Rhythm of Life op weg

20082009

Tierra del FuegoMagallanesZuid van PenasNoord van PenasRondreis

Op weg naar Puerto Natales, februari-maart 2010

Terug van Kaap Hoorn doen we in Puerto Williams nog een keer beperkt boodschappen, halen nog een paar jerrycans diesel en regelen onze zarpe voor het traject naar Puerto Natales.

We vertrekken vroeg en......., zijn een halfuur later al weer terug. Meteen buiten de haven hebben we 30 knoop wind recht op de kop. Dit is geen doen.  Het beleid om de haven te sluiten wordt kennelijk wat wisselend toegepast. Een dag later proberen we het weer. We varen samen op met de Amerikaanse boot Restless. Wel nog wat winderig maar na een paar uurtjes wordt het weer wat rustiger met zelfs af en toe een flauwe zon. We stoppen, na uren kruisen, in Puerto Borracho (54.56,72S/68.40,70W).

De volgende dag ruist het wat in de bomen. We wagen het erop en hebben meteen 30 knoop wind op de kop. Op het derde rif en met een klein puntje kotterfok vechten we ons verder door het Beagle kanaal. De wind neemt steeds verder toe, regelmatig schiet de wind in vlagen boven de 40 knoop. We ploegen door tot Caleta Olla, een afstand van nauwelijks 15 mijl. Kort na de middag lopen we Caleta Olla aan (54.56,405S/69.09,177W).

Het waait stevig als we het anker er in leggen. Dan gaat er van alles fout. Door een lijn in het water kan er niet voldoende achteruitgevaren worden en kan het anker er niet in getrokken worden. Het anker krabt en geleidelijk worden we door de wind weggezet. Er komt een lijn in de schroef (een lijn van ons zelf). We verdagen in een paar minuten naar een zandbank. Dan pakt ineens het anker. Met een klap ligt de kop stil. We zetten het achteranker om ook het achterschip vrij te houden van de bank. Het waait inmiddels ver boven de 50 knoop (windkracht 10). Mark & Brandy, Restless, komen polshoogte nemen maar kunnen in die wind niets doen. Dan keert het tij. Een van de grotere charterschepen, de 20 meter lange Fernandez, heeft inmiddels aan de andere kant van de baai, het anker uitgegooid en zijn lijnen naar de wal gelegd. De bemanning van de Restless organiseert dat zij met een bijboot de maximale hoeveelheid lijn van ons ophalen en bij hen op een grote lier zetten. Na een uur staat de lijn strak en begint het trekken. Heel langzaam lukt het de kop van de boot tegen de wind te keren en ons vrij te trekken. Onze ankerlier heeft het inmiddels (gedeeltelijk) begeven zodat we het anker met de hand binnen moeten sleuren. Het achteranker krijgen we er niet uit; een boeitje er aan vast; kappen; later terug komen. Langzaam komen we in de luwte en zakt de wind weer wat terug naar 25 knoop. Na een tijdje kunnen we het anker er weer inleggen. We leggen lijnen naar de wal en zijn safe. We zijn nog uren bezig voor dat de bende aan lijnen is opgeruimd. De volgende dag duiken we naar de schroef om de lijnen er uit te snijden. Het smeltwater van de Holanda gletsjer is vrij fris; een enkele graad boven nul. Na een uur werken onder water hebben we de schroef weer vrij. We maken van de nood een deugd en vervangen meteen de anode op de schroef. Helaas begint onze huisduikster onder water wat te trillen met haar handen zodat ze pas na drie pogingen een anode vastgeschroefd krijgt. Na weer een uur, drie anodes en een blazende automaat is de klus geklaard. Het probleem met de ankerlier is niet volledig op te lossen. Waarschijnlijk is in al het geweld het relais opgeblazen. Door de bedrading om te draaien lukt het de lier weer te laten "inhalen" in plaats van "uitlopen". Vermoedelijk zullen we daarmee nog wel een paar maanden uit kunnen houden. Een poging het achteranker te bergen mislukt. Het zit te goed vast.

