Rhythm of Life onderweg

20082009201020112012

MaleisiëThailandRode ZeeTurkije

Na gedane rust weer op weg door ...... Maleisië

Na een vlotte vliegreis, landen we al na 12 uur in Singapore. Maar een halfuur vertraging bij de start; sneeuw en kilometersfiles blijken uit eindelijk toch mee te vallen. We vinden zelfs nog gelegenheid een halfuurtje bij vader Jan langs te gaan; een nieuwe poging na ons bezoek vijf dagen eerder toen we afscheid kwamen nemen en hij net na een val zijn pols bleek te hebben gebroken; een middag ziekenhuis, in plaats van afscheid nemen.

De rit van het vliegveld naar de boot verloopt snel. De chauffeur heeft voor hij ons oppikt de onderdelen van de nieuwe rolfokinstallatie al opgehaald zodat we meteen, voorzien van 120 kilo bagage en een 2 meter lang pakket tuigagedelen, bij de boot kunnen worden afgezet. We vertellen hem uit een besneeuwd Europa te zijn vertrokken. Niet-begrijpend kijkt hij ons aan? Snow? White frozen rain, verklaren we hem.

Het contrast is groot. De torenhoge gebouwen, de glitter en glamour in het “Finance District”; de hoge torenkranen, vertegenwoordigers van een, zelfs bij ZO Aziatische teruggang nog overkokende economie. Hoe anders dan in ons eigen land twaalf uur eerder, zwoegend in de sneeuw en tegenwind van de economische crisis; de bouw op z’n gat.

De boot is van binnen vrijwel schimmelvrij, een meevaller in de overvochtige atmosfeer. Van buiten is het dek helaas roetzwart en groen (algen) uitgeslagen, de corrosie heeft stevig huis gehouden, sommige onderdelen zijn gewoon doorgeroest en uitgeslagen.

120 kilo bagage levert veel uitpakwerk; na twee dagen heeft de tweede vouwfiets een plek gekregen naast haar soortgenoot –meer dan vijf jaar waren ze gescheiden-, ligt de kleding weer in de kasten, heeft 10 kilo yoghurtpoeder een bergplek gevonden en zijn weer aangevuld. Wonderwel lukt het de vervangende hoofdschakelaar van het 12v boordsysteem snel te vervangen; de koelkast vraagt meer tijd, pas na twee dagen en een klodder epoxy lijkt het systeem weer te werken. Bij ons volgende Nederlands verblijf moet de koelwaterpomp beslist worden vervangen, zelfs het reserve exemplaar zit muurvast door de corrosie.

Stap voor stap wennen we weer; de warmte, de vochtigheid, de ruimte aan boord. We ruimen veel op en maken plaats zodat we weer kunnen zitten, koken, slapen en leven.

Een memorabele week; na bijna vier dagen noeste arbeid is de nieuwe rolfokinstallatie weer gemonteerd en gespannen. Een hele klus, in de warme zon, vol met uitvogelen, uitboren en weer in elkaar schuiven. Het is al snel nadat de rolinstallatie op de grond ligt, duidelijk dat de beschadiging gigantisch is; waarschijnlijk al in de eerste minuten van het losslaan in de Torresstrait, 7 maanden geleden, ontstaan. De installatie ligt in een grote bocht op de steiger, hoe we ook draaien, er is niets meer recht aan te krijgen.  Het eindresultaat 4 dagen later mag er zijn; kaarsrecht ligt de nieuwe installatie op de steiger.. Na meer dan 7 maanden als een “Lamme Eend” kunnen we nu weer vooruit als een Trotse Zwaan; een belangrijke mijlpaal in ons Maleisisch verblijf gehaald.

Het werk vordert gestaag; we brengen ordening in de resterende levensmiddelen en puzzelen uit wat er de komende weken moet worden aangeschaft, herstellen alle naden en ritsen van de grootzeilhoes en de bimini, monteren een extra koolfilter in het drinkwatersysteem,  proberen de nieuwe navtex antenne uit (de gebruiksaanwijzing mist wat bladzijden) en bevestigen een nieuw motorbedieningspaneel voor de Volvo, wekelijks werken we de website bij; een nieuwe column, laatste avonturen, verse foto’s. De twee eerder ingeleverde artikelen voor Zeilen gaan wederom, nu aangescherpt en gecorrigeerd op de post. Dagelijks redigeer ik een paar bladzijde van het nieuwe boek en schrijf wat nieuwe Maleisische impressies.

