Rhythm of Life op weg

20082009

Tierra del FuegoMagallanesZuid van PenasNoord van PenasRondreis

Verder noordwaarts; op naar de Golfo de Penas!

Na een dag van wassen en opruimen lichten we op vrijdagochtend het anker in Puerto Consuelo en varen terug naar Natales voor de diesel, de zarpe en de laatste verse boodschappen. Helaas, ongelovige sufferts dat we zijn, het is Goede Vrijdag. In dit gedegen katholiek land betekent dat een volledig vrije dag in een reeks van een aantal dagen. Gevolg is dat vrijwel alle winkels dicht zijn, we wel toestemming krijgen om te tanken maar op de afgesproken tijd er geen tankwagen verschijnt en bovenal de gevraagde zarpe niet afkomt omdat er geen handtekening gezet kan worden door "hogerhand". We liggen aan de visserijpier en maken er maar het beste van. Gelukkig is de grote supermarkt wel open zodat Christien in de middag met een taxi vol boodschappen terug komt. Helaas niet van de lokale markt zodat we het met gekoeld en dus sneller bederfelijke groente en fruit moeten doen. Terwijl Diederique nog op de boot is, verschijnt er in eens een tankauto op de pier. Een sleepboot heeft achter ons vastgemaakt en moet getankt worden. Na enig heen en weer praten blijkt het de bedoeling ons daarna ook van diesel te voorzien. Even later hebben we weer 550 liter extra aan boord. Nu alleen de zarpe nog. Ondanks alle toezeggingen hebben we aan het eind van de vrijdag nog steeds geen toestemming. Pas op zaterdag, nadat we de boot geankerd hebben bij de Armada pier, komt er beweging in. Na nog een paar handtekeningen op de zarpe en de laatste broodschappen kunnen we weg.

Geheel naar de gewoonte tot nu toe, beginnen we met een verwaarloosbare wind die na een uurtje redelijk wordt en na twee uur hard, 30 knoop, en straf op de neus. Dan is het weer gedaan met het zeilen. Na het oversteken van de Golfo Almirante Montt vinden we het welletjes en lopen Bahia Easter binnen, ongeveer 25 mijl van Natales. Hoe toepasselijk om hier het paasontbijt te nuttigen.

Een kleine baai, net ten zuiden van de ingang van Canal White, een van de twee vernauwingen die we door moeten om weer verder naar het noorden te kunnen trekken. De HMS Beagle en de schooner Adelaide (FitzRoy's eerste reis) ankerden hier op Paaszondag in april 1830. De eerste luitenant aan boord, W.G. Skyring , gaf de baai de naam Bahia Easter. Een mooie en, in deze paasdagen, toepasselijke plaats om te gaan liggen.

Om ons heen blijft de sneeuw op de hoger gelegen delen van de heuvels liggen. De natuur wijzigt zijn kleuren. Naast het overheersend donkergroen zien we steeds meer geel, oranje, rood en bruin. De herfst is duidelijk begonnen.

Paaszondag halen we in de loop van de ochtend de lijnen naar de wal weer binnen en gaan we anker op. De wind is verwaarloosbaar en nodigt uit om, met achterlijke wind via Canal White en Canal Santa Maria richting Seno Union te gaan. Het passeren van het nauwe stroomgat luistert nauw. Op het verkeerde moment staat er tot 12-14 knoop stroom (tegen). Maar een of twee keer per dag (of nacht) is er een moment waarop de passage veilig mogelijk is. We treffen het. De doorgang doet zijn beschrijving in de pilot eer aan. Het uitzicht is prachtig. Hoewel met name de start "windy" is met 30 knoop op de neus komen we vlot door de doorgangen heen met een knoop of 2 stroom mee. Al snel loopt de wind ook terug en hebben we een prachtige, wat mystieke tocht tussen hoge bergen met diepe ravijnen, mooie vergezichten en een afwisseling van dampige mist en laaghangende bewolking met van tijd tot tijd een zon die kort door de wolken prikt. Het is alleen jammer dat de noordelijke wind de hele dag, zelfs op onze zuidwestelijke koers, gewoon pal tegen staat.

We eindigen in Caleta Jaime op het gelijknamige eiland (52.10.95/73.17.10). Op de heen weg naar Natales hebben we hier ook al gelegen. Er komen een aantal dagen met veel wind aan en het is aantrekkelijk hier het slechte weer af te wachten; voorraden te wecken en het eiland te verkennen. We stellen ons vertrek vanuit Caleta Jaime daarom een aantal dagen uit. Jaime, op het gelijknamige eiland,ligt in de uiterste zuidoosthoek van de Seno Union, een 20 mijl lange "zeestraat" waar de noordwestenwind de golven flink kan opstuwen. Het waait stevig en zelfs in ons beschutte baaitje lopen de golven naar binnen. Af en toe rollen we achter het anker.

Vooruitlopend op een omslag naar beter weer vertrekken we een paar dagen later in alle vroegte. De eerste twee uur staan de massieve golven nog behoorlijk tegen; de bootsnelheid loopt regelmatig terug naar 2 knoop. Later, als de naderende weerverbetering ook ons heeft bereikt, neemt de tegenspoed wat af en komen we beter vooruit. Aan het eind van de middag lopen we in de zon Caleta Columbine (51.53/73.42) aan. Eindelijk weer eens een plek waar je gewoon achter het anker kunt gaan liggen zonder alle "spinneweb"lijnen naar de wal. Nu we weer op de noordwaarts lopende wateren zitten tonen de heuvels en bergen om ons heen zich weer zoals we al sinds de Straat Magallaan gewend zijn; kaal en met slechts een randje ondoordringbare bomen en struiken vlak langs het water, met in de verte de hoog oprijzende pieken en kammen van de Hielo del Sur, de Zuidelijke Chileense Ijskap. Onderweg steeds meer zeeleeuwen en dolfijnen, bij aankomst in de baai worden we verwelkomd door een dolfijnenmoeder met kind.

