Rhythm of Life op weg

20082009

Tierra del FuegoMagallanesZuid van PenasNoord van PenasRondreis

Verder op weg; op naar de Puerto Montt!

In de vroege ochtend, kort na het licht worden varen we Bahia Anna Pink op. Het begin van de verdere tocht naar boven. Bij het binnenvaren van Bahia Pink stuiten we op een groep walvissen. Waarschijnlijk vinvissen gezien spuitpatroon en kans van voorkomen. Grote zeker 10 meter hoge spuitwolken vlak bij ons en verder op in de baai. Helaas willen ze niet op de foto.

We eindigen in Puerto Millabu (45.44/74.36); vroeg naar bed en eens lekker bijslapen. De volgende ochtend varen we alweer bijtijds. Nog niet buiten zitten we al weer midden tussen de vinvissen. Een paar keer zo dichtbij dat we zelfs hun rug en rugvin kunnen herkennen. De hele dag loopt de route tussen de hoge bebosde heuvels, klaterende watervallen en smalle ondieptes. Zo nu en dan zwemt een zeeotter een stukje met ons op. Overal duiken ook weer pinguins op langs de boot. Een eenzame dolfijn zwemt snel voorbij. De enige moeilijkheid in dit fraaie stuk zijn de stroom versnellingen. Af en toe kolkt het water om ons heen en hebben we 3 tot 4 knoop stroom mee. We gaan uiteindelijk voor anker in Caleta Jaqueline (45.44/73/57).

Caleta Jacqueline houdt ons een paar dagen vast. Het gutst van de regen en buiten staat een stevige wind. We rollen af en toe flink op de deining die om het hoekje onze beschutte baai in loopt. In ons kleine baaitje mondt een waterval uit die met de regen die op ons en het achter ons liggende eiland valt zeker vier keer zo groot wordt. We liggen na een dag regen in een woeste rivier die ons heen en weer slingert in een schuimende wildwaterbaan.

We brengen de tijd door met lezen; filmkijken en bootonderhoud. Het wordt duidelijk waarom we ineens ruim 100 liter water in de boot hadden staan tijdens onze tocht over de Golfo de Penas. De deksel van de watertank lekt iets en tijdens het watermaken is, terwijl we onder helling lagen, steeds maar nieuw gemaakt water, onder de deksel door de boot in gelopen. Pas na een uur pompen met alle mogelijke emmers en pompen krijgen we het water er voldoende uit. Nu de watertank maar steviger dichtgedraaid. Straks tijdens de "winterrust" eens kijken of we een vlottende schakelaar kunnen vinden die we in de watertank kunnen monteren en die er voor kan zorgen dat de watermaker afslaat als de tank vol is.

Pas na een paar dagen lijkt de wind wat afgenomen. We vertrekken met de verwachting dat de stroom binnen een uur of twee zal kenteren zodat we op de vloedstroom met de voorspelde lichte wind verder kunnen varen. Wat naief naar later blijkt. De wind blijkt als we vertrekken nog niet verminderd. Na een paar uur trekt de noordenwind verder aan. Eerst tot 20 knoop; later 25 knoop en weer later 30 knoop met regelmatige uitschieters boven de 35/40 knoop. In het noord-zuid lopende Canal Moraleda/ Canal Errazuriz bouwen de golven zich geleidelijk op. Lopen we eerst nog 4 tot 5 knoop, al spoedig zakt dit tot 3 tot 4 knoop en nog een tijdje later zelfs tot nauwelijks 2 knoop. We zetten er geleidelijk steeds meer motortoeren bij, het resultaat is bedroevend. Met veel geweld boren we ons in de korte gemene golfslag; dan weer liggen we praktisch stil met nauwelijks een halve knoop snelheid; dan weer hebben we groen massief water tot boven aan de buiskap. We hebben geluk, nog net voor het donker lopen we Caleta Esteban (45.19/73.34) binnen. Nog net kunnen we in de schemer de visnetten zien liggen en ontwijken. Dan kan het anker erin.

