Rhythm of Life onderweg

20082009201020112012

20132014

Dwars door het Europese continent

Frankrijk

We kunnen meteen aan de bak in Port Napoleon, de zeilenclave aan de Rhône-monding. In een paar dagen ontdoen we de boot van alle zeilen, moet de giek eraf, net als de windgenerator en een deel van de antennes. Dan kan ook de mast eraf, voor de kraanmachinist en zijn helpers een makkie, voor ons een zwaarwichtige zaak. Een dag later is de mast ingepakt, zijn de vallen en stagen/wanten rond de mast gebonden net als de twee rolinstallaties en is alles klaar voor transport. Wij gaan, met de giek en een deel van de zeilen aan dek, op eigen kiel naar boven. De mast gaat over de weg (Fastmast.de); over twee maanden zien we elkaar weer.

De mistral gooit roet in het eten. Terwijl we in de stromende regen en onweer de laatste delen van de mast inpakken, draait de wind en zet zich voor een hele week, krachtig in het noorden vast. Een week liggen we opgesloten in het 5 kilometer noordelijker Port Saint Louis; dicht bij de winkels, maar verder zo vast als een huis. We maken er maar het beste van en gaan een dagje naar Arles, kijken wat Vincent van Gogh daar ooit heeft aangetroffen.

Rhône

Als een week later de wind eindelijk lijkt te luwen en de verwachting voor de volgende dag zelfs aangeeft dat ie naar het zuiden draait, gooien we los. Onze eerste mijlen, tegen stroom en wind, stroomopwaarts richting huis. Het is bijzonder om zonder mast te varen, met een gedeeltelijk opgehaald zwaard. Uren achtereen staan we aan het roer, de autopilot is nauwelijks meer van nut; een nieuwe werkelijkheid. Langzaam aan maken we ons een nieuwe vaardiscipline eigen, koffie zetten, lunchen, navigeren aan de hand van de Franse kaartboekjes en met een oog op de talrijke bebakening. Het is al snel duidelijk dat niet de gematigde tegenstroom of het vrachtverkeer, maar de honderden bomen, takken en stronken onze aandacht opslokken. Het landschap om ons heen verandert voortdurend, bruggen sluizen en vooral energiecentrales -wind, waterkracht en vooral veel kernenergie- bepalen op de Rhône het dagelijks beeld. In de verte groeien de heuvels en bergen, krijgen wijngaarden en oude steden een gezicht. Om ons heen krijgen we iedere dag weer nieuwe vaartuigen te zien. Een hele overgang na jaren alleen maar oceaan gebruikers om ons heen.

In de dagen daarna maken we kennis met de "mega"sluizen. Soms stijgen we wel 15 meter per keer. Het is even wennen, het invaren van de sluizen, het temmen van de boot met de donderende stroom water die de sluis binnenkomt en het omgaan met de knapen van drijvende bolders. Het geeft een nieuwe dimensie aan de laatste etappe van de reis. Behangen met stootwillen en slijtage kleedjes zoeken we onze weg, butsen en krassen vermijdend op weg naar Nederland terug.

Via Avignon en Ardoise komen we in Cruaz, Valence, St. Vallier, Vienne, De volgende dag, inmiddels is het begin juli, varen we door Lyon de Saône op. Na de eenzaamheid van de baaien tijdens onze wereldreis, de huiselijke kneuterigheid van de "longstay" bootbewoners in de havens onderweg, de vluchtigheid van de charteraars in Turkije en de witte paleizen en megajachten de laatste weken op de Middellandse zee moeten we weer aan nieuwe standaarden wennen. Ineens bivakkeren op onze steiger de bemanningen van motorbootjes, gewoon op hun tuinstoel op de steiger naast de boot. Ineens gaat het over elektrakabels en CE stopcontacten, dieselpontons en een korte stop in een dorp voor bootschappen. Het vraagt wat aanpassingen in onze "zeden en gewoontes", immers, wat wij als "raszeilsters"jarenlang zo anders hebben gevonden -motorboot mensen- blijkt ineens toch wel mee te vallen. Al met al komen we er wel. Het is ook wel leuk en zeker zo drijvend en voortploegend over de rivier naar boven door de verschillende wijngebieden, ook leuk. Eigenlijk vervelen we ons geen moment.

Saône   

Lyon, de overgang van de Rhône op de Saône is een belevenis. Na eerst een uur varen door een soort "London Dockyards"-we kijken onze ogen uit- komen we via de "stadgrachten" uit op een verstilde, karakteristiek slingerende rivier. De rust, zelfs op zaterdag middag overvalt ons. De dag eindigt in Neuville sur Saône . Pas twee dagen later, de rustieke zondagsmarkt houdt ons een dag vast, varen we door naar Montmarle om in de dagen daarna via Tournon, Chalon sur Saône, Sense, Auxonne, Rigny en Fedry in Ormoy aan te komen. Stap voor stap, dag na dag, neemt de breedte van de rivier af en, zeker op de Petit Saône, loopt ook de diepte terug. We komen al snel nauwelijks meer vrachtvaart en cruiseboten meer tegen. Het is net of het landschap vol bekoring zich steeds meer om ons sluit. Vanuit de kant neemt een andere gebruiker ons water steeds meer in beslag. Waren we eerst niet te bereiken voor hun werphengels, steeds vaker drijven hun dobbers in onze koers en moeten we rekening houden met hun lang hengels in onze weg -en anders om. Achteruitvaren met hun bootjes, een stoel prominent in de voorpunt gezet, delen we zelfs het vaarwater met ze.