Nog maar nauwelijks wakker na onze benauwde avonturen krijgen we het nieuws over de aardbeving. Als we in de morgen afstemmen op het Patagonienet druppelt de informatie binnen over de boten die op de Pacific (Gambier, Paaseiland, Crusoe) en aan de Pacific kust verblijven. Het waarschuwingssysteem heeft goed gewerkt en overal zijn boten de zee opgestuurd om de eventuele golf langs te laten lopen. Alleen op Juan Fernadez (Robinson Crusoe; Selkirk) is er tsunami schade. De eerste 400 meter landinwaarts zijn de huizen langs de baai weggevaagd. Aan de kust wordt Concepcion, dichtbij het epischcentrum door een tsunami beschadigd. Van andere boten horen we nieuws uit buitenlandse bronnen (BBC, Voice of America) en televisiestations. Helaas naast het nieuws over de forse kracht van de aardbeving, de schade aan gebouwen en de uitval van elektriciteit en telefoon ook het nieuws over plunderingen. Het lijkt er op dat, na een dag, door het redelijk aardbevingsbestendig bouwen, waardoor gebouwen niet in elkaar ploffen maar scheef komen te staan, het aantal slachtoffers in verhouding tot de kracht van aardbeving beperkt is.

Voor ons beperken de gevolgen van de aardbeving zich tot onze email. We gebruiken een landstation in Chili dat helaas door de stroomuitval een tijd grotendeels uit de lucht is. Het alternatief is een station te gebruiken in Panama, Trinidad of Manihi, allemaal op een afstand van circa 4000 zeemijl en maar een paar uur per nacht bereikbaar. Met moeite lukt het de eerste dagen alleen hele kleine berichten weg te krijgen. Na een paar dagen draait het sailmailstation weer maar is de aflevering van berichten nog onregelmatig.

Het windgeweld houdt tot na het weekend aan. De zondag brengen we door met 35 knoop wind, in de luwte, aan de voet van de gletsjer. Het geeft de gelegenheid aan boord op te ruimen en te reorganiseren. Wel nodig aangezien bij iedere windvlaag kastdeuren open vliegen en laatjes uitschuiven. Maandagochtend waait het nog steeds stevig. Een poging met de boot het achtergelaten anker op te halen mislukt; we durven het niet aan om met de stevige wind opnieuw 50 meter van de bank te ankeren. In de middag laten we aan bijna 500 meter lijn twee bijboten zakken richting de bank en laten daar een lijn met een stuk ketting over de lijn van het anker naar de schacht zakken. Vanaf de boot wordt een van de bijbootjes waar de extra lijn met de ketting over de schacht aan vast zit met behulp van de mastlier op de boot langzaam terug getrokken tegen de richting in waarin het anker er ingetrokken is. De andere bijboot blijft aan de oorspronkelijke lijn van het ankertje recht boven het anker gebonden en houdt de lijn en schacht strak vertikaal. Als na een tijdje alles zo strak staat als een snaar lukt het het anker er achteruit uit te trekken en uit te breken. Boven water gehaald is het anker zwaar onder de modder maar verder onbeschadigd; het had zich in het windgeweld gewoon heel erg goed ingegraven. Een hele prestatie van ons kleine, lichtgewicht Fortressankertje!
We ruimen op, gaan een wandeling maken met Mark & Brandy, de bemanning van Restless en sluiten een angstige periode af.

Na drie dagen kunnen we Caleta Olla verlaten. We vertrekken kort voor het licht wordt om 6.30. We hebben geluk, na al de wind, kunnen een behoorlijk stuk van de dag met een lekkere (2-4 bf) zijwaartse en achterlijke wind varen. In de loop van de middag draait de wind en neemt met een enorme portie regen toe tot 7-8 bf, op de kop. Net twee uur te vroeg. Met een slakkengang (vanwege de stroming) en bakken water over vanwege de golven en de wind bereiken we Caleton Silva (54.56,84/70.46,53). Na het anker er letterlijk ingelegd te hebben (gelukkig blijft het losgeschoten laatste stukje ketting hangen over de schoklijn van het anker naar de boot) en de lijnen naar de wal te hebben gespannen kunnen we de boot die in de stevige rukwinden inmiddels weer praktisch buiten ligt langzaam met de lieren weer naar binnen halen. Na 2,5 half uur zit alles op zijn plaats; zijn de lijnen opgeschoten en kunnen de zeilkleren uit.

