Rhythm of Life op weg

200820092010

Juan FernadezPaaseilandPitcairnGambierAustralsSociety eil.

Cook IslSamoaTongaFijiNieuw Zeeland

De oceaan op...naar Paaseiland

De 31e verlaten we de Juan Fernandez archipel en gaan op weg naar Paaseiland; Rapa Nui. Een tocht van ruim twee weken over de oceaan.

Het heeft wel iets, na 2 jaar Zuid-Amerika achter ons laten en op een nieuw continent afvaren. Paaseiland is weliswaar Chileens maar is in alles eigenlijk een Polynesisch eiland. Om de hoge drukgebieden met de windstiltes te vermijden en de krachtige zuidoost passaat op te pikken varen we met een boog naar Paaseiland/Rapa Nui. Hoe ver we naar het noorden gaan is nog wat onduidelijk. Uiteindelijk varen we tot de 25e breedte graad. In plaats van de afstand langs de rechte lijn (1640 zm) varen we langs de boog een afstand van 2350 zm.

Het weer wisselt af met mooie stralend zonnige dagen en dagen met bewolking en regen. Ook de wind varieert. Soms is het een halve dag bijna windstil; dan weer hebben we een krachtige wind van 7-8 bf in de rug. Onze dagafstanden liggen tussen de 100 en de 160 zm. Tijdens de windstilte gooien we een vislijn uit. Na 2 uur hebben we al beet; een mooie kogeltonijn van een halve meter. We eten er een paar dagen van. De visvergunning is door de keukenmeester meteen weer voor dagen ingetrokken.

Gelukkig hebben we ook nog een ander speeltje voor achter de boot; de watergenerator. Een soort harpoen met schroefblad verbonden aan een lange lijn, trechter eroverheen en de lijn eindigt bij een soort turbine die aan de boot vastgemaakt is. De harpoen en lijn draaien rond en drijven zo turbine aan. Goed voor 4-8 ampere. Samen met zon en wind wordt de accu met 10 tot 15 ampere geladen. Niet verkeerd dus. Er is ÚÚn maar, als we met meer dan 7,5 knoop van de golven afsurfen springt de harpoen boven water, zakt de trechter spontaan naar beneden en stopt alles. Met 2 man hebben we dan weer werk om het gevaarte binnen te halen te ontkrinkelen en weer naar buiten te gooien. Het duurt even voor we het monster goed beheersen. Dan weer zit bij het binnenhalen de lijn in de knoop (2 uur werk); dan weer slaat het touwtje waarmee de trechter die het binnenhalen moet vereenvoudigen om de lijn; dan weer slaat de trechter kapot. Kortom het geeft stroom en werk. Na twee dagen zijn hem kwijt. Waarschijnlijk een losgetrilde sluiting. Gelukkig hebben we nog een reserve exemplaar. Dagelijks worden nu alle schroeven en sluitingen aan boord gecontroleerd.

Wind en windstilte wisselen elkaar af. Tegen onze plannen in lukt het niet de passaatwinden op te pikken. Als na een windstilte de harde wind terugkomt met kruisdeining slaat ook de zeeziekte weer toe. Het duurt een dag voor we het ongemak weer te boven zijn.

Tijdens een van de nachten hebben we een vreemde ervaring.
De schaarse maan is al uren onder. Het is afgezien van wat sterren aardedonker. Tijd voor de wisseling van de wacht. Nog even wat bijstellen aan de zeilen. Er is al een aantal uren nauwelijks wind. Dubben of we een paar uur de motor starten of het toch nog eens proberen. Ergens aan bakboord de boot waar we mee opzeilen. Gisteravond 35 mijl schuin achter ons; iets zuidelijker. Ook bij heel weinig wind, althans gisteravond.

Plotseling zie ik een toplicht op enige afstand achter ons. Duidelijk zie ik ook het wisselen van rood/groen en wit. Snel de de VHF, marifoon, aan om ze op te roepen. Geen antwoord. Eigenlijk wel logisch, uiteindelijk slaapt er ook bij hen vast wel iemand. Opeens is het toplicht uit. Inmiddels varen we op de motor. De wind is zo dun geworden. Een blik op de radar levert niets op. Geen bliep te zien. Als we ze een paar uur later spreken liggen ze nog steeds 35 mijl schuin achter ons.