De volgende morgen lijkt het er weer op dat er nauwelijks wind is. We wagen het erop. Een stevige meegaande stroom brengt ons in 2,5 uur naar Puerto Aguirre. Voor het eerst in een maand kunnen we onze voorraad verse levensmiddelen en diesel weer aanvullen. Voor de nacht schuiven we een halve mijl op naar een nabijgelegen baaitje. In de korte tijd dat we in Aguirre zijn maken we veel vrienden. Als we wegroeien van de kant, horen we het huilen zelfs nog als we aan boord stappen. Op de kant staat onze nieuwe vriend; een straathond die duidelijk meer van ons had verwacht en nu zwaar teleurgesteld zijn verdriet niet langer de baas kan. We hebben wat met dieren; lieten we in Puerto Eden de poes die steeds maar bij ons aan boord sprong (en via het openstaande luik ook de binnenkant van de boot bezocht), miauwend, achter; hier is het een roedel zwerfhonden dat ons vol verwachting volgt.

Sinds we varen in de omgeving van het Canal Moraleda, zitten we in het gebied van de Salmonera's. Grote viskwekerijen (Zalm) die Chili op hadden moeten stuwen in de vaart der volkeren; "had/moeten"; de werkelijkheid is triest. Het idee is prachtig, zalm kweken, zoals dat ook elders gebeurt (Frankrijk, Noorwegen) in vers stromend water; in grote drijvende netconstructies waar het "goud" niet uit kan ontsnappen. Een ding zag men over het hoofd. Als er teveel, monocultuur, geteeld wordt op een te klein oppervlak dan is het risico van onderlinge besmetting groot. Wij kennen dat in de landbouw met wisselculturen om bijvoorbeeld het "aardappelaaltje/aardappelmoeheid, te bestrijden. Een aantal jaren geleden is een ziekte in de zalmkwekerijen in Chiloe en de omgeving van de Golfo de Corcovado opgetreden. Het gevolg is dat vrijwel alle zalmkwekerijen, Salmonera's, gesloten zijn. Inmiddels, worden ze mondjesmaat weer op gestart; sommige met een andere cultuur; anderen met verse vis; weer anderen blijven gesloten en worden afgebroken. Op onze tocht naar boven komen we er tientallen tegen.

Na twee dagen Aguirre -wind en regen houden ons opnieuw vast- lichten we het anker. Het geluk is weer eens met ons. Er is nauwelijks wind en een behoorlijke meegaande stroom mee zodat we na 6 uur alweer 42 mijl verderop zijn. Het Canal Moreleda laat zich nu eens van een betere kant zien dan een paar dagen eerder. De bewolking hangt hoog zodat we zelfs een blik kunnen werpen, voor het eerst deze week, op de Andestoppen die parallel aan het Canal Moreleda en het Canal Ferronave liggen. Zwaar met sneeuw bedekt koesteren ze zich in de zon. Wij gaan weer meer richting de kust en duiken de Chronos Archipel weer in. Deze archipel beslaat de eilanden groep die aan de oceaankant gelegen is tussen de Golfo de Penas en de Golfo de Corvocado; aan de oostzijde van de Archipel ligt het Canal Moreleda.

We treffen het. In de zon, en met redelijke temperaturen, slingeren we over de brede kanalen -eigenlijk een soort binnenmeren- onze weg noordwaarts. Uiteindelijk gaan we in de Estero Arboles Espectrales (44.40/73.53) voor anker. Een mooie binnenkom, omsloten aan drie kanten door hoge heuvels die tot boven aan bedenkt zijn met bossen. Net zoals in Puerto Aguirre worden we ook hier weer verwelkomd door dolfijnen. De volgende dag regent en waait het weer flink. We blijven maar liggen met alle wind en regen die over ons komt. Ooit brandde het bos rondom deze ankerplaats volledig af; langs de randen van het inmiddels weer massief dichtgegroeide bos zijn nog steeds de verbrande bomen te herkennen. Met al die regen zal het nu wel niet meer zo makkelijk branden. De volgende dag, als het uiteindelijk droog wordt pakken we de ankerketting weer op. In de bijboot staat nog de recordoogst van de dag ervoor. Bijna 30 centimeter water; meer kan er niet in; de overtollige liters lopen er gewoon via de gaten in de spiegel uit.

We varen via het Canal Skorpios, een smal vaarwater met her en der snel stromende ondieptes naar Caleta Valverde (44.20/73.46). Af en toe kunnen we zelfs een stukje zeilen. Aan beide zijden van het smalle water rijst het regenwoud hoog op tegen de heuvels. Als we voorzichtig over de ondiepte varen horen we het regenwoud naast ons leeglopen. Nergens zien we bergbeekjes, maar voortdurend horen we het water uit de bomen, struiken en mossen naar beneden druipen.

