Rhythm of Life op weg

200820092010

Juan FernadezPaaseilandPitcairnGambierAustralsSociety eil.

Cook IslSamoaTongaFijiNieuw Zeeland

De oceaan op...naar Gambier

Al spoedig na vertrek van Pitcairn met zijn enorm onrustige ankerbaai loopt de wind terug. In twee en een halve dag varen we naar de Gambier archipel. Tegen de avond lopen we het hoofdeiland met de centrumplaats Rikitea aan. De Gambier archipel is het meest oostelijke atol van Frans PolynesiŽ.

Na weken van oceaandeining en open ankerbaaien is het een genot gewoon te kunnen liggen en met de bijboot naar de wal te gaan zonder nat te worden. De baai bij Rikitea is een verzamelbaai; een kleine twintigtal jachten liggen geankerd. Sommigen komen net van de oceaan en dromen al weer over verder reizen; anderen liggen hier al het hele orkaanseizoen en komen jaarlijks terug. Beide groepen hebben een eigen dynamiek en openheid. Na het wegebben van de eerste euforie beginnen we alweer plannen te maken om elders te gaan kijken.

De eerste indruk van Gambier is er een van een tropische verrassing; meisjes met bloemen in hun haar (nou ja op vrijdag dan), Polynesische muziek met trommels, kano's, parelfarms, fruitbomen met vruchten zo groot als kleine meloenen, bananen, mango's, kokosnoten. Iedereen heeft alle tijd van de wereld. We wachten 1,5 uur op het postkantoor om geld te wisselen, om dan te horen dat de dame vandaag (en morgen en overmorgen) geen zin heeft om buitenlands geld te wisselen en we daarna van de ene plaats naar de andere gestuurd worden en niemand bereid is om de wisseltruc uit te halen, ach je kunt ook met dollars betalen, gewoon eens zo duur. Als we een simkaart willen voor onze mobiel het zelfde verhaal, kom morgen nog maar eens terug.

Het water heeft als de zon schijnt alle kleuren blauw, helder en vol met koraal. Het eiland is heuvelachtig, alleen aan de rand is het vlak en volgebouwd met huizen. Je moet er niet aan denken wat er gebeurd als er een tsunami komt. De tuintjes en een deel van de huizen zien er goed verzorgd uit, weinig rotzooi langs de weg; iedereen heeft een oude of zeer nieuwe 4x4. Het echte geld wordt hier verdiend in de parelindustrie; toeristen, laat staan platzak zeilers, zijn niet interessant.

Rond 6 uur begint het dagelijkse leven. Buiten is het dan nog niet zo warm en is het lekker om een paar uurtjes wat te doen. Een van de dagen staan we om half 8 al op de kant om een stuk te wandelen. Een pad brengt ons over de heuvel door de weinig gevarieerde begroeiing omhoog naar de top, een paar honderd meter hoger. We hebben een mooi uitzicht over de baai met al zijn kleuren groen water en koralenriffen. Opvallend zijn de resten van oude huizen, kapelletjes die over al tussen de begroeien staan. Alsof niemand ze durft op te ruimen. In de middag komt de bevoorradingsboot die tot laat in de avond uitgeladen wordt. De volgende ochtend snel naar de kant om te kijken of er nog wat groente aangekomen is want dat is schaars hier. Fruit voldoende, bananen, pompelmoezen, broodvruchten die zijn er zat aan de bomen, maar groente is een probleem. Enerzijds vinden de bewoners het te veel rompslomp, anderzijds is het ook hier erg droog en verdorren de plantjes waar je bij staat. Het regent elke dag wel een paar flinke buien maar dat zet geen zoden aan de dijk. Als we aan de wal komen ligt er wel wat in de winkel maar heel veel is het niet; het valt wat tegen. De bakker maakt het nog bonter, al twee dagen is zijn meel op; kom vanavond nog maar eens staat op zijn deur.

Het blijft vreemd en wel heel erg relaxt, een bakker die niet weet of hij morgen wel gaat bakken; telefoonkaarten die vandaag niet te koop zijn, misschien volgende week; geld dat nergens gewisseld kan worden. Feit is dat wij het weekend doorkomen zonder croissants en zonder knapperige baguette. Op zondag lenen we met een aantal zeilers de auto van de oude Duitstalige zeilers contactpersoon op Gambier. Nou ja, auto; een vrachtautootje, oud met openlaadbak. Een ritje over de enige weg aan de onderkant van het eiland brengt ons langs mooie smaragdblauwe baaien met veel parelfarms, een huisje op palen op een ondiepe plaats op het koraal, met een groot aantal boeitjes met lijnen met oesterschelpen er omheen.

