Rhythm of Life op weg

20082009

Tierra del FuegoMagallanesZuid van PenasNoord van PenasRondreis

Tierra del Fuego, januari-februari 2010

Net voor het nieuwe jaar lopen we Stateneiland aan. Hier beginnen we onze Patagonische verkenning. Stateneiland is onbewoond, alleen een post van de Prefectura/Armada houdt de wacht op het eiland.

We genieten een aantal dagen, in Puerto Hoppner, van de pure natuur van Stateneiland. Weer, wind en kilte wisselen elkaar af. De natuur om ons heen is woest en grillig. We maken een aantal wandeltochten door het ruwe landschap. Het lopen op het eeuwenoude, verende mos/heide tapijt is even wennen. Iedere stap is het onduidelijk hoe ver je weg zakt. In dit landschap waarin de natuur zich zelf moet onderhouden wisselen mossen, veen, heide en lage struiken af met dode bomen, rotspartijen en beekjes. Boven ons zweven twee Condors. Op lieslaarzen; respectievelijk met een waadbroek aan worstelen we ons door de begroeiing. Dankzij de gps komen we weer op het juiste punt uit bij de bijboot. Regen, wind en zonneschijn wisselen elkaar af. De nacht temperaturen liggen dicht bij het vriespunt, in de heuvels boven ons valt verse sneeuw. De dagtemperatuur ligt soms op 15 graden, soms slechts op 8.

Stateneiland is vernoemd naar de Staten van Holland. Het werd "ontdekt" door LeMaire en Schouten op hun expeditie in januari 1616. Op 26 januari, bijna 394 jaar voor ons, voeren zij de zeestraat in die Vuurland; Tierra del Fuego; scheidt van Stateneiland, Isla de los Estados. Zij noemden, de zeestraat naar Le Maire, de koopman Isaac, opdrachtgever van de expeditie. Tot op de dag van vandaag heeft de straat deze naam, Estrecho de Le Maire, gehouden. Later, begin 19e eeuw zeilde bijvoorbeeld ook Darwin, met Fitz Roy en de Beagle door deze straat en ging aan de overkant in Bahia Buen Suceso aan wal.

Na een paar dagen tekent zich een stormdepressie af op de weerkaart. We kiezen ervoor Stateneiland weer te verlaten en naar het vaste land van Tierra del Fuego te gaan. Weer te vroeg naar onze zin maar het ziet er naar uit dat het na de stormdepressie nog lang zal duren voor er weer een nieuw geschikt moment voor de oversteek aanbreekt. We hebben onze eerste kennismaking met de kelpvelden op de ankerplaats. Na een kwartier snijden en hakken in de planten zijn we vrij. Het zal nog vaak hierna gebeuren bij vertrek; eerst snel de lijnen weghalen en daarna bij het anker opgaan de kelp rondom het anker verwijderen.

Slechts de straat van Le Maire met zijn sterke noordooststroom (tot 5 knoop) scheidt ons van onze bestemming. In de vroege ochtend van Nieuwjaarsdag verlaten we Hoppner. In de stromende regen halen we de lijnen naar de wal weg, hangen de bijboot achter onder de beugel en varen voorzichtig op het moment van tijkentering de 10 meter brede toegang uit. Op de beide eilandjes bij de entree zitten de duizenden Imperial Commoranten in de druizelende regen het nieuwe jaar te verwelkomen.

We hebben geluk, al snel na vertrek begint de snelheid op te lopen. Strak aan de wind snellen we met 11 knoop naar de overkant. Een tocht van rond de 70 mijl. In tegenstelling tot de verwachting staat er een zuidwestgaande stroom. Ondanks de zuidelijke wind hebben we weinig last van de korte onaangename golfslag. De pilot waarschuwt voor staande golven van meters hoog. We hebben gewoon geluk en komen ze niet tegen. Onderweg nog een spectaculaire show van Peale's dolfijnen. Ze springen uit het water en laten zich, als bommetjes, op hun zij neerkomen. Al aan het eind van de middag kunnen we het anker laten vallen in Bahia Aguirre/Puerto Espanol. De baai ligt open naar het zuidoosten zodat we een wat rollerige nacht hebben op de oceaan deining.

De volgende ochtend staan we opnieuw vroeg op. Om 6.30 varen we alweer zodat we het volgende stuk achter de rug kunnen hebben voor het storm en regenfront over ons heen trekt. We motorzeilen langs de zuidkust van Tierra del Fuego. Baai na baai; kaap na kaap trekken aan ons voorbij. We zijn op weg naar de meest oostelijke beschutte baai in het Beagle kanaal. Af en toe worden we opgeroepen door de Armada/Prefectura. Dan weer Argentijns, dan weer Chileens. Overal dezelfde vraag; scheepsnaam, roepletters, vlag, aantal opvarenden, laatste haven, bestemming, tijdstip van aankomst?

Om 16.30 gaat het anker erin, na 55 mijl, in Bahia Cambaceres, 35 zm van Ushuaia. Een vredige baai in een heuvelachtig bebost landschap tegen de achtergrond van de besneeuwde toppen langs het Beagle kanaal. Hier liggen we goed en beschut voor het komende slechte weer. De dag erop is het nog steeds zonnig met een strak blauwe lucht. De harde wind is er nog niet. Het stormfront heeft een andere koers genomen; 60 mijl verder, bij Kaap Hoorn, waait het 40 knoop.

We profiteren van het mooie weer en gaan snel naar de wal om een stuk te lopen. Onderweg genieten we van de Patagonische ganzen, eenden, aalscholvers en Caracaras (een grote roofvogel). In de verte loopt een grote groep wilde paarden. Als we na een aantal kilometers aan de andere kant van onze baai zijn stuiten we op de tenten van een groep indianen. Ze zeven met grote zeefborden het zand aan de rand van de baai. Goudzoekers. Lang geleden werd er in deze omgeving door een van de zonen van dominee Bridges goud gevonden. Een ware goldrush was het gevolg. Kennelijk is de jacht op het goudzand nog steeds niet over.

Als we weer terug aan boord zijn is het weer inmiddels verslechterd. Patagonie kent veel klimaten op een dag. Het weer slaat snel om en van de mooie temperaturen is weinig meer over.

