Rhythm of Life onderweg

20082009201020112012

MaleisiëThailandRode ZeeTurkije

Turkije

Een nieuwe fase in onze rondreis; dichter bij de kinderen, dichter bij de rest van de familie. Dingen veranderen, vaker naar huis, minder grote trajecten.

De eerste stappen op Turkse bodem zetten we in het gruis van het haventerrein, twee weken lang schuren we, schilderen we en zoeken we experts voor de revisie van de roer en zwaardhydrauliek en de haperende keerkoppeling.

Het schilderen is na een week klaar. De revisie van de roer en zwaardhydrauliek en de keerkoppeling levert meer problemen op. Het is druk en er is niemand beschikbaar die er naar kan komen kijken. Met de bijboot hebben we meer geluk. In een week tijd zijn alle lekkende naden en de loszittende onderdelen weer vastgelijmd.

Gaandeweg ons verblijf op de wal wordt duidelijk dat de verfschade door de roest en ijzervijlsel wolk die we op de Belem hebben opgelopen op het hele dek en opbouw is terug te vinden. Sevenstar acht zich verantwoordelijk en wil het heel graag oplossen. Afspraken over een "top tot teen"schoonmaak zijn gemaakt.

Ondertussen brengen we met Ingeborg en Dirkjan een bezoek aan Efeze. Feitelijk het "derde" Efeze. Hier was het dat de zilversmit Demetrios in het grote theater de Efeziërs tegen Paulus op hitste. Het is imponerend te zien wat er al is opgegraven van de het theater en de termen, de Celsus bibliotheek, de agora's, de Mariakerk, waar ooit Maria in 431 de titel Theotokos, Moeder Gods, kreeg. Uren dwalen we door de ruines van deze ooit zo belangrijke havenstad.

Als Ingeborg en DJ weer terugvliegen is ook ons "hotel"verblijf in Marmaris voorbij. We leven de auto in en gaan in de marina, 10 km buiten de stad, weer aan boord wonen. Even behelpen na de luxe van ons vakantieverblijf, maar het went al weer snel.   

Eigenlijk kunnen we het water in. Toch blijven we nog even op de wal. Eerst moet de roestschade hersteld worden. Na veel rapportage en mailverkeer wordt besloten Anker Group in Marmaris, de opdracht te geven de roest schade te verhelpen. Een eerste proefstrook met Methanol ziet er veel belovend uit. Wat uitzoek werk op internet geeft aan dat het een voor verfwerk en aluminium betrekkelijk milde oplossing is. We geven het een kans. Drie dagen later mag er gestart worden. Na wat heen en weer gemail verschijnen 3 man die met rappe hand een stof uitstrooien en bevochtigen. In de aanloop denk ik nog dat het een schoonmaak/schuurmiddel is. Van de methanol vinden we geen spoor. Christien vertrouwd het niet en spoort me aan de bus "VIM" eens nader te bekijken. FOSFORZUUR!!;CORROSIVE on metal!!. Verbijsterd laat ik het werk onmiddellijk stilleggen. Als ze even later de opgeloste fosforzuur met veel water door het gangboord weg spoelen waar ze net daarvoor de genua hebben neergelegd, ontplof ik helemaal. De werkploeg druipt af. Het aluminium van de romp vertoont inmiddels een kleurrijk geëtst beeld. De middag wordt verder besteed aan een nieuw mailverkeer met Sevenstar die nog steeds geldt als opdrachtgever van Anker Group. Eigenlijk hebben we er geen vertrouwen meer in. Zeker niet nadat ze Sevenstar verzekeren dat het proefstrookje ook al met de verdunde fosforzuur was gedaan. De betreffende jachtachitect van de Anker Group heeft me op het moment dat ik er bij het experiment naar vroeg gewoon voorgelogen.

We winnen, nogmaals advies in bij de werf en bij een tweetal schilder/polish bedrijven. Het oordeel is unaniem. Chemische oplossingen hebben geen zin; schuren en overschilderen. In overleg met Sevenstar vragen we offertes en aanpakplannen. De volgende dag hakken we de knoop door. Dek, kuip, achterplatform en dergelijke zullen worden kaal gehaald, van hun roest ontdaan en opnieuw worden geschilderd. Sevenstar draagt het grootste deel van de kosten;wij de rest.

De dagen daarna zijn we druk in de weer. Alles, lijnen, zeilen, loopplank en dergelijke moeten van dek af. Zodra eenmaal alle luiken van het dek zijn en ze gaan schuren kunnen we niet meer aan boord leven. 14 juni vliegen we naar huis. 5 weken later, bij het eind van de klus vliegen we weer terug; op tijd om de boot rond 1-8 weer in het water te leggen. Eindelijk kunnen we dan gaan zeilen in de Med. 

Het is triest, maar de gang naar huis heeft naast de vlucht voor het schilderwerk ook een tweede, eigenlijk belangrijker reden. Het gaat heel slecht met mijn vader, Papa Jan. De dagen thuis zullen we er zoveel mogelijk voor hem zijn.

