Rhythm of Life

meer Columns

 

Een krabbel in de kantlijn; Ontmoeting;Situatie; Verwondering......

Column

Hoewel er sinds de ontdekking van Stateneiland, in 1615, door Le Maire en Schouten veel is veranderd in de snelheid van berichtgeving, is het regelmatig uploaden van de website een onzeker avontuur. Af en toe is de regelmaat daarom ver is te zoeken.

 

Buurtbus  (Chili, januari 2011)

Oef; dat scheelde maar weinig.  Mijn volle boodschappen kar; zo’n “oma”karretje van voor de tijd van de rollators,  vliegt door de bus en stort leeg. Een vriendelijke dame helpt me de laatste pakjes thee weer terug te stoppen. Voor het foerageren van de boot, pakken we een paar keer per week de bus. Helemaal volgeladen met melk, meel, water en andere kruidenierswaren reizen we terug.

Een paar meisjes vragen de chauffeur te stoppen bij hun favoriete gelegenheid.  Galant als hij is staat hij boven op de rem. Voor ik wat kan doen vliegen mijn boodschappen al door de bus.

We moeten duidelijk weer wennen. Na maanden rijden in bussen die sponsachtig traag tot stilstand komen is het rijden met een bus waar de remmen het echt van doen een onverwacht genoegen; althans tot de boodschappen in het rondvliegen.

Het valt ons op de rondreis al op; hoe welvarender de Chileense stad, hoe mooier de bussen. De overgang van de eenvoudige vissersgemeenschap in Chinquihue bij Puerto Montt naar de weldadige groen beboste lanen in Valdivia is groot. Ineens staan de remmen weer strak afgesteld; ineens maakt de bus echt snelheid als de chauffeur gas geeft; ineens gaat schakelen geruisloos.

Traag en amechtig kruipt onze bus in Chinquihue langs de weg omhoog naar boven. Op de vloer bij de achterbank drie kistjes vis; een vrachtje voor een van de autochtonen. Het is alsof de bus onzekerheid wil laten bestaan of hij de eindstreep gaat halen. De lokalen in de bus twijfelen niet. Zij zijn het gewend. Nauwelijks op snelheid houdt de bestuurder al weer in voor de verkeersdrempel; haaks en heftig schudt de bus bij het passeren. Ooit zag ik hem met ons huurautootje bijna te laat. Me afduwend tegen de voorruit in plaats van het dak kon ik met stevig remmen ergere schade voorkomen. Een stevige portie gas en tandwiel geknars geeft het startsein voor het hernieuwd optrekken.

De bus is oud en gemoedelijk; bankzittingen liggen los en zijn vol gaten , ramen kunnen niet meer dicht. Soms zelfs heeft de deur nog een handje nodig om dicht te blijven. Wil je uit stappen dan krijgt de bestuurder een seintje –aqui!- en hij staat voor je op de rem.

Een speciale rol is weg gelegd voor de “vrienden”.  Eén stoel is speciaal voor hen gereserveerd. Net voor de voorentree; gezellig bij de bestuurder.  Ze stappen in; wisselen wat groeten uit; houden de bestuurder even gezelschap. Drie, vier haltes verder stappen ze weer uit.  Ik heb ze nooit zien betalen.

Langs de weg een kapelletje. Massaal slaat de bus -de bestuurder incluis- z’n kruisje. Een vast ritueel, telkens wanneer de bus passeert. Een rozenkrans hangt voor de voorruit en crucifix er naast. Chili beleeft zijn geloof, zelfs in de bus. Dat blijkt maar weer.

Het is een “afdankertje” die bus van Chinquihue naar Puerto Montt. Wat vaal, versleten en opgelapt.  Het is alsof ze worden doorgeschoven die bussen ; zoals je in grote families soms de kledingstukken tussen de kinderen door ziet schuiven.  Misschien rijden ze over een aantal jaren ook in Puerto Montt, die goed uitziende bussen die we tegen kwamen in Santiago en de grote steden.

In Bolivia is de staat van de bussen nog fraaier. Een groot deel van de stadsbusjes bestaat uit Aziatische doorschuivers en afdankers; van wie ze eerst zijn geweest is niet helemaal duidelijk. In het Chinees  –of is het Japans of Koreaans? -staat de vorige bestemming erop. Ik kan de letters niet ontcijferen.

Er is nog hoop voor de afdankertjes in Puerto Montt. De doorschuivertjes uit de grote steden zijn op hun weg naar het zuiden al doorgedrongen tot de bossen en weiden van Valdivia.      

 

De weg kwijt (Peru, november 2010)

Grrrr, weer mep ik er naast. Het bordje bij de computer zegt dat ik de computer niet mag verplaatsen; je zou hem bijna door elkaar rammelen.