Bahia Cambaceres is een rustige baai, ver buiten de golven en stromen van het Beagle Kanaal. Met laagwater is de baai door de droogvallende banken bij de ingang vrijwel afgesloten van het buitenwater. We lopen veel en verkennen de natuur in de omgeving intensief. Het landschap is lieflijk, glooiend en roept herinneringen op aan de glooiende heuvels van de Ardennen en de Eifel. Zeker ten opzichte van de woeste ongereptheid van Stateneiland is het soms zelfs wat saai.

Het is apart om te struinen door de oerbossen in de omgeving van de baai. Hier wordt geen hout gewonnen en vooral ook geen hout opgeruimd. We klauteren over half omgevallen bomen en vinden onze weg tussen de rottende takken en stobben. Het is helder dat de drang om in oerbossen niet in te grijpen en vooral geen hout te ruimen een werkelijk ondoordringbare chaos in het bos oplevert. Vreemd genoeg vinden we nauwelijks uitzaaiingen. We doorkruisen een oude gletsjerbaan. Het eeuwenoude mos en heide tapijt veert diep onder onze voetstappen in; het veenmostapijt deint met ons mee. Daar waar een rund(?) diep is weg gezakt in het veentapijt staat water in de gaten. Wij komen er zonder natte voeten door heen. De verzuring van de grond voorkomt de groei van jonge bomen. Op de hele gletsjervlakte vinden we geen enkele boom of struik. Pas aan de zijkanten, waar de puinrijke stuwwal duidelijk is te herkennen groeien weer bomen en struiken.

Op de terugweg naar de boot beklimmen we een heuvel. Vreemd genoeg is de heuveltop een groot bomenkerkhof. Talloze grote bomen staan dood (of liggen inmiddels)op de kale heuveltop. Ooit moeten hier grote bomen ontkiemt en opgegroeid zijn. Nu is het een kale vlakte gevuld met dode oude knarren, de takken, voor zover nog over, naar boven gericht in een laatste wanhoopspoging tot overleven. Wat heeft zich hier afgespeeld? Is het klimaat de laatste honderden jaren gewijzigd; is de grond zo verzuurt dat nieuwe aanwas is uitgesloten. Duidelijk is dat er ooit, decennia geleden brand heeft gewoed op deze top. Raar genoeg heeft dat echter niet geleid tot ruimte voor nieuwe spruiten.

Overal waar we lopen vinden we botten, schedels en soms zelf gedeeltelijke skeletten van dieren die in deze vlaktes en heuvels het leven hebben gelaten. De vossen, roofvogels en insecten zorgen voor de schoonmaak. Nu resten alleen nog de kale wit uitgeslagen botten.

Een andere dag volgen we een aantal uren de loop van de rivier. Uren stappen we over, onder, langs en om oude bomen. De rivier sleept de grote bomen en stammen met zich mee en stort ze verderop langs de oever weer neer. De rivier meandert en laat duidelijk zien hoe de zomerbedding en winterbedding liggen. Alleen in de eerste kilometer van de benedenloop is hout gekapt. De stobben zijn nog te herkennen verder op geen spoor meer van menselijke activiteit.

In dit klimaat van koude winters en frisse zomers duren verteringsprocessen lang. De natuur waar we door heenlopen is al eeuwenoud en heeft, afgezien van de schaarse indianen en kolonisten die zich hier gevestigd hebben maar weinig te lijden gehad van menselijke invloed.

Inmiddels alweer 10 dagen zonder afvalbak in onze omgeving wordt het tijd ons eens van ons afval te gaan ontdoen. Diederique maakt in de middag met een flinke portie sprokkelhout een mooi vuur waar we ons afval lekker in kunnen verbranden.

Na een paar uur is zij uitgespeeld. Zij stinkt alleen geweldig naar de rook. Gelukkig valt zij bij het aanleggen van het bijbootje in het koude water. Probleem opgelost. Als Christien haar er uitgevist heeft krijgt zij schone kleren.

We varen twee baaien verder naar de Bahia Relegada. Op weg daarnaar toe passeren we de Estancia Harberton. Veel missiewerk in Tierra del Fuego is vanaf midden 19e eeuw verricht vanuit de Anglicaanse kerk, dit in tegenstelling tot noord Argentinie en Brazilie waar de paters Jezuiten en Franscicanen actief waren. Een van de eerste Britse missionarissen in deze omgeving was Ds Bridges. Naast zijn geestelijke arbeid heeft hij in de tientallen jaren dat hij hier werkzaam was veel gedaan voor de integratie van de indianen en het vestigen van het lokaal bestuur in Ushuaia. Als dank voor zijn werk kreeg hij (en zijn nazaten) de beschikking over ca 50.000 ha land, bos, water om er een Estancia op de vestigen. Deze Estancia, Harberton, omvat een groot stuk van het gebied waar we ons nu bevinden.

Van het grote boerenbedrijf is niet veel meer over. De Estancia is een toeristische trekpleister met een theehuis en vooral een gedegen "natuur"museum. Het museum en het wetenschappelijk centrum dat er aan verbonden is, is een van de weinige in zijn soort in Zuid-Amerika. Duizenden gestrande walvissen en dolfijnen zijn hier sinds 1962 ontleed en bestudeerd. Duizenden dieren zijn als geraamte gecatalogiseerd en bewaard, zodat nader onderzoek gedaan kan worden naar de beenderen, schedels, kaken/tanden en andere delen. We bekijken ook nog even het beenderhuis waar de dieren liggen te vergaan (en daar in grote kookketels bij worden geholpen; een soort stoofvlees). De temperatuur is, zelfs in de zomer, zo laag dat de natuurlijke weefselafbraak jaren duurt. Een beetje hulp, vandaar dat koken, is nodig om de wetenschappers aan de botten en schedels te helpen. Vrijwilligers werken iedere dag aan het schoonmaken van de nieuwe materialen. Een grote kist met honderden schedels van vooral Commersondolfijnen staat midden in de ruimte klaar voor verdere bewerking. Wat luguber, dat wel.

