Rhythm of Life op weg

200820092010

Juan FernadezPaaseilandPitcairnGambierAustralsSociety eil.

Cook IslSamoaTongaFijiNieuw Zeeland

De oceaan op...naar Tonga

Maar anderhalve dag is het varen vanaf Savaii/Samoa naar Tonga. Een blik op het weer leert ons dat we moeten vertrekken naar Tonga; een foute gok. Na 18 uur varen is de wind al op. De motor moet aan om nog maar op tijd voor donker aan te komen.

Terwijl we varen schuiven we over de gekartelde datumgrens. Om economische en sociale redenen, loopt de datumgrens in de Zuidwest Pacific niet over de 180gr W/E lengte graad, maar gekarteld over de land/zee grens tussen Samoa en Tonga/Fiji/Wallis. Zo worden de inwoners in hun contacten met AustraliŽ en Nieuw Zeeland niet gehinderd door het datum verschil. We dobberen dus ineens van de vrijdag naar de zondag. We lopen de noordelijkste eilanden groep aan, de Nuia's. Van deze eilanden is alleen Niuatoputapu toegestaan als aanloop haven.

De zondagsrust is heilig. We klaren op maandag in. Na een dag is het inklaren en betalen van alle fee's achter de rug; een stevig bedrag, het duurste land tot nu toe.

Het eiland, bijna twee jaar geleden getroffen door een tsunami, dezelfde die ook zuidelijk Samoa trof, is straatarm. Er is nauwelijks wat te krijgen. De inwoners ruilen hun vers waar onderling en verbouwen hun eigen fruit en groente. Het heet het "minst-beÔnvloede", meest oorspronkelijke eiland van de Tonga te zijn; een eufemisme.

De "eenvoud" van Nuiatoputapu is met de laatste tsunami verder toegenomen. Een deel van de inwoners woont nog steeds onder plastic zeilen of in "noodhulp" tenten. Het gezin waar we op een avond eten, de man werkt als illegale arbeider in AustraliŽ, heeft het getroffen, op hun erf zijn drie huisjes teruggekomen. Van de resten die ze hebben gevonden heeft de man des huizes een nieuw huis gebouwd; de andere twee huisjes zijn noodhulp huisjes van respectievelijk het Australisch Rode Kruis en Charitas Nieuw-Zeeland. Het gezin heeft er indertijd voor gekozen aan de kust te blijven wonen; veel anderen zijn naar de door de overheid aangewezen plaats getrokken iets hoger op het eiland. Ze wonen nog steeds in noodhulptenten en huisjes; de onderhandelingen met de grondeigenaar zijn nog niet afgerond.

Om ons heen wordt gevist. Hier in Tonga heerst binnen het rif geen Ciguatera. Het is grappig hun vistechniek te bestuderen. Met een houten boomstam kano, met outrigger, verre weg de meest simpele die we op onze reis tegen zijn gekomen, varen ze een drijvend net half rond. Daarna slaat een van hen met de pagaai op het water om de vis op te jagen het net in, waarna ze het net sluiten en ophalen. Het bijzondere van deze vis techniek is dat we hem maar twee keer eerder op onze reis hebben gezien; tw in West Afrika, Kaap Verden en Senegal en later op de reis in BraziliŽ in de Baia de Todos os Santos bij Salvador. Bijzonder zo'n eenvoudige vis techniek duizenden mijlen verder op weer tegen te komen. Hoe het kan? Misschien meegekomen met de missionarissen? Overigens, de techniek is spectaculair, de vangst is uiterst mager. Hier kun je nauwelijks je gezin mee te eten geven.