Internetten tijdens onze rondreis is een ware zoektocht. E-café’s in overvloed maar verbindingen; hoh maar. Café’s kun je het nauwelijks noemen; je kunt er niet meer dan water en cola krijgen.  Gezien de frustratie zou iets sterkers af en toe op zijn plaats zijn. We lopen ze in de plaats allemaal af; net zo lang tot we meer snelheid en minder “gamers” hebben. Het kost weinig; dat is weer mee genomen.

Ooit als onderdeel van een “goede” opvoeding leerde ik blindtypen. Of ik ooit examen heb gedaan betwijfel ik; zeker niet met voldoende aanslagen per minuut. Ik ben dan ook nooit terecht gekomen bij Schoevers; laat staan bij Randstad.

Alleen die toetsenborden! Niet alleen staan de leestekens telkens anders. Zelfs een blind paard zou de weg nog kwijt raken. De helft van de letters is zoek. Door het veelvuldig gebruik van de toetsenborden zijn regelmatig letters weggesleten. Met moeite haal ik in mijn hoofd het vertrouwde QWERTY-toetsenbord terug. Hoe is het ook maar weer. Na jaren van Word en WordPerfect is er toch mogelijk iets van de lettervolgorde blijven hangen. Vrolijk typend ontstaan zinnen; het best met mijn ogen dicht. Alleen wat er staat is niet altijd om naar huis te schrijven.

Ol  Fpr  ,okm ioyrdyr ; neen dit is niets.  Beter voor het toetsenbord gaan zitten! Nog een keer. Ik doe mijn uiterste best het leesbaar te houden.

Op een dag treffen we licht in de duisternis. Zoals een weg van verse strepen wordt voorzien als de markering te ver weg gesleten is; zo treffen we ineens een toetsen bord met verse lettertjes. Keurig zijn een nieuwe “E”, “R”, “T”, “O”, “S”, “D”, “H”, “N”, en “M” op de geplaagde toetsen geplakt. Allemaal staan ze netjes op hun plaats.

Eindelijk vind ik mijn weg weer; toch wel zo handig.      

 

Bukshag (Argentinië, december 2009)

Een woord uit vervlogen tijden; een woord van voorouders. Lopend door de drukke winkelstraat in onze buitenwijk van dit weekend kruist een bukshagverzamelaar mijn pad.  

Het is weekend in Mar del Plata. De jachtclub ligt ingebed tussen tennisbanen; hockeyvelden en de terreinen van de golfclub. SUVs rijden af en aan om de sportende jeugd te supporten bij training of wedstrijd. De gegoede klasse leeft zich uit zo aan de rand van de stad. Ik wring me tussen de 4x4 door om inkopen te doen.

Op weg naar de markt hal waar we onze groente, fruit, vlees en granen voor de komende weken in willen kopen rijdt een paard en wagen voorbij; een achtervolgende troep blaffende straathonden verlaat de stoet als ze een losslingerende vuilniszak in het oog krijgen. We lopen duidelijk in een minderbedeelde wijk. De man op de paardenkar stopt op de hoek om in een berg afval karton te vinden en op zijn kar te gooien, een cartonero. Duidelijk geen weekend vertier maar een poging met het verzamelen van papier en karton nog wat te verdienen.

Net als in de rest van Zuid-Amerika kent Argentiniё een scherpe maatschappelijke scheiding. Tegenover de hogere en middenklasse staat een grote groep die nauwelijks inkomen geniet. Toch wordt er verhoudingsgewijs- bijvoorbeeld ten opzichte van Rio de Janeiro en Salvador- op straat in Buenos Aires en in Mar del Plata, weinig om geld gevraagd. Waar je in deze steden ook maar kijkt overal is deze groep bezig toch nog iets te verdienen. Ze verzamelen karton; verkopen koekjes en taarten; wassen auto’s; poetsen schoenen of ze maken nieuwe sigaretten, voor henzelf of voor de verkoop.

Als ik weer terugkom van de markt staat een man op de 4-baans snelweg auto’s naar de kant te dirigeren; een emmer, een spons en een zeem. Meer heeft hij op zondag niet nodig voor z’n nering. Auto’s genoeg die, deze zondag, tegen een kleine vergoeding gewassen en gezeemd willen worden. Of de 4x4 en SUV er morgen ook zijn is maar de vraag. Dan rijden ze weer de andere kant uit, op weg naar hun werk; op weg naar de winkelgaleriёn.

 

Nachtbrakers (Argentinië, november 2009)

Boemmm; Boemmm; Boemmm. Met een paar slaperige ogen grijp ik naar de wekker. 05.30 Mijn hoofd voelt dof. Wat wil je ook op dit tijdstip. Gemengd met het gedreun in mijn oren zit dat niet lekker. Al snel ben ik weer bij de les; Het is feestweek en vooral: Dit is Buenos Aires. Samen goed voor een stevige beat in de vroege morgen. Ik zoek m’n oordopjes en draai me nog maar eens om.