Op de terugweg overvalt een weersverslechtering ons. In tegenstelling tot de stralende zon en windstilte op de heenweg, roeien we tegen wind en korte golfslag, in de stromende regen terug naar de boot. We kunnen nu allebei droge kleren aan; de zeillaarzen van de zwempartij drie dagen eerder zijn nog niet eens droog.

Het wordt tijd dat we Ushuaia eens aan gaan doen. De verse voorraden zijn praktisch op; het wordt tijd voor boodschappen. Na een tussenstop bij een grote Pinguinkolonie waar we Gentoo en Magalaans spotten varen we door naar Ushuaia. Het regent en het zicht is waardeloos. Als we eenmaal aan de boei liggen en bij de Prefectura zijn geweest kunnen de natte kleren uit. Overal in de boot hangen de waslijntjes inmiddels vol.

De verrassing is groot als de volgende dag de zon even schijnt en we eindelijk de besneeuwde hellingen rondom Ushuaia kunnen zien. We verkennen in de stad alvast wat zaken in verband met de komst van Moniek, eind januari, en Ingeborg/DirkJan, midden maart. In de hoofdstraat is het rustig,  als de  cruiseboten met hun duizenden passagiers er een dag niet zijn. Het is minder winderig achter de beschutting van de huizenrij.
4 seizoenen in een dag; we zien ze dagelijks allemaal. Regen, een waterig zonnetje en een verdwaalde strook blauw in de lucht wisselen elkaar in snel tempo af. Behalve veel eetgelegenheden, vooral veel reisbureautjes, outdoorzaken en kledingzaken met vooral zomergoed. Het is onduidelijk wat je hier met open sandalen en mouwloze jurkjes moet. De outdoorzaken met mutsen handschoenen en warme kleding spreken ons meer aan. Op straat zie je ook mensen met dikke jassen, mutsen en sportkleding door elkaar lopen. Bijzonder.....

Aan de overkant ligt Chili. Als na een paar dagen de voorraden weer zijn aangevuld, vertrekken we weer. Op naar Chili. De enige "Port of Entry" in de wijde omgeving is Puerto Williams. We lopen er aan het begin van de avond binnen. De lijnen zijn nog niet vast of ze zijn alweer paraat; de officials, 4 in getal dit keer. Christien heeft haar handen vol aan alle formulieren en handtekeningen.

The southernmost; Ushuaia is the southernmost town in Argentinie; Puerto Williams heeft the southernmost pub en het southernmost vliegveld; Ushuaia heeft echter het southernmost vliegveld voor normale burgerluchtvaart. We kunnen nog wel even doorgaan zo. Feit is dat de twee plaatsen elkaar stevig de loef afsteken. De PR machine van Ushaia heeft op punten gewonnen. Ushuaia staat nu eenmaal bekend als de "southernmost town". De echte winnaar is wat ons betreft echter Puerto Williams, the southernmost municipality. De tegenstelling tussen de Argentijnse stad Ushuaia vol toeristen, wannabee trekkers, cruiseboten, 1 winkelstraat en asfaltwegen enerzijds en het landelijke Chilieense Puerto Williams anderszijds is groot. Hier grazen de wilde paarden gewoon in de voortuin; de wegen zijn stoffig en ongeplaveid; er is 1 dorpsplein met wat kioskjes en een bank met een ATM. Hier galoppeert 's avonds een gaucho te paard die met zijn lasso de wilde paarden weer bijeendrijft voor de nacht. Het is vooral een marinebasis (the southernmost natuurlijk), waar omheen wat huizen en boerderijen zijn ontstaan. Er zijn twee veerdiensten die Puerto Williams aandoen. 1 met plaats voor een man of 8, een rib, en een met een harde opbouw met plaats voor 15 mensen. Allebei komen ze 1 maal per dag.

We treffen het in Puerto Williams, het warm en zonnig. Voor het eerst in weken kan er buiten in de kuip worden gegeten en geschreven. Ineens wordt duidelijk waarom in Ushuaia de blote jurkjes en sandalen in de winkel hangen. Het is T-shirtjes weer.

We willen vanuit Puerto Williams naar Kaap Hoorn. Een stukje van slechts 100 zeemijl met een beperkt aantal ankerbaaien onderweg. Het venijn zit in het weer. Dagelijks halen we het weerbericht op en maken een inschatting van de verwachte winden op het Beagle kanaal, bij Bahia Nassau en bij Kaap Hoorn. We treffen het niet. Zelf in Puerto Williams fluiten de winden ons af en toe om de oren. De weergaten die we vinden zijn hooguit 12 uur groot waarna er weer een nieuwe zone met winden tot 40-50 knoop aankomt. Na 10 dagen wachten concluderen we dat dit het niet gaat worden. Na de 14 dagen met Moniek doen we een nieuwe poging.

Terwijl we wachten doen we de nodige klussen. Een van de dagen vervangen we de gescheurde ruit in de buiskap; een restje van ons laatste oceaantraject met Kerstmis. Dankzij de warme dagen die we hebben, ca 15 graden, en de handigheid van Christien lukt het de ruit te vervangen. De nieuwe ruit zit er goed passend en strak in.  Op een avond slaat de generator af. Nog maar net  bekomen van het generatorjaar 2009 duikt Diederique meteen onder in de boot. De generator krijgt geen koelwater meer. Na de storing een week geleden als gevolg van het opslurpen van kelp en wier waarna de toegang tot het wierfilter blokkeerde hebben we hem dit keer iets eerder uitgezet. Zowel de kraan als de wierfilter zijn dit keer schoon. Meest voor de handliggend is dan de impellor. Deze is ook nog in orde. We vinden niets, waarschijnlijk is de koelwatertoegang weer door de kelp versperd en zijn we er gewoon vroeg bij geweest dit keer.
Kelp is hele lange en stugge zeebodem begroeiing. Deze planten groeien op en rond rotsen en ondiepe gedeeltes en kunnen wel honderd meter lang worden. Kelp is de verzamelnaam voor een aantal zeebodemplanten die zowel als lange lianen kunnen voorkomen, als in de vorm van meters lang gras, als bijvoorbeeld in de vorm van een soort "gatenplant" met grote bladeren en lange stengels. Bij het ankeren is het een hele klus om ze steeds weer kwijt te raken. We gebruiken daarvoor onze machete. Een "oerwoud"mes dat zo'n slechte reputatie heeft als gevolg van het bewerken van de tegenstanders gedurende stammenoorlogen in Afrika. Kennelijk verstoppen ze niet alleen het anker maar ook de watertoegang van de generator.