Het stralende weer houdt aan. Het is bijna warm. Onze snelheid in de snelstromende kanalen van de Chronos Archipel kent hoogte en dieptepunten. Dan weer schieten we met 8 knoop over de grond, dan weer lopen we zelfs ondanks de extra motortoeren nog maar 2,5 knoop en dreigt het na donker te worden voor we aankomen. We varen in een aantal dagen via Caleta Boca Chica (43.49,91 / 73.46,95); onze laatste ankerplaats in de Chronos Archipel, en Quellon (43.07,57 S/ 73.38,22 W) naar Estero Pailad (42.51/73.36).

Als we de Golfo de Corcovado oversteken kunnen we in de verte Chiloe al zien liggen. Het is helder weer, we zien de hele Chileense Andes in de verte vrij van wolken. Strak in het gelid liggen alle bergen en vulkanen scherp in de zon; op een na, een kolom stoom; een grote witte wolk stijgt in de verte bij een van de vulkanen recht omhoog en verwaait op kilometers hoogte met de wind mee. De vulkaan, bij Chaiten, is actief. Een paar jaar geleden stootte deze vulkaan die al 9000 jaar rustig sliep plotseling een grote kolom as, stoom en puin uit. De hele plaats werd ontruimt en tot ver in Chili en ArgentiniŽ was de as terug te vinden. De vulkaan rommelt nog steeds, een noodventiel voor seismische activiteit. De bewoners van Chaiten zijn weer terug; gasten mogen nog steeds niet in de buurt van Chaiten overnachten. De autoriteiten willen bij een volgende ontruiming geen enkel risico lopen.

De oversteek over de Golfo de Corcovado is stevig. Het waait flink, de snelheid is prima maar de zee rolt en draait ons alle kanten uit. De lunch smaakt ons niet helemaal. Het is weer wennen, een tocht op het zeil. Het mooie weer brengt ook koude nachten mee; een aantal dagen treffen we een bevroren dek en aangevroren condens in de boot als we in de ochtend wakker worden.

Naar mate we noordelijker komen worden de heuvels om ons heen steeds lager. De dichte bossen lopen zover als je kijkt over de eilanden. Vlak voor de oversteek komen we ook onze eerste Peruaanse Pelikanen tegen. Een van de grootste vogels van Chili of wellicht zelfs van Zuid-Amerika. Recht opstaand meten ze 1.52 meter en hun spanwijdte is 2.48 meter. Als je dat vergelijkt met de Andes Condor ( 1.22 m hoog en een spanwijdte van 3.10m) een hele vogel.

Estero Pailad is een mooie, lieflijke, droogvallende estero met op beide oevers boerderijen en viskwekerijen in het water. Om ons heen vallen in het laatste avondlicht de oevers droog. Een mekka voor de zwartnekzwanen, pelikanen, commoranten en pinguins.

Het is grappig te zien hoe in een paar dagen tijd we de "bewoonde wereld" ingevaren zijn. Treffen we eerst een enkele vissersboot en veel, vaak verlaten, salmonera's, hoe noordelijker we komen hoe meer leven er om ons heen ontstaat. Regelmatig komen we vissers tegen, net als patrouille boten en "taxibootjes" die de verbindingen tussen de eilanden onder houden. Tegen het weekend komen we zelfs een "lokaal" motorjachtje tegen; het eerste op onze weg sinds Mar del Plata.

Pailad bevalt ons wel; we nemen het ervan en blijven lekker liggen.

Een oude gepensioneerde boer spreekt ons aan. Hij woont, eenzaam, op een wat haveloze hacienda. De tijd heeft stilgestaan. In zijn kleine winderige huisje moet Christien eerst de opkamer bewonderen. Een paar vergeelde foto's, vochtig uitgeslagen meubels, wat gescheurde stoffering, een paar reclame platen. Meer is er niet. Daarna worden we in de keuken neergezet. Een oud houtfornuis; wat gedeukte pannen en borden; wat glas in de ramen waar de wind vrij spel in heeft. Een schoen tussen de deur zorgt voor aanvoer van verse lucht (koolmonoxide !). Hij verwacht ons al. Met een beker mate in de hand, een stuk brood en een bordje met koude mosselen (waar begint het gevaar van Red Tide af te nemen?) worden we welkom geheten. Hij heeft geen elektriciteit; ook geen televisie meer dus. Een tijd geleden is er water in de stoppenkast gekomen en is alles uitgeslagen. 's avonds heeft hij alleen nog een kaarsje om zich bij te lichten. Als we langs de schakelkast lopen zien we dat de stoppen onderling al doorverbonden zijn door twee in elkaar gedraaide draadjes. Nu hij geen stroom meer heeft is het gevaar van brand in zijn houten huisje in elk geval minder geworden.