Inmiddels zijn aan veel noodwoningen weer regengoten en kleine drinkwatertanks gekoppeld zodat de situatie weer wat beter wordt. Het eiland is vooral een vrouwen en kindereneiland, van de mannen zijn er veel weg getrokken om elders, in Nieuw-Zeeland of AustraliŽ op een toeristenvisum illegaal in de landbouwoogst te gaan werken; zo komt er nog wat geld voor de wederopbouw op het eiland terecht. Langzaam, terwijl we door de week de balans opmaken, wordt voor ons duidelijk dat we voor het eerst nadat we de westkust van Afrika 2,5 jaar geleden achter ons gelaten hebben, hier extreme eenvoud en armoede aantreffen. Wij kunnen de vergelijking met de Kaap Verden, Gambia en Senegal goed maken. Wat we hier zien is absoluut nog een stap poverder dan in de Afrikaanse landen die we bezochten. Het eiland, 800 inwoners, heeft geen elektriciteit, alleen wat eigen generatoren en zonnepanelen; heeft geen stromend water; heeft een paar winkeltjes die eigenlijk alleen open zijn als het bevoorradingsschip is geweest; heeft nauwelijks mobiele telefonie; heeft 1, via de satelliet, internet aansluiting in de High School. Leerlingen kunnen een uur internetten voor 2-4 dollar; eilandbewoners voor 8 dollar. In het oog gehouden dat het op het eiland vrijwel onmogelijk is inkomen te verwerven -alles loopt via ruilhandel- zijn dit enorme bedragen die nauwelijks door de mensen zijn op te brengen.

Terwijl Christien over het eiland loopt komt ze een aantal malen in gesprek met vrouwen op het eiland. Zo alleen lopend verloopt dat meer ongedwongen. Een van de vrouwen vertelt dat er op het hele eiland maar 20 vrouwen met een betaalde baan zijn; allemaal zorg, overheid en onderwijs. Onder de mannen is het niet veel beter, overheid, politie meer is er niet. Een van de vrouwen, zwanger van haar derde kind, heeft net haar opleiding als "leerkracht" afgemaakt heeft. Ze hoopt straks na haar bevalling, met haar kind naar het eiland van haar man te kunnen gaan en daar les te gaan geven. Haar eerste twee kinderen wonen al sinds jaren, terwijl zij studeerde, met haar man op Tafahi het vulkaaneiland tegenover Nuiatoputapu; de school heeft 7 kinderen.

Het is verrassend, het wrange gegeven van de grote hoeveelheid onvolledige gezinnen; kinderen die bij grootouders worden ondergebracht; mannen die jaar in jaar uit in de illegale seizoensarbeid ver overzee werken. Het geeft een heel bijzonder beeld van een samenleving die, mede door de tsunami, zo dicht op de armoede grens leeft.

Halverwege de week is het bevoorradingsdag. Een groot supplyship, -elke 6 weken- ligt buiten het rif. Met kleine bootjes worden de goederen naar het eiland gebracht; eerst lijkt het als of hulpgoederen als vuilnis afgeleverd worden, later lijkt de levering wat ordelijker in dozen. Christien hoort in gesprekken met een van de vrouwen, ze praat over de ruilhandel na de komst van de bevoorradingsboot, dat er maar enkelen zijn, op het eiland die zaken gewoon kunnen bestellen, met de bevoorradingsboot mee laten komen en betalen. Vrijwel iedereen kan alleen via ruilhandel aan zijn spullen komen.

In de Polynesische samenleving is de vrouw traditioneel verantwoordelijk voor het huishouden; de man draagt zorg voor het bebouwen van de akker, verzamelen van voedsel (hoewel we dat ook vrouwen hebben zien doen), vissen en vooral het nemen van beslissingen. De Melanesische samenleving geeft de vrouw traditioneel meer verantwoordelijkheid. Daar is ze ook verantwoordelijk voor het bebouwen van de akker. Een belangrijke verantwoordelijkheid aangezien ze daarmee het primaat heeft op de voedselvoorziening. Vrijwel alle vrouwen op dit Polynesische eiland zijn verantwoordelijk voor het bewerken van de akkers; mogelijk omdat zoveel mannen afwezig zijn, mogelijk ook een overgang tussen de Polynesische en de Melanesische cultuur.

Eigenlijk twijfelen we of we het eerder in Afrika of in OceaniŽ al hebben meegemaakt maar de economie die we op dit eiland zien is eigenlijk een hele primitieve "economie". De vrouw produceert op haar akker wat het gezin dat jaar nodig heeft; de man (voor zover aanwezig) vist, met zeer primitieve middelen, nadrukkelijk alleen voor eigen gebruik; slechts wat overblijft kan geruild worden voor zaken die het gezin te kort komt zoals meel, suiker en materiele zaken. Daarnaast zorgt de vrouw ( en verwerft daar soms een heel bescheiden inkomen mee) voor het vlechten van de Pandanus vloer- en wandmatten en ruilt deze voor zover ze ze niet nodig heeft voor de grovere matten en de traditionele omslagmatten.