Het Canal Ballenero is nog vol met schuim en golfkoppen als we wakker worden in Caleton Silva. Buiten waait het ruim boven de 30 knoop en het water is wit en woest. Nauwelijks 100 meter achter ons kolkt het. Wij liggen, relatief, rustig aan het anker en de lange lijnen naar de wal. Als aan het eind van de dag de wind wat luwt en de zon door de wolken breekt lopen we nog een paar uur door de kale woesternij van Isla Londonderry.

Dan breken een aantal mooie en windstille dagen aan. Het kost veel diesel, maar het is ons wel wat waard om nu even mijlen te maken tussen alle stormen door. We varen via Caleta Yaghan naar Caleta Hidden aan de Estrecho de Magallanes. De officiŰle, enige toegestane route, loopt via het Canal Magdalena en dwingt ons ver naar het oosten terug te gaan voor je naar de Estrecho de Magallanes kunt. De route is circa 50 mijl langer en zonde van de diesel. Het zou onze voorkeur zijn via Canal Acwalisnan en Seno Pedro te gaan. In de Paso O'Ryan zouden we dan met slackwater, 2h.20min na HW Punta Arenas zonder alle draaikolken en stroomrafels hebben kunnen varen.

Dagelijks hebben we nog steeds de Patagonische ijskap in het vizier; een ontzagwekkend groot gletsjer gebied dat heel Tierra del Fuego en omliggende eilanden beslaat. We varen met de gletsjers en sneeuwvelden in de verte, aan stuurboord en de blik op de Pacific aan bakboord. Een groot deel van de route loopt, beschut, langs de binnenzijde van de buitenste eilandenreeks. Af en toe steken we een "zeegat" door. Meteen neemt de deining dan toe en varen we op de deining uit de Pacific. De wind is onberekenbaar. Niet alleen worden we regelmatig verrast door valwinden, ook tunnelt de wind door de verschillende kanalen. Doorgaans is hij op de neus en bijna altijd afwijkend van het weerbericht. Het is, nu we steeds verder naar het westen komen, duidelijk steeds later licht in de ochtend. Een van de keren zijn we zelfs te vroeg klaar en kunnen we nog niet weg omdat het nog te donker is. Voorlopig kunnen we in ieder geval een half uur later op; 06.00 ipv 05.30.

De natuur naast ons ondergaat een gedaantewisseling. Op het Beagle kanaal en in het gletsjergebied hebben we regelmatig uitgestrekte bossen en vlakten met dode bomen langs de oevers. Nu we dicht tegen de Estrecho de Magallanes aan zitten zijn de bergen kaal en grauw. Alleen in de kommetjes onder aan de bergen groeien af en toe in de beschutting nog wat bomen en struiken. De belangrijkste begroeiing hoger op de heuvels, zijn spaarzame grove kleine "bonzai" struikjes en boompjes midden in een tapijt van hei en mos. Als we voor de nacht de lijnen naar de wal leggen of als we een wandeling maken, moeten we ons een weg banen door en over een verend mostapijt. Het heeft wat weg van Isla de los Estados waar de grond soms wel 30 cm onder ons op en neer kon veren. De grond is doorweekt van water; een bijdrage van het mos; waar je maar gaat of staat sopt het water rondom je laarzen. Is de helling even weg en ontstaat er een horizontaal plateau, dan staat ook dat vol water; een bron van waaruit stroompjes worden gevoed en de onderliggende hellingen met water worden verzadigd. Grappig genoeg neemt aan de oostkant op de noordoevers van de de Estrecho de Magallanes de bebossing van de hellingen weer toe. Waarschijnlijk een gevolg van de overvloedige regen en de warmere lucht vanuit de Argentijnse pampa's.

We hebben voortdurend, jonge, zeeleeuwen om ons heen; het is peuterspeeltijd. We komen ze regelmatig springend tegen. Tegen de avond ontmoeten we in de Seno Pedro walvissen; waarschijnlijk de 17 meterlange Humpback Whales. Langzaam zwemmen ze een paar honderd meter voor ons langs terwijl ze fonteinen uitblazen. Af en toe spotten we een condor boven ons.

