Rhythm of Life onderweg

20082009201020112012

MaleisiëThailandRode ZeeTurkije

Op weg door ... Thailand

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We verlaten Langkawi. Na het uitklaren kunnen we op weg naar Phuket, Thailand, 100 mijl verderop, waar we weer willen inklaren. We varen van eiland naar eiland in het uitgebreide eilandenrijk van de Andaman zee. De eerste nacht brengen we door bij Koh Taratoa. Een mooie rustige baai pal tegenover een natuurreservaat. Een heftig onweer met veel wind en bakken regen- we liggen nog pas net vast- laat ons zien dat het niet altijd mooi weer is op onze tocht. De laatste 14 dagen hadden we nauwelijks meer regen en onweer. Nu weten we weer dat het ook anders kan.

Vanaf Koh Taratao hebben we hemelsbreed nog ongeveer 100 mijl te gaan naar Phuket. Het is verrassend, telkens als we een stuk van het traject hebben afgelegd opent er zich een nieuw stukje circus voor ons. Liggen we in Taratao nog vrijwel alleen, bij Koh Ngai blijken er net als we willen gaan snorkelen ineens drie toeristenboten vol duikers en snorkelaars hetzelfde plan te hebben. De ankerboeien zijn waardeloos. We drijven voortdurend boven het koraal en lopen zelfs met een opgetrokken roer en zwaard iedere keer opnieuw aan de grond.

We varen door naar Koh Phi Phi. Naïef varen we de mooie beschutte baai in. Een compleet panorama ontvouwt zich voor ons. Tientallen toeristen”strijkijzers”, boten met duikers en snorkelaars, traditionele "longtails" varen kriskras door elkaar de baai in en uit. Als we de volgende dag op weg naar Phuket gaan, ons laatste traject, gebeurt het weer. Dezelfde snelle boten, golven trekkend met gas op de plank, snellen ons voorbij. Eindelijk kunnen we een dag –langzaam- zeilen. De boot rolt heen en weer, telkens als weer zo'n golventrekker passeert, wordt de bootsnelheid tot bijna nul afgestopt.

Het inklaren is een efficiënt maar papierverslindend proces. Christien schrijft haar vingers blauw met het invullen. Na een uur kunnen we door, achter ons een rij van nog 5 jachtbemanningen met hetzelfde plan.

Na bijna 5 weken varen is het doel gehaald –Phuket- van ons transport begin april is nog niets bekend.

Als we klaar zijn met inklaren kunnen we Phuket in, noemden we Kho Phi Phi in een mail aan de dochters al Sodom en Gomorra, wat we hier in de hoofdstraat aantreffen op onze weg van het strand overtreft alles.  Een aaneenschakeling van duikshops, dat gaat nog, en barretjes; de muziek golft over de straat. Bleke Engelse toeristen, zwaar getatoeëerd, model voetbal zwerven al rond de bars. We hebben zin in een fruitsapje, vega-naief als we zijn. Helaas, daarvoor zijn deze bars niet ingericht, bier en sterke drank, de espresso machine is kapot. Pas honderden meters verder treffen we een markt, eethuisjes en een geldautomaat.

Zuid van Phuket ligt de baai Nai Harn. Een van de zwaar getroffen tsunamibaaien. Ooit hebben we geld gestort voor de wederopbouw. Een mooie gelegenheid eens te zien hoe het strand er bijligt, 8 jaar nadien. We varen met de bijboot naar het strand en lopen wat. Het is lastig uit te maken hoe het ooit is geweest, foto’s die we hebben van voor de tsunami zeggen niet zoveel. Het oogt verlopen veel meer kunnen we er niet van maken. De dag voor de tsunami, Eerste Kerstdag 2004, lagen bijna 170 jachten in de baai, waren alle standstoelen bezet, hotels overvol. Nu ruim acht jaar later, liggen er 17 boten, zijn de stranden maar dun bezet. Meervoudige pech zo te zien. Eerst de tsunami, toen de angst bij de toeristen, de teruggelopen wereld economie en de –althans voor jachten- vrijwel afgesloten Rode Zee. Geen jacht komt meer in deze baai, ooit springplank naar Sri Lanka, Rode Zee en Egypte.

Frêle en bevallig komt ze op ons af. Goed verzorgt, haren opgestoken vraagt ze onze bestelling. Dan pas valt het op, haar zware stem, haar grote handen. Na maanden Maleisië, een land, wat dat wat dat betreft nog in de middeleeuwen leeft. Een land met islamitische wetten. De Sharia die mannen verbied zich als vrouw te kleden, die homorelaties verbiedt waar zelf hand in hand lopen al kwetsbaarheid geeft. Na maanden Maleisië voelt het als een opluchting. Hier worden ze niet vervolgd, hier is net als in Samoa, India en een groot deel van de westerse wereld, ruimte voor hen. Eenmaal west van de Pakistaans-Indiaase grens stopt de tolerantie weer. De islamitische wereld, Afghanistan, Iran, Centraal Turkije kent geen begrip voor deze “overgangs”mens.