Het is toch weer wennen aan de Chileense bureaucratie. Na BraziliŽ en ArgentiniŽ zijn al wel wat gewend maar hier in Chili brengen wij, en andere boten, wederom uren door met het invullen, controleren, stempelen, verzamelen en uitleggen van documenten. Zo is op dit moment een belangrijke vraag of je wel verzekerd bent voor reddingskosten. Moeilijk uit te leggen met een Nederlandstalige omschrijving van de dekking. We hebben maar een rubriek gekozen op de polis waar 200.000 euro bij staat ( de ongevallen verzekering) en toegelicht dat dat reddingskosten zijn.

We redden het niet om naar Kaap Hoorn te komen dezer dagen. Kaap Hoorn is niet voor "Watjes", zeker als je buitenom gaat; maar zelfs via de binnenbocht en de relatieve beschutting van eilanden en ankerbaaien is het ons met 50 knoop gewoon teveel.
De rauwe ongenaakbaarheid van Patagonie trekt "Uitdagingzoekers" aan. Op een dag zwemt een drietal Amerikanen, vanuit Puerto Williams de Paso Mackinley over en terug. Een kleine zeestraat van slechts 10 of 15 mijl, de uitdaging zit hem in de temperatuur van hooguit 5 graden. Vorig jaar zwommen ze Strait Magellan en de Hudson.

Een andere keer zitten we te praten met een Pool die zichzelf een "triatlon"uitdaging heeft gesteld. In 6 maanden tijd trekt hij op de fiets 2000 km dwars door ArgentiniŽ zuidwaarts; stapt daarna op de ski's en trekt 300 kilometer over de ijskappen van centraal Chili verder zuidwaarts en stapt daarna in een kajak om van Punta Arenas naar Puerto Williams te kajakken. Een harde klus die hij met een wijntje afsluit op zijn laatste station.
Hij vertelde dat het kajakken tegen stroom en wind zoveel energie kostte dat hij er van is afgevallen. De manchet van zijn droogpak zit de laatste dagen zo ruim dat het water er via zijn handen, via zijn armen, zijn oksel over zijn rug naar beneden loopt; en dit wederom bij 5 graden. Om de route af te korten trok hij met twee andere kajakers met de kajaks over de bergen in plaats van 100 kilometer om te varen. Het kostte ze vier dagen voor ze de kajaks en de voorraden over de bergen naar de andere kant hebben getransporteerd.
Een paar dagen eerder hoorden we al van hem. De Argentijnse en Chileense marine waren hem kwijt en vroegen ons (en vele anderen), naar hen uit te kijken. Pas toen ze met een marine fregat van de ene kant opstoomde en ze met een helikopter van de andere kant kwamen werden ze gelokaliseerd.

Een voordeel heeft ons oponthoud in Puerto Williams wel; we lopen veel en kunnen de verschillende vogels prima fotograferen. Zo hebben we naast de gebruikelijke pinguins, comorants, valken en havikken ook de Ringed Kingfisher (die we onderweg het laatste jaar al regelmatig hebben gezien), de Black-Faced Ibis en de Carpintero of Maghellanic Woodpecker kunnen spotten. Tegenover ons in Puerto Williams zitten een paar Maghellanic Ganzen. Ze hebben jongen. Net als we zitten te eten gaat de familie naar bed. Eerst waggelt moeder langs met haar roodbruine kop; dan komen er drie donsjes aan gewaggeld. De rij wordt gesloten door vader met zijn grijs/witte "businesssuit". Na wat heen en weer geschuifel duiken twee donsjes bij moeder onder de vleugels. Vader zit met het derde donsje onder zijn vleugels een meter verder; op wacht.

Een van de voor de handliggende wandelingen vanuit Pt Williams is de Cero Bandera.(920mtr). Een wandeling van 5 uur die we samen met de bemanning van een van de andere boten maken. Een prachtig stuk omhoog via de bossen tot op een kaal plateau met mossen, heide en lage struiken. Het waait snoeihard (Kaap Hoorn heeft op dat moment 50+ knoop). De wolken jagen in sneltrein vaart voorbij. We  kunnen ons ternauwernood vasthouden aan de strak wapperende Chileense vlag op de top en worden bijna letterlijk van de berg geblazen. Het uitzicht is fantastisch.

Net als we willen vertrekken om toch nog iets van de baaien in het Beagle kanaal te zien legt een van de veerpontjes uit Ushuaia bij ons aan om zijn passagiers uit te laten stappen; althans dat probeert hij. Een dreun en een deuk in de boot is het gevolg. Een dag vol gedoe met een kaptein die geen aansprakelijkheid aanvaart; de Armada die nauwelijks thuis geeft en passagiers die Diederique uitschelden omdat zij hun reis vertraagd door er wat van te zeggen, is het gevolg.
De volgende dag proberen we het opnieuw. Nauwelijks buiten de haven, na eerst netjes ons vertrek te hebben aangekondigd worden we terug geroepen. Onze zarpe is verlopen. Protesteren via de radio helpt niet. Hoewel we een zarpe hebben die nog 6 dagen geldig is moeten we toch terug. We leggen aan aan een marinefregat en lopen weer naar de Port Captain. Daar moet weer een nieuw vaarplan worden ingediend. Na 5 minuten is de nieuwe zarpe klaar; in plaats van 2 dagen zit er nu 1 dag tussen de verschillende stops. Wederom een zarpe van 6 dagen. Nu de autoriteiten tevreden zijn gesteld mogen we weer weg.

In Caleta Tres Mares gooien we het anker uit. Een perfecte windarme locatie beschut tussen de oerbossen. We struinen twee dagen rond met GPS en waadbroek en verkennen een paar mooie stukken woesternij vol rottend hout, omgevallen bomen en nauwelijks te doorwaden struikgewas.