Onze laatste week aan boord, de eerste week van het schilderproject, heeft nogal wat voeten in de aarde. De gehanteerde methoden zijn wat onorthodox, de samenwerking met ons is cultuurbepaald lastig. Twee vrouwen, het blijkt zelfs voor een Turkse ondernemer in een druk bezocht toeristengebied, lastig er gelijkwaardig mee om te gaan. Hoe vaak ik bepaalde technische aspecten ook uitleg,-"neen, alle beslag is in draadgetapt vastgezet aan het dek"-, ik word nauwelijks geloofd; zo blond ben ik toch niet! Op een dag staat een man met een snijbrander de aan dek geschroefde preekstoel -de bedrading van de boordlichten zit er nog in- te verhitten. Kennelijk gelooft hij in het laten "schrikken" van de gecorrodeerde metalen. Ik weet wel wie er geschrokken is; niet het betreffende boutje in elk geval. Als ik hem uitleg dat ik er de voorkeur aangeef het boutje eerst met een schroevendraaien los te draaien of in geval van nood uit te boren, of in de laatste plaats, voorzichtig met een "schildersföhn" te bewerken stapt hij met veel misbaar, met meenemen van zijn snijbrander, in zijn auto. Nooit meer teruggezien, gevaar geweken. Eigenlijk komt de hele week neer op toelichten dat ons inziens een "verfherstel en ontroest"klus niet het zelfde is als een "totale renovatie". Als we aan het eind van de week terugvliegen is het hele dek weer kaalgehaald, liggen de zeilen opgeslagen, is de buiskap ter reparatie bij een canvasshop ondergebracht. Met een wat zwaar gevoel laten we de boot achter. Het kan niet anders, maar het blijft toch je huis, je troetelkind.

Eenmaal terug in Nederland vervliegt de tijd. De 21e juni overlijdt papa, Vader Jan, de 28e is hij gecremeerd. We zijn er voor hem de dagen voor zijn overlijden. Eindelijk vindt hij de rust waar hij al zo lang naar verlangde.

Ondertussen worden we door de schilders in Turkije met foto's op de hoogte gehouden van het project. De wekelijkse fotoshoot roept telkens weer tegenstrijdige reacties op. Dan weer klimmen we in de mail om zaken na te vragen, recht te zetten. Dan weer stelt het ons gerust; voor een paar dagen. Zorgen maken op afstand is vermoeiend.   

Aan het begin van de vierde week juli vliegen we terug. Het project moet nu vrijwel afgelopen zijn. Het is spannend wat we aan zullen treffen. Tegen de schemer, rechtstreeks van het vliegveld,  klimmen we aan boord. Zo op het oog, in grote lijnen ziet het er heel behoorlijk uit; zelfs de foute spelling van de naam is alweer rechtgezet.

Als we de volgende dag een detailrondje maken voor de schilder en montageploeg weer aan boord verschijnt wordt duidelijk dat er afgezien van het zo op het oog redelijke resultaat nog wel een paar puntjes te bespreken zijn. Na twee dagen bevat onze lijst zo’n vijftig punten –de vele schuurbeschadigingen en vingerafdrukken tellen we gemakshalve voorlopig maar voor één.

We zijn niet gemakkelijk, of misschien is het ook eigenlijk gewoon niet makkelijk, weer leven aan boord terwijl de winkel nog wordt verbouwd. Bij het schuren heeft men verzuimd de bergbakken af te sluiten; een stofbende is het resultaat. We laten het ze zo goed mogelijk opruimen; twee dagen werk.

Het is lastig, een project dat qua einde, iedere dag lijkt op te schuiven. Met angst zien we de 1e augustus naderen, het moment dat we contractueel weer het water in moeten. Gaandeweg rijst een nieuw probleem, een deel van de antislipverf droogt te langzaam en beschadigd al zodra je ernaar “kijkt”.

Als de allerlaatste julidag daar is, zijn vrijwel alle “puntjes” inmiddels opgelost, er rest nog maar een ding. De harding van de anti-slipverf is nog steeds onvoldoende. We houden een deel van de aanneemsom vast voor er helderheid is over het vervolg. De warmte, het cultuurverschil tussen de Turkse mannen en de twee dames/opdrachtgever; feit is dat het leven op de wal niet volledig spanningsloos verloopt.

Eindelijk, 1 augustus, kunnen we het water in. We blazen het stof van ons af en kunnen eindelijk zelf aan het werk. Het vraagt een paar dagen, maar dan staan de zeilen erop, heeft de generator gedraaid, is de navigatieapparatuur getest, staat de watermaker aangesloten. Alleen de boegschroef laat ons nog in de steek. We zijn het gewend helaas, al 9 jaar.

Gefoerageerd en met volle watertanks verlaten we na een paar dagen de haven. De eerste stop is Ekincik. Eindelijk in vrijheid weer eens voor anker. De volgende dag meteen bezoeken we met een Amerikaans stel de opgravingen in Kaunos. Het is een leuke dag uit, alleen het restaurant waar we ons middagmaal gebruiken valt wat buiten ons budget. Een vast gegeven bij excursies, er is altijd wel een aap die in de loop van de dag de mouw uitkomt; een extra duur restaurant, een leerfabriek, bontwerkplaats, chocolade makerij, pottenbakken, weven, gipsen beelden. Geen excursie zonder "te dure houten klompjes".

