Rhythm of Life op weg

200820092010

Juan FernadezPaaseilandPitcairnGambierAustralsSociety eil.

Cook IslSamoaTongaFijiNieuw Zeeland

De oceaan op...naar Fiji

Eindelijk, na dagen wachten in een baai op Tonga kunnen we vrijdag weg naar Fiji. Het is tegen de regels in, 4 dagen wachten met oversteken nadat we hebben uitgeklaard. Als het goed is zal de wind wat af nemen en kalmeert de oceaan wat.
De start is goed; na twee dagen relaxed varen zijn we al over de helft en naderen we de buitenste eilanden reeks van Fiji, de Lau groep.

In de loop van de derde dag passeren we ook de 180 graden Meridiaan; de Meridiaan van de Tegenvoeters. Ooit liep over deze lijn ook de datumgrens. Die is echter op praktische (=economische) gronden in deze omgeving een stuk oostelijker komen te liggen. Ooit was Tonga het eerste land waar het nieuwe millennium gevierd kon worden. Gezien de snelheid van hun internet en staat van hun computers zullen ze daar nooit last hebben kunnen krijgen van de Millennium Bug. Niue en Samoa waren ooit de landen waar de vorige eeuw als laatste het licht uit deed. Eind december gaat ook Samoa over naar de west kant van de datumgrens; handiger denkt men daar, in de economische zone met Nieuw Zeeland en AustraliŽ. Kleine bijkomstigheid is dat het enkele tientallen mijlen oostelijker gelegen American Samoa niet naar een andere datum gaat. In analogie met Umberto Eco wordt American Samoa dan het "Eiland van de Vorige dag".

Raar genoeg zegt de ligging van de 180 graden meridiaan meer iets over de machtsverschuivingen in Europa tussen de 16e en de 19e eeuw. Immers de leidende mogendheid van die eeuw, bepaalde waar de wereld begon. Bepaalde waar de "0" meridiaan lag. Zo lag de "0" meridiaan ooit over de Zuilen van Hercules, over AlexandriŽ, over Cadiz en Toledo, over Frauenburg en later Koningsberg, Kopenhagen, Bologna, zelfs ons eigen Goes werd ooit doorkruist door de "0"meridiaan. Lang voor men definitief besloot de "0"meridiaan over Greenwich te laten lopen, volop Engelse overmacht, Parijs was ook al afgevallen, liep de "0"meridiaan over het Canarische eiland, Hierro. De tegenvoeter van deze meridiaan verdeelde een toen net (her)ontdekte eilanden groep in tweeŽn. Naar goed Bijbelvast gebruik de Salomonseilanden; in tweeŽn gedeeld, een Salomonsoordeel.

Op maandagochtend, keurig na de zondagsrust, lopen we Savusavu aan, de aanloophaven op het noordelijke eiland Vanua Levu. We blijven er de hele week. Eerst omdat het inklaren en aanvragen van de cruisingpermit de nodige tijd vragen, daarna omdat het gewoon stroomt van de regen. Weinig aanlokkelijk.

Nauwelijks 800 kilometer van elkaar verwijderd, twee eilandenrijken, Fiji en Tonga. De laatste gaat prat op het feit dat ze nooit een kolonie zijn geweest. Alles op eigen kracht, godsdienstig en, naar duidelijk Engels voorbeeld, met een echt koningshuis en een stevige adelstand. Het land is arm als Job en peperduur. Aan de andere kant Fiji, voormalige Engelse kolonie, vele malen welvarender (geen autos meer met gescheurde zittingen, doorgeroeste deuren of ontbrekende ruiten) en beter gesitueerd. De prijzen in de supermarkt of op de versmarkt zijn, na een recente devaluatie van de munt, aanmerkelijk lager. Een vreemd contrast als geheel.