De volgende dag treffen we weer een perfecte dag. We hoeven alleen het anker op te halen zodat we snel weg zijn. In een artikel lezen we dat de 2-koppige bemanning van een andere, Nederlandse, boot die vier jaren geleden in Patagonie rondvoer in 20 minuten alle 6-7 lijnen in hun spinnenweb kon uitlopen of inhalen. Wij, en veel anderen die we bezig hebben gezien, lukt dat niet, zelfs na bijna 4 maanden oefenen, kost het ons al snel een half uur tot een uur voor we het anker gedaan hebben en 2-4 lijnen hebben uitgebracht of ingehaald.

De lichte noordelijke wind staat welles waar tegen maar op deze wateren waar je de wind toch altijd tegen hebt kun je er beter weinig van hebben dan veel. We benutten Canal Harriet, een parallel aan het Canal Sarmiento lopend water dat ons kronkelend tussen de eilandjes weer 20 mijl verder naar het noorden brengt. Canal Sarmiento is een 70 mijl lange, min of meer rechtlopende, "hoofdroute" die door z'n vorm erg gevoelig is voor het creŽren van een stevige tegenwind en nog steviger tegengolven die zich over de volle lengte van 70 mijl achter elkaar kunnen opbouwen. Door het kronkelende Canal Harriet te nemen snoepen we 20 mijl van het risico op deze tegengolven af.

Afgezien van de gebruikelijke kale afgesleten rotsen, zichtbaar getekend door de miljoenen jaren lange inwerking van wind, water en ijs, valt het ons op hoe vlakbij het gebergte van de jonge zuidelijke Chileense ijskap ligt. Grillige rotsen, door hun jeugdigheid nog ruw, hoog en scherp, getooid met een vrijwel doorlopende dikke sneeuw en ijskap; magnifieke gletsjer partijen vol scheuren en babyblauwe wanden. Het contrast is groot tussen de kale afgeslepen heuvels vlak voor ons en de nauwelijks 10 of 20 mijl verder naar het oosten gelegen jonge bergruggen.

We eindigen de dag in Caleta Moonlight Shadow (51.34/74.05). Begin jaren negentig lagen onze stadsgenoten Marcel Balkenstein en Ingrid Adriaans ("5 Jaar zeilen in de schaduw van de maan") hier met hun 34 voets Moonlight Shadow, tijdens hun 5 jaar durende rondje Atlantic/Pacific. Waarschijnlijk heeft de caleta zijn naam aan hun boot en hun beschrijving te danken.

Caleta Moonlight Shadow. Een van de mooiste; zo niet de mooiste caleta die we tot nu toe hebben gezien. Na de smalle entree vaar je gedurende 2 mijl in een betoverende wereld. Aan weerszijde liggen ankerbaaitjes in overvloed. Wij kiezen voor de ankerbaai waar de Moonlight Shadow, de nacht doorbracht. Het lukt maar zelden zo diep het land in te dringen en de natuur in je op te nemen. Meestal strand je in een baai aan de voet van een hoge rots. Hier varen we diep door een smalle fjord het lage eiland in. Waar we maar kijken, overal om ons heen treffen we de schijnbeuken, de varens, mossen, heide en de kleurrijke struiken met de rood-oranje "fuchsia"achtige bloemen. Hoewel de natuur geleidelijk is veranderd heeft het veel weg van de baaien aan het Beagle kanaal en Tierra del Fuego.

Als we de volgende dag weer vertrekken worden we uitgeleide gedaan door een paar kleine dolfijnen, waarschijnlijk zijn het gezien het ontbreken van wit op de flanken, "Chilenos". We treffen het als we verder varen. Een zonovergoten en vrijwel windstille dag. Alleen een handdoekje en een zonnebril ontbreekt nog. De hele dag passeren we zonnende zeeleeuwen. Lekker op hun rug; vinnentjes wijd; buikje in de zon. Tientallen trekken aan ons voorbij. Sommigen zijn zelfs nog te lui om te schrikken en weg te zwemmen. Af en toe komen we nog wat pinguins tegen. Zodra we dichterbij komen duiken ze weg.
We varen bijna 45 mijl tot voorbij het begin van Canal Sarmiento. De dag eindigt in wederom een prima idyllische caleta, Caleta Vappu (50.50/74.11). In tegenstelling tot Moonlight Shadow ontbreekt dit keer de absolute stilte. Achter ons loopt ruisend een beekje de baai in.

Zoals gewoonlijk is het mooie weer in Patagonie maar van korte duur. Als we ons klaar maken voor vertrek stroomt het van de regen. Even twijfelen we of we wel verder zullen gaan, maar de voorspelde voorlopig laatste windstille dag willen we niet laten schieten. Goed gegokt, want binnen een uur klaart het op, trekt de lucht open en komt de zon tevoorschijn. Een mooie heldere dag volgt.

We willen naar de Amalia gletsjer, met zijn 3 km brede gletsjertong en volop beweging moet dat een mooi gezicht zijn. De hele toegang ligt vol met ijsbrokken, sommige met een lengte /breedte van 10/5 meter. Met een oog op het kompas en het andere oog op de vele brokken ijs vinden we, slingerend onze weg. Dan, circa 3 mijl voor de gletsjer wordt het ons te veel. De botsingen met de ijsblokken zijn niet meer te vermijden. Er vormt zich pakijs en de brokken ijs en ijsbergen worden toch wel van een bijzonder groot formaat. Van afstand bewonderen we de grof gespeten gletsjer, de ijsbrokken en growlers met de verrekijker. Te veel ijs om de gletsjer dichterbij te naderen. Jammer, maar het is niet anders. Het is een mooi moment eens te oefenen met de radar en het onderscheiden van de gevaarlijke growlers ten opzichte van de minder gevaarlijke brokken.