Ze helpt ons met enthousiasme, vol vrouwelijke gebaren. Een genot om te zien, ze is op haar plek. Overal in Thailand, vooral in grote steden en toeristen gebieden, kom je ze tegen, de honderden ladyboys, transgenders. Hier langs het strand vinden ze werk in horeca, naast de massagebanken. Elders ook als danseres of noodgedwongen als prostitué. Ze hebben maar één doel, geld voor hun verdere hormoonbehandeling. Het doet ze goed, ze zien er leuk uit.

Vlak achter de talloze eethuisjes staat een groot Boeddhistisch complex. Er wordt druk gerestaureerd. In de hitte en het vocht in andere maanden is het moeilijk de wit gekalkte muren vrij te houden van zwarte schimmels; bladgoud bladdert van de beelden. We horen een monotoon stemgeluid, bijna als of een mantra wordt gesproken en honderden keren wordt herhaald. Als we -slippers uit, de marmeren tempelvloer gloeiend heet- een blik naar binnen werpen zitten honderden monniken in spé, op de grond. Hun hoofd net geschoren, hun fel geel/oranje monnikskleed  keurig opgevouwen  voor ze op de grond. Het lijkt een inwijding, sereen en ingetogen. De voorganger monnik prevelt de mantra verder, in kleermakerszit, aan het hoofd van de zaal.

Een snoeiharde thermische wind (compensatiewind) dwingt ons terug naar de beschutting bij Ao Chalong en vandaar, na verse boodschappen, door naar Ao Yon, vlak voor de deur van de Sevenstar agent. Twee dagen later, de tanks weer vol water, lichten we het anker weer. Er is nog steeds geen nieuws over transport en laaddata. We gaan nog maar een rondje door de noordkant van de baai van Phuket maken.

Wat normaal een makkie is, ik trek doorgaans alleen even een oud shirt aan, is nu een chaos. Op het moment dat ik de ankerketting ophaal blijkt ie volledig in de knoop te zitten. Ik haak een pikhaak in de kluwen en wordt meteen naar beneden getrokken. Met mijn borstkas kan ik nog net op het opstapje van de preekstoel steunen. Met moeite schreeuw ik naar Christien dat ze met de ankerlier de ketting verder binnen moet halen. Heel langzaam, met kleine beetjes krijg ik weer wat meer lucht. Het is maar een meter of zes diep, maar toch, de knoop vol lussen in de ankerketting waar de pikhaak in vast zit komt maar heel langzaam om hoog. We hebben er een warboel van gemaakt. De ketting zit in de knoop, de reklijn waarmee de spanning van de ketting van de lier wordt gehaald zit er door heen en als kers op de taart zit er ook nog een kleine dreg in de ketting gehaakt.

Het leek zo slim, een veelvuldig eerder beproeft concept, terwijl we in het ondiepe water ankeren tussen een rij mooringboeien en de boeitjes van een schaaldierenkwekerij leggen we het anker aan een korte ketting en beperken de draaicirkel door alle resterende ketting die we aan boord hebben er in een grote berg naast te laten zakken. Afijn, na een uur is de knoop ontward en kan ik weer lucht in ademen. Even was ik bang net als bij Juan Fernandez, Chili, verstrikt te zijn geraakt in tsunamiresten op de bodem van de baai.

Koh Naka Yai, 4 uur later komen we er aan. Hier gaat tzt ook de boot geladen worden. Een mooi eiland. Na vertrek van de laatste toeristen boten daalt een serene rust over ons. We liggen er met drie schepen, wel zo veilig met alle ramen en luiken open in de nacht.

Nauwelijks 2 uur verder gaat de volgende dag het anker er weer in, Koh Phanak. De ankerbal is nog maar nauwelijks gehesen of de toeristenboten, afgeladen met kano’s dit keer, stromen de baai in. Hup anker erin, tien kano’s het water in. Twee toeristen er in en een Thai er bij voor het peddelen. Ze mogen een halfuur langs de grotten dobberen. De baai ten noorden van Phuket is befaamd  om z’n bizarre kalkzandsteen formaties, torenhoge eilanden vol loodrechte wanden, aan de onderkant uitgesleten en getooid met grotten en holen en sinistere overhangen vol mysterieuze stalactieten. Tijdens hun lunchpauze gaan wij met de bijboot ook de grotten langs.