De volgende nacht; zelfde tijd, 05.30; iets meer sterrenhemel. Wederom tijd om de wacht te wisselen. Nog even stel ik wat bij aan de schoten. Er is nog steeds te weinig wind. Nauwelijks ben ik buiten of er staat weer een toplicht schuin achter ons; de afstand is moeilijk te schatten, een paar mijl hooguit. Wie lang op de oceaan verkeert gaat hallucineren. Kennelijk is het nu mijn tijd.

Uren later start ik het "Sterrennavigatieprogramma". Al snel komt er helderheid. Vlak bij elkaar, rond 05.30 lokale tijd, vlak boven de horizon staan de ster Sabik en de planeet Venus. In de donkere nacht is het nauwelijks te zien, maar een wolk maakt al snel het verschil tussen "aan" en "uit".

De 14e op het allerlaatst van de dag lopen we in het donker Paaseiland aan. In het licht van de maan en op de aanwijzingen van de bemanning van de Nederlandse Night Fly vinden we een veilige ankerplek. Aanlopen bij daglicht is in de koraalgebieden eigenlijk het enige dat verantwoord is. Jammer genoeg halen we het door de lichte winden in de voorliggende dagen niet om tijdig binnen te zijn. Dankzij de hulp van Maria en Warren is het in ieder geval niet nodig de hele nacht voor Hanga Roa rond te dobberen in afwachting van het eerste ochtendlicht.

Kaal, dor en droog. In de laatste daglichturen van de aanloop is het eiland al goed zichtbaar. Grote vulkanen met dor gele hellingen bepalen het beeld. Rapa Nui is een samenclustering van 4 grote vulkanen en een 25 tal kleinere uitmondingen; de laatste uitbarsting is 300.000 jaar geleden. Terwijl wij de nacht inglijden zeilen we verder langs de kust, op weg naar de ankerplaats.

Bij het ontwaken de volgende ochtend kijken we uit op Hanga Roa, de belangrijkste plaats van Rapa Nui. Een plaats, dorp eigenlijk, waar vrijwel al het leven op Rapa Nui zich voltrekt. We hebben meteen zicht op een paar van de weer rechtopgezette Moai's, de voor Rapa Nui zo kenmerkende grote beelden. Van de honderden die verspreid over het eiland liggen of nog in bewerking waren, zijn er in het kader van verschillende archeologische projecten een ruime 30 weer rechtopgezet.

Al sinds decennia heeft Paaseiland, Rapa Nui, een slechte naam qua ankeren en veilig aan land komen. We hebben geluk. Het anker heeft zich prima ingegraven en ligt, zolang de wind uit deze richting blijft komen prima; het aan land komen met de bijboot is wat lastiger. Aan twee kanten van het "mini"haventje liggen grote rots en koraal partijen, de branding breekt daarop met veel geweld. Een perfecte surfstek waarop de bevolking van Rapa Nui dagelijks zijn kunsten vertoond. Voor een bijboot wat minder gunstig.

Tussen de twee rotspartijen met hun brekende golven zit doorgaans een klein gebied met wat minder golven. Weinig deining, een goede timing en vol gas, geeft een redelijke hoop op succes. Terugvaren is, in naam, iets simpeler, kop op de golven en wederom een goede timing en veel gas. Alleen voor dat de bijboot in het haventje goed en wel in het water ligt is de bemanning doorgaans nat tot in het kruis.

Hoewel, door annexatie in 1880 Chileens, is het feitelijk een Polynesische eiland. De taal, Rapa Nui, is sterk aan het Tahitiaans verwant. We oefenen onderweg op de oceaan alvast wat woordjes; Iorana (goedendag). Zo ver van enig continent verwijderd is Paaseiland een eiland vol raadsels. Naar het zich laat aanzien was Jacob Roggeveen, in 1722 de eerste westerling die voet aan wal op het eiland zette; helaas vergezeld van wapens die ook meteen werden gebruikt. Zo laten we ons meteen goed kennen bij een nieuwe cultuur.