Dan is het op. We varen weer terug, via Puerto Williams (uitklaren) naar Ushuaia( inklaren) om Moniek op het vliegveld op te pikken en boodschappen te doen waarna we weer kunnen uitklaren (Ushuaia). Christien en Moniek moeten dit keer een verklaring tekenen dat ze niet voor de reis betalen. Men verdenkt de schipper ervan te charteren terwijl zij net verklaart heeft geen commerciele activiteiten te bedrijven. Christien maakt bezwaar, immers ze betaald toch beslist de helft van de reis. De Prefectura snapt het niet; we laten het maar zo. Diederique maakt een foutje. Eenmaal uitgeklaard moeten we binnen 6 uur Argentinie verlaten. Er zit weinig anders op dan maar gewoon gaan varen. Tegen de avond vertrekken we dus maar weer uit Ushuaia. Het waait hard en we lopen met ruim 8 knoop richting Puerto Williams. Dan slaat opeens de stuurautomaat op hol; de boot loopt uit het roer. Een snelle blik leert dat een van de hydrauliek leidingen naar de stuurcilinder olie verliest. Met de hand sturen we de resterende uren naar de veilige haven van Puerto Williams. Ondertussen worden we opgelopen door de Amsterdam, een van de cruiseschepen van de Holland-America lijn.

In Puerto Williams werpen we ons de volgende dag, na de rondjes langs de autoriteiten -4 rondjes autoriteiten in 2 dagen is wel wat veel van het goede- op de hydraulische leiding naar de stuurcilinder. We maken een noodreparatie. Het is te hopen dat hij het een aantal weken uithoudt tot we een nieuwe hebben georganiseerd. Voorlopig eerst maar eens in Ushuaia naar gaan zoeken als we Moniek weer op het vliegveld zetten.

Na het halen van vers brood kunnen we de volgende dag meteen weer weg uit Puerto Williams. De vaarvergunning (zarpe) levert dit keer geen probleem op. We kruisen een groot stuk van de weg over het Beaglekanaal terug naar het westen. De tegenstroom maakt de kruisslagen niet echt gunstig. Aan het eind van de dag gaat in Puerto Orestes (54.54/68.09) het anker er in. Een winderige plek waar de vlagen regelmatig de windgenerator opjagen.

De volgende dag, nog voor het Patagonienet gaan we weer ankerop. Al snel hebben we de eerste gletsjers te pakken met de kijker. We varen de hele dag strak aan de wind met windsnelheden tussen de 5 en de 25 knoop. Regelmatig gaat er een extra zeil bij dat 10 minuten later weer met veel geweld weg gerold moet worden. De valwinden houden ons goed bezig. In de loop van de middag lopen we Caleta Olla (54.56/69.09) binnen, aan de voet van de Ventisquero Hollanda. Van veraf glinstert de blauwe massieve ijsmassa vol breuken en stukken rots ons tegemoet. Misschien lopen we er morgen naar toe. In het vaarwater op weg naar de Caleta komen we, op afstand, een witte krokodil tegen; ons eerste brok ijs. We liggen aan het anker met twee lijnen naar de wal. Na een uurtje stoeien en trekken zijn alle lijnen in het spinnenweb getrokken en kunnen we naar binnen. Inmiddels regent het; een normaal patroon, vanaf deze Caleta.

Na een nacht waarin we de wind verderop op het Canal Beagle, achter onze beschutte ankerplaats horen loeien, starten we met een stevige bushwandeling naar de Ventisquero Holanda (de ijzigblauwe Holanda gletsjer). Het kost moeite het pad vanaf het strand bij het vuurtorentje te vinden; hebben we het eenmaal dan is het binnen 10 meter weer in de bush verdwenen. We klimmen en klauteren een uur tot op begroeide steile morene die ooit eens het eind van de gletsjer markeerde. Nu is het een forse helling midden in het bos. We banen ons een weg door en vooral over het oude hout, de nieuwe opslag van laurierachtigen en de stekelige dwarsliggende hulstachtigen. Als we boven aan de steile helling zijn gekomen zien we dat er nog eens een zelfde steile afdaling en idem beklimming voor ons wacht voor we over de kale rotsen, 500 meter voor ons, verder kunnen naar de gletsjer voet. Dit is het niet helemaal. We draaien om en banen ons een weg terug. Op de terugweg naar de boot moeten we met de bijboot de baai weer terug oversteken. Inmiddels is de wind, die we op de heenweg in de rug hadden verder opgestoken. Een drijfnatte tocht, recht tegen de vanuit de Brazo Nordoeste binnen lopende golven, brengt ons botsend en buizend weer terug. Tijd voor de lunch en een verkleedpartij.

Droog en opgewarmd lichten we het anker (en halen het spinnenweb aan lijnen binnen) en zetten koers naar de Bahia Romanca. Het doel van de dag is de Caleta Mediodia, een smalle banaanvormige caleta waar de boot alleen achteruit in past. Op weg ernaar toe passeren we weer de nodige gletsjers. Afgezien van de Italia die imposant in het water eindigt lijken de overige gletsjers (Francia; Allemania; Romancia) in de voorbije jaren zover te zijn terug getrokken dat een spectaculaire ijsval in het water er niet meer in zit. De nog kale rotsen van de geul, waarin de gletsjer zich in koudere tijden een weg naar beneden heeft gebaand, zijn nog goed te zien; een waterval is vaak nog het enige dat rest.

In de Caleta Mediodia (54.57/69.29)kunnen we de lijnen weer uitleggen. Terwijl Christien de boot kundig achteruit vaart en Moniek de lijnen uitviert roeit Diederique in de bijboot naar alle uithoeken van de caleta om de noodzakelijke lijnen vast te maken. De volgende ochtend kunnen we in omgekeerde volgorde de lijnen weer opruimen. De Caleta is te smal om uitgebreid de bijboot nog op te hijsen. Dit stellen we een paar honderd meter uit tot op de Bahia Romancia in waar we wat meer ruimte hebben. We worden verrast door een perfect windstille dag en, zeldzaam, stroom mee. Na 2,5 uur zijn we op onze volgende lokatie; Seno Pia (54.48/69.38). Voor we het anker erin leggen in Caleta Beaulieu varen we eerst naar de voet van de gletsjer. Voorzichtig, het ijs dat overal om ons heen drijft ontwijkend, brengen we de boot tot dicht bij de gletsjer. Hoewel we roer en zwaard opgetrokken hebben om beschadiging door het ijs te voorkomen durven we als de diepte ineens van 25 naar 2,5 meter oploopt niet verder. Kennelijk zitten we vlak boven de sedimentatietong en een oude eindmorene van de gletsjer. Als alle foto's zijn gemaakt en de geheugenkaartjes vol, is het tijd voor het ankeren. Met het anker erin en twee lijnen naar de wal liggen we als een huis.