Na 4,5 maand verlaten we Buenos Aires. Afscheid van een stad vol temperament en een aangenaam klimaat.  Er is maar één ding wat nog steeds niet went. Hun nachtritme. Na anderhalf jaar trekken door de wereld hebben we al veel van het dagritme in kunnen passen en zijn we al aardig wat gewend. We eten later; we houden rekening met de siësta tijden kortom geen probleem. Alleen hun nachtelijke feest ritme daar kunnen we niet omheen.

Een beetje feest begint niet voor een uur of 01.00 in de nacht en duurt tot een uur of 6.00 in de ochtend. In het centrum zelfs nog later. Ook de disco’s beginnen niet voor een uur of 00.00-01.00; het “indrinken”  van jongeren niet voor 23.00 uur.

DÍa de la TradicÍon. Achter ons op het expositieterrein is de grote hal weer ingebruik genomen. Het topevent van de feestweek. Dagenlang wordt de hal ingericht. Buiten verrijzen tenten en worden palmen in grote potten aangevoerd. Dan, in het weekend, is het de grote dag van het feest. Vanaf een uur of negen in de avond begint het langzaam op gang te komen en worden de parrillas aangestoken. De wijn vloeit,  de geur van de asado komt ons tegemoet. Vanaf een uur of 24.00 begint de muziek door te dringen. Dan gaan alle knoppen open.  Een onafgebroken stroom van, vooral Engelstalige, muziek trekt uren op vol volume langs. 

Een voordeel heeft dit nachtritme wel. Onze dagen worden een stuk langer zo.

  

Muntjes….. (Argentinië, november 2009)

Hijgend halen we na de werkdag de bus. “¿Dos Tigres estacione, por favor?” vraag ik de chauffeur..

De buschauffeur tikt de gevraagde kaartjes in. Bij de automaat achter hem kunnen we betalen. Een kleine week reizen we dagelijks op en neer tussen Tigres en San Fernando, voorsteden van Buenos Aires. De boot staat op de kant. Wij kunnen niet aan boord slapen en logeren in een hostel 10 kilometer verderop.

Vrienden hebben ons weken geleden er al voor gewaarschuwd. Argentinië heeft een groot gebrek aan muntjes. Op allerlei listige manieren sparen de Argentijnen hun muntjes op om ze over te houden voor de muntjes automaten in de bus. Ook voor de trein zijn er muntjes automaten. Gelukkig zijn er op de stations ook loketten. Wanneer je ook maar reist; altijd staan er lange rijen lange rijen voor de loketten waar je nog met papiergeld kunt betalen. Bij de munt automaten staat bijna niemand.

We beginnen de week met een zak vol muntjes. Hoewel de prijs van een kaartje laag is; 1,5 pesos (ca. 27 cent) vliegen de centavos muntjes er iedere dag uit. Het lukt net aan om er telkens genoeg voor de volgende rit te sparen.

Dan gaat het mis. Het is zaterdagmorgen en de supermarkt is nog dicht. Dan maar op het station.  Eerst proberen we het met koekjes. Te weinig wisselgeld terug; dan een rol snoep weer te weinig. Dan een andere zak koekjes. Ten einde raad gaan we naar het stationsloket. We proberen een treinkaartje te kopen met een 100 pesos biljet; het enige dat je uit een geldautomaat krijgt. Helaas. De man achter het loket heeft niet terug en weigert een kaartje te verkopen. Dan maar niet met de trein is zijn opvatting. Na heel veel gedoe hebben we uiteindelijk weer genoeg muntjes voor de bus.

Op de haven ontdekt Christien dat er toch in Tigres nog iets geregeld moet worden aan formaliteiten voor de boot. Maar weer terug. Na een paar kleine boodschappen is er voldoende muntgeld om terug te reizen. Weer bij de boot, terug van de douane herhaald alles zich nog eens als ze weer naar Tigres moet. Aan het eind van de dag beschikken we over twee potten jam, twee zakken koekjes, een reep chocola, verschillende soorten snoep, extra yoghurt, donuts en verschillende soorten broodjes.

In de ruim vier maanden die we in Buenos Aires doorbrengen zien we de Argentijnse munt , de pesos, meer dan 10 procent in waarde terug lopen. Slecht voor het land; doch prettig vanuit ons “euro”standpunt. Binnenkort zullen de prijzen wel weer omhoog gaan. Zijn er nog meer muntjes nodig in de bus. 

De jacht op de muntjes zal daarom nog wel even blijven..   