Ooit onderzocht Thor Heyerdahl, met de Kon Tiki expeditie, of de inwoners van Rapa Nui lang geleden uit Zuid Amerika zijn zeilen. Neen dus, genetisch onderzoek laat zien dat de bevolking duidelijk afkomstig is uit Oceanie/Zuid-Oost Azie. Het Rapa Nui is een zg. Austronesische taal, nauw verwant aan onder andere het Tahitiaans. Een duidelijke aanwijzing dat de eerste bewoners een taal vanuit Polynesie hebben meegebracht en geen taal uit het Zuid Amerikaans. De Rapa Nui hadden dan wellicht een variant op het Quechua gesproken. De belangrijkste legende over het ontstaan van de gemeenschap op Rapa Nui gaat uit van de Polynesische roots. De eerste inwoners van Rapa Nui komen volgens de legende van Marea-renga een eiland west van Rapa Nui, vermoedelijk de Marquesas. De latere koning Hotu Matau landde met twee grote Polynesische dubbelkano's op het goudgele strand van Anakena, na een verblijf op de oceaan van twee maanden. Net op het moment van de landing beviel zijn vrouw van een zoon; de eerste Rapa Nui. 57 koningen zijn sindsdien aan de macht geweest. Terugrekenend plaatst dat de aankomst op het eiland rond het jaar 450 na Chr.  

We maken een aantal wandelingen over het eiland. Veel gestolde lava, zwart gesteente afgewisseld met dor, verdroogd gras. Soms staat er een verspreid plukje palmen of wat kwarrige Eucalyptus, een moedige poging van Conaf, het Chileense Ministerie voor Bosbeheer, om weer bebossing te introduceren. Elders fris groene struiken, onder andere Guave. Ze zijn tegen de achtergrond van het geel en grijs van de omgeving oogverblindend groen. In heggen en struiken veel bloeiende hybiscussen in rood, geel en oranje met reuze grote bloemen. Dit tegen een felblauwe zee met rotsen en veel grote brekers, blauwe luchten met grote wolken, een mooi gezicht. Onderweg komen we een aantal staande en liggende Moai's tegen. Van de grafheuvels, Ahu's, zijn een aantal in oude vorm hersteld. Op sommige van deze grafheuvels zijn een of meer Moai's teruggeplaatst. Vrijwel alle Moai's op het eiland kijken, voor zover ze nog staan, met hun rug naar zee uit over het land en zijn bewoners.

Met een auto maken we een rit over het eiland om de Moai's op de wat verder weg gelegen plaatsen te kunnen bekijken. Ooit, toen Roggeveen in 1722 voet aan wal zette, stonden alle Moai's recht op. 52 jaar later toen Cook Paaseiland aanliep lagen ze vrijwel allemaal om. Een raadselachtig gegeven. De uit zacht vulkaansteen gehouden Moai's zijn kwetsbaar. De Tand des Tijds heeft ze overduidelijk aangetast. Liggend op de grond, met hun gezicht naar beneden, is te zien hoe ze eroderen. De grote droogte, het af en toe geselende zand; de staat van de gezichten, de typische neuzen en oren zijn zichtbaar minder opvallend. In de krater Rano Raraku staan de Moai's grotendeels nog rechtop. Hier werden ze uitgehakt en klaar gemaakt voor transport. Het is alsof door een machtige hand het proces in eens is stilgezet. Alsof, ergens kort voor of rond de tijd van de eerste Europeese bezoekers de betekenis van de Moai gewijzigd is. Vermoedelijk zijn het geen goden, de meer dan 800 Moai op het eiland. Vermoedelijk zijn het afbeeldingen van Voorouders. De positie op de Ahu's, grafheuvels wijst er op dat het eretekenen zijn ter nagedachtenis aan de Voorvaderen van de verschillende clans; concurrerende stammen op het eiland.
Hierin ligt mogelijk ook de achtergrond van het raadselachtige omhalen van de Moai's tussen 1722 en 1774. Concurrerende clans die elkaars tonnenzware Voorvader Moai's om verwerpen.  

Het blijft bijzonder hoe men ooit de tonnenzware beelden rechtop heeft kunnen zetten en kunnen verplaatsen van de Rano Raraku, soms wel 20 of 30 kilometer ver, naar de definitieve standplaats op de Ahu's langs de oceaan.    