Op de terugweg wordt de fruitjacht geopend. Met lange stokken, door in bomen te klimmen wordt de buit vergaard. Passiefruit, papaja's, mango's, pompelmoezen (grapefruit) kokosnoten en limoentjes, de oogst is goed. Alles wordt onderling verdeeld. We eten er de hele week van. Als je het aan de mensen die in de buurt van de bomen wonen vraagt is het altijd goed. Iedere boom is wel van iemand maar ze kunnen al het fruit toch niet op.

Na een week pas verlaten we Rikitea. We gaan naar een van de eilanden vlak binnen de buitenrand van het atol, Tarauru-Roa (23.06,445S/134.51,841W). De koraal riffen zijn goed te ontwijken; de honderden boeitjes met pareloesters zijn een groter probleem.  Voorzichtig varend, met Christien halverwege de mast, vinden we onze weg. Het is lastig te zien, af en toe gaat het bijna fout. Een keer, een aantal dagen later gaat het toch echt mis. Heel langzaam komen we stil te liggen; een onderwater lopende lijn tussen de boeitjes heeft ons gevangen; zwaard en roer omhoog en op het zeil glijden we weer de vrijheid tegemoet.

Uiteindelijk na twee uur kan het anker er weer in. Een paradijselijk eiland ligt, letterlijk, voor de boeg, Tarauru-Roa. Als we het anker controleren, het zicht is helaas matig < 10m, ligt het keurig in het zand. In de loop van de week maken we een aantal wandelingen over het eiland; volop koraal, kokospalmen en verder jungle. Grote en kleine Hermietkrabben lopen over het eiland met hun schelp op hun rug. Met hun knalrode poten lopen ze hard weg als ze ons horen. Dan rollen ze zich op in hun schelp en houden zich koest. Bij de pas van de oceaan naar het binnenrif houden we even halt, prachtige gekleurde vissen zwemmen vlak voor ons in de beschutting van het koraal. Even wanen we ons in het paradijs. We pakken een kokosnoot en slaan de kop eraf. We hebben een rietje bij ons; straks het vruchtvlees in het eten.

Dagelijks kunnen we snorkelen. Het is laag water, een uitgestrekte zandbank loopt van het eiland naar de oceaan. We beginnen onze tocht op het hoekje van de pas. Daar waar het water van buiten het rif, zich tussen de eilanden door perst naar de atol binnen in. Dan weer over het harde zand; dan weer kniediep in het water lopen we langs de buitenste rand van het eiland naar het buitenrif. Af en toe schiet er voor ons iets weg. Belofte voor later. Bruisend en brullend komt de branding aan rollen. Er is weinig wind, dus ook weinig brekers. Toch is het al imponerend. Een paar haaien zijn even vast komen te zitten in de ondiepte, we zien hun bovenvinnen boven het water, ze wachten op een stevige breker om weer terug naar dieper water te kunnen.

We snorkelen terug de pas in; precies op de rand van het rif; dan weer met een meters hoge koraalmuur naast ons, dan weer kruipend over de ondiepe koraalvlaktes banen we ons een weg. Buiten de pas staat veel stroom, het water is mooi helder maar je moet je goed vast houden om niet in de stroom meegenomen te worden. Het valt op dat er tussen al het levend koraal ook veel dood is. Goed om je vast te houden maar toch een teken. Veel vis, gekleurd, fel blauw, geel, groen, zwart of wit/ blauw gestipt. Groot en klein; af en toe met z'n duizenden in scholen, dan weer een tiental. Het is een wondermooie wereld onderwater, vlak voor ons neus.

Na afloop; weer terug met de bijboot in de pas op de zandbank even een kokosnoot en wat pompelmoes, dan weer verder. We snorkelen via het binnenrif terug naar de boot. Van uit de bijboot was het ons al opgevallen; het koraal is  groots, ondiep en met prachtige koraal kleuren. Bij het snorkelen zien we dat toch wel erg veel koraal dood is, daartussen in ongelofelijke kleurspektakels van vers en groeiend koraal in alle kleuren; naast de gekleurde vissen, hier ook wat wieren en een enkele anemoon.