De hele dag worden we vergezeld door een groep dolfijnen. Ze vermaken zich kostelijk, duiken onder de boot door, sprinten van voor naar achter langs de boot en spelen uren met de boeggolven van de boot. Op het hoogtepunt hebben we meer dan 10 dolfijnen langszij en voor ons. Als ze weg zwemmen kunnen we ze weer naar ons toe lokken door met de hand op de romp te tikken. Ze hebben er plezier in. We genieten van de show. Af en toe steekt een speelse zeeleeuw ook zijn kop boven water. Wat is hier aan de hand? hoor je hem denken. Nieuwsgierig steekt hij zijn kop extra lang boven water en slaat het tafereel gade. Als we even inhouden om de nieuwsgierige zeeleeuw beter te fotograferen houden ook de dolfijnen in en beginnen onder de zeeleeuw door te duiken. Te druk hoor je hem denken;  hij duikt weer onder en verdwijnt. We twijfelen lang welke dolfijnen we gezien hebben. Pas als we de foto's bekijken zien we het goed. Beide soorten die hier voorkomen, "Austral" en "Dusky" hebben ons vandaag als speelmaatje gebruikt.

De dolfijnen begeleiden ons de baai weer uit en een half uur later gaan we voor anker in de, voorlopig nog ijsvrije baai, Caleta Valdivia (50.48/73.54), aan de overkant van Estero Peel. We vertrouwen er maar op dat de wind niet draait en het ijs naar binnen wordt geblazen.

Het is vreemd met de Patagonische seizoenen. In het zuiden heb we vier seizoenen op een dag; hier noordelijker hebben ze er maar twee per jaar; het is of winter of zomer. Dezer dagen is het duidelijk winter. Zowel overdag als 's nachts ligt de temperatuur onder de nul graden. Regelmatig worden we verrast door ijsbuien en natte sneeuw. Af en toe hebben we, heel even, in een zeldzaam moment van opklaring, een goed gezicht op de bergen om ons heen; ruim gevuld met sneeuw en goed voorzien van klaterende bergbeken.

Na een paar dagen in Caleta Valdivia drijft het ijs toch onze baai in. Een aantal, soms behoorlijk grote, brokken, naderen ons op enkele tientallen meters. Geen gevaar maar toch niet echt handig. Zonder dat we ons dat realiseerden liggen we precies aan de andere kant van het massief met de Perito Moreno gletsjer die we twee weken daarvoor met Ingeborg en DirkJan hebben bezocht. We nemen het risico met het ijs niet en vertrekken. We varen terug naar Canal Pitt. Tijdens het varen tussen de ijsbrokken valt op hoever ze onder water soms nog uitsteken naar beneden (niet zo erg) en naar opzij (behoorlijk risico). Sommige vertonen aan het oppervlak maar een toefje van 50x50 terwijl onder water dan nog een plaat ligt van een paar meter doorsnede. Anderen zijn kennelijk in de loop van de tijd zo verglaast en transparant geworden dat je ze pas kort voor de ontmoeting echt ziet.

We eindigen in Laguna Steamer Duck (50.38/74.16). Een prachtige, rustig gelegen ankerbaai. Het doet wat Scandinavisch aan. De Steamer Duck is een eendensoort die hier veel voorkomt. Naast z'n fel oranje snavel is z'n belangrijkste herkenning de manier van voortbewegen op het water. Hij kan niet vliegen. Als hij vlucht en gewoon weg zwemmen niet voldoende helpt, probeert hij over het water te lopen terwijl hij ondertussen luid fladderend met z'n vleugels probeert snelheid te maken. Het is net of je een raderboot ziet varen met twee van die schepwielen aan de zijkant; vandaar de naam "Steamer Duck.

De noordwestelijke wind houdt ons vast in de ankerbaai. Er bouwt zich in de noordelijk lopende kanalen waar we in varen al bij een matige wind zoveel golfslag op dat zelfs met maar 25 knoop wind op de neus de snelheid al gereduceerd wordt tot rond de twee knoop. Er zit niets anders op dan te wachten tot de wind verder afneemt. We merken duidelijk dat de winter zijn intrede heeft gedaan. 's Ochtends is de boot van buiten drijfnat. Vocht dat, als het niet regent, pas halverwege de dag van de romp, de buiskap en de zeilen is. Vanaf een uur of 4 wordt het weer kouder en daalt het vocht weer neer op de boot. Kleren die dan nog buiten hangen zijn dan zo weer nat genoeg voor de was.

Als we weer anker opgaan in Caleta Steamer Duck, is het een druilerige vieze natte dag. We komen maar moeizaam op gang. Gestaag valt er wat motregen en het ziet er naar uit dat de beloofde afname van de wind ook nog vertraagd is. Hoewel met wat aarzeling, gaan we toch maar weer op weg. De motregen blijft ons de hele dag plagen; de wind is fris. De laaghangende bewolking zakt verder naar beneden; het zicht wordt minder. Als we een uur van de ankerplaats zijn varen we de mist in. Voor het eerst na Europa hebben we weer mist. Met de radar bij zoeken we onze weg.

De pilot zegt dat we door een prachtige fjord met aan beide kanten hoge steile hellingen en schreeuwend mooie watervallen varen op weg naar een idyllisch baaitje, met de mooie naam Brumas Patagonia (50.18/74.37). We kunnen het in de druizelende mist en motregen moeilijk beoordelen. Wel krijgen we al een voorgevoel wat "brumas" betekent. Even later als het anker er in zit en de lijnen naar de wal getrokken zijn zoeken we het eens op in ons woordenboek; helaas de betekenis is MIST. Hadden we misschien toch een andere ankerbaai moeten zoeken?

Twee dagen liggen we opgesloten in mist en regen voor we weer verder kunnen. Als we de bijboot pakken om naar de wal te gaan staat er 10 centimeter water in. 100 mm van de jaarlijkse portie van 4000 tot 8000 mm regen die jaarlijks in Patagonie valt. Pogingen om foto's te maken mislukken voortdurend. Telkens weer stort de regen in een nieuwe bui naar beneden. Om ons heen welgeteld 18 watervallen, 3 bergbeken en twee riviertjes. We liggen in een permanent "ruis"concert. Vooral 's avond in het donker lopen we herhaaldelijk naar buiten om te zien waar de harde wind vandaan komt en welke boot binnen loopt. Niets van dat al. Het donderend geweld van de bergbeken zet ons steeds weer op het verkeerde been. Na een paar dagen benutten we een moment van minder regen om te vertrekken. Nog in de Seno, terwijl Christien foto's maakt, hebben we weer de volgende bui. Hagel en natte sneeuw ditmaal. Om ons heen heeft de overvloedige regen van de laatste dagen niet alleen de watervallen en beken stevig doen zwellen, ook de heuvels rond om ons zijn overdekt met een flinke laag sneeuw.

