Rhythm of Life op weg

200820092010

Juan FernadezPaaseilandPitcairnGambierAustralsSociety eil.

Cook IslSamoaTongaFijiNieuw Zeeland

De oceaan op...naar Pitcairn

De weersverwachtingen zijn onzeker en vol windstiltes. Na de natuur en cultuur van Paaseiland pakken we de draad van de reis weer op. We halen 100 liter diesel en vullen de voorraden verse groente en fruit aan. We klaren uit en kunnen de 23e vertrekken.

De winden zijn zoals verwacht wispelturig en uiterst kalm. De windplaatjes wijzen erop dat we tot de 30e breedtegraad moeten afzakken om de wind op te pikken richting Pitcairn. De geringe wind en de grote bocht die we maken leveren in ieder geval weer een langdurige trip op; naar verwachting zo'n 12-14 dagen. Pas als we daar zijn kunnen we zien of het verantwoord is te ankeren en aan land te gaan. Een dag of wat eerder passeren we Henderson; een Werelderfgoed van allure; immers er zijn er vrijwel geen die zo weinig bezoekers krijgen per jaar. Het is de vraag of we aan land kunnen; de kans is in ieder geval klein dat we via parkwachter, bedelaars en snuisterij verkopers ons een weg naar binnen moeten vechten.

De dagelijkse voortgang op de oceaan is gering. Heel langzaam komen we verder naar het westen. Slingerend, op zoek naar wind vinden we onze weg over de oceaan. De oceaan is leeg, de vogels zijn verdwenen, geen walvis te bespeuren, geen schip te zien.

Drie/viermaal daags, in principe om de 6 uur, halen we met de radio een weergrib op; een weerkaart voor de komende dagen met alle informatie over weer, wind en regen. Dit keer geen bocht om de passaat op te pikken op weg naar de volgende bestemming. Om ons een weg te banen tussen de hoge en lage drukkernen slingeren we over de oceaan. We hebben onze handen vol aan zeilaanpassingen en koerscorrecties. Begin maart bereiken we eindelijk de 30e breedtegraad. Na dagen van lichte wind varen we  een zone in met zware buien en, daar gaat het uiteindelijk om, meer wind. Hoog aan de wind bij een stevige bf 6 ploegen we ons door de oceaan. Regelmatig maken we een duik in de golven. Het water op het dek en in de gangboorden dringt zich onder de luiken door. Er moet gedweild worden. We leven onder helling, in de koelkast lopen de flessen leeg. We slapen slecht. De boot raast, stampt en slaat op de golven; een oorverdovend geraas.

De nachten zijn aardedonker, de maan is in z'n laatste dagen. Het meest "spannend" zijn de nachtelijke buien. je ziet ze niet aankomen. Zeker rond de dertigste breedte graad zijn het loeders; 90 graden winddraaiing, een windsnelheidstoename van 20-25 knoop naar 40 knoop en bakken regenwater. Overdag is het allemaal lieflijk, warm zonnig en leeg. Kan alles mooi weer wat opdrogen.

Twee keer bij het wisselen van de wacht is het raak. Buiten is het aarde donker, plots valt de wind weg, de zeilen klapperen en een seconde later gaat de boot spontaan overstag. Klapperende zeilen, verkeerde koers, geen wind, bakken regen, we bonken stuurloos op de golven. Slaap dronken vragen we ons een seconde af wat er gebeurd en dan snelt een van ons naar buiten. Gauw de kluiver los, grootzeil om, kluiver weer vast. Snelheid maken, zelfde handelingen opnieuw. Drijfnat van de regen kun je dan na een aantal minuten weer naar binnen, de 90 graden windschifting is voorbij net als de bakken regen en wind. De NW wind is weer terug en we bonken verder.

Af en toe proberen we nog een vis te vangen. Waarschijnlijk toch weer een keer beet, tenminste als we een aantal uren later de kevlar vislijn, 100 kg breekkracht,binnen haalden is de lijn gebroken en volledige haak met stalen voorloop en al verdwenen. Zwemt er toch weer een gepiercete vis rond.