Zo uit de losse pols een situatie die wij in Europa na de vroege middeleeuwen al achter ons hebben gelaten. We eindigen ons verblijf bij Nuiatoputapu met een "umu"maaltijd bij een van de bewoners; ze heeft verschillende papaja en taro/kokosgerechten gemaakt in de grondoven, de "umu".

Een van de eerste avonden hebben we samen met de bemanning van de andere boot een gezamenlijke maaltijd bij een van de bewoners. Het is lekker, iedereen heeft wat meegebracht en samen wordt alles gedeeld. Zelfs de sandflies delen mee in de maaltijd. Zeker 100 keer gebeten kom ik weer terug aan boord; Christien niet. Door haar lange rok laten ze haar benen met rust. Het is wel apart, een maaltijd in het donker bij een tl-buisje op een accu, meer elektra hebben ze niet, terwijl een hond met 3 puppies en twee luidruchtige varkens om je benen lopen te bedelen. Terwijl we in gesprek zijn met de gastvrouw krijgen we een blik op het schoolsysteem. Dit jaar voor het eerst kunnen ook de kinderen op Nuiatoputapu examens doen voor het hoogste schoollevel. Een stevige inhaalslag is hiervoor nodig aangezien er wat leemtes in de kennis zitten, over twee maanden zijn de examens. De drie oudste kinderen van het gezin trekken er hard aan. 6 dagen in de week (de zaterdag maar tot 12 uur in de middag) wordt er geblokt en gespijkerd; van 8.00-16.00, daarna huiswerk, daarna weer van 19.00-22.00, weer wat huiswerk en vroeg op de volgende dag voor het laatste huiswerk. Kennelijk sluit de traditionele school nog niet echt volledig aan op het Tonga High School system.

Na een aantal dagen steekt de wind op. De nachten zijn onrustig met veel wind, swell en gehobbel. Telkens als we verwachten dat de wind afneemt zet deze toch weer door. Tot ver in het weekend blijft de wind stevig doorstaan.

Dan rest nog slechts het schoonmaken van de waterlijn, opruimen van de bijboot en weghangen van de buitenboordmotor. De volgende dag kunnen we er bij het krieken van de dag vandoor. De start van de tocht, 1 nachtje over, is windexplosief. Het waait nauwelijks als we vertrekken; het grootzeil staat alvast ongereefd klaar (eigenwijs als ik ben). Een bui nadert ons, daar hebben we er al zoveel van gehad, doorgaans zonder al te veel wind. Net als we de pas uitvaren barst er een megabui los met voor de variatie heel veel wind (35 kn). In de smalle rifpassage is het geen feest, om dwars weggeblazen te worden. We zetten de motor een tandje harder, vieren de schoten om de wind te laten ontsnappen, tijd om te reven is er niet.

De uren daarna is de wind wispelturig, in buien draaiend en fors variŽrend in sterkte. Pas in de loop van de middag wordt het rustiger; alles tussen de 5 knoop en de 35 knoop zien we.

Net als we de ankerplaats verlaten komen we onze schildpad nog een keer tegen. Een of meer schildpadden, Groene of Hawksbills, die af en toe naast ons op doken. We weten niet wat voor het zijn, daarvoor zie je ze tekort. Voor de bewoners van het eiland maakt het niet veel uit, graag zo groot mogelijk -deze was rond een meter- ze eten ze toch op vertellen ze trots. Het is een lekkernij. Gelukkig hebben we op zondag bij de Umu-maaltijd geen "schildpad in taroblad met kokos" gekregen.