De volgende ochtend treffen we het; een echte, Patagonische zomerse dag. We worden, vroeg in de morgen, wakker van de hagel op ons dek. Een, nat, sneeuwdek ligt op de boot. De wolken hangen laag; nauwelijks 100 meter. Vlak boven ons zijn de bomen en bergen mooi wit. Het heeft stevig gesneeuwd vannacht. Als de hemel een paar uur later wat open breekt, anders dan met de bakken water van de uren daarvoor, besluiten we de lijnen weg te halen en het anker te lichten. Seno Pia kent naast een Oostelijke arm ook een Westelijke. Voorzichtig varend manoeuvreren we ons door het vaarwater. Al snel komen de ijsbrokken weer in zicht. Meer en groter dan die in de Oostelijke arm. Het is weer gaan regenen. Na een uur zigzaggen liggen we aan het eind van de westelijke arm. Tijd voor een fotostop. Voor en naast ons monden drie gletsjers uit. Verschillend in vorm en kleur. De middelste grauw en zwart van het puin en zand dat meegesleurd is; de overige twee met prachtige blauwe ijsvallen vlak voor en naast de boeg. De gletsjers maken geluid. Zacht grommend dan weer bulderend banen ze zich hun weg van honderden of duizenden jaren naar beneden. We kunnen door de laag hangende bewolking niet zien waar het geluid vandaan komt. Tot drie keer toe breekt vlak voor ons, met veel geweld en opspattend water een brok uit de meest westelijke gletsjer. Dan steekt ineens een zeeleeuw zijn kop boven water. Inmiddels liggen we helemaal ingesloten door het ijs. Na een uur manoeuvreren we ons er weer uit. De regen stopt even.

Op naar de overkant van de Beagle; Brazo Noroeste. De overkant van het water ligt (even?) mooi in de zon. We verleggen de koers naar Bahia Tres Brazos. Onderweg spotten we een gracieus rondcirkelde Andes Condor. Als we een uurtje later aankomen regent het alweer. In de stromende regen leggen we de laatste mijl af naar een super idyllisch inhammetje, Caleta Cinco Estrellas (54.57/69.46). Met recht 5 sterren. Aan een voor en achterlijn gelegen liggen we midden in een poeltje van nauwelijks 100 meter bij de monding van een waterval.
Heel even trekt de regen op. Tijd voor foto's.

Na een rustige nacht (afgezien van de continue stromende waterval) zetten we koers naar de gletsjers in de Seno Garibaldi. Na de entree blijft het lang vrijwel ijsvrij. Afgezien van een aantal grote brokken kunnen we behoorlijk onze koers houden. Halverwege wordt het anders. Al snel neemt het aantal grote en kleine brokken toe; sommige blokken ijs zijn alleen al boven water enkele meters lang/breed en al snel een meter hoog. We houden een eerbiedige afstand; de hoeveelheid ijs onder water laat zich raden. Korte tijd later keren we om. Met name het aantal kleine "waterijs"brokken die pas kort vooraf zichtbaar zijn maakt het varen moeizaam. Dit in tegenstelling tot de grotere harde witte gletsjerbrokken die veel eerder zichtbaar zijn en die we goed te ontwijken.

Als we weer buiten liggen in de Brazo Noroeste zetten we koers naar Isla Chair/Caleta Alakush (54.54/70.01) in de Paso Darwin. Ooit zeilde Captain Fitzroy hier met zijn Beagle (1831-1836). De reis waarin de jonge Charles Darwin meevoer en aan boord zijn "species" verzamelde en de basis voor zijn "evolutie"theorie legde. Veel in deze wateren herinnert aan deze reis. Niet alleen zijn er de nodige eilanden, bergen, gletsjers en wateren naar Darwin genoemd; Fitzroy zelf gaf, als een echte ontdekkingsreiziger namen aan een groot aantal wateren en eilanden waar hij langs voeren. Het eilandje waar de inham Caleta Alakush te vinden is vond hij net een stoel lijken; vandaar de naam.

Het binnenvaren van de Caleta's is een waar avontuur. Sommigen zijn groot, als een ankerbaai, en geven alle ruimte om na het zakken en vasttrekken van het anker de bijboot te laten zakken en een aantal lijnen te leggen naar de wal. Anderen zijn smal, banaanvormig, nauwelijks geschikt de boot te keren. Voor de Caleta leggen we de boot dan stil, leggen de bijboot alvast in het water compleet met lijnen en kettingen, waarna we voorzichtig achteruitvarend het anker bij de entree laten zakken en de boot achteruit in parkeren. Daarna rest nog het snel naar de wal roeien om de eerste lijnen vast te leggen zodat de boot verankerd ligt. Een uur later kan meestal de motor uit en kan de waadbroek weer te drogen worden gehangen. Klaar voor naar we hopen een safe nacht met de nodige nachtrust.

Het is zonnig en warm als we de volgende dag, na het Patagonie radionet, de Caleta verlaten. Ook het anker opgaan kost ons in omgekeerde volgorde weer een uur. Tijd sparen door even geen waadbroek of laarzen aan te trekken helpt weinig. Als na een uur de lijnen binnen zijn, het anker opgehaald is en het bijboot weer onder de beugel hangt zijn dan toch weer droge kleren nodig. We benutten de binnenbocht. Onze zarpe (vaarvergunning) geeft aan dat we geacht worden via de Paso Darwin en het Canal Thomson te varen. Het is windstil en de binnendoor route, Canal Barros Merino, lonkt. Na drie uur gaat het anker erin in de Estero Coloane (55.06/69.49); een mooi omsloten baai met rondom watervallen en gletsjers. Hier blijven we een dag; klaar om de massieve regen en harde wind die voorspelt wordt, 30+, af te wachten.