Twee keer per weken hebben we een uitje; op dinsdagavond gaan we voor de verse spullen, vooral fruit en groente, naar de avondmarkt, donderdags kunnen we naar de iets verder gelegen shopping mall, de gelegenheid om droge levensmiddelen in te slaan. Al sinds we terug zijn staat de shopping mall in het teken van het Nieuwjaar, lampionen, banieren, afbeeldingen. Het hele winkelcentrum is roodgekleurd

De koelwaterpomp van de koelunit blijft voor problemen zorgen; het in en uitbouwen wordt een wekelijkse routine, het resetten en afkoelen een dagelijkse. Naarstig zoeken we een mogelijkheid ergens in de wereld, betaalbaar,  een nieuwe pomp te kunnen bestellen en naar ons toe te laten sturen.

De eerste dag na onze terugkomst uit Nederland, half januari heeft Christien ijverig de gangboorden, dek en kajuitdak geschrobd. Nu, twee weken later, dringt pas tot ons door waarom de boot zo vies was en ook nu weer zo snel zwarter wordt; alsof je langs een snelweg ligt. De dagelijkse noordoost moesson voert al maanden gestaag de smog aan van de bosbranden op Kalimantan/Borneo; de nagenoeg dagelijkse buien doen de rest, neerslaan op ons dak en dek.

Het valt ons op dat de temperatuur overdag en 's nachts belangrijk lager ligt. Smolten we in augustus / september nog regelmatig met temperaturen boven de 30/32 graden, deze weken hebben we te maken mat temperaturen rond de 27 graden. Een stuk aangenamer.

Hoewel, sinds begin februari is het weer essentieel veranderd. Dagelijks zo tussen 13.00 en 15.00 betrekt de blauwe hemel tot een inktzwarte hel en begint een donderende regenperiode van enkele uren, soms zelfs de hele middag, om dan als bij toverslag om 20.00 te stoppen en volledig op te klaren. Februari heet een droge periode te zijn, met 170 mm in een maand is dat nog een dagelijkse regenportie van 6 mm; ik denk dat wij dezer dagen een veelvoud halen. De enorme regen maakt dat we zelfs ons rondje markt op dinsdag overslaan; dan nog maar een paar dagen blikvoer.

De beloofde lasser voor de preekstoel komt opdagen; helaas geen MIG of TIG lasser maar een die het gewoon met een laselektrode doet; zoals ik het zelf ook heb geleerd. Toch, hij hoeft maar een paar hechtlassen te maken, laten we hem maar zijn gang gaan. Later in de tijd zullen we het werk echter gewoon over moeten doen; met TIG apparatuur. Nu de preekstoel weer aan elkaar gehecht is, is ook de laatste schade van onze voorzeilroller verholpen. Hoewel de echte test is natuurlijk of het voorzeil nu ook nog goed omhoog kan.

We stellen de vraag niet te lang uit. In de ochtendwarmte slaan we de voorzeilen aan. Gelukkig loopt het hijsen van de rolgenua prima. Hiermee is de laatste hobbel in de weg naar herstel nu ook genomen. De rolkotter hijst zich als vanouds. Als het goed is zullen we hem in de lichte winden nauwelijks gebruiken; als reserve heeft hij afgelopen jaar op de 3000 mijl tussen Papua Nieuw Guinea en Maleisië zijn dienst echter meer dan bewezen.

Een van de “grote klussen” die nog op gepakt moesten worden was de reparatie van het stuursysteem. Helaas is het resultaat na een dag werk niet succesvol. Christien heeft met haar reparatie aan de buiskap meer succes. Na een dag, de laatste dag voor de regenperiode, in de hete zon, gezeten midden op de steiger met de buiskap om haar heen gedrapeerd was de oude dame weer opgeknapt; een nieuwe ruit, vernieuwde naden. Ze kan er weer een jaar tegen.

Ook het installeren van de nieuwe dieselfilters voor de generator verloopt vlot. De generator heeft zich tijdens het vorige traject erg gevoelig getoond voor de kwaliteit van onze diesel. Nu met drie hoofd/voorfilters in verschillende maten en één debugfilter tegen algen/schimmelgroei moet het gevoel van de generator toch wel erg gestreeld worden.