De nacht is eenzaam en alleen. Ik heb het er niet op. Nog geen zes weken geleden werden vlakbij twee jachten beroofd. Overdag welles waar, maar of dat in de donkere nacht een geruststelling is, is nog maar de vraag. Een traditionele longtail ploft en pruttelt langdurig in onze buurt. Ik houd het er maar op dat hij vleermuizen zoekt.

Vroeg, nog voor anker, zien we –Christien- ineens apen spelen bij laag water op het drooggevallen strand. Ze zijn fors. Een groep van 17 stuks, vrouwen, kinderen, jong-volwassen mannen onder leiding van een groot uitgevallen man. Ze dollen op het strand, spetteren, sprinten door het lage water en, verrassend, graven in het modderzand naar schaal en schelpdieren.

Nauwelijks zijn ze weer door hun kloof naast ons omhoog geklommen of het water komt op. Een kwartier later vaart de eerste toeristenboot alweer  de baai in; een nieuwe kanodag in het verschiet.

Nog vol van de apenfamilie vertrekken naar Koh Daeng Yai. Het eiland naast Koh Ping Kahn, James Bond eiland. Hier werd de film “Man with the Golden Gun ‘’ opgenomen. Het is warm, binnen meer dan 35 gr, het voelt er ondanks alles koel aan. Buiten is het 40+, bikini weer (althans in de schaduw). We naderen april, in deze omgeving de warmste maand van het jaar. 

Het noordelijkste deel van de baai is ondiep, rond 2-4 meter. De kaart is slecht, diepere geulen zijn niet in kaart gebracht. Min of meer op de tast zoeken we onze weg door het troebele rivierwater. Als we  de diepe geul snijden kunnen we weer noordwaarts. We zijn op weg naar Koh Pan Yi, een vissersgemeenschap helemaal gebouwd op palen. Het dorp ligt aan de rand van de mangrove. Het is een streng islamitische gemeenschap. Geen afspiegeling van de Thiase samenleving. Het is zondag, voor deze moslims een gewone werkdag. Als we aan komen varen schittert de “gouden” ui op de moskee in de zon. Het is druk met toeristen. Bootjes vol bezoekers, veelal traditionele longtails met hun ongedempte motorlawaai  schieten lang ons heen. Het is net een druk kruispunt vol optrekkende vrachtauto’s; normaal zou je in een hotel een rustiger kamer aan de achterkant vragen. Wij hebben geen keus.

Na nog een dag Koh Pan Y varen we weer zuidwaarts. Ons noordelijkst punt in de baai is bereikt.

Voor we omdraaien gaan we nog een keer naar Koh Pan Yi. Er zijn nu meer toeristen, we voelen ons minder bekeken. We eten er wat en gaan weer aan boord. Zodra de stroom kentert, zakken we af naar het zuiden. Geleidelijk neemt de diepte weer toe en zijn we minder aan de -niet gekarteerde- geul gebonden.

De dagafstanden zijn klein. Er is nog steeds geen bericht over ons jachttransport. We hebben dus tijd genoeg. Via Koh Yahu Noi en Koh Yao Hyai varen we terug naar Phuket. Deze kant van de baai is duidelijk minder druk bezocht, noch door toeristenboten noch door jachten. Tegen de avond gaan we bij Koh Yahu Noi, voor een groot ressort, voor anker. Er liggen meer boten, een veilig gevoel.

De volgende middag gebruiken we het zelfde recept. Wachten tot de stroom kentert en varen daarna zuidwaarts tot de duisternis valt. Bij Koh Yao Hyai gaat het anker erin. Ook hier zijn we niet alleen. We blijven twee dagen liggen.

Al vrij snel na het ronden van de noordpunt van het noordelijkste van deze twee eilanden stoppen de mystiek steile wanden, de druipsteen grotten, de verborgen baaitjes en poeltjes. Na alle spectaculaire eilanden aan de westkant van de baai, zijn deze eilanden eerder lieflijk of zelfs saai.

Weer terug in Phuket varen we door naar Ao Chalong, twee dagen lang eten we een hapje in ons inmiddels favoriete restaurant, vullen onze verse voorraden weer voor een week aan en kopen we weer wat nieuws voor onze, mijn schuld, uitpuilende kleding kast.

De week eindigen we bij Ao Yon. We hebben weer water nodig en weten ons bij Chris, de Sevenstar agent, welkom.

Inmiddels hebben we ook een eerste (eigenlijk inmiddels alweer tweede) zeer globale planning voor het verschepen van de boot. De laatste versie, met alle slagen om de arm, is dat de boot de 15e in Singapore wordt verwacht; ergens tussen de 18e en de 22e in Phuket. Daarna begint het laden van de jachten. Vermoedelijk duurt dat een dag of 4-5. Na het laden komen we dan voor een korte periode naar Nederland. Half mei worden we weer in Turkije verwacht voor de formaliteiten aldaar.

Thailand; Meer Foto's


Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

 

 

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.