   

Een belangrijke legende handelt over de strijd tussen de "lang"oren en de "kort"oren. De geschiedenis van het eiland staat bol van de "clan"oorlogen, maar deze is heel bijzonder in de verhalen. De Moai's hebben vrijwel allemaal extreem lange oren. Wie dan ooit de kort oren geweest zijn is niet duidelijk. Misschien de huidige inwoners die inderdaad geen opmerkelijk lange oren hebben. Is er ooit een cultuur geweest zoals in Oost Afrika en mogelijk bij de Inca's waarin men de oorlel tot opmerkelijke lengte uitrekt? De grote strijd tussen de Langoren (Hanau e'epe) en de Kortoren (Hanau Momoken) voltrok zich op de flanken van Poike vulkaan. De Langoren verloren de strijd en werden afgeslacht en verbrand in de Poike breuk. Een mooi verhaal echter nergens in de slenk zijn bij de verschillende archeologische opgravingen ooit resten van dit slechtveld gevonden.    

Een bijzonder raadsel is het Rongorongo; een geschreven schrift op houten plankjes. Bij de komst van de eerste westerlingen, Roggeveen en later Cook, hingen in alle woningen een aantal van die plankjes. Plankjes vol afbeeldingen van vogels, dieren en geometrische vormen. Toen taalkundigen, in de loop van de 20e eeuw, probeerden de taal te vertalen waren de plankjes op een enkeling na verdwenen. Nu liggen ze, een twintigtal, verspreid over musea in de wereld; een paar, in bruikleen vanuit Conception, in het museum in Hanga Roa. Tot op de dag van vandaag is het niet gelukt het Rongorongo te vertalen; naarstig zoekt men naar een "Steen van Rosetta". De vraag is of het een boustrofedon is, een tekst die afwisselend op en neer gelezen moet worden. Door het isolement van het eiland is er nooit een andere taal geschreven; de kans dat een dergelijke vroege "dubbeltekst" opduikt is dan ook niet zo groot. Feit is in ieder geval dat het Rongorongo de enige onvertaalde oertaal ter wereld is; de laatste Rapa Nui die de taal kon lezen en schrijven is al decennia geleden overleden. De overlevering zegt dat de eerste Rongorongo al in 450 met Hotu Matau meegekomen zijn. De zelfde overlevering zegt dat er drie groepen Rongorongo's zijn; een met liederen ter ere van de god MakeMake;een andere met misdaden die de eiland bewoners begaan hebben en een derde groep met beschrijvingen van hen die in de oorlogen de dood vonden. 

Ook qua flora en fauna is Paaseiland bijzonder. Geen eiland ter wereld heeft zich na het uiteendrijven van de continenten zo ge´soleerd kunnen ontwikkelen. Toen de eerste westerlingen aan land kwamen liepen er alleen kippen en ratten, beide meegekomen met de vermoedelijke eerste Polynesische emigranten. Alle overige zoogdieren zijn later met schepen aan land gebracht. Zaden en sporen onderzoek laat zien dat Paaseiland ooit goed bebost geweest is met palmen (verwant aan de Chileense Palm); ook heeft er ooit een rijke vegetatie van Toromiro gestaan. De laatste is uitgestorven en wordt nu weer, met hulp van de laatste planten die nog in Botanische tuinen op verschillende plaatsen in de wereld staan,opnieuw ge´ntroduceerd. Palmen, op een paar palmen her en der op het eiland na, zijn er nog steeds niet. Mogelijk heeft de massale ontbossing plaats gevonden als gevolg van de zucht naar brand en bouwhout in een tijd van bevolkingsgroei; mogelijk ook is er al veel gesneuveld in de tijd dat men de Moai's uithakten, verplaatsen en rechtop zetten.

De weersverwachtingen zijn onzeker en vol windkalmtes. Na een week natuur en cultuur pakken we de draad van de reis weer op. We halen diesel en gaan de voorraden aanvullen. Een van de komende dagen halen we het anker op en gaan weer op weg. 

Na Paaseiland varen we via Pitcairn en Gambier naar Frans Polynesie/ de Austral en de Society Eilanden. Mogelijk zullen we pas half mei op Tahiti  om de site kunnen bijwerken. Volg daarom tot die tijd onze reis via het Zeelogboek. Regelmatig zullen we via de korte golf radio ons reisverslag daarop bij werken.   

Paaseiland; Meer Foto's
Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.