Via Caleta Bolina (50.12/74.49) varen we in een paar dagen naar Caleta Parry, op het kleine eilandje Mason (49.38,85/74.20,60). We noteren bij het opstaan 's ochtends vorst en ook binnen in de boot is de temperatuur met 8 graden ver onder behaaglijk. Het anker opgaan vroeg in de morgen is, zo dicht bij het vriespunt, een koude klus. Terwijl we weg varen hebben we de volgende bui met hagel en regen al weer te pakken. Dik ingepakt in alle denkbare vormen van thermo onderkleding tot survival buitenpakken zoeken we onze weg verder noordwaarts. We beleven een historisch moment. Voor het eerst in drie en een halve maand zitten we weer boven de 50e breedtegraad. Op 26 december, tweede kerstdag, voeren we "Furious Fifties" in; nu passeren we die grens opnieuw en komen terug in de "Roaring Forties". Of het daarmee rustiger en kalmer gaat worden is nog even de vraag.

Vanuit Caleta Parry willen we proberen de Pio XI gletsjer te bereiken. Deze gletsjer werd het eerst beschreven door de Italiaanse bergbeklimmer en pater De Agostini. Hij vernoemde de door hem verkende gletsjer naar de ervaren bergbeklimmer en later Paus, Pius XI. Deze zeer ijsrijke gletsjer is maar incidenteel en dan nog slechts alleen met goed weer bereikbaar.

Als gevolg van de aardbeving, nakomende aardschokken en herstel van de aardbevingsschade valt het landstation van Sailmail in Chili regelmatig uit. We varen drie dagen zelfs zonder een behoorlijk weerbericht; worden door de Armada achterna gezeten omdat we onze positie niet doorgeven en ontvangen langdurig de melding dat er "no traffic" voor ons is. Pas aan het eind van de week komt voor het eerst de mail zonder belangrijke vertraging binnen. We zijn, net als andere boten in dit zuidelijkste deel van Zuid Amerika, ernstig onthand. Een klein gaatje in het zendschema van "Panama" 6500 kilometer noordelijker levert ons een mailtje van de dochters: ook zij zijn ons kwijt. Gelukkig kunnen we ze in dat zelfde "zendgaatje" van 5 minuten met een 1-regelig mailtje gerust stellen.

Zodra er een gat in de bewolking ontstaat laten we Caleta Parry achter ons en vertrekken naar de Pio XI gletsjer. Deze gletsjer ligt precies aan de andere kant van de veel beklommen, Argentijnse berg, Fitz Roy. Na een half uur trekt het alweer dicht. Op de wind kunnen we de boot in elk geval even flink laten doorwaaien. Het vocht aan boord begint een groot probleem te worden. Zeker nu het dagelijks lang regent, koud is en de luchtvochtigheid stevig boven de 85% ligt. We krijgen het vocht binnen in de boot bijna niet meer weg. Overal waar houtwerk aan boord tegen aluminium stringers, spanten en metalen vlakken (tanks, maststeun, zwaardkast) staat trekt, ondanks de isolatie, het vocht op in het gefineerd plaatwerk.

Bij het binnenvaren van de Seno Eyre, de aanloop naar Pio XI breekt de hemel weer open. Recht voor ons ligt, als een Duitse autobahn, twintig mijl verderop, de machtige ijstong van deze gletsjer, een van de grootste en meest indrukwekkende van Zuid Amerika. Bij een blik door de kijker doemen ook de ijsbergen op. Grootser en omvangrijker dan we tot nu toe, zelfs bij de Perito Moreno, hebben gezien.

We kunnen de gletsjer goed naderen. Tot vrij dicht bij valt het ook met de hoeveelheid kleine verraderlijke brokken mee; de grote brokken zijn goed zichtbaar en te omzeilen. We varen een stuk parallel aan de gletsjer op korte afstand. De verschillende blauw tinten zijn in het late middaglicht weer geweldig om te zien. Voor het eerst hebben we naast de grote brokken en growlers ook echte ijsbergen op onze weg. Sommige meer dan 10 meter hoog, diep blauwgroen, anderen vlakker maar met een immense breedte en de nodige ijs, sneeuw en rotsbrokken erop. We varen er voorzichtig omheen. Even kijken we de andere kant op en plotseling liggen we stil. De boot heeft zich vast gevaren in een groot veld, honderden meters, drijfijs. Een soort crush ijs met een 50% ijs/50% water gehalte. Met de nodige moeite, schroefgeweld, weten we ons er weer uit te manoeuvreren. Als alle foto's gemaakt zijn gaan we op zoek naar een baai voor de nacht. We eindigen in Bahia Elisabeth/Caleta Sally (49.13/74.06) op korte afstand van de gletsjer. Terugkomend van Bahia

 

 

 

 

 

 

 

Elisabeth varen we via Caleta Piemonte (49.24/74.22), naar Puerto Eden (49.08/74.25). We hopen er naast een voor ons gereedstaand vat diesel van 200 liter, ook van internet gebruik te kunnen maken. Puerto Eden is het eerste Chileense dorp na, hemelsbreed 375 kilometer zuidelijker gelegen, Puerto Natales. Het dorp is net als Puerto Williams, ontstaan doordat de Chileense overheid, om meer controle te krijgen, in de vorige eeuw alle indianen, Alacaluf, uit de wijde omgeving bij elkaar heeft gebracht en in een speciaal daarvoor gecreŽerd dorpje heeft gehuisvest. Achtergrond is geweest dat de nog resteerde indianen steeds meer verjaagd werden uit hun oorspronkelijke omgeving en hun oorspronkelijke bezigheden als vissers/verzamelaars. Ze werden steeds afhankelijker van de blanken en hun alcohol waarmee ze als goedkope arbeidskrachten werden betaald. Hun marginaal bestaan in het koude en natte Patagonie maakten ze helaas ook extra gevoelig voor de ook van de blanke meegekregen "westerse" ziektes.