Dagelijks voeren we meerdere keren ons keuken afval af naar de vuilnisbak op de steiger; nooit laten we iets van etenswaren slingeren in de kuip en toch…….gebeurt het weer. Op een ochtend tref ik de zak met rattengif die ik voor een nachtje buiten de bergbak in de kuip laat staan aangevreten aan; plastic, karton en vooral veel rattenkorrels blijken ze opgegeten te hebben. Geen nood denk ik nog even na deze misdaad, tot de volgende ochtend een mooi rond gat in ons geblokte teak vloerrooster blijkt te zijn geknaagd. Een van ons heeft een nootje laten vallen. Als ik de volgende ochtend de kuip in loop na wat werk onderdeks, zit ie daar…. onze rat.

Met krachttermen werk ik hem overboord. Wat ik al wist, zie ik meteen, hij zwemt prima, zelfs om 10.00 in de ochtend. We beloven elkaar nog strenger te gaan worden.

Nog een paar dagen en het Chinees Nieuwjaar breekt aan. Het brengt me tot een extra column op de website. Elke middag, corrigeer ik columns, redigeer verhalen voor het boek en werk de website bij. Soms jaagt de regen me naar binnen maar, eenmaal creatief aan de gang doe ik het schrijfwerk toch liever buiten onder de bimini in de kuip.

We laten twee havenjongens ons onderwaterschip schoonmaken. Ze hebben er een stevige klus aan. Regelmatig moeten er hele oesters van flink formaat afgestoken worden.

Na bijna 5 weken vertrekken we dan toch echt. Het eerste doel, in dagtrajecten is Melacca/Port Dickson. Uiteindelijk varen we de komende 5-6 weken richting Phuket waar de boot eerste helft april op transport gaat naar de Middellandse zee.

Zoals vaker kost het moeite los te komen. Hebben we eenmaal de vertrekdatum bepaald, vlot het schrijfwerk even niet zo. Ik wil uiteindelijk eind van het jaar weer een reisboek bij de uitgever hebben liggen en werk ondertussen door aan een boek vol dierenverhalen waarvoor het licht ook gloort aan de horizon.  Nog maar een dag blijven liggen dan? Ik werk stug door en ben uiteindelijk toch niet ontevreden. Vertrekken maar dus. Het blijft een lastig dilemma, ochtenden werken aan de  boot, middagen schrijven. Soms loopt de klus uit en spuit de hydrauliekolie rond de lunch nog rond; soms droogt de pen op rond het middag uur en krijg ik de woorden niet meer op een rij.

De hele week zit vol laatste klussen. Met name de bijboot vraagt nogal wat zorg. Zorgvuldig ingepakt en in de was gezet 5 maanden geleden presenteert de dame zich nu plakkerig en vies. Christien heeft er een dag werk aan; Na drie dagen pas kan na wat ander plakwerk (de handvatten) de dame haar jas weer aan en opgehangen worden achter de boot.  Ook na een maand liggen is de boot weer modderzwart. Christien poetst dagen lang om het wit weer te laten glanzen; ze blijft de bosbrand neerslag gelukkig net voor.

We starten de generator, de boegschroef en de motor op. Bij controle van het uitlaatwater rol ik de steiger af en lig in het water. Christien ligt in een deuk als ze zich voorstelt hoe dit tafereeltje eruit zou zien als ik in mijn Samoaanse lavalava te water zou zijn gegaan.

Lekt ie wel, of niet, of toch wel, of toch eigenlijk niet? Na een week weten we het nog steeds niet. Als ik zondag net voor ik wil gaan schrijven nog even de motor een uurtje proefdraai blijken we een enorm stroomlek te hebben; voor een aluminium boot een heel groot gevaar (electrolyse). Vijf uur lang halen we alle elektrische reparaties van de laatste maand los en controleren het resultaat om het euvel te vinden. Pas als we de achterhut (ons bed), helemaal leeghalen vinden we in de accubak een defecte 230v druppellader. In één keer is het lek boven water; het herstellen van ons bed kost daarna als nog een uur.