Na anderhalve dag lopen we de Vava'u groep aan. Een eilandenrijk van kleine, veelal onbewoonde eilanden, op korte afstand van elkaar. Alle afstanden zijn maximaal 1-2 uur. We hebben Fonuafo Ou uitverkoren, een piep klein eilandje; stikvol met vogels, verder onbewoond. We moeten duidelijk nog wat oefenen met de schaal van de eilandjes hier. Dit zandpukkeltje zag er op de kaart betrouwbaar uit; in de praktijk blijkt het een kleine motu te zijn. Het anker ligt precies op het aangeraden waypoint in. Er staat alleen niet bij in de pilot dat het rif 30 mtr verderop buldert en bruist. Niets geen beschutting; slecht wat gebroken golven achter het rif zodat we toch nog enigszins rustig liggen. Morgen maar weer snel verkassen; hier voelen we ons niet veilig. Overigens; zou het allemaal minder bulderen dan was het misschien nog bereikbaar, het eiland heeft een prachtig zandstrand rondom en een mooi rijtje palmen boven op de de kam (5 mtr hoog). Echt een leuk speelstrand voor Owen.

De Vava'u groep is, hoewel ons koraalzandpukkeltje anders doet vermoeden, vulkanisch, zoals alles in en rond Tonga. De groep ligt op een reeks microplaten die in de geologisch recente tijden ten op zichten van elkaar zijn gaan verzinken en verheffen. Geen grootse bergkammen maar goed zichtbare detail verschillen waardoor er 10-tallen meters hoge ruggen en plateaus zijn ontstaan die gescheiden worden door honderden meters diepe troggen; Platentektoniek, in een geologisch erg instabiel gebied, in het klein. In de honderden jaren achter ons zijn op de ondiepste gedeelten koraalformaties ontstaan waardoor dit gebied beschikt over mooie duik en snorkelgebieden. Het aardige is dat op de uiterste rand, zoals in vrijwel elk lava/koraal atol, koraalzand ophopingen/aanslibbingen zijn gevormd, de zg Motu's. Kleine koraalzandeilandjes op de rand van rif en oceaan. Vaak zijn dit de plaatsten waar de grote rovers, haaien, tonijnen, barracuda's etc zich het lekkerst voelen en goed gespot kunnen worden.

Na een nacht bij het piepkleine Fonuafo Ou, hoewel midden in de branding lagen we rustiger dan we hadden verwacht, zetten we koers naar de hoofdplaats. Ons permit moet vernieuwd worden en er moet ook dringend een bezoek aan de markt gebracht worden. We gaan voor anker in Old Harbour; mooi beschut en als enige.

Het anker ligt er nog maar nauwelijks in, of 150 meter verderop begint een begrafenis. Plots krioelt het er van de donkere mannen met zwarte "lavalavas", de wikkelrokken en mooie traditionele Tongalese Ta'ovala, de ceremoniŽle omslag matten van gevlochten pandanusblad. Ook de vrouwen dragen hun ceremoniŽle kleding. Bijna twee uur lang klinken gezangen en staat men afwisselend op of gaat men weer zitten. De afwisseling op de gezangen zullen ongetwijfeld schriftlezingen en voordrachten zijn geweest. De rouw en begrafenisplechtigheid vindt op Tonga traditioneel plaats, verspreid over een periode van meerdere dagen en vragen ingrijpende voorbereidingen. Iets voorbij de vers gedolven grafkuil een grote tent is opgesteld. De oudsten van de familie zitten op stoelen; het lijkt wat op de gemeenschapsfales die we op Samoa zagen. Na twee uur is de plechtigheid voorbij. Alleen het speciaal vervaardigde doek voor de overledene hangt er nog. Het is een Tongalese traditie dat bij een belangrijke begrafenis een meters hoog en breed doek wordt vervaardigd dat na de begrafenis nog geruime tijd blijft staan.