Af en toe, meeopvarend in sluizen, brengen we zelfs een "vriendschappelijk"bezoek aan een echte motorboot. Iets, als zeilers, verderfelijks neemt ons in beslag. We gaan motorboottypes vergelijken, maken grapjes wat we mooi vinden en wat niet. Als we op een avond weer eens internet hebben googlen we er zelfs eens op los. De hele nacht liggen we er van wakker. Wat ons nu overkomt? De realiteitszin dat er niets kan gebeuren voor de boot verkocht is, dat deze bevlieging heus wel weer overgaat, brengt ons weer terug op aarde. Toch blijven we er mee bezig. Overdag verzamelen we types en uitvoeringen; filosoferen over open stuurstanden en gesloten bushokjes, en 's avonds zoeken we ze op internet

Vogezen

Zeker de Petit Saône en het daarop -althans van uit het zuiden gerekend- het daarop volgende Kanaal van de Vogezen, dwingt ons te leren varen in steeds nauwere vaarwateren -om over de tunnels en sluizen nog maar niet te spreken. Het landschap van de "mega"sluizen op de Rhône ligt achterons, langzamerhand raken we gewend aan sluizen van 5,05 m breed. Wel even ademhalen als je zelf 4,30 bent. De overgebleven 75 cm ben je toch snel aan de rijen stootwillen aan weerzijde kwijt. Voorzichtig manoeuvrerend, leggen we ons naast de trap om snel met de lijnen naar boven te klimmen ze vast te leggen en met een ruk aan de stang de zelfbedieningssluis in werking te stellen. Snel dan weer naar beneden om net als de deuren dicht zijn weer aan dek te zijn en allebei met een lijn in de hand de boot op haar tocht -naar boven; of naar beneden- te begeleiden. Het record ligt op 25 sluizen achter elkaar op de dag dat we de sluizentrap bij Epinay nemen. We hebben er in elk geval een stevige dag taak en inspanning aan.

Naar mate het water smaller en ondieper wordt neemt ook de vogelwereld steeds meer toe. Na de flamingo's bij onze start raken we steeds meer gewend aan de "rovers om ons"heen in de gras en akkerlanden om ons heen, de zwanen en ganzen, de ooievaars, reigers en de talloze zangvogels, en meest noordelijk op de maas de talloze ijsvogeltjes. Er gaat een wereld voor ons open naar mate we dichter bij het "hart"van Europa komen.

Een nadeel heeft die waanzinnige natuurexplosie wel, hoe ondieper het vaarwater, hoe meer waterplanten we oppikken. Meer dan een week hebben we er een klus aan. Tweemaal per dag moet het wierfilter open, voldoende voor weer een maaltje "erwtensoep". Regelmatig loopt de snelheid terug, gaat het roer schokken. Er zit weinig anders op dan de snelheid er helemaal uit halen, roer ophalen, achteruit slaan en weer opnieuw voorzichtig vooruit. Tot de volgende vijver vol planten. Dan begint het feest weer opnieuw. Midden door de Vogezen loopt de waterscheiding van een aantal Europese rivieren. De Moezel naar het oostenrichting het stroomgebied van de Rijn, de Rhône en de Saône naar het zuiden en de Maas in noordwestelijke richting.  Het is bijna of over die zelfde lijn ook de scheiding van de klimaten plaatsvindt. Ineens, na maanden zonnig en droog weer -op een enkele "giga"onweerbui na- gaan we over in veranderlijk weer, bewolkte dagen en een temperatuur die ook hoogzomer al snel een aantal graden lager ligt.

Langzaam aan, het loopt inmiddels tegen eind juli, naderen we de Belgische Maas. Na een ochtend vol mist, de eerste in jaren "aan boord", varen we onder de Maasrotsen van Dinant en Freyr langs. Ooit, 37 jaar eerder hebben we die nog samen bestormd. Een paar uur later valt ons reisplan ineens voor dagen stil. In Luik wordt een nieuwe brug op zijn plaats getakeld. Alle scheepvaart is het hele weekend gestremd. pas na drie dagen mogen we er weer langs. Dan is het nog maar een paar dagen. We weten dat er rond de 21e een kijker langs wil komen voor de boot. We krijgen haast. Immers voor die tijd moet nog wel de boot worden leeggehaald, opgeruimd en schoongemaakt. Nog drie dagen zakken we verder de Maas af. Na een dag stromende regen op de Limburgse Maas gelukkig verder in de zon op het Brabantse deel.

De laatste nacht aanboord brengen we door in de Biesbos. De plek waar precies 2655 dagen eerder onze wereldreis begon. De volgende dag eindigen we in Numansdorp. De dagen daarna zitten vol met inpakken, sjouwen, weggooien, opruimen en bezoekjes van de makelaar.

Als onze bezoeker de 21e na een half uurtje van boord is gestapt weten we het al snel. De boot is verkocht.

Met een weemoedig gevoel ruimen we de laatste zaken op. Het is fantastisch geweest. Ze heeft ons overal gebracht. We hebben waanzinnig veel gezien, maar zeker onze tocht door Europa heeft ons ook een heel mooi slot aan de reis bezorgt.

We zijn klaar met de oceanen, maar hebben nog heel veel zin in het binnenland.                                     

    

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.