Twee dagen later checken we de motor nog eens en zie daar, het stroomlek is terug. Niet goed voor onze relatie; in slecht humeur lopen we alle stappen nog eens langs; dit keer doen we het anders. We slopen niet eerst het bed maar meten eerst eens aan de polen van de twee diodebruggen; antwoord, in één keer is het lek weer weg.  Een raadsel, wie weet wat de volgende week ons brengt.

Een laatste poging de stuurhydrauliek onder controle te krijgen is eindelijk succesvol; of het echt een blijvend geluk is, zal de komende dagen als we varen, blijken. De prijs is hoog, nauwelijks sluit ik de slangen weer aan of een van de originele slangen (9 jaar oud) spuit volledig leeg; compleet doorgeroest. Typisch zo’n dag waarop je om 13.00 bijna klaar bent en pas tegen vieren de klus echt, althans voorlopig, achter de rug hebt.

Zoals zo vaak blijkt als we eenmaal vertrokken zijn blijkt er toch weer iets niet te werken. Dit keer krijgen we geen enkele positie in de kaart en doet de AIS het niets; gisteren  nog zo gecontroleerd. Gelukkig verschijnt als we een paar uur later voor anker liggen na wat prutswerk de positie weer netjes in de kaart. De volgende dag is de positie weer verdwenen; langzamerhand beginnen we ons af te vragen of de overvloed aan AIS gegevens het kaartprogramma en de positie aanwijzing soms verlamt.

Al snel na vertrek richting Port Dickson wordt duidelijk waar de storing in de gps/ais ontvangst vandaan komt. De honderden geankerde schepen op de rede van Singapore en in de aanloop van de Malakka Strait sturen zoveel informatie dat onze navigatiecomputer compleet van slag raakt en vastloopt. Pas na het uitschakelen van de AIS de eerste echte vaardag hebben we in ieder geval weer positieinformatie.

Het varen, voor het overgrote deel op de motor in verband met de tegenstaande fluisterzwakke wind, vraagt voortdurend aandacht. Maleisische vissers leggen hun uitgebreide netten en visboeitjes op grote schaal haaks op de kust, soms zelfs wel tot tegen de verkeersscheidingsroute voor de koopvaardijschepen. ’s Nachts varen is daarom, tenzij je echt strak op de boeienlijn van de scheepvaartroute gaat zitten, uit den boze.

De ankerplaatsen zijn matig, vaak liggen we ver van de wal achter wat ondieptes in hooguit  5-7 meter diep water; het schommelt en rolt flink, de nachten zijn onrustig, we moeten nog wennen. Hoewel de piraterij langs de West-Maleisische kust al tien jaar vrijwel is uitgeroeid; aan de overkant, Sumatra, nauwelijks 50 kilometer naar het westen, is het tegendeel het geval. Bijna dagelijks ontvangen we berichten over piraterij zuidelijk en zuidoostelijk van Singapore, bij Borneo/Kalimantan, in de Indonesische Riau-eilanden groep en langs de Sumatraanse kust. Bij het varen door Indonesie vorig jaar hebben we onbewust onze portie wel gehad; nu nog meer piraterij staat niet op onze wensenlijst. Angstwezel als ik ben slapen we toch weer met een nagenoeg afgesloten boot, alleen het anti-insluiprek bij de entree en de ventilatiesleuven onder de dekluiken laten nog frisse lucht door.

Eenmaal in Port Dickson gebruiken we de mogelijkheid de boot veilig achter te laten en drie dagen naar Melaka, een werelderfgoed, te gaan. Het eeuwenoude centrum is verdeeld in een oud Hollands/Portugees deel, een grote Chinese wijk, Chinatown, en een kleine Indiaase wijk, Little India. Twee dagen lang lopen we onze zolen plat en kuiten stram. We genieten, al de Chinese/Boeddhistische tempels, de Moskeeën, de Hollandse huizen en fundamenten; het is een lange reeks van hoogtepunten en belevenissen. De eerste dag al meteen lopen we tot twee keer toe een optocht in; eenmaal een Boeddhistische processie; eenmaal een lange Chinese optocht met leeuwen, draken en vooral heel veel tromlawaai. Het is de laatste dag van het Chinees Nieuwjaar, het Lampionfeest. We pikken nog net een beetje hiervan mee.