De omgeving bestaat uit drassige veen/heide moerassen. Nauwelijks 50 huisjes liggen hier in een aantal gemeenschappen om het baaitje. Om van woning naar woning en van buurtschap naar buurtschap te komen zijn lange plankier/steigers gemaakt waardoor men boven de drassige gronden droge voeten kan houden. Kilometers houten "trottoir" liggen langs de baai en over de heuvels om alles aan elkaar te verbinden. De overheid heeft recent een nieuwe school neergezet; er staat een nieuw postkantoor en ook de politiepost is vernieuwd. Tweemaal per week doet de Navimag, de veerboot van Puerto Montt naar Puerto Natales, het dorpje aan en brengt een bootje wat verse levensmiddelen, diesel en eventuele bestellingen.

De gemeenschap lijkt te bestaan van schamele visserij, het verzamelen van schelpdieren en een marginaal stroompje toeristen. Naast de paar jachten die hier jaarlijks aanleggen, bezoeken soms toeristen, meegekomen aan boord van een van de ferries, het dorpje. De schijn van relatieve welvaart bedriegt. Sinds er een voor mensen dodelijke gif (Red Tide; Alexandrium catenella) in de schelpdieren zit gaat het steeds verder bergafwaarts met de gemeenschap. Ook de visvangst stelt nauwelijks wat voor, zeker nu een ziekte in de zalmkwekerijen, noordelijker, ook die bedrijfstak heeft "stil"gezet. De inwoners krijgen al jaren steun van de overheid en vanuit de internationale wereld. Het blijft een lastig dilemma; zelf inkomen verwerven lukt feitelijk niet en de overheidssteun stimuleert dit ook niet echt. Her en der liggen nog wat vissersbootjes op het strand; op hun kant; onder een dekkleed, een wankele "compositie" van planken; balken en een stuurhutje. Of ze ooit weer varen is de vraag.

Lopend door het dorp valt op dat veel huisjes na 1969, toen het dorp door de overheid werd ingericht, nauwelijks meer onderhoud hebben gehad. Een contrast met de nieuwe "gemeenschaps" gebouwen, de nieuwe steiger en het werk aan de nieuwe houten huisjes voor de verkoop van "handicraft" aan de paar toeristen die in de zomer langs komen. Een magere kans voor de bevolking nieuwe inkomsten te vergaren.

Er zijn twee winkeltjes in Puerto Eden; als de ferrie geweest is, is er weer verse voorraad. In de druilerige regen lopen we het lange houten trottoir over de heuvel naar een van de winkels. De oogst is karig; als we afrekenen moeten we zelf opschrijven en optellen hoeveel we moeten betalen. Met de ferrie is ook onze 200 liter diesel meegekomen. Een groot plastic vat staat op ons te wachten. De kwaliteit van onze tank lijkt goed, dit in tegenstelling tot voorgangers een week eerder die veel rommel en water in de diesel hadden zitten. We tanken het over in onze jerrycans en de hoofdtank. We kunnen weer een paar weken vooruit.

Als we Puerto Eden achter ons laten is het windstil. Helaas blijft in de rustige atmosfeer ook het miezerige, mistige weer hangen. We hebben onze verse voorraden beperkt en duur, een klein beetje kunnen aanvullen; internet bleef het internet helaas voor ons onbereikbaar. Er staat op te weinig spanning, ca 180 volt, op het lokale elektriciteitsnet. De computer in de school doet het niet.

De bewolking hangt laag en onttrekt de omgeving aan ons zicht. Jammer maar helaas. Bij goed zicht loopt de tocht noord van Puerto Eden door een van de, voorlopig laatste, gebergte gebieden voor we de lagere, dicht bij de oceaan liggende heuvels bereiken. We zien er weinig van. Maar heel af en toe prikt een straaltje zon door de nevel als de bewolking korte tijd iets dunner wordt; even later trekt alles weer dicht en zitten we weer in de nevels.
We passeren de Angostura Inglesa vier uur voor hoogwater. We hebben een knoop stroom mee. Het uitrekenen van de stroomtijden en richtingen is niet eenvoudig. Er zijn weinig gegevens beschikbaar, zeker geen stroomtafels, zodat het altijd prettig is als de berekening blijkt te kloppen. Indien fout uitgerekend rest er niets anders dan een ankerplaats voor de nacht zoeken. De stroom staat dan tot 6 knoop tegen.

We lopen Caleta Yvonne (48.40/74.19) aan. Zelfs de dierenwereld houdt zich koest. Geen dolfijnen, geen zeeleeuwen, zelfs geen otters dit keer. In de verte zien we af en toe door de gaten in de laaghangende bewolking stukken van de verder gelegen hoge toppen met sneeuw. We liggen bij de entree naar de Seno Iceberg. Al mijlen van te voren zien we het kenmerkende melkwitte kalkrijke water dat afkomstig is van deze voorlopig laatste gletsjer op onze weg naar het noorden. Net als we binnen varen duikt er een zeeleeuw op; hebben we in de motregen toch nog een teken van leven om ons heen gezien.

Het weer de laatste dagen helpt niet bij het verdrijven van het vocht. De omgeving is dampig, mistig en nat; zonder wind een verstilt plaatje. Boven ons breekt de bewolking wat; het water blijft dampig. Het eiland dat vlak voor de ingang ligt is vanaf de boot  niet meer te zien. Waarschijnlijk heeft de kaartenmaker daar ook al last van gehad. Het ligt op de electronische kaarten duidelijk aan de verkeerde kant van de ingang. Het gaat wel vaker fout hier. Midden in het Canal Messier, ons thuiswater dezer dagen, ligt de Capitan Leonidas, jaren geleden liep deze stoomboot op een rots midden in het vaarwater. Het duurt even voor we het in de mist opdoemende silhouet kunnen plaatsen.