Heel langzaam naderen we Pitcairn. Een spannend eiland, immers ankeren en aan land gaan is lang niet altijd mogelijk. Voorlopig ziet het weer er nog gunstig uit. Eindelijk begint het ook weer leefbaar te worden aan boord. Dan eindelijk op dinsdag kan het anker er in. Bounty bay/ Pitcairn, bereikt.

Nauwelijks binnen gaan we eerst aan land voor de autoriteiten en om iets van het eiland te zien. Wie weet hoe lang ( of kort) we hier maar kunnen blijven. We maken een korte wandeling over het eiland; bezoeken de autoriteiten (de lokale politieman/tevens immigratieambtenaar heeft zich speciaal voor ons in uniform gestoken. Eigenlijk is het een groot tropisch paradijs (50 inwoners), boven op een vulkaan en met een wel heel erg aparte geschiedenis van muiters (HMS Bounty, 1789/1790) die besluiten een soort utopia te stichten, de laatste banden met de wereld verbranden en daarna een geheel eigen zeer christelijke gemeenschap beginnen met specifieke normen en waarden). Inmiddels is het een Engelse kolonie, onder voogdij en toezicht vanuit Nieuw Zeeland.

De dagen na onze aankomst verkennen we het eiland. De ligplaats is onrustig en rolt steeds op en neer; een verblijf op het eiland is dan iets rustiger. Tenminste zolang de aarde en de vulkaan zich stil houden. De klim bergopwaarts naar de Main Square is steil en stoffig. Toch weten we er te komen. Na ons bezoek aan het postkantoor, de volgende de dag komt de driemaandelijkse postboot, stappen we zomaar een huis binnen. We treffen Carol aan het werk. Ze droogt bananen en ander fruit voor de export naar Nieuw Zeeland. Ze heeft een overvloed aan fruit. Met twee tassen vol lopen we terug naar het haventje. Voor dagen hebben we genoeg. We delen de helft met de bemanning van de Delphin; net aangekomen van Paaseiland.

Het eiland, hoewel er eigenlijk alleen nog oorspronkelijk nazaten van de muiters wonen, is zeer Brits, een tenniscourt, honderden goed onderhouden straatnaambordjes, overal public toilets, bankjes en vooral heel veel picknickstafels. Carol neemt ons mee het eiland op. Op zoek naar Mrs T, de enige nog overlevende Galapagos schildpad op Pitcairn. Ooit, in de jaren dertig van de vorige eeuw waren het er wel 30 of 40. Ze maakten veel schade. Het merendeel is al vrij snel afgeschoten en opgegeten; nauwelijks voor te stellen. Uitgestrekte verwilderde fruit plantages en diepgroene oceaanjungle bedekken het eiland. Een verbijsterend mooie natuur; prachtige vergezichten. We kijken onze ogen uit. Ze vraagt aandacht voor de Homalium Taypau, een boomsoort, die alleen op Pitcairn voorkomt. Hij lijkt door een ziekte bedreigd te worden. We leggen het elders in de wereld voor. Het antwoord uit Wageningen bevestigd onze analyse; het lange termijn effect moet afgewacht worden.   

Dan op vrijdagochtend een tsunamiwaarschuwing in verband met de omvangrijke aardbeving in Japan. Onze plannen waren anders. We gaan een paar mijl de oceaan op, tot waar de oceaan van kilometersdiepte omhoogkomt. Aan het begin van de middag kunnen we terug; Pitcairn heeft slechts een rimpeling van ongeveer 30 centimeter langs zien komen.

In de namiddag trekt de wind naar het noordoosten. Als we in de avond weer aan boord komen rolt, klotst en slaat de boot alle kanten op. De nacht is vreselijk en niet slaapbaar. Kort na het ochtendgloren lichten we het anker. 

Na Pitcairn varen we via Gambier verder door Frans Polynesie langs de Austral en de Society Eilanden. Mogelijk zullen we pas half mei op Tahiti de site kunnen bijwerken. Volg daarom tot die tijd onze reis via het Zeelogboek. Regelmatig zullen we via de korte golf radio ons reisverslag daarop bij werken.

Pitcairn; Meer Foto's
Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.