Daarna gaan we een stuk met hem lopen. We vragen hem of er ergens verse kaas of groente te koop is? Uit zijn antwoord, zonder kunstgebit en met een wat vertrokken lip, begrijpen we dat hij ons er zal brengen. We lopen met hem naar de lokale school en het medisch centrum (volgende week woensdag is er weer een arts of verpleegster; aan de Marea Roja ben je dan allang doodgegaan). Een paar uur later zijn we weer terug. Geen kaas of groente helaas. We krijgen wat van hem mee.

Bij onze wandelingen in de buurt van de ankerplaats zijn we duidelijk terug in de bewoonde wereld. We komen weer regelmatig auto's tegen en treffen, helaas, ook weer vuil in de bermen. Overal waar je kijkt treffen we her en der wijnkartonnen, plastic flessen en vooral veel vuilniszakken.

Na een paar dagen verlaten we Pailad weer; we staan vroeg op en vertrekken bij het eerste licht. Te vroeg naar blijkt. Nauwelijks buiten waait het 25 knoop, op de neus. Teveel naar onze zin. 5 mijl verder, aan het begin van de baai van Queilen, achter alle oesterkwekerijen, laten we het anker weer vallen (42.53/73.29). Werkelijk de hele baai is vol gelegd met vis, mossel en oesterkweek. Met moeite manoeuvreren we ons langs alle bootjes naar een hoekje helemaal achterin de baai. Als we ankeren, met laagwater, hebben we nauwelijks 3 meter water onder de boot. We leggen 20 meter ketting en blijven zo net vrij van de oesterbedden 15 meter naast ons. We moeten niet gaan draaien op de stroom of op de wind anders liggen we tussen de drijvers van de oesterkwekerij. Een paar uur later is het hoogwater, 8-9 meter water staat er inmiddels. De 20 meter ankerketting -eerst nog ruim voldoende om de boot op zijn plaats te houden- is ternauwernood voldoende. Meer kunnen we echter niet steken anders drijven we door de oesters heen. We dumpen 30 meter ketting extra dat als een grote hoop ketting; een stevig massief gewicht; onder ons ligt. Nu liggen we weer mooi op onze plaats; de nacht is alleen met dat gekraak en geknars van de ketting wat onrustig.

Na lang aarzelen -neemt de wind nu af of niet- vertrekken we de volgende dag toch maar weer. Er komt de komende dagen veel wind aan en een beschutte aanleg plaats, zonder gedoe met de korte kettingen en gedumpte massieve bergen ketting onder de boot, is dan toch beter. Buitengekomen staat er inderdaad wat minder wind. De golven zijn woelig met stroom tegen tij maar er is goed door heen te komen. Onderweg worden we weer eens verrast door een "feestdolfijn"; springend boven water, zwevend door de lucht laat hij zich voor ons neus met een paar fraaie koprollen weer in het water vallen. Na een paar nummertjes heeft de Austral Dolfijn het wel weer gezien; op naar een nieuwe speelkameraad. Op het moment van stroomkentering komen uit alle hoeken de Pelikanen aan gevlogen. Het viel ons al eerder op dat op dat moment tientallen vogels zich verzamelen in een grote groep op het water om eens stevig te eten. Kennelijk worden de vissen op het moment van kentering zodanig opgedwarreld dat ze makkelijker gevangen kunnen worden.