Op de Estrecho de Magallanes, doorgaans een beruchte zeestraat met stevige stromen, stormachtige winden en hoge golven is het windstil. Bij het naderen van de Paso Ingles, een van de smalle passages in de straat, loopt de snelheid terug. We hebben tegenstroom en lopen een aantal uren nauwelijks meer dan twee knoop over de grond. Gelukkig keert het tij -ook letterlijk- als we bij de Paso Tortuoso zijn. We lopen weer voldoende snelheid en kunnen weer verder. Er is inmiddels een lichte oostelijke wind op gestoken. We aarzelen; varen we de nacht door of kiezen we voor een veilige ankerplaats en varen de volgende ochtend vroeg weer verder? We kiezen, verschrikkelijk na´ef,  het laatste en zetten koers naar de Caleta Notch (53.23,23S/72.48,7W). Voor de schemer zijn we er. Alleen de geplande ankerplaats is nergens te vinden. Uiteindelijk leggen we het anker erin in een ondiepe passage en leggen drie lijnen naar de wal om de boot op zijn plaats te houden.

We slapen onrustig; we liggen op de wind en er blijft een risico van valwinden. De barometer valt hard. Om 04.00, drie uur voor het licht wordt, zijn we allebei klaarwakker. Het voelt niet goed. Het regent en de wind is al toegenomen. In het aardeduister maken we op de wal, klimmend en klauterend door de bush, de lijnen los en lichten het anker. Voorzichtig sluipen we een uur later de Caleta weer uit. Zachtjes varend op de elektronische kaart volgen we het "elektronisch" spoor van de invaart, de vorige avond, weer terug. Volgens het laatste weerbericht hebben we matige oostenwind tot midden op de dag voor deze naar het noordwesten gaat draaien en belangrijk in kracht toeneemt. Voldoende tijd om een van de laatste ankerplaatsen op de Estrecho de Magallanes te bereiken. Nauwelijks op de Estrecho aangekomen worden we door de wind opgepakt; 25-30 knoop wind uit het zuidoosten, 7 bf. We snellen vooruit en lopen alleen op het voorzeil al 7 tot 8 knoop. Het stroomt van de regen. Dit klopt niet; de wind is vele malen harder dan voorspeld. Ook de richting klopt niet meer. Kennelijk is het slechtere weer eerder gekomen. We nemen geen risico en lopen de eerst komende ankerplaats weer aan. Om 8.00 uur liggen we achter het anker midden in de baai van Playa Parda. Rondom ons een theater van bossen en watervallen met op de hogere ring kale rotsen, struikbegroeide hellingen en sneeuwvelden.

Aan het eind van de ochtend lijkt de inmiddels noordwestelijke wind weg te vallen. Het wordt droger en de zon breekt zelfs door. Heel even slaat de twijfel toe. Zijn we dan toch te vroeg gestopt? Een blik op de wolken leert dat het "hoger" nog steeds hard waait. Dan vallen rond het middaguur de eerste valwinden over ons heen naar beneden. Toch de goede beslissing genomen?
Het blijft lastig in dit deel van de wereld de juiste beslissingen te nemen. Dan hebben we weer teveel wind -maar dan ook echt teveel- , dan is het weer te weinig of uit een compleet andere richting.

Er trekt een reeks zware fronten over het uiterste zuiden van Zuid-Amerika. Het "episch" centrum ligt dit keer niet bij Kaap Hoorn maar bij de uitgang van de Estrecho de Magallanes. Heel even zien we aan het begin van de week een gaatje in het grijze weerfront. We wagen het erop en varen naar de 12 mijl verderop gelegen Caleta Mostyn (53.15.43/73.22.22); een prachtig gelegen inham omringt door torenhoge steile granieten wanden biedt ons beschutting. Om ons heen tegen de loodrechte rotsen wat verspreide bomen. Zeldzaam in deze omgeving. Net genoeg om in het laatste avondlicht aan vast te maken. We zijn van plan de dagen daarna in de "weergaatjes" langzaam verder te hoppen. Wel een beetje naief naar later blijkt.