Om ons heen bontgekleurde natuur. Geleidelijk nemen de rood en geel tinten bezit van de omgeving. Huizenhoge varens doorbreken de hegemonie van het lage ondoordringbare struikgewas. De afwisselende groentinten maken het geheel tot een plaatje. Wat hoger komen we voor het eerst ook de cypressen tegen. Nieuwkomers in het bosbeeld dat langzamerhand onze wat noordelijker positie markeert.

Voor een wandeling de wal opgaan is vaak onmogelijk. De taaie struiken, lage schijnbeuken en talloze in elkaar verstrengelde takken en stengels blokkeren de weg succesvol. De grote hoeveelheid water die hier jaarlijks valt maakt het tot een regenwoud. Een bossage waar slechts met een flink kapmes in de hand een weg door heen is te vinden. Opvallend is dat de bossen inmiddels tot ver op de bergen dicht op elkaar groeien. Een duidelijke verandering ten opzichte van de smalle bosstroken onder aan de kale rotsen in het gebied boven en onder de Estrecho de Magallanes.

Rond het middag uur breekt de bewolking wat en nemen we onze kans waar. Het anker gaat er uit; de lijnen binnen. Op naar de gletsjertong die het begin markeert van de Seno Iceberg. We zitten aan de noordwestkant van de "Hielo Continental Sur" of "Campo del Hielo", de zuidelijke Chileense ijskap. Al meer dan vier weken, sinds we "afsloegen" naar Natales varen we langs de randen van deze ijskap in het Parque National Bernardo O'Higgins. Nu inmiddels meer dan 400 kilometer, hemelsbreed, noordelijker verlaten we het gebied weer.

Geen ijsbergen dit keer; het water is de laatste mijlen bezaait met grotere en kleinere ijsbrokken. Slingerend tussen de brokken zoeken we onze weg. Aan beide kanten van het water rijzen de bergen hoog boven ons uit. Machtige bossen tot ver op de berg geven het een "Noors" effect. Er staat weinig wind, bergen, ijsbrokken en gletsjer spiegelen zich in het vlakke water. We treffen het als we bij de gletsjer aan komen. Achter ons is het weer volledig dichtgetrokken en hangt de mist op het water, voor ons schijnt de zon nog op de gletsjertong. Blauwtinten in overvloed; van diep oceaan tot baby-blauw. We varen tot de rand van het pakijs. De gletsjer is levendig; als we volledig stil liggen, vlak voor de gletsjer,  rommelt het voortdurend en storten met veel geweld elke paar minuten grote brokken naar beneden het water in. Na een halfuurtje dobberen en fotograferen houden we het voor gezien. We gaan weer terug naar Caleta Yvonne. Bij het binnenlopen vergezellen twee dolfijnen ons. Ook als we de lijnen uitroeien naar de kant blijven ze vlak bij de bijboot opduiken. Pas als de ankerketting helemaal uitgelopen is en onze geluiden verstommen in de vallende avond verdwijnen ze. Ze zijn uitgespeeld met ons.

We zitten inmiddels op de 48e breedte graad, zuid. In Europa de hoogte, noord wel eens waar, van Brest. Het grootste verschil is de golfstroom, hier tot bijna boven in Zuid Amerika, de Humboltstroom die polair water tot bijna bij de evenaar opstuwt. In Europa is het de warme golfstroom die tot op grote hoogte havens ijsvrij houdt.

60 mijl boven ons ligt de Golfo de Penas, de Golf van de Smarten; de Straf; de Pijn. Deze "Pijn"golf is gevreesd. Net als bij de Golf van Biskaye stuwt de oceaan zijn golven van grote diepte het continentaal plat op waar ze kort en steil kunnen groeien tot meer dan 10 meter. De oversteek van de Golfo duurt ca anderhalve dag. De kunst is een moment voor de oversteek te vinden waarop de zee bij de doorgaans harde noordelijke winden tot rust is gekomen (na 48 uur) en er geen wind of een zuidwestelijke wind waait (doorgaans 1 a 2x per maand). Voorlopig ziet het er nog niet naar uit; we wachten geduldig op onze kans.

We liggen een aantal dagen in Caleta Yvonne. Het regent pijpestelen en er staat een flinke wind. Als het na een paar dagen wat beter lijkt halen we snel de lijnen binnen en het anker op. Nauwelijks buiten de ankerplaats hebben we 32 knoop wind op de neus. We draaien om en varen terug. De volgende dag doen we een nieuwe poging. De beschutting van onze ankerplaats verrast ons weer. Natuurlijk zijn we door de ervaring, een dag eerder, beter op onze hoede, maar onmiddelijk na vertrek staat er vanuit het niets 20-25 knoop wind, "slechts". Al vlug loopt de windsnelheid gelukkig ook weer terug naar nauwelijks 2 a 3 knoop. Een rot en venijnig stuk water met holle korte golven die de boot bij het minste of geringste afstoppen ligt voor ons. De wind komt op het Canal Messier over de hele Golfo de Penas, over een afstand van 100 mijl aanrollen en drukt de golven voor zich uit. De hele dag blijven we in de korte golfslag varen met een nogal ingehouden snelheid; meer gas geven helpt niet echt. Het laatste uur lopen we op tegen valwinden van rond de 30-35 knoop en bijbehorende nog steilere golven; het schuim verwaait vervaarlijk om ons heen.

Uiteindelijk lopen we tegen Caleta Point Lay aan (48.20S/74.33W). Een lange, betrekkelijk smalle, lintvormige inham met aan beide kanten bomen en struiken. Aan de westkant van de inham lopen de bomen meteen steil omhoog. Hoe ver kunnen we niet zien. De bewolking, op nauwelijks 100 meter, slokt de bossen op en verbergt ze voor ons. Langs de waterkant, druipend van de regen en mistigheid een waar Bommelsteiniaans woud; eeuwenoude bomen vol triest hangende baardmossen; druppende bergbeekjes; dode bomen gemengd met manshoge varens; planten en struiken die in de schemer van de Patagonische namiddag huis lijken te geven aan elfen, trollen en listig gifmengende tovenaars.