Zeker op de zondag zijn de tempels druk, drukker dan de, ook al drukke, andere dagen. Alsof een kruisgeslagen wordt bij het passeren van iedere kapel; het was net Zuid-Amerika, zo gaat de Chinees de tempel niet voorbij zonder met gevouwen handen 4-5 keer te knikken voor het belangrijkste Boeddha beeld.

Van de Hollandse vesting is niet veel meer over, de Engelsen hebben het grondig opgeblazen om iedere indruk dat de Staten van Holland het ooit terug zouden krijgen, begin 19e eeuw, grondig de grond in te boren. En we hadden het nog wel alleen even te leen gegeven aan de Engelsen toen wij onze handen vol hadden aan Napoleon; ooit raakte we ook zo New York kwijt aan Engeland (ruil tegen de Specerijeilanden).  

Overigens deden de Hollanders 150 jaar eerder het zelfde toen ze de Portugezen verjaagden uit de stad. Alles wat Portugees was werd met de grond gelijk gemaakt.

Op een van de dagen lopen we relatief vroeg door een van de “top”werelderfgoed straten, de “Heerestraat” in de Chinese wijk. Het is nog stil. Naast me loopt een open goot/straat riool dat bedoeld is het overvloedig regenwater snel af te voeren naar de rivier iets verder op. Plots ontwaar ik naast me, 50 cm lager in het open riool een kleine krokodil; een meter lang. Hij schrikt van me. Voor ik de camera te pakken heb is ie al verdwenen. Hoe ik ook wacht, 10 meter verder bij het riool, ik zie hem niet meer. Thuis gekomen zoek ik het op. Ik heb twee mogelijkheden, de tot 6 meter lange Zeekrokodil of de tot slechts 5 meter lange, Onechte Krokodil.

Het is heerlijk door de Chinese wijk te dwalen; de eethuisjes, de oneindige hoeveelheid rommelwinkeltjes, de kruidenwinkels en apotheken, de naaiateliers waar sarongs en pakken voor een habbekrats gemaakt worden waar je bij staat. Bij iedere keer dat we door de straatjes slenteren komen we weer nieuwe verrassingen tegen. 

Jammer genoeg, is net een week voor we komen een verbouwing van een jaar begonnen aan het “Stadhuys” een van de belangrijkste resten van het Hollands verleden. Het oude Melaka is een smeltkroes van culturen en geloven; een van verdiensten (althans volgens de Nederlandstalige boekjes) van de Hollanders. Anders dan de Portugezen die in hun erkenning van de absolute macht van de Katholieke Kerk in de 15e en 16e eeuw alle moskeen en tempels vernietigden en alle gelovige in een “verkeerde godsdienst”dwongen tot het katholicisme. De Hollanders waren meer pragmatisch en vertrouwden erop, ook zij waren bepaald niet zachtzinnig in hun onderwerping van het land en de stad, dat het toestaan van de Islam met z’n moskeen en het bieden van ruimte voor de talloze Chinees/Boeddhistische tempels uiteindelijk de bevolking gunstig zou stemmen en handelsbelemmeringen zou weg nemen.

De terugweg in de bus leert ons Maleisië weer kennen; het landschap is niet imponerend, vooral palmolieplantages; echter het wateroverschot is gigantisch. Een terugweg vol modderstromen en bruinkolkende rivieren. Tegen de avond zijn we weer aan boord; het is in Port Dickson de hele dag droog geweest.

De dag erop vertrekken we weer. Op weg naar het 120 mijl noordelijker gelegen Pangor. We doen er drie dagen over. We ankeren bij Port Klang, in een mooi riviertje net ten zuiden van de grote overslaghavens. Als we laat in de avond nog in de kuip zitten trekt ineens de wind aan en waait het meer dan een uur, tot 30 knoop zo uit de oceaan ons riviertje op. Zo plots als het is ontstaan, zo snel is het ook weer weg. Het duurt even voor de inmiddels opgebouwde golven ook weer zijn afgezwakt.

De volgende dag gebruiken we om zorgvuldig door alle troep en rotzooi -McDonalds bakjes, bekers, drijvende takken, plastic flesjes, balk, een eiland van palmbladeren, een hele drum- in de enorme haven van Port Klang te manoeuvreren. We gaan voor anker aan de noordzijde van de havens,  midden op een zandplaat, meer dan een mijl van de kust.    