Als we de volgende dag naar de autoriteiten en markt gaan doen we een aparte ontdekking. Aan de andere kant van de vulkaankam, nauwelijks 10 minuten lopen, treffen we de ankerbaai aan de voet van de stad. Zeker 100 jachten liggen aan ankerboeitjes (10 Tongan dollar/dag). De plaats bruist van de jachtopvarenden; zelfs het internet cafť heeft zich er speciaal (kaarten etc) op toegelegd. Het lijkt wel of we tijdens een hele drukke tentoonstelling met boordevolle parkeerterreinen een stil en afgesloten plekje vlak achter de Jaarbeurs hebben gevonden. Wij alleen in onze baai, zij met z'n honderden en beiden net zover lopen naar de plaats. Zijn wij zo goed in afgelegen plekjes of zijn de andere zeilers van die kuddedieren?
Neiafu, het blijft een dorp. Als we aankomen lopen steken net twee varkens in het centrum de weg over. Het blijft bijzonder die varkens. Ooit door de oude zeevaarders meegebracht als ruilobject, nu een vaste bewoner op de eilanden en vooral een vast deel van het menu op feest- en begrafenisdagen.

Het is opmerkelijk hoeveel meer welgesteld dit eiland aan doet. Mooie parkachtige tuinaanleg, goed verzorgde fruitbomen, een goed voorziene markt. Duidelijk een andere kant van Tonga dan we in Nuiatoputapu hebben ervaren. We constateren nog een ander verschil. Ook buiten het begrafenisritueel dat we hebben bekeken loopt iedereen alle dagen in het zwart. Ergens in mijn achterhoofd doop ik ze "zwartrokken" ooit slang voor de "pastoor", hier in dit zeer Christelijke koninkrijk ook niet alleen van toepassing op de voorganger maar ook op de gemeente. De mannen lopen vrijwel zonder uitzondering in hun zwarte lavalava, vrouwen vrijwel zonder uitzondering in hun zwarte rokken. Veel mannen en vrouwen, bijvoorbeeld op de zaterdagmarkt, dragen ook de ta'ovala en traditionele macramť overrok van de vrouwen. Die traditionele kleding is sowieso bijzonder. Op het, althans volgens de boeken, veel traditionelere, Nuiatoputapu, liep vrijwel niemand meer in de traditionele zwarte kleding, de lavalava en de ta'ovala. Vrijwel iedereen liep in T shirts en shorts; kennelijk is met de tsunami, ondanks een aanmerkelijk percentage onbeschadigde huizen en inboedels, ook de traditionele dracht grotendeels, ingeruild voor noodhulptextiel.

Het eind van de week is winderig, nat, koud, druilerig. Meer valt er niet van te zeggen. Een dekbed, een fleeceshirt en een lange broek markeren Patagonische omstandigheden; even geen T-shirts, topjes en lavalava's. Iedere dag hopen we dat het morgen beter wordt. Gelukkig kunnen we de hele dag binnen in de kajuit, lezen en schrijven en plannen maken. Na het slechte weer van het weekend lichten we op maandag het anker, de zondag, zo recht voor het dorp, lijkt ons in het Christen orthodoxe Tonga niet gepast.

Na twee tussenstops gaan we een dag later voor anker bij het eilandje Taunga; de eerste dag genieten we volop van het prachtig gezonde rif. Nergens nog zagen we zoveel vis, zoveel visscholen en zoveel afwisseling in de koraal. Al in het begin van onze aanwezigheid ontdekken we dat we op een toplocatie liggen voor de etende en zogende Bultruggen.
Ergens in de Vava'u en in de driehoek tussen de Vava'u groep, de Hapaigroep en Fiji ligt de kraamkamer; van de bultruggen, de Humpback Whales, tussen juli en oktober zwemmen ze, baren ze en voeden ze zich hier tussen de eilanden.
Walvissen van zo'n 15 meter lang die zich hier op onze ankerplaats, op zichtafstand van de boot tegoed doen aan diezelfde scholen vis die we net hebben bewonderd. Het kost ons wel een dagje voor we ze voor het eerst zien, maar daarna is het een bijna dagelijkse show.

Het leven aan boord brengt ook met zich mee dat we regelmatig moeten wassen en achter op de boot lekker laten drogen. Meteen als we het anker erin gooien starten we ook de wasmachine. Als een passerende medezeiler 's avonds vraagt of we de walvissen gezien hebben ontdekken we wat we gemist hebben; de was hing ervoor.

De dagen daarna hebben we niet meer gewassen.