Wij sluiten ons weer op aan boord, weg van deze druppende kabouterwereld. Al weer twee jaar geleden lieten we in de vroege ochtend van 28 april 2008 de haven Drimmelen achter ons en begon onze reis. Het regende en er stond een kille aprilwind. Het is dezer dagen niet veel anders. De regen stroomt onophoudelijk naar beneden om ons heen en ook de wind is bepaald niet warm. Met een drankje vieren we ons "tweejarig" jubileum; in tegenstelling tot vorig jaar toen we ons 1-jarig vertrek herdachten naast een defecte generator en een koud pilsje, doen we het nu met een warme chocolade melk en een toenemend aantal electronische apparaten die door het vele vocht beginnen te storen.

We worden dagelijks met ons neus gedrukt op het feit dat we in een omgeving liggen waar jaarlijks 8000 mm regen valt. In dit theater van wind en regen, razen de wolkenflarden langs. Onder ons storten talloze bergbeken hun water in onze ankerbaai. Een krachtige stroom van harde wind rukt aan ons. Zelfs op de, beschutte, ankerplaats waait het 25 /30 knoop. De boot wordt alle kanten uitgeworpen. Gelukkig liggen we aan 3 lijnen en bijna 100 meter ankerketting. Even wagen we ons buiten om de lijnen te controleren. Nat en verwaait keren we weer terug. Uit voorzorg hebben we de bijboot schuin opgehangen onder de beugel; het water kan zo weer meteen weg lopen. In de verte een donderend geweld. De grote waterval halverwege de ingang vindt met de nodige nevel en schuim zijn weg in onze baai. Tot midden in het vaarwater kolkt en bruist het. Nu en dan trekt de wind verder aan. De bomen buigen alle kanten op. Buiten op het Canal Messier moet het een kermis zijn. Wij liggen beschut, voor zover dat kan, en kruipen weer snel naar binnen.

We vullen de tijd met een goed boek; een film, nieuwe weerberichten en vooral erwtensoep. Juist in deze dagen nemen we ook de laatste blikken uit het "Sogeti"noodpakker tot ons. Twee jaar zeilen we al rond met de erwtensoep van de Aldi en doperwtjes/worteltjes van Sogeti. Nu, na twee jaar moet het er maar eens van komen. We teren in op de voorraden. Nog 50 mijl tot de Golfo de Penas en nog 200 mijl tot de eerst komende winkel.

Als de regen even stopt vluchten we naar buiten. Een flauw zonnetje laat zich zelfs af en toe zien. We gebruiken de "flits" opklaring om te fotograferen, de was te doen, olie van de buitenboordmotor te wisselen en dergelijke.

Tijdens het fotograferen, net als de camera de geest geeft(batterij op) duikt een zeeotter op naast de bijboot; een zeldzaamheid, in heel Chili leven nog maar een paar honderd exemplaren; ze zijn bedreigd. Boven ons rijst het regenwoud loodrecht omhoog. De kleurenpracht is afwisselend; de rood, geel ,groen en bruintinten komen je tegemoet. Ook als het niet regent druipt het bos continue. Het is goed zichtbaar dat we inmiddels noordelijker zijn. Het bos beeld is veel gevarieerder in begroeiing, kleuren en soorten.

Als bij het opstaan een paar dagen later de ochtend zonder wind is gaan we er snel vandoor. We benutten de stilte tussen de storingen om flink verder te komen. Onderweg spotten we naast wat zeeleeuwen ook twee orka's; traag zwemmen ze bij ons langs. 12 mijl van de Golfo de Penas gaan we weer voor anker in Caleta Lamento del Indio (47.49/74.38). Net voor we binnenlopen ontlaat een heftige hagelbui zich boven ons. Zijn we toch weer nat; we hadden onze dagelijkse hoeveelheid regen voor de dag uiteindelijk nog niet gehad. We stellen de ankermanoeuvre nog maar even uit tot na de bui. Een uur later liggen we weer op onze plaats; lijnen naar de wal en anker in de modder. Een Kingfisher verwelkomt ons met veel geschreeuw, vanuit een boom naast ons. In het late middaglicht genieten we voor alles weer dichttrekt nog even van het paradijselijk "regenwoud" om ons heen.

Twee jaar onderweg. Twee jaar geleden calculeerden we op basis van het weerbericht wanneer we in de prille mei dagen bij Vlissingen naar "buiten" konden. Nu rekenen we voortdurend aan de oversteek van de Golfo de Penas. Twee keer per dag, als Sailmail er tenminste niet weer uit ligt als gevolg van nieuwe aardschokken, halen we het weerbericht op. Voorlopig is de verwachting nog iedere keer anders. We hebben een tot anderhalve dag nodig met zuidelijke of eventueel zonder wind. De continue noordwest stroom houdt ons echter langdurig vast. In de weergribs die we binnen halen zit iedere keer wel een gaatje dat we over een aantal dagen mogelijk zouden kunnen gebruiken; helaas is dit zelfde gaatje vaak 12 uur later al weer verdwenen en vervangen door een nieuw, natuurlijk weer verder in tijd gelegen, gaatje. 

Het weer is de hele week knudde. Het regent continue; soms is er een korte opklaring, doorgaans tien minuten later al weer gevolgd door een natte sneeuw of hagelbui. Op een van de dagen staat er in de bijboot na 48 uur meer dan 20 cm water; een kwart van de jaarlijkse Nederlandse neerslag. Ons verse eten wordt wat schaars. In de potjes zit nog het nodige ingemaakte eten maar echt vers fruit en groente is bijna op. Met vitaminepillen proberen we scheurbeuk, bloedend tandvlees en verlaagde weerstand het hoofd te bieden. Ook het afval begint zich op te stapelen. Verbranden werkt, in die continue regen, niet; we gaan het dus maar verstoppen. Met waadbroek, troffel en kapmes banen we ons een weg door het oerwoud om een gat in het mostapijt te maken waar we ons organisch afval kwijt kunnen. De komende decennia ligt er een hoopje theezakjes, sinaasappelschillen en koffieprut, onder het mos te wachten op vertering.