Dagenlang wordt het grijze weerfront steeds zwarter en zwarter. We komen niet meer verder, liggen gevangen en wachten af. De GPS helpt de spanning op te voeren. Door onze ligging tussen gladde, natte ongenaakbare rotswanden mist hij regelmatig zijn satellieten. Het gevolg is dat hij ieder uur een aantal keren waarschuwt dat we van ons anker slaan als hij door een tekort aan satellieten de verkeerde positie berekend. Handig als je net wakker ligt door de zoveelste racha, williwaw of valwind die met 60+ over je dek raast. Naast de vele regen hebben we iedere paar dagen wel een droge periode van een paar uur. Een goede kans om een extra anker uit te zetten, meer lijnen te leggen en de rest te controleren. Daarna stort het weer van de regen en trekken we ons weer terug in onze schulp.
Filmkijken, boeklezen, taartbakken en via de radio contact houden met andere "gevangenen". Meer kunnen we er niet van maken. Dan is het weer tijd voor een nieuw weerbericht. Zou het nu eindelijk beter worden....

Tijdens een van de dagen slaat de generator af; oil-pressure alarm. We benutten de gelegenheid van het lage oliepeil om meteen olie te verwisselen. Helaas, een uurtje later ligt er een grote plas olie onder in de boot. Na overleg met de dealer wordt de generator nog intensiever van alle kanten geinspecteerd en koppelingen aangehaald. Een van de koppelingen, achterop de generator blijft een olielaagje tonen. Met een spiegeltje zoeken we steeds verder en verder. Tot Diederique haar vinger open haalt aan een van de oliedrukslangen. Een klein weerhaakje laat een plekje zien waar twee oliedrukslangen tegen elkaar schuiven en een schaafplek hebben; door de metalen versterking tot op het rubber van de olieslang. De boosdoener gevonden? Niet zeker. We vervangen de slangen; zetten de generator weer op zijn plaats en vullen de olie weer bij. De dagen daarna checken we na het draaien van de generator regelmatig het oliepeil om zekerheid te krijgen. Dit alles met een groot plastic kleed over de achterkant van de boot om te voorkomen dat de grote achterberging waar de generator staat compleet vol slaat met regen.

Heel in de verte worden we af en toe herinnerd aan de aardbeving en haar gevolgen. Het is schandelijk te bekennen maar door onze zeer ge´soleerde verblijfplaatsen hebben we geen idee van schade en slachtoffers. Af en toe hebben we geen mail, als door een naschok en stroomstoring het Chileense landstation uit de lucht is; af en toe ontbreekt Wolfgang, de co÷rdinator van ons radionet, als wederom door naschokken en stroomstoring zijn zender het niet doet. We horen dat de grote brug in de Pan-American Highway is ingestort. Daar moeten we overheen als we over een aantal maanden naar Nederland komen. We horen van brandstof tekorten; hoe moet dat als we halverwege onze tocht naar boven nieuwe diesel moeten hebben? Het is allemaal, schandelijk, ver weg.

Tot we op de radio over Sangoma horen. De boot lag op Juan Fernadez toen de vloedgolf de eerste rijen huizen wegvaagde. Midden in de nacht werden ze wakker van de onrustige zee; even later dreven mensen, dieren, huisraad en woningresten langs. Een uur redden ze wat er te redden valt en nemen mensen aan boord; dan worden ze weggestuurd; de zee op voor hun eigen veiligheid. Een angstbeeld herhaalt zich. Ze lagen bij Phuket toen de tsunami daar een aantal jaren geleden op 2de kerstdag huis hield. Een week later komen Celine en Antoine, onze Franse vrienden van de Shana aan op Juan Fernandez. Na 24 uur vertrekken ze weer. Als we ze een paar uur later spreken zijn ze nog geschokt door de ru´ne, de chaos, de hulpeloosheid van de overlevenden. Zij kunnen niets uitrichten. Ontredderd varen ze door; naar Paaseiland, 14 dagen verderop.
Dan is de aardbeving toch wel erg dichtbij.

Het laatste eilandje op het uiteinde van de Estrecho de Magallanes is Tamar; 30 mijl van ons vandaan. Tamar is een berucht punt in de scheepvaart. De geschiedenis laat zien dat je er soms wel 10 dagen opgesloten kan liggen. Met 7 dagen komen we al aardig in de richting.