 

Een  beetje energie…. (Argentinië, oktober 2009)

In Nederland gaat de wintertijd in. Het jaarlijks voor-  en achteruit zetten van de klok is nog een van de acties die we mondiaal hebben overgehouden aan de oliecrisis van 1973. Zoals Joop den Uyl bij die gelegenheid al zij; “ het wordt nooit meer als vroeger”.  Het jaarlijks ritueel doet vertrouwd aan als een soort “wake-up call” voor energiebewustzijn   

In Amsterdam komt  de  “Club van Rome”  bij elkaar. Ooit was deze groep verantwoordelijk voor het begin van de wereldwijde aandacht voor het milieu; de krapte aan grondstoffen en de nijpende energievoorraden. 

Eerder deze week begint in Buenos Aires de grote VN conferentie over ontbossing. Buenos Aires –het kloppend hart van Zuid Amerika; althans zo voelen de Argentijnen het- is gastheer.  Trots koppen de kranten over de meerdaagse conferentie met 4500 vertegenwoordigers uit 160 landen. Regeringsvertegenwoordigers lopen af en aan. Dagenlang praten de afgevaardigden over het vitaal belang van de oerwouden in relatie tot klimaat en energie. Volgens de laatste berekeningen van het Wereld Natuurfonds sneuvelt er iedere minuut nog steeds een stuk oerwoud op de wereld met een omvang van 36 voetbalvelden. Zo’n vergelijking; dat spreekt wel aan in het voetbal gekke Zuid Amerika.

Wat doet  Argentiniё zelf met de zomertijd? Jaarlijks gaat de zomertijd in op de derde zondag van oktober. Deze keer, de dag er voor, besluit de regering de verschuiving van de klok naar zomertijd maar eens over te slaan. Onder druk van het bedrijfsleven ziet Argentiniё af van de “daylight saving time”.  Volgens  Minister Julio De Vido: “onzinnig” –zomertijd- ”aangezien we zelf over meer dan voldoende energie beschikken”.

Hoe zo mondiaal energievraagstuk; onzinnig dat van die oerwouden die als longen van de wereld zorgen voor de CO2 omzetting.

Twee dagen later opent de grote UN conferentie. De vertegenwoordigers van de Argentijnse regering zijn er vast bij.
Een kwestie van prioriteiten zullen we maar zeggen.

    

Adote uma árvore (Adopt a tree)….(Argentinië, oktober 2009)

Met een plof valt een grote enveloppe op de deurmat. Post uit Brazilië. Als we hem open maken valt een certificaat op tafel. Er gaat ons een licht branden. Maanden geleden, bij onze zeiltocht door het Braziliaanse Atlantisch regenwoud, kwamen we een enthousiaste landgenoot tegen die zich, verantwoordelijke voor een sigarenfabriek, inzet voor het behoud en herstel van het Atlantisch regenwoud.

Als bijdrage aan het maatschappelijke verantwoord ondernemen plant hij jaarlijks duizenden bomen om iets terug te doen aan Moeder Natuur die zo genereus is naar hem (en vooral naar zijn tabaksplantages). Een bevlogen ondernemer, die op deze wijze zijn steentje bijdraagt aan het behoud en herstel van dit belangrijke ecosysteem. Gedurende onze tocht door het Mata Atlantica, een van de wereld erfgoederen, hebben we ons verwonderd over de rijkdom aan soorten in de natuur om ons heen.

Kort voor ons vertrek naar Buenos Aires fietsen we nog eens ons vaste rondje door de polder achter ons huis. Grote bulldozers trekken sleuven door het land. Op een informatiebord lezen we dat de komende jaren verder gebouwd wordt aan de omzetting van cultuurgrond in moeras, bosgebied en recreatiezone’s. Een groot spandoek langs de weg wijst ons op de onzinnigheid, vanuit agrarisch oogpunt, van deze natuurbouw. Voorlopig is alle aandacht gericht op de aanleg van een grote gastransportleiding. De reeën die we wekenlang als we langs fietsen op een vast moment in de schemer zien lopen zijn in ieder geval gevlucht.

Het doet wat denken aan de discussies in de kranten en in gesprek, in Brazilië. Natuurherstel, Agrarisch grondgebruik en de Vaart der Volkeren, soms staat het allemaal wat op gespannen voet met elkaar.

In de afgelopen jaren is het bos achter ons huis in de polder goed gegroeid. Waar ooit een kale akker was met tienduizenden houtige sprietjes staat nu een bos met wild en wandelaars.

Wij hebben bij de “sigarendirecteur” een boom geadopteerd. De boom, nummer 34718, vertelt het certificaat,  is een Ipê Amarelo. Een soort Magnolia. Hij wordt niet zo groot, 10 meter. Inmiddels is de boom gepland en kunnen we via internet volgen hoe de groei verloopt. Zo kunnen we toch nog iets terug doen voor de natuur.

Wat ons betreft mogen ze best zo door gaan.
Alleen die muggen straks in de polder? Krijgen we dan ook Malaria en Dengue terug met de klimaatsverandering?

 


Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.

op 20-10-2012 bijgewerkt