Als we de volgende dag aan de wal brood willen halen laat de bb-motor ons in de steek. Christien gaat met de kano. Hoe ik ook doe ik krijg er geen muziek in. Merkwaardig, in Azie, 3 maanden eerder deed de bb-motor het nog goed. De volgende dag na een nachtje slapen zet ik er weer mijn tanden in. Weer geen resultaat, nu alleen de carburateur nog; ik heb er voorlopig nog geen moed voor. Het zit me niet lekker, de volgende dag maak ik nogmaals het hele brandstofsysteem schoon; nu met carburateur. Bingo, de boel loopt als een zonnetje.    

Een paar dagen later liggen we in Fethye, met de bijboot gaan we naar de kant voor boodschappen. De bb-motor doet het prima; althans tot Christien er de volgende dag weer mee weggaat en terug moet roeien. Geen nood, eenmaal starten en de boel werkt weer. Tot, het wordt eentonig, Christien de volgende dag weer weg wil met de boot. Toch maar weer de kano.

 

 

 

 

 

Via Gemiler Adasi reizen we verder naar Yesilkoy Limani. De bb-motor blijft grillig in het doen. Het brandstofsysteem ken ik inmiddels met mijn ogen dicht, de carburateur kan ik afstellen, zelfs boven het open water achter de boot. Radeloos spring ik nog een keer in het kleine bootje. Ik demonteer de “noodstop” onderbreker, schuurpapiertje, weer monteren en de zon schijn weer. Dezelfde middag, zelfs nog een keer. De aanhouder wint. De truc werkt, keer op keer op keer. Dat wordt wat in 2014.

Op een dag als ik bij het wegvaren de bijboot onder de beugel omhoog hijs glijdt ik volledig onderuit. Met een onzachte dreun land ik met mijn stuitje precies op een van de aanlegklampen; een maand later kan ik pas weer gewoon zitten zonder "donut" onder me. Het antislipdek is, vochtig, gewoon spiegelglad.

Het varen langs de Turkse kust is onvergelijkbaar met alles -behoudens dan de Spaans/Portugese zuidkust- wat we op onze wereldreis onder ogen hebben gehad. Bijna permanent liggen charterboten boven op ons geankerd; gullets, de Turkse hotel en dagtripboten vrijwel naast ons in de baai.

Het heeft wel wat, twee vrouwen in bikini op zo’n boot. Belangstelling in overvloed. We denken er altijd maar bij dat de mannen beneden op de bank liggen te slapen.

Heel even zijn we weer terug in Europa. Op weg van Yesilkoy Limani naar Kekova roads, Ucagiz Limani varen we door de wateren van het Griekse Kastellorizon; een Grieks eiland bij verdrag uit 1928 op een steenworp van de Turkse kust. Even Europa, voor een paar uurtjes, voor het eerst in vijf jaar.

Na een week Ucagiz Limani varen we door naar Finike, onze winterplaats voor het komend halfjaar. We zetten een voorlopige puntkomma achter het schrijfwerk en brengen de boot weer in de winterstand. We raken er dit jaar bedreven in; het in en uitpakken. Levert wel op dat het allemaal lekker vlug gaat, dat we toch nog tijd vinden voor wat achtergrond verkenning.

Een huurauto brengt ons een dag langs de kustweg terug naar de ruines in Myra -St Nicolaas-, de knusse steegjes en restaurantjes van Ucagiz Limani sierraden en de aflopende -einde toeristenseizoen- drukte in Kas. Zo'n blik vanaf de binnenkant is verrassend; we rijden door een van de grootste kasgebieden -groente en fruit- van Turkije.

 

Het verfprobleem is nog lang niet opgelost. Als we een maand na de oplevering de plekken fotograferen waar de verf is weggeslagen, opgelost, opgerold of afgeschuurd, hebben we bijna 100 foto's -het was maar een globale indicatie-. Contact met International/Akzo Nobel, de moeder van onze verf laat helaas zien dat het nooit meer goed gaat komen. De verf is -ondeskundig- "gespoten" in plaats van "gerold"; zelfs het Turkse informatieblad laat er geen misverstand over bestaan. Een nieuwe emailronde gaat van start.

Na twee weken Finike nemen we afscheid van ons culinaire paradijs. De Turkse keuken en de keur aan gerechten zijn we de afgelopen maanden steeds meer gaan waarderen. We sluiten ons drijvende huis/zzp busje af en vliegen in het holst van de nacht voor zes maanden terug naar Nederland, voor we in 2014 de draad weer op gaan pakken.

Plannen voor de komende maanden in overvloed; eerst een nieuw kleinkind binnen een paar weken,  voor we de contacten met familie, vrienden en kennissen meer leven in blazen, nieuwe artikelen posten, boeken bij uitgevers neerleggen en een nieuw reisblog gaan schrijven. 

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.