We moeten onze entry fee's voor Health en Quarantine betalen, een totaal van 110 euro's, een wat prijzige uitzondering op onze lofzang op de lage prijzen. Onderweg naar het ziekenhuis, om aan onze betaalverplichting te voldoen, valt op dat ook de dorpen buiten Savusavu er redelijk welvarend uit zien. Niet alle huizen lijken volledig waterdicht en tocht vrij, maar het merendeel heeft in ieder geval een schotelantenne. Of dat nu het belangrijkste kenmerk van beschaving is is even de vraag maar het geeft wel iets aan.

Een nieuw land is altijd weer verrassend. Onwillekeurig, hoe je ook ieder land op z'n eigen wijze wil beoordelen, ga je toch vergelijken. We zijn met onze tocht van 400 mijl niet alleen de 180 graden meridiaan overgestoken maar ook de virtuele lijn tussen twee belangrijke bevolkingsgroepen. Ineens zijn we in het land van de MelanesiŽrs, kroeshaar, donkere huidskleur, bijna zwart en vele malen minder stevig en gezet. Het is verrassend op straat naast de oorspronkelijke inwoners van Fiji, de MelanesiŽrs, aan te lopen tegen de vertegenwoordigers van de Indiers op het eiland; kleurrijke sarongs en vrijwel allemaal hindoe of moslim.

De meeste winkels en bedrijven zijn in handen van de IndiŽrs (en de Chinezen). De laatste vijfentwintig jaar is er sprake van geregelde periodes van spanning tussen de twee grote bevolkingsgroepen. De MelanesiŽrs, in 1987 ontevreden over de vooraanstaande rol die de IndiŽrs speelden, ontevreden over het feit dat ze een meerderheid vormden binnen de bevolking en vooral ontevreden over het verkiezingsresultaat waarbij de IndiŽrs de meerderheid in het parlement leken te krijgen, plunderden de bedrijven en winkels en joegen de IndiŽrs op tot in de achterbuurten. Wat toen ontstond was dat de Fiji het zelf gingen doen met vaak bedroevend gevolg. Inmiddels zijn de IndiŽrs weer wat teruggekrabbeld. Hun winkels en zaken blijven echter pover. Overigens de meeste Fiji MelanesiŽrs (en Polynesiers) zijn inmiddels nog steeds niet verder dan een marktkraam. Wellicht is dat er ook de oorzaak van dat in Tonga, waar behoudens een enkele Chinees, geen enkele Aziaat handel drijft, de armoede nog nadrukkelijker aanwezig is.

Ooit kwamen de IndiŽrs naar Fiji als slaaf en toen dat niet meer kon, als arbeider, op de suikerrietplantages. De rellen in 1987 leiden uiteindelijk tot een staatgreep, onmiddellijk, men was nog niet tevreden, gevolgd door een tweede staatsgreep enkele maanden later. Een nieuwe republiek werd uitgeroepen (Fiji was al in 1970, zelfstandig geworden als ex-kolonie van Engeland). Ook de (Indiase) oppositie werd in de hoek gedreven. De oppositieleider werd gevangen gezet en mishandeld/gemarteld. Dit ging te ver en de daders kregen een,kleine, boete. Een paar maanden later beging de legerleiding de fout de leider van het "ontvangst"comitť te benoemen als bevelhebber van de Fijitroepen die in het kader van de VN in Koeweit aan de slag gingen. Na groots internationaal protest werd de man snel vervangen.

Het werd de IndiŽrs in Fiji al snel te heet onder de voeten. Geleidelijk is een uitstroom van IndiŽrs uit Fiji op gang gekomen. In 2000 waren er nieuwe rellen, weer met als doel de IndiŽrs weg te jagen. Wederom werd de macht in Fiji bij een staatsgreep gekanteld. De uitstroom van IndiŽrs is doorgegaan. Inmiddels is nog maar 44% van de bevolking van Indiase oorsprong. De rest is naar India, de VS, New Zeeland, AustraliŽ en Engeland gevlucht.

