Rhythm of Life op weg

2008

GambiaAtl. OceaanBrazilië/BahiaBraz./BahiakustBraz./OostkustBraz./ZuidoostRio de la PlataArgentinië

Op weg naar Brazilie, januari 2009

Passaat racen
De laatste voorbereidingen voor onze trip naar Zuid-Amerika verlopen gladjes. Mobo, onze Gambiaanse vriend bij de Lamin Lodge, zorgt voor ons voor een tas vol groente en fruit die hij op de markt heeft gehaald. We rollen de bijboot op en kunnen gaan. Op maandag de 19e steken we zee in. De eerste vier dagen gaan zeer voorspoedig. We maken dag afstanden tussen de 150 en de 175 mijl. We verwachten er 2 tot 3 weken op te varen. De krachtige noordoostpassaat sleurt ons, zelfs met de voorzeilen dubbelgereefd en het grootzeil op het derde rif met 7,5-8 knoop door het water.

De eerste dag zien we nog veel vissers en een enkel koopvaardij schip. Daarna wordt het eng rustig en zien we gemiddeld ééns in de twee dagen 's nachts in de verte lichten.

Het vissen vanaf de boot kent diepte- en hoogtepunten. Helaas breekt de tweede dag de kevlar lijn met één van onze mooiste vislures (kunstaas met een kingsize haak en leuk gekleurde floddertjes). Waarschijnlijk als gevolg van een te grote vangst die met teveel snelheid wordt voortgesleurd. Twee uur later breekt ook op de handlijn, de lure met de voorloop. De wartel waarmee de lure/voorloop aan de lijn zit is volledig uitgebogen. Wederom een megavangst verspeelt? Het gevolg is dat er nu in ieder geval twee super bonito's, tonijnen of marlijnen met een geperforeerd gehemelte rond zwemmen. Twee dagen later gaat het beter en halen we een mooie tonijn van 80 cm binnen. We hebben weer te eten. Genoeg voor 5 dagen tonijn op brood, tonijn bij het diner, tonijn in de soep en tonijn in de koffie. Diederik krijgt gedurende een week een visverbod. Een van de laatste dagen vangen we weer een tonijn. Op het moment dat Diederik de vangst "landt" op het achterplatforrm springt ie van de haak en duikt het water weer in. 

We zien weer veel vliegende vissen. Het lijkt erop dat er twee soorten zijn. Het meest zien we de zilverkleurige van ergens tussen de 5 en de 20 centimeter. Daarnaast zien we af en toe een donkerder soort die lijkt wat lomper en meet een centimeter (geschat) of 20-25. Het is grappig om het verschil te zien met de vogels om ons heen. De vogels landen na hun rondvlucht doorgaans elegant in het water. Tenzij ze natuurlijk boven op hun prooi duiken. De vliegende vissen daarin tegen landen plomp en met veel gespetter in het water. Overigens maken ook de vliegende vissen rondvluchten van soms wel honderden meters op een meter boven het wateroppervlak.

Afgezien van de vliegende vissen is de zee leeg. Ook de vogels laten het, vanaf zo'n 200 mijl van de Afrikaanse kust, af weten. Slechts de vliegende vissen geven nog afwisseling. Een paar keer per dag lopen we een rondje over het dek om de ongelukkigen onder hen, overleden, onder gepaste woorden weer terug te geven aan de zee. Zelfs de walvissen en dolfijnen laten zich niet zien.

De laatste noordelijke mijlen
Na een paar dagen wordt de zee rustiger, ook de wind loopt wat terug. We varen overdag op de Bolle Jan. Voor het donker halen we hem er weer vanaf. Iets te laat, de wind is toch weer meer opgelopen dan we dachten. Na een kwartier van een stevig gevecht met lijnen, zeil en een losgeslagen spiboom is de Bolle Jan weer binnen gehaald. Ontvelt en met een brandwond van een lijn die te snel door de hand en langs een been is geschoten komt Diederique van het voordek.

Eindeloze rollers van water en schuim gaan onder ons door. We zitten in een vast dag/nachtritme waarbij we ieder 2x 3 uur in het avond/nacht traject wachtlopen en daarnaast naar behoefte, maar wel om de beurt, overdag nog één of twee keer een uurtje slaap pikken. Het leven aan boord gaat tijdens onze vaart gewoon door. Dagelijks controleren we een keer aan dek alle bevestigingen, schavielplekken en raadselachtige losse onderdelen. Tot de dagelijkse routine behoord ook het maken van water, het draaien van de generator zodat de accu's weer aangevuld worden en uitzetten en inhalen (voor de nacht) van de vislijn.

Over de evenaar
Langzamerhand gaat in de loop van het weekend de wind wat weg vallen. We naderen de evenaar. Maakten we de voorgaande dagen nog rond de 170 mijl per dag, vanaf het weekend gaat dat zakken naar trajecten van rond de 120-140 mijl per 24 uur. Het dagelijks radiopraatje met de Lady of the Lowlands in Brazilië en de Duende in Gambia geeft afwisseling. Tot 02N. kunnen we blijven zeilen. Dan komen we in de windstilte gebieden.