Een dag zonder wind. Traag zakken we op de stroom met een flintertje wind een stukje de Brazo Sudoeste af. We passeren weer een aantal gletsjers. Na 8 mijl, 4 uur varen, is het genoeg. Bij de Estrero Fougue gaan we op zoek naar een ankerplaats. Er zijn er drie aanbevolen; allemaal min of meer open voor de oostelijke wind die we verwachten. We vinden een prima, nog niet beschreven baai aan de oostkant van de Estero, tegenover,0,7 mijl, van de Caleta Augusto, goed beschut voor oostelijke winden. We ankeren netjes achteruit in 8 meter water op positie 55.06.121 S/069.31.604 W. Met 4 lijnen naar bomen op de wal liggen we een uurtje later prima met een kabbelend en borrelend uitzicht (en gehoor) op de vlak achter ons stromende waterval. De naam is snel gevonden, Caleta Ritmo. Aan de overkant van de baai kijken we uit op een gletsjer die uitmondt in het water voor ons.

Onze nieuw uitgevonden ankerplaats bevalt prima. Aan het eind van de middag klimmen Diederique en Christien een flink stuk op de gladde berg achter de ankerplaats omhoog om een beter zicht, foto's!, te krijgen op de boot en de omgeving. In de loop van de ochtend vertrekken we na het gebruikelijke inhalen van de lijnen weer van onze plek. Eerst nog even een kijkje nemen richting de gletsjer. Christien en Moniek worden in de bijboot midden op het water achtergelaten voor foto's terwijl Diederique de boot tot vlak onder de gletsjer manoeuvreert. De gletsjer rommelt en bromt angstaanjagend boven zijn hoofd. Brokken vallen vlak bij met donderend geraas in het water. Gelukkig zijn de dames na een kwartier klaar zo dat we weer weg kunnen. Nog een keer gaan we gezamenlijk tot vlak bij de kathedraal hoge ijsplaten, brokken en scheuren. Dan is het genoeg.

Op de terugweg- op de lichte wind, geluidloos op het zeil- worden we tot drie keer toe verrast door het gebrul van zeeleeuwfamilies op de wal. De dik bemaande mannen grommen indrukwekkend naar ons als we passeren.

Aan het eind van de middag droppen we, in de stromende regen, ons anker in de Caleta Maria Helena in de Estero Penhoat. Een rustige ankerplaats met 2 lijnen naar de wal geeft ons ruimte voor een ongestoorde nacht (hopen we).

Het wordt tijd dat we Moniek naar Ushuaia terug gaan brengen, haar vakantie bij ons is al weer bijna voorbij. We varen het laatste Chileense traject. Bijna 65 mijl terug naar Puerto Williams. Een behoorlijke afstand waarop we gelukkig wind mee hebben; en meer dan dat. De voorspelling is een afnemende wind van 15 tot 12 knoop. In werkelijkheid hebben we een wel erg stevig windje in de rug. Met een wind van soms 35 tot 40 knoop en vlagen van 55 knoop stuiteren en bruisen we terug. Het kost de nodige moeite om de boot, met de hand sturend, op het derde rif in toom houden. Soms halen we snelheden van meer dan 10 knoop over de grond. In de loop van de middag, op het bredere Beagle kanaal neemt de wind af. Tegen de tijd dat we Puerto Williams in lopen is de wind weggevallen.

Als de volgende dag de papierwinkel met de autoriteiten weer achter de rug is willen we weg. Helaas is de haven, wederom vanwege de harde wind gesloten. We mogen er niet uit. Een extra rustdag dus. De volgende ochtend verlaten we al om 7.00 de haven, tijdig voor de haven mogelijk weer wordt gesloten. Het blijft de hele weg bladstil zodat we de laatste mijlen met Moniek op de motor varen.

Na nog een dagje shoppen en genieten in Ushuaia, zetten we Moniek op het vliegtuig. Na haar vertrek gaan we aan de slag met de  voorbereiding van onze trip de komende maanden noordwaarts. Na het weekend kan de nieuwe hydrauliekslang voor het stuursysteem gemonteerd worden en gaat Diederique aan de slag met het onderhoud van de motor. Christien regelt in de tussentijd gas, diesel, dozen vol levensmiddelen en kisten vol groente en fruit. De hele voorkajuit wordt omgebouwd van logeerkamer naar provisiekast. We treffen in Ushuaia een, voor ons althans, ongewoon zomerse periode. De hele week kunnen we het doen zonder jas en extra onderkleding. Ushuaia is een andere stad bij zon, 20 graden en geen wind. We kunnen tot laat in de avond buiten eten en zitten. Tegen het eind van de week zijn de voorraden aan boord en kunnen we er weer een paar weken tegen. De komende tijd, na Puerto Williams, zullen we het zonder winkels, internet en dieselpomp moeten doen.

Na wat heen en weer mailen met Ingeborg en Dirkjan veranderen we de plannen voor hun bezoek aan ons. In plaats van Ushuaia en omgeving gaan we ze treffen bij Puerto Natales op de route naar Torres del Paine. Eerst willen we nog een poging wagen Kaap Hoorn te ronden voor we de komende maand geleidelijk alvast wat noordwaarts, 450 zm, gaan voor de week met Ingeborg en Dirkjan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onmiddellijk na ons vertrek uit Ushuaia draait het weer om. Hobbelend tegen de wind in, in de stromende regen vertrekken we na het laatste uitklaren bij de autoriteiten. Tegen elk weerbericht in draait de wind binnen een uur naar vertrek compleet tegen en trekt de voorspelde regen toch over ons heen. Na 2,5 dag prachtig zomerweer in Ushuaia een tegenvaller om toch weer knokkend tegen de wind naar Puerto Williams te varen. Nu is het weer echt Patagonia, SSE 5/6 bft is weer andere koek. Voordeel, de pollen zijn zo meteen ook weer uit de lucht. Maar de afgelopen dagen hebben we de boot weer even lekker kunnen laten doorwaaien.