De haaien hebben we niet gezien, de kwallen wel. Duizenden kwallen zowel op het binnenrif als in de pas zwemmen met ons mee; ze bijten niet maar snorkelen in een soort half gesteven gelatinepudding waarin je voortdurend de stukjes op zij moet duwen is toch ook niet alles.

Een van de dagen bezoeken we de parelfarm, vlak voor onze boeg. Eric, de eigenaar ontvangt ons hartelijk en laat ons alles zien. De oogst van de parels, het onderhouden van de oesters, het terugplaatsen van de vers geÔmplementeerde oesters. Een heel bedrijf. Hij zit er pas drie jaar na eerst een jaar of 20 het vak bij zijn oom geleerd te hebben. Het is interessant te zien met welke chirurgische precisie de parels gewonnen worden en weer worden teruggeplaatst. Een paar dagen later gaan we nog eens, dit keer om te zien hoe in de jonge, 2-3 jaar oude oesters, voor het eerst de parelbasis, de kern, geplaatst wordt.

Dagelijks snorkelen we op het rif. Met de bijboot naar het rif, ankertje uit op het zand en ....we kunnen overboord. Zeker een half uur drijven we in ons 3mm pak (kwallen en zo) boven het rif; een plaatje, een zeeaquarium. Talloze vissen in nog talrijker kleuren, groot en klein, schieten onder ons door. Al snel zien we ook onze eerste haaien, Blacktip en Whitetip Reef Sharks en roggen, Spotted Eagle Ray.

We liggen nog een paar dagen op de ankerplaats aan de buitenrand van het atol, vlak bij het vliegveld. We snorkelen,lezen, schrijven, zwemmen en gaan nog een terug naar "onze" parelfarm. De ondiepe doorgang naar de oceaan waar het atolwater door wordt ververst levert veel fris water, stroom, mooie vissen en haaien. Regelmatig komen we haaien tegen. Als je ze niet in het nauw drijft en geen vlees of (pas geschoten/gevangen) vis bij je hebt hoeft er geen risico te bestaan. Soms zitten ze wel heel dichtbij, op wel 2-3 meter van ons vandaan. Na een paar minuten zwemt hij ongeÔnteresseerd door.  Hoe verder we doordringen tussen de riffen hoe groter de vissen worden (Groupers, Unicorn).

De dagen daarna verkennen we ook een aantal andere baaien. Iedere dag het zelfde recept, kokosnoten, fruit, snorkelen, wat onderhoud en vooral een weerbericht opvragen. Met het gunstige weer schiet het niet zo op. Zeker een week of twee wachten we op de goede wind om af te zakken naar Rapa zo'n 600 mijl verder op. Voorlopig is het te hoog, of, geografisch gezien, eigenlijk te laag gegrepen; iedere vijf dagen blokkeert een hogedrukgebied onze weg.

Samen met "On Verra" onze Amerikaanse vrienden met wie we op zeilen, verplaatsen we ons naar een baai bij het eiland Aukena. We zijn praktisch door ons fruit heen, groente hebben we al weken niet meer. We denken op Aukena wat te vind en. Mis dus. Het is een privť eiland met een grote parelfarm, Robert Wan, de grootste van PolynesiŽ. We lopen een stuk langs het strand maar mogen eigenlijk niet verder; bewaking is streng, geen pottenkijkers in het parelkweek proces.

De bananen (Pitcairn) zijn alweer een tijdje op, de laatste mango's komen in zicht, een enkele papaja rest nog slechts. Er moet nog steeds fruit gezocht worden. De ervaringen met de groente en fruit aankopen in Rikitea zijn slecht. Inmiddels hebben we meer dan de helft van de sinaasappelen weg moeten gooien; te lang onderweg geweest, gekoeld vervoerd; duur betaald en waardeloos. We verkassen naar Ill Akamaru. Een pijpenla baaitje met aan beide kanten woest ogende riffen. Het vraagt even wat tijd voor we beide boten, op z'n plaatst verankerd hebben. Als Christien na het ankeren de ketting en het anker controleert blijkt een rog dat ook net te doen. De Spotted Eagle Ray zweeft verder; Christien sprint terug aan boord.

