams duwde bij een mislukkende aanlegmanoeuvre een klein veerbootje zijn neus wat onzacht tegen onze romp. Een kleine deuk was het resultaat. Twee en een halfjaar daarvoor sloegen we tegen een vingerpier toen in een Portugese haven de deining in de loop van de nacht meters hoog binnen liep. Een paar stevige krassen van die aanraking zijn nog steeds te zien. Voor ons is Aluminium "TOP". Het is nauwelijks voor te stellen dat we met een jacht van polyester of houtepoxy met zo weinig schade en zo robuust onze tocht tot nu toe zouden hebben kunnen maken. Slechts staal had die kunnen evenaren; alleen het verfwerk en de roest dat schrikt dan toch weer af.

Elektrolyse is een serieus gevaar bij aluminium. Hoewel we de lekstroommeter nauwgezet bewaken ontsnapt er toch, onverwacht, wel eens even een lekstroompje. Een aan de mast doorverbonden toplicht; een ongeÔsoleerde antenne, stuk voor stuk onaangename verrassingen. Standaard testen we na gewerkt te hebben aan de elektra of alles nog in orde is. Af en toe hebben we toch een lekstroom. De oorzaak is doorgaans binnen een paar minuten gevonden.

Een ander serieus punt in de praktijk is de isolatie en condensvorming. Wij hebben alle denkbare kale aluminiumvlaken aan boord geÔsoleerd. Niet alleen al bij de bouw maar ook later tijdens het gebruik zijn alle mogelijke hoekjes, knietjes, spanten en dergelijke van de nodige isolatie voorzien. Desondanks was het in PatagoniŽ, maar ook in de tropen nauwelijks mogelijk de boot volledig droog te houden. Telkens als een overvochtige luchtmassa aan boord de kans kreeg neer te slaan op het koude aluminium ontstond een vochtfilm. Extra risico punt zijn de plaatsten waar plaatmateriaal met een open kopse structuur, onbehandeld op het kale aluminium is geplaatst.

Zeilvoering. De ervaringen met het gebruik van de kottertuigage zijn goed uitgekomen, zeker met ons defensief zeilen; alleen de stormfok, die hebben we nog nooit, zelfs niet bij windkracht 10-11 nodig gehad. Bij de bouw zijn we meteen gestart met een tweede set zwaardere kwaliteitszeilen "de Vries". Nog steeds varen we met deze zeilen; een paar beperkte reparaties waren tot nu toe nodig, de vorm zit er nog steeds goed in. Onze eerste "reserve" set hoeft nog lang niet uit de kast te worden gehaald.

Comfort
Hete lucht verwarming of radiatoren? Een van de weinige zaken waar we na al die jaren echt het idee hebben een verkeerde keus te hebben gemaakt, is het inbouwen van de warmte wisselaars met de heteluchtblazers. Zeker als je ze bijna permanente laat draaien valt het stroomgebruik van de blowers zwaar tegen. Waarschijnlijk waren we met radiotoren beter afgeweest; immers de hete vloeistofleidingen door de boot die nu de heteluchtblazers verwarmen hadden dan de radiotoren kunnen voeden. Overigens was het comfort van het warmtewisselaar/hetelucht systeem in de winter in PatagoniŽ beslist voldoende; daar heeft het niet aangelegen. Hoewel wat laat hebben we de thermostaat kunnen koppelen aan de ventilatoren waardoor telkens als de kachel ging werken ook de betreffende ventilatoren gingen draaien; een belangrijke winst in het stroomverbruik.Veel heeft geholpen. Een tweede belangrijke comfort bijdrage komt voor rekening van de standkachel. Varend op de motor hield de standkachel de boot overdag, met de zelfde hetelucht kanalen, prima droog en warm.

Koelbox; met slechts de standaard "mediterrane"isolatie is de koelbox beslist onvoldoende geÔsoleerd. Een bijna permanent draaiende koelcompressor is het gevolg. Het warme tropenwater helpt daarbij in warme streken ook niet echt om de koelkast te koelen; een hoog stroom verbruik dus. In Puerto Montt, op weg naar de tropen hebben we de ruimte achter de koelkast via wat gaten en kieren extra geÔsoleerd; het merkbaar effect was in de echte tropen niet groot, daarbuiten lijkt deze oplossing een substantiŽle bijdrage te hebben geleverd.

Bimini; Na eerst de bimini voorzien te hebben van uitritsbare "regenflappen" hebben we in een later stadium de "regenflappen"voorzien van een verlenging tot op het gangboord. Nu zitten we inde haven, in regenachtige streken, ook droog bij wind en regen van de zijkant.    

Stroomvoorziening; In Buenos Aires hebben we de Ampair combi wind/watergenerator vervangen door een zwaardere windgenerator "D400". Een absolute verbetering die ons in de Patagonische winden, zelfs bij vlagen tot 50 knoop, niet in de steek heeft gelaten. De Ampair is sinds de Pacific alleen nog in gebruik als watersleepgenerator; een trouw stroomleverancier die al snel uur na uur goed is voor 6-9 Amp.

Veiligheid  

Anker Honderden nachten hebben we inmiddels achter het anker door gebracht. Het aantal keren dat het Spade-anker is gaan slippen is op een hand te tellen. Hoe klein het anker ook is, ook de kleine Fortress heeft, als achteranker ons al menig keer muurvast aan de grond gehouden.

Boegschroef; eenmaal buiten de veilige en smalle havens in Europa hebben we de boegschroef nooit meer gebruikt, pas weer in de Middellandse Zee.

AIS De groei in de AIS mogelijkheden heeft gemaakt dat we, voor de wacht 's nachts nu ook een "Personal"AIS Sart aan boord hebben. Dit moet, mocht een van ons onverhoopt overboord slaan - we zijn zeker 's nachts altijd aangelijnd- de zoek kansen vergroten. Voorlopig hebben we nog geen AIS-transponder. De meerwaarde van het "gezien worden"weegt nog niet op tegen het piraterijrisico; pas in overvolle vaarzones op weg naar en rondom Singapore missen we hem een beetje, eigenlijk willen we door al die koopvaardij om ons heen toch wel gezien worden.

Bijboot; na 4 jaar gebruik ontdekken we in de Pacific dat de Lodestart Hypalon, tegen de verwachting in sterke slijtage vertoont. Daarbij ontdekken we dat met anderen aan boord de bijboot toch wel klein wordt, zeker als over onrustig water een baai of lagune moet worden overgestoken. We vervangen haar in Nieuw Zeeland door een Aakron 310, voorzien van UV cover en een 15 pk bbmotor. De Lodestar gaat naar de reservebank. 

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.