Vroeg op de dag erna. De enige mogelijkheid voor een tussenstop ligt halverwege in de ondiepe monding van een rivier. We proberen Pangor in één dag te halen, 70 mijl. De hele dag speuren we naar sleepvissers. Zolang ze met ons op varen vormen ze geen risico, gaan ze ineens voor ons langs dan moeten we scherp op hun sleeplijnen letten. Het water wordt steeds helderder. Alleen voor de mondingen van de rivieren liggen we ineens weer op de grens van blauw azuur en roestbruin water. Het is voor het eerst sinds de Riau eilanden, vorig jaar augustus dat we weer helder blauw water hebben.

Nog steeds, inmiddels 7 vaardagen, varen we alles op de motor. Af en toe lezen en horen we van boten en hun bemanning die jaar in jaar uit langs de Maleisische kust op en neer varen van Phuket naar Borneo/Kalimantan en weer terug. Altijd maar op de motor, voorlopig trekt ons dat toch niet.

Ruim voor het donker zijn we al bij Pangkor, een vakantie-eiland. De volgende dag is vol van waterscooters, de “race”banaan en, nog niet eerder tegengekomen, een soort 4 zitsbank die net als de banaan door een speedboot wordt voortgesleurd en als een ijshockeypuck over het water scheert.

Via Pulau Rimau, een eilandje onder de rook van Penang, varen we naar Georgetown/Penang. Daar brengen we het grootste deel van de week door. Pas op zondag gooien we weer los en beginnen aan ons laatste Maleisisch traject naar Langkawi.

Het is warm. Naar mate we noordelijker komen, en de zuidelijke zon ons steeds meer begint in te halen neemt de warmte dag over dag toe. Met 34/35 graden in de kajuit, is het wel erg veel van het goede. Je zou de 30 graden was bijna in de koelbox doen. Vreemd genoeg hebben we in de afgelopen 5 jaar, ondanks het regelmatig verblijf rondom de evenaar, nog nooit gehad dat we merkten dat de werking van medicijnen minder werd. Kennelijk overschrijden we de bewaartemperaturen van doorgaans maximaal 25 of 30 graden wel heel erg fors en langdurig. Onze koelkast is gewoon te klein (en te onbetrouwbaar) om de scheepsapotheek en de dagelijkse medicijnen allemaal op te kunnen bergen. Verse groente en fruit uit de koeling zijn immers ook gezond.

Na ons vertrek van Pulau Pangor neemt de sleepvisserij enorm toe. De vissersboten worden groter, kennelijk neemt ook de opbrengst toe. Onze tocht noordwaarts verloopt nog steeds vrijwel zonder wind. Alleen af en toe in de middag kunnen we even motorzeilen. Een halve knoop winst gedurende een paar uur, beter dan niets. Alleen ’s avonds en ’s nachts staat er een korte periode wat meer, tot 8 bf, soms zelfs met zware regen en wateroverlast. Varen in de nachtelijke uren is nog steeds niet aan de orde, tot ver op zee liggen de vissers met hun onverlichte netten.

In Georgetown, Penang, blijven we een paar dagen liggen. Georgetown, na Melaka, de tweede werelderfgoed “handels”stad van Maleisië. We gaan er een paar volle warme dagen naar toe. We lopen veel, zeker de dag dat we voor ons Thais visum twee keer op en neer lopen naar de Thaise ambassade. De kuiten zijn stram, de blaren rijp.

Onvermijdelijk ga je vergelijken. Onze interesse ligt vooral bij Chinatown en Little India, de Indiase wijk. Wat op valt is de grotere schaal. Voor Little India betekent dat in elk geval een bruisend Indiaas stadsdeel vol zoete geuren, muziek en volop Indiërs. In Melaka was de Indiase wijk wat mager. Ooit zijn ze hier blijven hangen in het handels verleden. Het is aardig te zien hoe bijvoorbeeld ten opzichte van Fiji het verschil is dat de Indiase bevolking hier ooit in het kielzog van de handel in de 17e en 18e eeuw is blijven hangen terwijl op bijvoorbeeld Fiji, de Indiase bevolking ooit in de 19e eeuw als plantagearbeider voor de suikerrietplantages is binnen gekomen.