We verkennen het eiland, een halve mijl verder op over het rif. Al pratend en contactleggend, komen we via de parelfarm op het enige pad dat de verschillende woningen en fruittuintjes verbindt. We vragen, maken kennis, schudden handen en komen langzamerhand bij het fruit. Groente is er niet; de langdurige droogte na het El Ninojaar levert op dat de mensen zelf nauwelijks wat hebben; fruit in overvloed. Beladen met 60 bananen, 10 papaja's en 40 mango's komen we weer terug aan boord. Ondertussen horen we dat het eten van vis binnen het hele rif eigenlijk niet kan, het risico op vergiftiging door ciguatera is te groot. We meden de vis van het rif om die reden al, het is echter goed het nog eens bevestigd te krijgen.

Pas als de zon laag staat varen we met de bijboot terug. We hebben geen gps bij ons en kunnen ons oude spoor niet zo maar terug varen. Motortje in de laagste stand, opgeklapt, Christien staande op de roeibank van de bijboot, zoeken we tegen de lage zon onze weg tussen koraalkoppen, ondieptes en zandplaten.

We varen, liggen en dobberen relaxt in de Gambier archipel. Geen straf, hoewel net als bij een koud buffet, alleen maar opscheppen van de soep misschien na verloop van tijd wel wat eenzijdig wordt; er is nog meer te zien in Frans PolynesiŽ.

Twee keer per dag bekijken we de weerfiles; geen keer zijn ze het zelfde. Dan weer komt er een gaatje, dan weer gaat het weergaatje dicht. Onze tocht naar Rapa wordt steeds weer uitgesteld. De rust van de week biedt ook ruimte voor het nodige onderhoud aan generator en motor, de watermaker blijkt een groter probleem. Al een aantal weken start die langzamer op, daalt de productie en stijgt het zoutgehalte. We wisselen de filters en controleren, checken de bedrading en de verschillende onderdelen. Het lijkt er sterk op dat na 6 jaar de membraam is versleten; met een nominale levensduur van 5 jaar een weinig verrassende conclusie. Een nare tegenvaller. De pijn van de logistiek komt echter te liggen bij de dochters en Dirk-Jan; naast de enorme hoeveelheid reserve onderdelen die we al hebben besteld moeten ze over zes weken dus ook nog een membraam meenemen; een buis met een lengte van een kleine meter. Wie weet kan Owen  ook nog wat voor ons meenemen.

Het weekend brengen we weer door in de baai van Rikitea. We wonen de de jaarlijkse dansuitvoering van de school in Rikitea bij; een avond van flitsende dans en percussie, op de planken gebracht door een scala aan leerlingen, 6-16 jaar, en hun moeders. De zit op de bankjes in de open lucht is na twee en een half uur wat zwaar; het opzwepend ritme maakt weer veel goed. Het is ongelofelijk hoe van jongst af aan heupen geoefend zijn in het bijna onafhankelijk van de rest van het lijf, hoela hoep rondjes draaien in een tempo waarbij zelfs de digitale camera op hol slaat; onze foto's zijn dus niet geweldig.

De volgende dag regent het hard, veel en langdurig. Normaal gesproken niet iets waar we blij mee zijn, dit keer is alles anders. Emmers vol water vangen we op en leiden we naar onze watervoorraad. Nu de watermaker defect is moeten we creatief zijn in het verzamelen van water.

Onze relatie met de bakker in Rikitea is er niet beter op geworden. Op zaterdagochtend vroeg, 06.00 vaart Christien met de bijboot naar de wal om croissants en een stokbrood te halen; "kan niet" zegt de bakker, "had je het brood maar moeten bestellen, en bovendien croissants ga ik deze week helemaal niet meer bakken". Ze besteld en betaald een brood. De volgende ochtend, we slapen uit, om 06.15 stapt Christien weer in de bijboot. Dit keer komt ze weer met lege handen terug; de bakker is dicht.

Na het weekend melden we ons af bij de gendarmerie en vertrekken naar Taravai, een van de buitenste eilanden van de archipel. Het zoveelste paradijs; azuurblauw warm water, snorkelen, kokosnoten, palmhart en wederom een dag met veel regen water; de tanks zijn weer vol. Een tocht om wat kokosnoten te vinden voor het volgende stuk van de reis mislukt; voorzien van 4, kloppende en verdovende wespensteken komt Diederik terug aan boord.

Dan zit er eindelijk een weergat in de voorspellingen. We maken de boot vaarklaar en vertrekken naar Rapa.

Gambier; Meer Foto's
Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.