Aan het eind van de week trekt het zwaarste front over. Het ziet er lang naar uit dat we met 40 knoop wind worden verrast. Kort voor de wind toe gaat nemen trekt de wind toch iets noordelijker langs. We doen het met slechts 35 knoop en valwinden tot 50 knoop. We hebben de boot met 2 ankers en 6 lijnen vast liggen. Het rukt en trekt aan de boot. Tussen het waken door doen we een slaapje. In de loop van de nacht loopt de wind wat terug; de barometer loopt op; alleen de valwinden blijven ongekend hevig. Er lijkt een geschikt weergat aan te komen. De volgende dag zijn we druk met het binnenhalen van de extra ankers en lijnen.

Dan is het tijd voor vertrek. Om 06.00 gaat de wekker; het is nog koud en donker. Hoewel het 36 uur oude weerbericht ons een windloze dag belooft staat er toch nog een behoorlijke wind. Een nieuw weerbericht is er niet; het Chileense mailstation werkt weer niet. We wagen het erop. Met snerpende racha's; strak aan de wind zoeken we onze weg over de Estrecho de Magallanes. Volgens de oude weerberichten moet er een dip in de stormachtige winden zitten; op naar Tamar. Een paar uur later bevestigt het verse  weerbericht onze keuze. Als we Tamar passeren hebben we de wind flink in de rug. We eindigen na ruim 60 mijl in Caleta Darde (52.28,639/73.35,481) aan de oostzijde van kanaal Smyth. Hier duiken we de schuilplaats weer in om er pas 48 uur later weer uit te komen. Buiten huilt en giert de noordwesten wind; wij hebben weinig last.

Na twee dagen breekt er een periode van minder wind aan. Met 10 knoop wind en valwinden van 35 knoop vinden we onze weg verder noordwaarts. Een matige dag met af en toe flinke buien brengt ons een stevig stuk verder. Een voordeel heeft de enorme hoeveelheid regen die we in Patagonie treffen wel; we worden dagelijks verrast door de grote verscheidenheid aan regenbogen. We eindigen in Caleta Jaime (52.10,95/73.17,10), een kleine baai op het gelijknamige eiland op weg naar Puerto Natales. De nacht is koud. Als we wakker worden zijn de luiken boven de provisiehut/gasten hut bevroren. Als het ijs eenmaal is gesmolten hebben we een prachtig heldere en zonnige dag. Eindelijk ruimte voor buitenklussen zonder ons te hoeven kleden in zwaar weer kleding met drie lagen ondergoed. Halverwege de middag zijn er 3 wasmachines gewassen, havermoutkoekjes gebakken, is het vuil verbrand en is alle diesel over gegoten in de hoofdtank. We kunnen weer op weg. Twee uur gaans ligt de Angostura Kirke, een versmalling, een moeilijke passage, waar we maar twee maal per dag gedurende een kwartiertje zonder 10+ stroom overheen kunnen. We plannen daar vroeg in de ochtend overheen te gaan en varen alvast die kant op voor de nacht. We overnachten, samen met een Franse boot, de eerste passanten sinds een week, in Caleta Desaparecidos (52.03,29/73.01,80). Onderweg duiken regelmatig de zeeleeuwen naast ons op. De bergen waar we tussendoor varen zijn kaal en grauw; alleen de uiterste onderrand nabij het water kent een randje met bomen en struiken. Overal om ons heen rijzen de torenhoge bergmassieven op. Dik belegd met sneeuw en ijsplaten. Het is af met de losse sneeuwvelden. We kijken uit op grote berggroepen vol met gletsjers, sneeuwkappen en rotstorens.

De volgende dag kunnen we bijtijds weer varen. Al snel varen we het hooggebergte weer uit. Het beeld wijzigt naar glooiende pampa's. We varen de laatste mijlen van de trip naar Puerto Natales. Voor wat betreft de navigatie niet het eenvoudigste gedeelte. Er zijn maar weinig detail kaarten van dit gebied en zeker geen electronische. Het gevolg is dat we regelmatig op het oog moeten navigeren. Af en toe hebben we te weinig water onder de boot en zoeken we ijlings naar een diepere geul. Een keer slaan we de plank volledig mis en lopen gedegen vast op een zandbank. Wat ons nog nooit gebeurde, gebeurt nu. Slechts met hulp van een visser komen we weer van de bank af. Schaamtevol vervolgen we daarna onze weg.