Naast de MelanesiŽrs, lopen er ook de nodige PolynesiŽrs rond, meer sluik haar en een lichtere huidskleur. Tegen over de wat kleinere MelanesiŽrs vallen de Polynesiers redelijk op. Zeker degene met Samoaanse trekken, groot, fors, schoenmaat 50, zijn niet over het hoofd te zien.

Eindelijk na een flink aantal dagen regen in Savusavu hebben we een droge dag. We nemen de bus naar Labassa voor een tocht, 2,5 uur, dwars over het eiland. Goed geÔnformeerd en geÔnstrueerd staan we al kort na 08.00 op het busstation. Alle ingewonnen info ten spijt blijkt de bus pas om 9.30 te vertrekken. De bus is vol als we gaan rijden. Een mengeling van brede Melanesische vrouwen die nauwelijks op de banken passen tot strak getailleerde IndiŽrs/hindoe en gesluierde IndiŽrs/moslim. Gedurende de rit stappen er voortdurend in de verschillende dorpen volwassenen  en kinderen in en uit. Het is een hele zit tot Labasa. In de bergen die het centrale deel van het eiland sieren -vandaar de stijgregens die ons dagelijks natregenen in Savusavu- komt de bus maar traag kruipend vooruit. Het is opvallend te zien hoe er echte Fiji/Melanesische dorpen zijn; echte IndiŽrs/Hindoe dorpen en echte moslim dorpen. Ieder met zijn eigen, matig onderhouden, kerk -baptist, methodist, jehova, mormoon- ; zijn eigen tempel vol wapperende oranje rode vlaggetjes of zijn eigen moskee, compleet met "ui"vormige spits, minaretten en de onvermijdelijke luidsprekers. Alleen in de dorpen van de IndiŽrs treffen we grote winkels aan, Singh .. en zo, in de Hindoe dorpen, Ibrahim.. of Mohammed, in de moslimdorpen. De meeste Fiji/Melanesische dorpen hebben alleen een kiosk. De indruk is dat zeker op het platteland de gemeenschappen nog sterk gescheiden zijn. Iemand vertelt ons dat de rassenspanningen de laatste jaren wel minder zijn geworden.
Waren op Samoa en Tonga de kerken verreweg de grootste en mooiste gebouwen, hier in Fiji zijn ze ergens aan de rand van het dorp bij elkaar gezet. Duidelijk veel minder goed onderhouden, veel eenvoudiger en in een mindere conditie. De Fiji's zullen wel minder afdragen voor hun kerk dan de broeders en zusters in de andere twee landen.

Tot halverwege de rit naar Labassa klimt de bus stevig; eerst een tijd langs de kust door de grote kokosnootplantages; later in de bergen halverwege het eiland door een enorme vulkaankrater met rondom hoge pieken en, in de mist en regen, door het tropische regenwoud (beschermt reservaat). Verrassend gaat de tweede helft van de route door de vlakte noord van het gebergte en oceaan. Een enorme gebied vol suikerrietplantages, zonnig, droog en warm. De stijgregens die ons al dagen zo plagen komen hier niet meer. Na 2,5 uur zitten in de bus bereiken we eindelijk Labassa. Wonderlijk genoeg een stad, zeker vier keer zo groot als Savusavu vol winkels, banken, kerken, moskeeŽn en ziekenhuizen.

In de loop van de week voorzien we een drogere periode. We vertrekken. In de dagen daarna motoren en zeilen we via de eilanden Koro, verlaten plantages, en Makogai, een verlaten leprakolonie, naar Levuka op Ovalau. We ontdekken dat, alle het schrobben in Tonga ten spijt, de boot weer erg is aangegroeid. Onze aangroeiwerende verf is duidelijk op. Dat wordt nog stevig poetsen voor we naar Nieuw Zeeland kunnen vertrekken.

Levuka, was ooit de hoofdstad van Fiji. Het is nu een kleine koloniale plaats. Hoe het ooit, in de Engelse tijd de hoofdstad kan zijn geweest is een raadsel. Met maar ťťn weg vol vervallen koloniale gebouwen en een paar zanderige zijstraatjes ontbreekt het volledig aan de allure, de armoede en de derde wereld problematiek van de huidige hoofdstad, Suva. Met z'n koloniale gevels is het net een straatje in een "Wild West" stadje.