Het weer verandert. De wind valt weg en we starten de motor. Grote wolken partijen groepen zich samen en storten vooral 's avonds en 's nachts hun lading over ons uit. Gelukkig (of helaas) hebben de meeste buien geen overdosis wind. Met de hoosbuien wordt ook het allerlaatste rode woestijnstof uit de zeilen, de mast en de vallen en schoten gespoeld. Een modderbad aan dek is het resultaat. Tijdens een vroege ochtendbui schrobben we het dek. Na vijf maanden Afrika ziet de boot zowaar weer wat witter. Naast al die buien regent het ook records aan boord. Nog nooit zaten we zolang samen op het water. Een ander hoogtepunt was de 26e in de ochtend het overschrijden van het halfwegpunt 1050 mijl gevaren/1050 mijl te varen. Dan op de 26e , om 16.10 is het zover, we passeren de evenaar. De gps springt van 00.N naar 00.Z Vanaf dat moment bevinden we ons op het zuidelijk halfrond.

De wind is wisselend. Dan varen we 24 uur op de motor, dan kan er weer eens een dag gezeild worden. De zomer op het zuidelijk halfrond is heet. Zelfs in de schaduw van de buiskap is het vanaf 09.00 in de ochtend rond de 47,5 graden (celcius!!) met een luchtvochtigheid van rond de 80%. De zon brandt meedogenloos. De warmte en het vocht maken dat we al snel geen kleding meer verdragen. Zelfs in de schaduw verbranden we genadeloos al die delen die we de afgelopen maanden nog niet in de zon hebben gehad.
Nu we de radiostations op het noordelijk halfrond achter ons hebben gelaten moeten we het hebben van de schaarse zuidelijke stations. Ons dagelijks email en weerberichten verkeer vraagt op een gegeven moment 40 zendminuten per dag, driemaal het rekendaggemiddelde van 13 minuten per dag/ 90 minuten per week. Gelukkig blijkt de verbinding met het allerdiepste zuiden van Zuid-Amerika geleidelijk beter te gaan. Het gemiddelde van 40 minuten per dag begint weer te zakken.

Zuidelijke oceaan
Tegen het eind van de week, ter hoogte van de eilandengroep van Fernando de Noronha, wordt het weer wat drukker om ons heen. De eerste vogels dienen zich weer aan. Regelmatig vliegen Skua's (Artic?) een stuk met de boot mee. Voor het eerst in 10 dagen krijgen we ook weer eens dolfijnen (Slanke) bij de boeg. Een groep van 20 exemplaren speelt zeker een halfuur met ons en onze boeggolf.

Helaas hebben we de oversteek qua maanlicht slecht getimed. We varen in de laatste/eerste  glimpjes maan. Zeker in nachten met grote regenbuien is het aardedonker.  Afgezien van een enkele bui in de nacht (met veel wind) wordt het na een dag of 10 wat rustiger in de atmosfeer. Er komt weer wind en we snellen met 6,5-7 knoop richting Salvador. Langdurig varen we parallel aan de kust, heel geleidelijk komen we er wat dichterbij. 

Overdag valt de wind vaak vrijwel weg om 's nachts weer stevig terug te komen. We gebruiken de Bolle Jan veel. De twee dagen laten we hem zelfs gedurende de nacht staan. Onze voortgang is goed. Op de ochtend van de 2e februari is de wind echt volledig op. Nog 70 mijl naar Salvador. We starten de motor het zou zonde zijn om zo kort voor aankomst nog een dag te gaan dobberen. Tegen het eind van de middag lopen we de baai in. Het is warm en alle dekluiken staan open. We treffen het Het grote feest van de zee is nog in volle gang. Vuurwerk knalt aan alle kanten. Een vloot aan jachten, marine schepen en rondvaart boten komt ons tegemoet. Even letten we niet op.  Zoveel sensatie bij aankomst hadden we niet verwacht.    Dan..... duiken we met de steven een grote hekgolf van een marinefregat in. Een dijk van massief water stroomt over het dek .....en stort zich door het geopende dekluik naar binnen. In 2 seconden is het interieur doorweekt. Water staat op de luiken;  alles is nat; reserve batterijen zwemmen in hun doos; reserve wc papier zwelt tot groot formaat; ons bed is doorweekt. We zijn trots dat we er zijn, maar hebben nog veel te doen die avond. Maar hoe dan ook, we zijn in Brazilië.

Al met al
Terugkijkend hebben we een prima oversteek gehad. We hebben ca 2100 mijl gevaren. Gedurende de tocht hebben we naast een aantal gedeeltelijke windarme dagen maar één dag echt pure windstilte gehad. Tijdens de tocht hebben we 80,1 uur op de motor gevaren. Een gedeelte hiervan hadden we de motor op de windarme dagen bij staan tijdens het zeilen. We hebben maar één echte squal met veel wind gehad, de overige buien waren vooral nat maar leverde geen wind.

Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.