In Puerto Williams maken we onze mind op of we eerst nog via Kaap Hoorn of direct richting Natales gaan varen. Er zit een klein gaatje, het is alleen de vraag of het groot genoeg is en of het gaatje blijft bestaan. Voorlopig wagen we het erop en gaan alvast een stuk richting Kaap Hoorn. We brengen de nacht door in Puerto Torro (55.04,93/67.04,33) waar kijken we of het weergaatje voor Kaap Hoorn er nog steeds is. Onderweg er naar toe komen we massa's zeevogels tegen. We zitten duidelijk in hun foerageergebied. Naast veel pinguÔns, meeuwen en aalscholvers komen we ook weer grote aantallen albatrossen tegen. Af en toe is het water bezaaid met vogels met, die hebben ook honger, de nodige kleine dolfijnen, Tonino's, die er tussen door zwemmen. Op een gegeven moment kruist een groep pinguÔns ons pad. Ze zijn met grote snelheid onderweg. Opduikend, van golf tot golf springend als dolfijnen gaan ze voor onze boeg langs. Vlak voor we Toro aanlopen zien we iets verder naar de kust 2 minstens 50 cm hoge rechtopstaande zwarte vinnen in het water; Orca's!

Het is nog maar net licht als we vroeg in de morgen weer losgooien. Windstil, grijs en met slechts in de verte een knallend rode zonsopkomst. Snel trekt de bewoking dicht. We varen in een zwartwit foto. Sinistere grijstinten tekenen de heuvels rondom ons. De eilanden waar we langs varen zijn grijs, grauw en kaal. In de verte schitteren de besneeuwde toppen van de zuidelijke Andes. Af en toe passeren we een losse rotsklomp; vol met aalscholvers en pinguins. We motorzeilen langs Hollandse sporen naar "de Hoorn"; Windhond, Goree, Nassau, Barnevelt. Als we de zuidelijkste eilanden naderen neemt ook het dieren leven weer toe. Eerst de pinguins, sternen, albatrossen en aalscholvers, dan ook zeeleeuwen en dolfijnen.

Om 15.00 hebben we Kaap Hoorn in zicht. Niet zoals de oude zeevaarders die in een keer van 40 graden ZB naar 40 graden ZB om de Hoorn moesten, maar gewoon als softies wachtend op het gunstige weergat en calculerend met de weerfiles op de computer. We ronden de Kaap; de grijze bewolking begint leeg te lopen; de wind trekt aan. Op de meegaande stroom van de Pacific naar de Atlantic lopen we onder de kaap 9 knoop. Kruisend gaan we terug naar Caleta Martial (55.49,30/67.17,70), de ankerbaai waar we de nacht willen door brengen. Een uur voor donker gaat het anker erin. Ooit lag Henk de Velde hier verwaaid, in de razende wind sloeg hij van zijn anker en dreef de baai uit.  We gaan vroeg naar bed.

De volgende ochtend loopt de wekker al weer om 5.30 af. Er komt slecht weer aan dat we voor willen zijn. In een klap terug naar Puerto Williams dus; zo'n 80 mijl. We hebben een lekkere tocht over de Bahia Nassau, ruime winds, wel veel dwarsgolven maar met de regenbuien boven Isla Wollaston en Kaap Hoorn lekker achter ons. We lopen soms wel boven de 8 knoop. Bij de Paso Goree loopt de wind terug. Niet onverwacht; de motor er maar bij gezet. Een paar uur later lopen we Toro voorbij en besluiten door te gaan naar Puerto Williams. Dan valt de wind volledig weg; met wat meer motortoeren blijven we op snelheid. Als we kort na de lunch door het station Snipe opgeroepen worden verwachten we nog twee uur nodig te hebben.

Plots neemt de wind toe. Als snel waait het 30 tot 35 knoop. Met stroom tegen zakt onze snelheid, als we door de inmiddels machtige golven stilgelegd worden, af en toe terug naar 2,5 knoop. Dit wordt een lange dag. We knokken en ploegen ons langzaam door de vernauwing onder Isla Gable; Puerto Williams is in de verte in zicht. We kondigen onze komst vast aan. Een half uurtje later worden we opgeroepen door een Deense tweemaster, PI, die uit de richting van Ushuaia komt. Ze varen alleen op stormtuig. Ze hebben motorproblemen en vragen binnen gesleept te worden. De zee is nog steeds bokkig en met dit weer achten we professionele hulp meer op zijn plaats dan een vriendendienst. We weigeren dan ook en verwijzen ze naar de Armada en stellen voor dat ze een grote meerboei proberen aan te zeilen om daar betere tijden af te wachten. Ze roepen Puerto Williams aan en worden verwezen naar..... ons. Met angst om het hart en lood in de schoenen varen we terug om een poging te wagen. Voorzichtig naderen we ze en laten ze voorzichtig tegen ons aan driften. Daar nemen we ze langszij en brengen ze met dreunende motor heel langzaam richting de veilige haven. De boten worden door de golven in een verschillend ritme gebracht en op elkaar geworpen; gelukkig vangen de door Christien opgehangen grote stootballen de klappen op en, heel belangrijk, door dat het een tweemaster is slaan de masten voor elkaar langs in plaats van tegen elkaar aan. Na een half uur lukt het in de luwte van het land te komen en neemt de golfhoogte wat af. De sleep wordt wat beter bestuurbaar. We stellen ze voor in het begin van de haven voor anker te gaan, dit tegen de zin van de Armada in. De nauwte van het vaarwater geeft echter niet de mogelijkheid ze veilig achter te laten. We nemen ze heel voorzichtig nog wat verder mee en slagen er zelfs in, de wind is inmiddels terug gezakt tot zo'n 20 knoop, de nauwe havenkom binnen te draaien. Het is rustig in de haven; helemaal vooraan ligt alleen de Victory, een bekend groot Chileens charterschip. Heel voorzichtig laten we ons, met onze zijsleep, met de wind schuin op de kop tegen de charterboot aanzakken. Te hulp snellende omstanders helpen aanleggen. Na een kwartier kan de motor uit. Taak volbracht. Dan verschijnt de Armada. De eerste vraag die de Deense schipper krijgt is; bent u verzekerd tegen reddingskosten. Wanneer hebben we die vraag eerder gehoord?

De volgende dag vullen we de voorraden en diesel aan en regelen onze Zarpe naar Puerto Natales.

Tierra del Fuego; Meer Foto's
Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.