Rhythm of Life

meer Columns

 

Een krabbel in de kantlijn; Ontmoeting;Situatie; Verwondering......

Column

Hoewel er sinds de ontdekking van Stateneiland, in 1615, door Le Maire en Schouten veel is veranderd in de snelheid van berichtgeving, is het regelmatig uploaden van de website een onzeker avontuur. Af en toe is de regelmaat daarom ver is te zoeken.

 

Bumperkleven (juli 2011, Cook Islands)

Vreselijk; Ik ontwaak uit een nare droom. Komt dat nog voor, nare dromen als je in zulke tropische baaien ligt? Helaas wel, niets menselijks is me vreemd. Ik droomde dat ik over landelijke weggetjes naar mijn werk reed,- ooit noemde ik dat filemijden- en dat hoe ik ook reed, er telkens weer auto’s aan mijn bumper plakten.

Een van de vreselijkste dingen in mijn werkende bestaan, de dagelijkse confrontaties met de verkeers"aso’s"; de bumperklevers; lichtknipperaars en dat soort volk.

We liggen binnen het atol Suwarrow; een stukje van de Cook Islands, dat nauwgezet wordt bewaakt en gemonitord door de Parc Rangers. Een droom op aarde, een mooie droom. Ooit woonde en leefde, tot zijn dood, de Nieuw Zeelander Tom Neal hier in alle eenzaamheid zijn droom.

Als ik bij het opstaan om me heen kijk ligt er ineens een Australische jacht op mijn anker; zijn blikveld midden in onze kijk; nauwelijks twintig meter zijn we van elkaar verwijderd. De baai is honderden meters breed; waarom moet nu zonodig het anker op mijn anker gelegd worden; de koffiedrab zo ongeveer in mijn kuip gespoeld? Ik begrijp het niet, deze bumper bumperklevers.

Een paar weken eerder in de baai bij Papeete, het is druk en de vrije ruimte is beperkt. Een Fransman weet de nauwe ruimte te benutten door bijna boven op ons te ankeren. Als ik hem er over aanspreek is hij boos. Hoe anders en blijmoedig zijn de charterboten.

Op de vlakte rondom Bora Bora bedienen ze zich van een gidsje van de verhuurmaatschappij. Er staan duidelijk ook waypoints in het gidsje. We liggen nog niet op onze ankerplek of er komen drie gelijkgekleurde geel gecoverde catamarans aan. In no time liggen we ingebouwd. Inderdaad, allemaal met dezelfde waypoints.

Waarschijnlijk zijn ze het gewend. Ze vertrekken geen spier als ze zo ongeveer in onze kuip zitten. Natuurlijk, thuis in de file zijn ze waarschijnlijk ook bang elkaar kwijt te raken, de bumperklevers.

Eigen risico (Stille Oceaan, februari 2011)

Een bericht in de Wereldkrant;  “Engels Marine ergert zich aan de steun die gevraagd is voor een konvooi van enkele tientallen jachten in de Golf van Aden”. In de polemiek die de dagen erna volgt vallen stevige ongezouten woorden. “Onverantwoord; wat denken ze wel die rijkaards, laat ze zelf een fregat huren; een echte vent gaat toch niet door een piratengebied varen; niet op kosten van de belastingbetaler”. Een enkele reactie verwoordt nog iets over “durf, zeemanschap en jarenlange inspanning om reis mogelijk te maken”.

De discussie geeft de indruk een hoog “Laura” gehalte te hebben. De meningen voor en tegen vliegen in elk geval met het gemak van een nieuw rondje aan de bar over tafel.

Een feit is natuurlijk dat de Golf van Aden en de kust van Somalië gezien het frequente piratenrisico vanuit een gezond verstand not-done zijn. Helaas, dat wordt vaak vergeten, geldt dit ook voor een aanmerkelijke strook, tot meer dan duizend mijl uit de kust, op de Indische Oceaan die de goed bewapende piraten ook tot hun werkgebied rekenen. Het alternatief, “vaargewoon om Afrika heen” is daarom niet zo eenvoudig. Al vroegtijdig na vertrek uit Australië of eventueel Maleisië moet je die keuze maken. Zeker voor Laura een punt van overweging; mist ze nog een jaar van school.

Het blijft een dilemma. Geen steun vragen; geen rug van de belastingbetaler; eigen schuld dikke bult, maar wel een mogelijk veiligheidsrisico creëren. Was het niet kortgeleden een Engels zeilers echtpaar dat na een jaar gijzeling, in die wat verder reikende driehoek na de nodige onderhandelingen vrijkwam; vielen nauwelijks drie weken later niet een aantal Amerikaanse dodelijke slachtoffers bij de bevrijding van hen en hun jacht. De andere kant van het dilemma; Wel steun vragen; niet in de vorm van een begeleidend fregat, maar in de vorm van een oogje in het zeil. Het is nauwelijks voor te stellen dat er om een eigen begeleiding gevraagd is. Aanmerkelijk voor de handliggender, is die vraag naar de rol van de wijkagent.

Iedere schipper vaart zijn boot, in het volledig bewustzijn van risico’s en eigen verantwoordelijkheid. Vanuit dit gegeven is het zonder meer de vraag of je voor de Golf van Aden of de Hoorn van Afrika moet kiezen; het zelfde geldt voor het wel of niet omzeilen van een slecht weer gebied of het varen op de zuidelijke Atlantische oceaan, rond de 50e of 60e breedte graad . Toch kan het gebeuren dat je die keuze maakt. Het is de vraag of daar een simpel “eigen schuld, dikke bult” op van toepassing is.

Ook in het dagelijks “landleven” bestaat dat dilemma. Fietsen naar school; op zaterdag avond laat nog op familiebezoek; de bbq nog wat extra opstoken; de avondvierdaagse; over straat na de oudejaarsviering. Zowel als ouder maar ook als individu maak je keuzes. Het veiligheidsrisico wordt af gewogen.  Soms ga je maar beter niet de weg op; soms ga je, maar ben je je bewust van je risico. Af en toe vraag je het gezag een oogje in het zeil te houden; soms staat er zelfs een motoragent op de kruising. En dat allemaal, geaccepteerd, op kosten van de belastingbetaler.

De tendens in de discussie is boeiend en kent een hoog “eigen schuld; dikke bult”gehalte. Wie bewust onnodige risico’s neemt moet zelf de verantwoordelijkheid maar nemen; geen hulp op kosten van de belastingbetaler. Geen ambulances meer voor dronken automobilisten tegen een boom; geen politie meer op de weg bij een weeralarm; geen oogje in het zeil meer op het kruispunt bij de avondvierdaagse.

Of ligt het allemaal toch wat anders en wordt er we wat te vroeg  geoordeeld?

 


Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.

op 20-10-2012 bijgewerkt