We lopen Marina Quinched aan; een kleine haven met faciliteiten. We liggen als enige boot aan de steiger (met internet!). Achter ons ligt een grote Salmonera. Een zeeleeuwenfamilie is tot schrik van de viskweker heer en meester. Met meer dan 20 liggen ze op de boeien klaar voor hun maaltijd. Ze roeren zich flink. Met name 's avonds vlak voor de schemer horen we ze zelfs in de boot nog brullen en grommen. Ze zijn pas een week of twee geleden neergestreken. Het gaat om een volwassen man met een harem en een sloot kinderen. Ze vermaken zich wel zo in de zalm en mosselkwekerij; eten in overvloed. Speciaal voor de zeeleeuwen worden de grote netconstructies waarbinnen de zalmen groot gebracht worden, voorzien van stalen netten en "afstands"drijvers zodat ze niet in de Salmonera kunnen komen. De familie achter ons, die zich overdag als de zon schijnt lekker op de drijvers van de Salmonera en oesterfarm nestelt schijnt inmiddels al gesplitst te zijn. Een van de zoons heeft de macht van vader betwist en de helft van de harem mee genomen. De zeeleeuwen zijn beschermt; wie ze toch met een wapen "verjaagd" wacht een stevige boete en celstraf.

We hebben onze bijboot achter de boot op het platform liggen. Waarschijnlijk bespaart ons dat een onaangenaam bezoek; in Piriapolis hadden Franse vrienden, Antoine/Celine van de Shana, op een ochtend een zeeleeuw achter op de scoop liggen. Zolang ze de bijboot niet opzij duwen kan ons dat in ieder geval niet overkomen. Ze brullen en grommen in de avond. Als we de kachel starten raken ze ongerust en leggen er nog een schepje boven op; pas als we ook de generator starten houden ze hun mond en vluchten weg. Voor hoe lang is nog de vraag.

Terwijl we in Quinched liggen lopen we rond op de werf. Ze zijn op dit moment bezig met de bouw van een vreselijke mooi houten tweemastertje; 10 meter, doorlopende kiel, traditioneel "Scandinavisch". Elke boom die ze gebruiken wordt op z'n kromming in het bos uitgezocht, gezaagd en bewerkt. Werkelijk vakwerk, zoals de oude scheepsbouwers dat deden. Met moeite kunnen we ons los rukken van zoveel schoonheid. De jachtbouw, die in Chili maar mondjesmaat aanwezig is ligt wat op z'n gat. Opdrachten worden uitgesteld als gevolg van de crisis die de aardbeving heeft veroorzaakt. Veel toekomstige eigenaren hebben bedrijven die door de aardbeving beschadigd zijn (wijnoogst etc). De werfbaas bouwt dit bootje nu met zijn vakkrachten voor zichzelf (in feite voor z'n kleinkinderen), tussen de betaalde klussen door.

Ondertussen maken wij op onze plek aan de steiger gretig gebruik van de mogelijkheid onderhoud te plegen, schoon te maken, te wandelen en in Castro boodschappen te doen. Een zonovergoten dag geeft de kans weer verder te komen. De nachten zijn koud. Bij het vertrek is het dek nog bevroren; schaatsend bewegen we ons vooruit om niet uit te glijden. Ook de steiger en de oever naast ons zijn wit aangevroren. Christien kan zich als ze het laatste afval wegbrengt maar net staande houden op het steile verijsde plankier naar de wal. William, de jachthavenbaas is er nog niet; zijn waterleiding in huis is bevroren. Als we weg varen is de zon net op. In de verte een mooie gekleurde zonsopkomst boven de Chileense Andes. In het snel opwarmende zonlicht komen de dorpen en salmonera's waar we langs varen dampig in zicht. Bij het invaren van het smalle Canal Dalcahue kleuren de houtovens en kachels de dampige ochtend grijs. Het middaguur nadert en de geur van de houtovens komt ons tegemoet. We passeren de imposante Iglesia de Nuestra Senora De Los Dolores (1893) in Dalcahue; een UNESCO Werelderfgoed.

De houten kerken van Chiloe zijn wereldberoemd. Vroeg in de negentiende eeuw al zijn deze kerken overal opgetrokken als centrum in de plaats. Verschillende zijn nationaal monument; 16 staan er op de Werelderfgoedlijst. Een groot aantal ligt vlak aan het strand en kijkt uit over zee; vaak met een groot plein ervoor. De buitenkant van de kerken is doorgaans kaal en ruw met een grote 6 kantige klokkentoren in het midden. Bij de Fransicaner kerken (Castro) zelfs met twee torens. De ornamenten aan de kerk zijn doorgaans in felle kleuren geschilderd; in een enkel geval zelfs bijna Grieks azuurblauw (Tenaun). De buitenwanden zijn bedekt met tejulas; houten shingles, een culturele erfenis van de Duitse en Zwitserse emigranten uit de 19e en vroeg 20e eeuw. Het interieur van de kerken is volledig van hout en rijk versierd met houtsnijwerk en zorgvuldige betimmering. We bezoeken er tijdens ons verblijf op Chiloe een aantal.