Waar we liggen in Puerto Consuelo is het verschikkelijk ondiep. We ankeren met 80 meter ketting in water met een diepte van rond de 2.2 mtr. Klaar voor de nauwelijks te temmen valwinden die hier heersen. Gelukkig kent dit water weinig tijverschil zodat we niet bang hoeven te zijn dat we droogvallen.

Achter ons twee rotsplaten/zandbanken; beiden gevuld met statige Zwartnek en Coscoroba Zwanen en knalroze "Chiliean" Flamingo's. Dieren die we de hele reis hiernaar toe nog niet hebben gezien, Het klimaat is hier wezenlijk anders., Het is milder dan dicht bij de oceaan; de zon schijnt veel meer en het regent minder. Puerto Consuelo ligt in de overgang tussen de pampa's en de steile bergen van Torres del Pain. Snel nadat we het anker er in hebben liggen eindigt de zeldzame periode van windstil weer. Al vlot hebben we de 35 knoop wind weer op de kop; helaas gebruikelijk in deze regio.

Met al die ankerketting ligt de boot massief vast in Puerto Consuelo/ Estero Eberhardt als we op maandagavond Ingeborg en Dirk-Jan in Puerto Natales oppikken. Beladen met rugzakken en boodschappen arriveren we in het duistere donker van de avond bij het steigertje waar we de bijboot hebben achter gelaten. Gelukkig hebben we het toplicht laten branden zodat we in de verte de boot kunnen herkennen. Twee tochtjes met de bijboot zijn voldoende om onze gasten met bagage en al aan boord te krijgen.

We plannen met ze naar het uiteinde van de Seno Ultima Esperanza te gaan. Een mooi gebied te midden van hoge bergketens, sneeuwvelden en gletsjers. Het gebied vormt de zuidpunt van het Parque National Bernardo O'Higgins; deel van de Campo de Hielo Sur; de zuidelijke Chileense ijskap.

Ultima Esperanza; de Laatste Hoop; was ooit het toneel in 1557 van de desperate zoektocht van Juan Ladrilleros, een Spaanse ontdekkingsreiziger, naar de westelijke uitgang van de Estrecho de Magallanes. De tocht was zwaar en ontluisterend.

Twee dagen stellen we ons vertrek uit vanwege de wat onzekere weersituatie; de windverwachting en overtrekkende regengebieden. We maken twee wandelingen in de omgeving en genieten van het landschap met lage heuvels en grasvlakten op de grens van de pampa's en Andes. Dan moet het er toch van komen en gooien we los. Het is zonnig en droog als we voorzichtig de ondiepe wateren van de Estero Eberhardt uit koersen. De windverwachting in de gribfiles laat een matige tegenwind zien van zo'n 10-15 knoop.

Kort na de zandbank waar we een paar dagen eerder zo gedegen vastliepen gaan we stuurboord uit de Ultima Esperanza in. We hebben een lichte wind mee en denken er zelfs over te gaan zeilen. Dan komt hij geleidelijk tegen te staan en neemt in kracht toe. De snelheid loopt wat terug en de golven worden hoger. Halverwege wordt de golfslag kort en stijl; de wind neemt nog verder toe; nog 18 mijl te gaan. Als snel hebben we 35 knoop wind op de neus. Af en toe liggen we vrijwel stil. We rekenen uit hoe lang we deze lage snelheid nog kunnen hebben om nog voor donker in de ankerbaai te kunnen zijn.

Traag zoeken we onze weg verder door het water. Om ons heen betoverend mooi landschap met babyblauwe gletsjers; vuilgrauwe lawine banen en oogpijnigende sneeuwvlaktes. Aan weerszijde van ons zoeken bergbeken zich met donderend geweld een weg naar beneden, een spoor van nevel in de watervallen achterlatend. Om iedere hoek die we passeren een nieuwe vallei waar vanuit de wind zich met regelmaat in volle kracht op ons uitstort.

