Rhythm of Life

meer Columns

 

Een krabbel in de kantlijn; Ontmoeting;Situatie; Verwondering......

Column

Hoewel er sinds de ontdekking van Stateneiland, in 1615, door Le Maire en Schouten veel is veranderd in de snelheid van berichtgeving, is het regelmatig uploaden van de website een onzeker avontuur. Af en toe is de regelmaat daarom ver is te zoeken.

 

Wind….. (Kreta, september 2009)

We verblijven een paar dagen op een heerlijk mediterraan eiland.  De zon straalt hoog aan de hemel. Na twee dagen steekt (er) een verraderlijke wind op. Een krachtige Meltemi neemt een dag een aanloop en brult daarna dagen met volle kracht. De bergen achter ons spelen voor glijbaan. Overdag en ’s nachts stort de wind zich in volle vaart naar beneden. Er lijkt geen einde aan te komen.

We lopen flinke afstanden in de kloven aan de zuidkust. “…de winderige zuidkust…” staat er in een reisgids. We hadden het kunnen weten. De wind blaast ons tijdens de wandeling als veertjes vooruit.  We dwarrelen zeewaarts. De terugtocht is taaier. Klauwend met onze  tenen in de grond, graven we ons een tunnel door de wind naar boven. Ter nauwer nood houden we ons staande bij de rand van het ravijn.

Op een dag staan we, vroeg in de morgen,  ergens aan de noordkust op een bus te wachten. Verdwaast kijken we in het ontluikend daglicht om ons heen. Er mist iets; er klinkt geen geluid; er beweegt niets; het is windstil.

Een uur later al boven op een bergtop; klaar voor de afdaling in de kloof. De lome aanwarmende ochtend wind is verdwenen. Een straffe noordenwind helpt ons snel op gang.  Naast ons baant de wind zich fluitend en gierend een weg door  bomen en struiken.  Te midden van de langstrekkende wolkenflarden vinden we samen met de wind onze weg omlaag.

Veel Wind; we zullen er toch weer aan moeten wennen. Straks in Patagonië  hebben we niets anders.  

 

Vrijheid.... (Kreta, september 2009)

Roetsj; Roetsj. Weer een paar losse stenen. Voorzichtig afdalend stapspringen we van steen naar steen de kloof in. Het is steil; de steenslag om ons heen losjes. Al snel staan we aan de rand van de beek. Het pad is smal; de route onduidelijk. Aan de overzijde van de beek gaan we verder. Kort daarna het zelfde verhaal. Weer doorkruisen we de beek in de verwachting het pad te vinden. Vergeefs; weer terug. Dankzij de Goretex houden we droge voeten. Over stenen, langs de struiken; klauterend over de keien vinden we onze weg. Hoog boven ons de rand van de kloof. In de verte horen we nog net de auto’s over het asfalt  met loeiend gas en gierende versnelling hun weg vinden. Aan de overkant schitteren ons de grasgroene olijven tegemoet. Miljoenen besjes glinsteren in de krachtige mediterrane zon. Door de kloof raast de harde wind naar beneden richting zee.

In opperste vrijheid; helemaal alleen, ver van de bewoonde wereld, vinden we onze weg door de natuur. Naast ons rijzen de wanden van de kloof honderden meters omhoog. Af en toe lijkt het of de wand nog maar kortgeleden zijn laatste stenen naar beneden heeft laten vallen. We zijn op ons hoede. We klauwen voort langs de beekrand. Alleen het geklik van de camera doorbreekt de rust. Een hondje duikt naast ons op. Alsof hij nooit anders gedaan heeft loopt ie gewoon met ons mee.

Plotseling, midden tussen de struiken aan de rand van de beek, een eenvoudig tentje. Het lekt kennelijk. Een zeiltje is erboven gespannen om het ergste regenwater weg te houden. Even later, weer een koepeltentje. Ditmaal met een lijntje wasgoed, een boodschappentas met levensmiddelen aan een tak. Zo kunnen de schapen, geiten en andere dieren weg gehouden worden van de tasinhoud.

Even later een klein poeltje. De beek verbreedt zich iets; het water wordt rustiger. Kinderstemmen dringen tot ons door. Langzamerhand zijn de rotsen, struiken en riet niet meer te doordringen. Voor ons een waterspel. Een paar kinderen spelen in het water; een vrouw kijkt toe. Frank en vrij, van niemand bewust spelen ze. Vrij en onbevangen; zonder aarzeling, zonder kleren. Maar even geen foto’s. We zijn terecht gekomen in een kleine hippiegemeenschap.
We draaien om en gaan een klein stukje terug. Het hondje volgt trouw. Aan de overkant vinden we het pad weer. 

Uren later staan we aan de monding van de beek; het water mengt zich met de zee. Wij moeten nog terug. Terug naar de oorsprong van de beek. Ineens is ons hondje weg. Hij kiest z'n vrijheid. Een stevige klim brengt ons bij de auto; we rijden de bewoonde wereld weer in.

We genieten van onze vrijheid; net als de hippies in hun Nirwana beneden ons. 

 


Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.

op 20-10-2012 bijgewerkt