De stroom bij Dalcahue staat gunstig en met een klein beetje wind en hulp van het zeil schieten we lekker op. Halverwege de middag lopen we Mechuque (42.18.79/73.15.89) aan; een kleine plaats op het gelijknamige eiland. In de zomer is Mechuque, door z'n fraaie ligging, een gewilde toeristen uitstap. Nu is het er stil en rustig. Terwijl we ankeren ligt er al een Armada bootje naast ons om allerlei gegevens te noteren. Niet echt handig als je met nauwelijks snelheid een poging doet een verantwoorde ankerplek te vinden. In het late middaglicht is het een schilderachtige plek die ons doet denken aan de ankerplekken op de Hellford river.

De wind is in de loop van de week naar het noorden gedraaid en verspert de weg naar Puerto Montt. Iedere dag verschuiven de weerplaatjes en dringen weer nieuwe storingen met noordelijke winden zich aan ons op. We blijven een aantal dagen liggen en laten de nodige regen en 30+ wind over ons heen komen. Af en toe kunnen we tussen de weersystemen door even naar de kant. We bekijken het dorp, een tiental huisjes, een paar winkeltjes, een groot postkantoor en een kerk. Het verkeer van vissersbootjes om ons heen is druk. Bij hoogwater kunnen ze ruim achter ons langs; bij laagwater, zo'n 6-7 meter, moeten ze nauwkeurig om ons heen manoeuvreren, we liggen dan dicht bij de droogvallende platen. Op de platen veel vogels, een paar pinguins, ibissen, commoranten en zwartnekzwanen. Als alles droog is ook veel meeuwen en andere pier- en schelpdiereneters.

Na een week trekt nog steeds het ene na het andere regengebied met flinke wind over ons heen. Toch moeten we ooit verder. De beslissing om weer te gaan varen is een lastige. Een storing trekt met veel wind en regen over. De ankerketting knarst en kraakt op de windvlagen. Kort na het weekend is bij het opstaan het windplaatje weer veranderd. Zoals gewoonlijk ziet het er voor over een paar dagen weer beter uit. Hoe vaak hebben we dat plaatje al niet eerder gezien? Nu even niet maar wel over een paar dagen. Wikkend en wegend besluiten we toch maar te gaan.

Tijdens de overtocht over de Golfo Ancud -onze laatste voorlopig over "groot" water- hebben we afwisselend bleke zonnetjes; regenbuien en stevige grijze wolken partijen. De wind wisselt voortdurend en ...... doet qua richting inderdaad niet wat er wordt voorspeld. We hebben verschillende opties voor het laatste traject. Tot drie keer toe veranderen we van koers omdat de ene optie weer beter lijkt dan de andere of anders om.

Vlak tegen donker lopen we Estero Chauqui (41.42/72.58) aan en gaan voor anker. Het tijverschil, 6.5 mtr, is nog steeds groot; de diepte verloopt tot vlak bij de kant. Het is hoogwater, we leggen de boot heel dicht op de kant. Wel heel erg dicht blijkt de volgende ochtend als we willen vertrekken. Met nog 50 centimeter water onder de bodem -het anker net niet op het strand- kunnen we "ontsnappen". Rond het middaguur zijn de laatste 20 mijl met een prachtige zonnetje overbrugt en leggen aan in Puerto Montt.

Minder dan twee dagen later zitten we in de bus naar Bariloche. Ons visum moet voor het eind van de maand worden verlengd. Er zijn twee opties. De grens overgaan en bij terugkomst een nieuw visum krijgen of tegen betaling van 100 us dollar pp een verlenging krijgen. De keus is eenvoudig. We reizen naar Bariloche/Argentinie en treffen de eerste serieuze sneeuw van het jaar; vrachtauto's met sneeuwkettingen op de pas; de skiliften op de top die voor het eerst draaien en de eerste snowboarders die terwijl we met een kop koffie in de zon op de top zitten langs komen zoeven. We hebben een paar lekkere dagen in een fantastisch landschap en genieten van de busreis langs sprookjes bossen en dichtbesneeuwde bomen.

Terug aan boord breken vier weken aan van bootonderhoud, voorbereiding van ons vertrek naar Nederland en naderend grootoudersschap.

Noord van de Golfo de Penas; Meer Foto's
Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.