In de verte blinkt de Balmaceda gletsjer ons tegemoet. De koers loopt recht af op de gletsjer tong. Het uitzicht groeit met het uur; de eetlust van de gasten niet. Het is heftig, bonkend en schommelend op het water. Heel langzaam neemt de snelheid wat toe; de golven worden vlakker; we komen weer beter vooruit.

Als de koers nog dichter bij de gletsjer langs voert nemen de valwinden weer toe. Een baan stuivend water; de boot wordt op zij gedrukt en 48 knoop wind stort zich over ons uit. Overal om ons heen raast het van de racha's met hun typerende water en nevel zuilen die ons soms tot 30 graden uit de koers drukken. Pas als we na twee uur de gletsjertong voorbij zijn neemt de wind weer wat af.

Net in de luwte, terwijl achter ons de 35 knoop wind nog steeds het water ruwt, laten we het anker vallen bij Puerto Bellavista. Een kleine inham midden tussen de ondieptes.

Terwijl ik samen met DJ een lijn naar de wal uitroei draait de boot achter het anker en schuift op een bank. Met veel moeite lieren we de boot los terwijl de bijboot met de buitenboordmotor het achterschip opduwt.

Als alle lijnen liggen en de boot midden tussen de ondieptes op z'n plaats ligt valt de avond; de eetlust is weer terug.

De volgende morgen regent het; het is windstil. Door de bewolking is vaag de zon te zien maar een kletsnat wolkendek op nauwelijks 100 meter hoogte voorziet ons de hele dag van regen. Het zicht is matig. Ingeborg en Dirk-Jan klauwen zich door de bush en verkennen de omgeving. Vanaf een heuveltop hebben ze een mooi gezicht op de boot en de Ultima Esperanza.

Die nacht neemt de wind weer toe. Als we de de dag daarop wegvaren is de verwachting wederom 12 knoop wind uit het noordwesten. We hebben echter meteen weer 35 knoop wind. Het gaat hard, op de kotterfok en later de kluiver lopen we tegen de 8 knoop onder de gletsjers door. Aan het eind van de middag zijn we weer terug in Puerto Consuelo. De bemanning is nog compleet en in leven. Hoe anders verging het in 1557 Juan Ladrilleros. Hij vond de uitgang maar vrijwel zijn hele bemanning liet daarbij het leven.

We brengen Dirk-Jan en Ingeborg terug naar Natales van waar ze naar Torres del Paine gaan. Aan boord beginnen we met voorbereidingen voor ons vervolgtraject. De gastenhut toveren we snel om in onze voorraadkamer zodat we alles lekker koel op kunnen bergen. Het begint merkbaar kouder te worden. Op een van de dagen is de condens aan de binnenzijde van alle luiken en ramen bevroren.

Halverwege de week gaan we nog een keer terug naar Puerto Natales. Ingeborg en Dirkjan zijn weer afgedaald van de Torres en reizen met ons (of wij met hen) naar Argentinie, El Calafate. Het is nog vroeg en donker als we om 07.00 in het minibusje stappen dat ons naar Argentinie brengt. Vanuit El Calafate willen we naar de Moreno gletsjer voor we afscheid nemen van Ingeborg en Dirkjan. Het is 14.00 als we bij de gletsjer worden afgeleverd. We hebben geluk (of heeft iedereen die daar komt dat?) de zeer beweeglijke gletsjer -de dagelijkse beweging in de zomer zit tussen de 50 en de 200 cm- laat precies voor ons neus een grote ijstoren van zeker 20x10 meter in het water vallen. Een ware tsunami bouwt zich op en rolt langs de kust. Een imponerend gezicht. Goed dit eens gezien te hebben zodat we weten wat we riskeren als we weer op 25 meter onder de gletsjer door varen.

Na het afscheid van onze gasten reizen we terug naar Puerto Natales. Om 23.00 zijn we weer aan boord. Naast een leuke dag; veel kilometers pampa en een imponerende gletsjer hebben we in ieder geval de stempels in ons paspoort kunnen vernieuwen. Nu zijn we weer 3 maanden welkom in Chili en kunnen we verder richting het noorden.

Op weg naar Puerto Natales; Meer Foto's
Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.