Chili blijft geplaagd worden door aardbevingen en nabevingen. Sailmail ligt er door het stilvallen van het telefoon en internetverkeer 4 dagen uit. Pas na de nodige moeite lukt het via een van de andere sailmail stations een weerbericht binnen te krijgen. Als alles weer werkt stromen de mailtjes weer binnen; eerder heeft ook de achterban aan onze stroom met mailtjes gezien dat de verbinding hersteld is.

Dan is alles op eens anders. Na wat laatste buien bij de ochtendschemer begint het geleidelijk droger te worden. De grote vulkaan klompen die de omliggende eilanden vormen zijn bij de top nog lang in de wolken verscholen maar verder ziet het er op eens onverwacht redelijk uit. Na ampele discussie en uitwringen van het weerbericht besluiten we spoorslags te vertrekken. Niet over de Golfo de Penas voorlopig maar gewoon, voor het eerste traject van de "binnenbocht". Zoals zo vaak is het weerbericht weer veranderd zodat er van de oorspronkelijke veelbelovende weergaten weer niet veel over is. We besluiten daarom tot een andere strategie; via een omtrekkende beweging varen we de Golfo de Penas rond zodat we op een gunstig moment altijd nog de oversteek kunnen afmaken en anders in ieder geval in de kleinere weergaatjes in kleine stukken verder kunnen komen.

Al snel zijn we weg. Een paar uur later al zitten we tussen de hoge ruggen van de Pacificdeining. Desondanks weten we toch een redelijke voortgang te maken. De kaartfout in deze regio is ca 1,5 mijl. Met een oog op de dieptemeter en een ander oog op de elektronische kaart varen we langs de kust omhoog. Na een passage tussen de grondzeeŽn en op rotsklompen brekende oceaandeining bereiken we aan het eind van de middag een goede plaats voor de nacht. Het anker gaat erin in de onverwacht mooie en rustige baai van Caleta Clark (47.27/74.27); een mooi ruime plas water waar we voor alle winden beschut de nacht kunnen doorbrengen. Deze Caleta is ooit ontdekt en beschreven door de Nieuw-Zeelandse zeiler en ornitoloog Gerry Clark. Met zijn boot Totorore verkende hij deze baaien in de jaren 80 van de vorige eeuw. Clark bouwde de 10 meter lange houten Totorore zelf, in zijn boomgaard in Nieuw Zeeland. Zijn zeilprestatie met de Totorore roept ijskoude bewondering op. Van 1983 tot 1986 zeilde hij een rondje Antartica. Een reis, vol kapzeisen, ontmastingen en ijsbergen rondom het koudste continent. De reis stond in het teken van het vogelonderzoek. Op iedere van de trajecten had hij een of meer vogelkenners aan boord die met hem de boot van "vogel"eiland naar "vogel"eiland voeren; een prestatie van formaat zeker als je bedenkt dat hij alles op de hand voer met slechts een sextant, (voorzover beschikbaar) papieren kaarten en zonder alle elektronica die ons ter beschikking staat.

Niets is flexibeler dan ons plan. Als we opstaan is het al warm buiten, De damp slaat van de boot. Alle luiken gaan open en in t-shirt en korte broek kunnen we ineens buiten genieten. Dit laten we ons niet ontnemen. De weerberichten zijn weer gewijzigd. We blijven voorlopig toch maar wat langer in Caleta Clark en varen even nog niet verder noordelijk voor ons rondje Penas. Mogelijk doet zich in de tweede helft van de week een mogelijkheid voor om de Golfo rechtstreeks over te steken.

Ook Caleta Clark weet ons uiteindelijk lang vast te houden. Het weerplaatje is weer anders. Gelukkig is het een paar dagen ongewoon (althans voor ons) mooi weer. We kunnen de droge dag goed gebruiken. We ventileren de boot grondig, wassen en kunnen de was lekker buiten drogen, verbranden ons vuil en voorzien de mast van een nieuwe marifoonantenne en antennekabel en kunnen zelfs de benen weer eens strekken.

Een stevig koufront met harde wind houdt ons na het mooie weer, weer een aantal dagen vast. Voor het eerst in maanden hebben we zelfs onweer. We zijn het wachten langzamerhand aardig zat. Gelukkig lijkt er eind van de week een weergat aan te komen. Heel veel is afhankelijk van de ligging en loop van een lage druk gebied dat ons juist wel zuidoostelijke wind brengt of, net wat anders lopend, zuidwest die al snel draait naar noordwest. Iedere twaalf uur is het plaatje anders.

Dan staan eind van de week de seinen uiteindelijk op groen. Midden op de golf en rond het schiereiland boven aan de Golfo Tres Montes heeft een stevige zuidenwind, 30+, gestaan. Toch wagen we het erop. De eerste uren kunnen we op de afnemende wind goed zeilen. Het is mooi te zien vanaf het midden van de Golfo hoe achter ons de bergen weg zakken achter de horizon. Pas op deze afstand zie je goed hoe er nog een complete, volledig besneeuwde rug met hoge bergtoppen achter schuil is gegaan; de eigenlijke bron van alle gletsjers in de zuidelijke Chileense ijskap. Geleidelijk valt de wind, zoals voorspelt, weg. Het is zonnig en droog en op de motor, gesteund door het zeil maken we nog steeds goede voortgang. Als we Faro Rapper naderen op het schiereiland boven de Golfo den Penas krijgen we op de rand van het continentaal plat waar de oceaandeining wordt afgestopt en verhoogd een paar uur een nare rommelige, hoge deining met stevige rollers en brekers. De katterigheid slaat toe. Na het vallen van de avond en het verleggen van de koers van noordwest naar noord wordt de oceaan kalmer.

De nacht is aardedonker, een nacht na nieuwe maan, maar met een gigantisch grote sterrenhemel vol "flonkeringen" en "nevels". Al weer lang geleden dat we zo van een onbewolkte sterrenhemel hebben kunnen genieten (meestal sluiten we ons om 18.00 uur als het donker is geworden op). De nacht is wat gebroken met korte slaapjes; wel weer wennen na maanden alleen maar in de kanalen varen.

In de vroege ochtend, kort na het licht worden varen we Bahia Anna Pink op. Het begin van de verdere tocht naar boven.

 

Ten zuiden van de Golfo de Penas; Meer Foto's
Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.