Chinatown is groter, het effect is meer straten, meer tempels, maar ook veel meer bouwvallen en verder verspreid liggende restauratieprojecten. Melaka is wat dat betreft meer intiem.

Meer dan in Melaka is het in Georgetown zo dat restauraties of bekostigd worden door een van de Chinese Clans, of uit handen gegeven worden en gesponsord worden door het grote geld (bedrijfsleven, verzekeraars, banken). In dat laatste geval hangt er vrijwel altijd een toegangsprijs aan het gerestaureerde object die kan wedijveren met de westerse toeristenprijzen. Meer dan eens is de prijs verdubbeld ten opzichte van de in de recente reisgids genoemde bedragen.

Georgetown is een van Maleisië’s grote steden. Het duurt even voor we er onze weg vinden. Openbaar vervoer, grote winkelcentra, verdwalen is zo gedaan. Kennelijk veranderd ook mijn richting gevoel.

Strait Quay Marina Concert. Twee avonden lang worden we ’s avonds verrast met een heel “luisterbare” muziek; een soort “Grachtenconcert” vanaf je achterdek.

Na vier dagen hebben we het gezien en trekken weer verder. De eerste hop brengt ons bij Pulau SongSong. Song betekent twee in het Maleisisch ”Songsong", betekent dat dan tweeëntwintig? twee plus twee? twee maal twee? of gewoon tweeling? We weten het even niet. De vorm van het eiland verraad in elk geval niets. Alhoewel, het heeft twee parelwitte stranden. Tot nu toe kwamen we die nog niet zo tegen op onze weg door de Melaka Strait.

Pulau SongSong, tweetwee. In de loop van de nacht komen we achter de betekenis; twee  keer ankeren. Als ik in het  holst van de nacht, even wakker, buiten polshoogte gaan nemen hebben we nog maar 3 meter water onder de boot, krap als je met zwaard al 2,5 meter steekt. De wind is gedraaid en heeft ons van de comfortabele 10 meter diepte richting strand geblazen. De ankerketting innemen helpt niets. Zelfs met 15 meter kettinglengte minder neemt de diepte nog maar met nauwelijks een halve meter toe. Er zit niets anders op dan te herankeren; 100 meter verder droppen we het anker, samen met 50 meter ketting. Ik ga er maar naast zitten en wacht vanaf 04.30 de dageraad af.

Het is vroeg als we weer varen. De dagvissers zijn pas ternauwernood op het water. In de loop van de middag kan het anker er al in, 45 mijl verder, in een mooie ingesloten ankerkom, PinnBall,  zuidelijk in het eilandenrijk van Langkawi. Een medezeiler schreef ooit in zijn blog “Langkawi; hier eindigt Maleisië, hier begint Thailand” Een perfecte omgeving die in veel doet denken aan de kalkzandsteenformaties in Halong Bay, Vietnam.

We varen door naar Rebak, een mooi beschermde marina, zoals voortdurend in Maleisië ter verfraaiing van een resort. Tot tweede kerstdag 2004 lag de marina vlak buiten het eiland. De tsunami noopte tot herbouw op een beschuttere plaats. Overigens een van de weinige plaatsen in Noord-Maleisie waar werkelijk herbouwd is, vaker nog liggen de resten en staketsels gewoon nog te vergaan in de toestand nadat ze door de tsunami werden neergekwakt.

De relaxte omgeving en het aangename weer, het is nog steeds 35 graden maar met een drogere lucht, stimuleren ons tot het doorlopen van de scheepsapotheek. De tijd doet vervaldata overschrijden, het meest slopend, slopender nog dan de tijd, is de warmte. Het blijkt onmogelijk bepaalde medicijnen, zetpillen, nog uit hun verpakking te krijgen. Wie ze maanden bewaard op “lichaamstemperatuur”, moet niet verbaast zijn slechts een geleiachtige substantie in de verpakking aan te treffen. Zeker gezien de aankomende douaneformaliteiten is het goed de verlopen medicijnen weg te doen.

Dan klaren we uit richting Thailand. De formaliteiten zijn snel achter de rug. Inkopen voor de komende dagen op weg naar Phuket zijn lastiger, het is vrijdag", gebedsdag, de winkels zijn gesloten.

Maleisië; Meer Foto's


Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

 

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.