Na een deskundige blik op het koraal, herkennen we ineens de naadloze overgang van het zeeleven van het koraal naar onze boot. Minder dan twee maanden na de laatste poetsbeurt; nauwelijks 10 dagen na het schrobben van de onderwaterlijn moeten we weer aan de bak. Met de 15 meter duikslang en de flessen in de bakskist hebben we twee dagen nodig om alles weer glad te krijgen. Waarschijnlijk zullen we er over 6 weken in Fiji nog wel eens aan moeten geloven; scheelt snelheid op weg naar Nieuw Zeeland en nog belangrijk het voorkomt, hopen we, een hoop gedoe in verband met de strenge regels in Nieuw Zeeland (en AustraliŽ) met betrekking tot de biofouling. De ongewenste, illegale import van allerlei onderwater beestjes die het schone kustwater van deze landen bedreigen; simpelweg mee gekomen met ballastwater en onderwateraangroei. Wij speuren ons dus een rotje onderwater naar de Mediterranean Fanworm, de Styela Clava Seasquirt, de Eudistoma Elongatum Seasquirt, de Red Imported Fire Ant en hun vriendjes.

Het is eigenlijk een rare wereld waarin we rondvaren. Van de 171 eilanden die gezamenlijk het Koninkrijk Tonga vormen is is minder dan een kwart bewoond. Bewonen is dan, zeker hier in de Vava'u groep nog een groot woord. De meeste bewoonde eilanden worden maar door enkele gezinnen bewoond. Na de hoofdplaats Neiafu hebben we gedurende deze week alleen gelegen bij gemeenschappen van hooguit 5 huizen/5 gezinnen. Wat fruit, wat visserij, het duiken naar inktvissen, zeesterren en zeekomkommers meer is het niet dat ze op het eiland kunnen doen. Het is grappig. Op elk van deze eilanden staat altijd wel een kerk, Methodisten; meestal Church of Tonga of the New Church of Tonga. Ook dit land kent zijn godsdiensttwisten; z'n rekkelijken en preciezen. Keurig om 05.00 in de ochtend -om 06.45 wordt het pas licht- worden we elke ochtend gewekt door het luiden van de klokken; zelfs op de eilanden met slechts 5 huizen.

Een van de wonderen van de Pacific, is de ongelofelijke soorten rijkdom. Ieder eiland( of eilanden groep)is op zich vaak karig bedeeld maar met elkaar zijn ze ongelofelijk rijk. Hoewel Darwin hier in Tonga niet beleden zal worden, is het juist zijn theorie (Origin of Species; Survival of the Fittest) die in de Pacific het best tot uitdrukking komt. Ieder eiland heeft in de afgelopen duizenden; wellicht miljoenen jaren, een geheel eigen ontwikkeling gekend. Door het volledig ontbreken van landcontact heeft migratie zoals dat in de dieren en plantenwereld van de Amerika's, Europa/Azie/Afrika op grote schaal heeft plaatst gevonden hier nooit gespeeld. Per eiland levert dat een relatieve soort armoede, maar tegelijkertijd ook een enorme rijkdom aan endemische (elders niet voorkomende) soorten. De enige uitzonderingen zijn wellicht de zeevogels die het best van alle dieren tot migratie instaat zijn. Zo leven er van oorsprong maar twee zoogdiersoorten (afgezien van de mens) op Tonga; tw de Bultrug en de Vliegende Vos (een grote vleermuissoort). Iedere avond, als de schemer valt beginnen de vleermuizen te tjilpen; als ware het krekels. Na een uur verstomt het geluid. De avond is gevallen.

Het is deze relatieve soortenarmoede die maakt dat we wat missen; zo liggend in de baai, kort bij het strand mis je de apen, de papegaaien, de grote reeksen tropische vogels, de reptielen, de krokodillen en dergelijke. Pas over een tijd zullen we ze weer tegen komen; in landen waarin de natuurlijke migratie van dieren en planten eenvoudiger is geweest. Alleen een paar Groene schildpadden duiken af en toe op achterons. Toch nog enig gezelschap.

Het is niet verwonderlijk dat de landen waarin we varen, en zeker straks ook Nieuw-Zeeland en AustraliŽ zo veel ernst maken met hun strijd tegen de ongewenste import van niet endemisch dieren en plantenleven. Zij immers zijn de hoeders van enorme populaties van oorspronkelijk dieren en plantenleven.