Na een dagje bij Levuka op Ovalau, varen we in een aantal dagtrips rond de noordkant van Viti Levu. Kusthoppend gaan we van Levuka, naar Naigani, Nananu-I-Thake en Vatabuli voor we eindigen in een baai bij Loa, vlak bij de belangrijke plaats Lautoka. Een aantal dagen profiteren we van lekkere zeilwinden om het traject in stukken van 25-35 mijl per dag te kunnen varen. De hele week blijven we binnen de riffen van de lagune. Het is goed te zien hoe, na het verlaten van de mooi beboste oostkust van Ovalau en Viti Levu, vol koloniale gebouwen en hellingen druipend groen van de regelmatige regenbuien, in een paar dagen tijd het landschap droog en uitgeleefd wordt. Kort voor we in de buurt van Lautoka komen treffen we eigenlijk alleen nog maar zandbanken, mangroves, gortdroge hellingen en heuvels en verspreid liggende vissers nederzettingen aan.

Het valt op dat de bebakening op de riffen, na het vertrek van de Engelsen in 1970, verwaarloosd is. Veel bakens missen, kaarten bevatten flinke vertekeningen en andere bakens zijn zodanig beschadigd en verschoten dat we ze pas zien als we er vlak bij zitten. Geen gebied om bij nacht door te varen. Gelukkig helpt de zon en de lichtblauw/bruine verkleuringen in het water ons om de ondieptes te onderscheiden van de diepere gedeeltes.

Als we aan wal gaan in Lautoka treffen we een vieze stad vol verkeer en industrie. Niet voor niets een van de grotere plaatsen op Viti Levu. Lautoka is een van de centra van de suikerriet industrie. Het is oogsttijd, dagelijks rijden treinen en vrachtauto's afgeladen met suikerriet de stad in om hun vracht bij de fabriek af te leveren. De zwarte dampige rook van de suikerfabriek vult de lucht en slaat overal op neer.  

Dagenlang volgen we de weerverwachtingen voor de oversteek naar Nieuw Zeeland. Er lijkt een weergat met lichte winden aan te komen. De laatste dagen voor vertrek vullen we met het nog een keer schrobben van het hele onderwaterschip, verwisselen van de kluiver naar de 10m2 grotere genua en maximaal vullen van water en dieseltanks.

We liggen terwijl we dit doen in het koraalblauwe water van het resort, Musket Cove. Zo hebben we het meest heldere zicht op het onderwaterschip. Om ons heen allerlei ressortactiviteiten; dagelijkse snorkel en duiktrips, parasailing, bananaboot ride, kanoŽn, fietsen, catamaranzeilen, waterscootertochten en verder vooral veel vliegtuigen, helikopters en, nog nooit live vertoont, een echt watervliegtuig. Een soort bromvlieg die zich met veel gespetter in de baai/lagune in het water laat landen en die een paar uur later met veel meer gespetter weer uit het water opstijgt. Gelukkig liggen we aan een mooringboei waardoor het risico (Noorwegen 1996/ Victoire) dat we al pratend en fotograferend tegen een rots of koraalrif varen ontbreekt.

Twee dagen zijn we bezig om de aangroei er van af te krijgen. De aangroeiwerende verf is op en het zeeleven zet zich al weer vast voor je je hebt afgedroogd.

Als de grote schrob en boenklus voorbij is varen we terug naar Lautoka. Er moeten nog laatste inkopen gedaan worden, de water en diesel moet woorden gevuld met de laatste liters en we willen uitklaren. Bij het uitklaren, weer een uur papierwerk, moet je de boot laten zien. Tevens faxen we onze vooraankondiging van aankomst naar Nieuw Zeeland (vinden ze daar belangrijk).

Dan aan het begin van het weekend vertrekken we naar Nieuw Zeeland.  

Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.