Het waait stevig. Een groot deel van de week blijven we achter ons anker in Vakaeitu liggen. Van rondtrekken tussen de eilanden komt niet veel. Drukkernen in de omgeving maken dat de wind regelmatig en met flinke kracht uit alle hoeken waait. Eigenlijk hebben we het plan tegen het weekend uit te klaren en naar Fiji te vertrekken. De wel erg stevige passaat dwarsboomt dit plan en houdt ons nog even vast op Tonga.

Liggend achter ons anker hebben we tijd voor klussen, lezen en schrijven. Af en toe zwemmen we wat. Een rog die huis kiest onder onze boot maakt de zwempartij wat minder aantrekkelijk. Terwijl Christien zwemt komt ze, een slanke, 1 meter grote, rog tegen die verlekkerd naar haar en haar badpak kijkt. Hij is gevlekt, waarschijnlijk een Luipaardrog of een andere Tongalese rog die van kleur verschiet en vlekjes in zijn nek krijgt als hij een vrouw in badpak treft. Die dag ligt het accent bij Christien op het sprinten vanuit stilstand.

Sommige klussen zijn schuiven we al weken voor ons uit. Bang, eenmaal eraan begonnen steeds meer ellende aan te treffen. Liever in Nieuw Zeeland straks, de WC. Toch, op een dag als de boel echt vast lijkt te lopen begin ik er toch maar aan. Stuk voor stuk alle onderdelen in de azijn schoongemaakt en, voorzien van nieuwe rubbers weer in elkaar gezet. Een vieze mega klus die pas tegen het eind van de dag klaar is. Het resultaat is niet echter naar bevrediging, de afdichtingsring rond de zuiger heeft iets te veel speling waardoor het vacuum in de pompbuis niet goed opbouwt. Ik hoop nog een tijdje, naief, dat we het ermee uithouden tot Nieuw Zeeland. Misschien dat we daar eens een minder kwetsbare wc/pompconstructie kunnen vinden die het met de gangbare reserve materialen langer uithoudt.
Helaas, terwijl de regen met bakken uit de hemel valt, moeten we de volgende dag een nare conclusie trekken, de plas water op de douchevloer komt niet van de regen maar van de lekkende wc. Een droevige reden om nog maar een dagje te blijven. De reparatie van de wc is zodanig weinig succesvol, we waren er al bang voor, dat er met spoed meer voor nodig is. De hele ochtend besteden we aan het vervangen van de fundatie zodat alles nog steviger vastgeschroefd kan worden. Het grootste probleem van de plastic fundatie van de RM69 toilet is dat bij intensief gebruik en regelmatig onderhoud de bevestigingsschroeven van het pomphuis teveel speling krijgen. Na een ochtend blijft alles weer droog en werkt het weer.

Zelfs na het uitklaren in Neiafu, ons visum loopt af en we hebben geen behoefte het tegen betaling te verlengen, houdt de harde wind en hoge deining aan. We verschuilen ons in een van de baaien aan de westkant en wachten rustiger weer af. Pas aan het eind van de week kunnen we weg naar Fiji. Helaas, net als we voor vertrek de tanks weer eens willen vullen valt de watermaker uit. Dit keer is het de (bedrading van?) de sonde die het zoutgehalte meet. We hebben geen reserve bij ons en zijn ook niet instaat het speciale stekkertje te vernieuwen. De komende 4-8 weken zit er niets anders dan de watertanks vullen vanuit de kraan op de wal.

In Fiji blijven we een aantal weken. Daar vandaan zullen we zodra eind september, begin oktober zodra de omstandigheden gunstig zijn de oversteek, 10 dagen, naar Nieuw Zeeland maken. Het uploaden van de website zal, zeker op de afgelegen eilanden lastig blijven. Het is dan ook de vraag of we op die route de website regelmatig kunnen uploaden. Volg daarom tot die tijd onze reis via het Zeelogboek. Regelmatig zullen we via de korte golf radio ons reisverslag daarop bij werken.

Tonga; Meer Foto's
Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.