Rhythm of Life op weg

2008

GambiaAtl. OceaanBrazilië/BahiaBraz./BahiakustBraz./OostkustBraz./ZuidoostRio de la PlataArgentinië

Gambia, december/januari 2009

Banjul/Lamin Lodge
We willen de 26e vroeg in Banjul zijn zodat we voor het begin van het vrijdaggebed bij de autoriteiten langs kunnen. Gambia is een islamitisch land. We staan vroeg op en varen om 07.00 de Senegalese kreek uit. Voor de kust liggen wat ondieptes waar doordacht gemanoeuvreerd moet worden. De waypoints uit de West Africa Pilot blijken een prima aanwijzing. Hoewel de pilot zo'n 15 jaar oud is zijn de ondieptes niet verschoven. Wel zo prettig.

De stroom staat stevig mee naar binnen waardoor we om 9.30 al op de rede van Banjul varen. Zoals we al eerder in Afrika aantroffen, treffen we ook hier weer veel leven langs het water, de piroques op het strand en een skyline van laagbouw. Bij het aanroepen van de Port Authority blijkt alles dicht te zijn op Tweede Kerstdag. Dit in tegenstelling tot onze reisgids voor Senegal/Gambia die naast onafhankelijksheidsdag en eerste Kerstdag alleen de Islamitische feestdagen aangeeft als vrije dag. We gooien tijdelijk het anker even uit bij Half Die. Een wat sinistere naam die afkomstig schijnt van de cholera epidemie van 1869 die de helft van de bevolking uitroeide.

Christien wordt met de bijboot afgezet op een strandje. Diederique blijft als wacht aan boord en stort zich op de oplossing van een storing in de watermaker.

Op weg naar de autoriteiten doorkruist ze een deel van de stad Banjul waar men werkt aan de uitbreiding van de haven. Een deel van het gebied waar vroeger gewoond werd is ontoegankelijk en onbewoonbaar gemaakt. Een enkel huis wordt nog bewoont. Op grote schaal zijn woningen (soms niet meer dan schamele hutjes) gesloopt of volledig ontdaan van ramen en deuren. Op andere plaatsen, met name aan de rand van de rivier, zijn tussen de sloopresten en het vuilnis "nieuwe" onderkomens ontstaan. Vaak niet meer dan een paar planken en een stuk plastic. Hoewel je je beseft dat de woonomstandigheden in de randgebieden van Afrikaanse (en andere) steden niet ideaal en zeker niet vergelijkbaar zijn met onze maatstaven is deze aanblik toch nog een graad heftiger. Na een paar straten beginnen de straten beter te worden en ontstaat er weer bedrijvigheid. Er zijn weer "garagewinkeltjes" en er zijn weer "reparatie"werkplaatsen. Op elke hoek van de staat zijn wel houtkoolvuurtjes en wordt er gekookt en thee gezet. Her en der zijn tafels waaraan men zit en z'n maaltijd (gezamenlijk) op eet. De vergelijking dringt zich op met andere Afrikaanse steden zoals Dakar. Bij terugkomst op de boot is Christien nog onder de indruk.

Ondanks de vrije dag in Gambia is er her en der toch nog het één en ander te krijgen. Van de autoriteiten is een deel aanwezig. Anderen zijn pas weer na het weekend beschikbaar. We moeten in ieder geval maandag weer terug komen. Gelukkig krijgen we toestemming een uurtje verder op in de Lamin Creek voor anker te gaan (13.23,526N/16.37,356W). We blijven daar in ieder geval tot Moniek op 31 december bij ons aan boord komt.

Doordat de plek waar we liggen dicht op de savanne ligt, zien we weer wat nieuwe vogels. Zo zien we onder andere de zwart witte Pied Kingfisher, de grijze Namaque Dove, de Western Red-billed Hornbill met zijn rode kromme snavel, de Hamerkop met z'n typische snavel en de jagende Black of de Yellow Billed Kite.

Het "vuilnis"dilemma doet zich nog steeds gelden. Vandaag probeerden we weer eens twee vuilniszakjes aan land te brengen. Nergens een vuilnisbak te ontdekken. Uiteindelijk komen we uit in de keuken van het restaurant uit waar na onze actie de enige vuilnisbakje meteen vol is van onze twee zakken. Later als we een rondje lopen komen we weer op grote schaal vuil tegen dat gewoon in de kant is neergegooid. We vinden onder andere een Volkskrant beurspagina met een AEX-stand van 450. Een jaar oud? Het blijft een moeilijk punt om je eigen vuil gewoon in het land waar je op bezoek bent langs de kant van de weg te gooien. Helaas komen we ook hier weer tegen dat er mensen gewoon tussen dat vuil leven tussen drie stukken hout en een lap plastic.

 

Tot Moniek aankomt liggen we in de Lamin Creek. Hoewel we de afgelopen maanden al een aantal landen in Noord- en West Afrika hebben gezien en geproefd en in het verleden ook andere Afrikaanse landen al eens (vluchtig) hebben meegemaakt, is wat we zien en meemaken in Gambia toch weer van geheel andere orde. We doen boodschappen op de lokale markt. Van weinig producten (fruit, groente) is er veel te krijgen. Sterk seizoensgebonden is iets er in overvloed of juist helemaal niet. Op dit moment is het vooral de tijd van de bananen, sinasappels, papaja's en watermeloen. Daarnaast kun je nog kool, uien en aardappels krijgen.

Vlak bij de lodge waar we liggen, is een kleine vissers nederzetting. Naast de visjes die de mannen vangen zijn het vooral de vrouwen die bezig zijn met het plukken van mangrove oesters die ze daarna koken en verkopen. De grootste gaan naar een aantal van de grote westerse hotels en lodges in Banjul en Bakau, de middelmaat wordt op de lokale markt verkocht en de kleinsten worden zelf opgegeten. Grote hopen oesterschelpen worden verbrand. Na twee dagen smeulen wordt van de asresten verf gemaakt waarmee men z'n hutten verft. Naast wat hutten leeft een deel van de dorpsbevolking vlak tegen de brandplaats aan in wat schamele onderkomens.

Op maandag al vroeg uit de veren. Op naar de autoriteiten. We zijn zo vroeg dat we op de steiger de halftamme baboon(?)apen nog aan treffen die 's nachts en 's ochtends vroeg de lodge afstruinen naar eten. In onze nette kleding (blouse, lange broek, sokken en dichte schoenen), de autoriteiten worden graag met gepast respect benaderd, met de taxi op stap. Gelukkig geen moeilijkheden en na 2 uur hebben we alle formaliteiten gehad, de rivierbelasting betaald etc. Om aan geld te komen staan we uren in de rij voor de verschillende niet-werkende geldautomaten, tenslotte vinden we er nog één, Visa, die het geld per 70 euro verstrekt. Maar ach, tijd is geduldig hier, gewoon 3x achter elkaar het hele proces door dan heb je ook de gewenste 200 euro. Dat "geldhaalproces" is een langdurig proces aangezien na elke 3-5 transacties de machine weer 5 minuten buiten werking is. In één van de zeer weinige echte supermarkten (rekken, winkelwagentjes) doen we nog wat boodschappen. Na 6 uur staan we weer gepakt en gezakt op de steiger.

Op Oudejaarsdag arriveert Moniek, net voor donker in plaats van de verwachte begin van de middag. We vieren met Henk en Rietje, de bemanning van de Lady of the Lowlands, samen met de bemanning van twee andere, Engelse, boten Oud en Nieuw. De volgende dag zijn we, ondanks de korte en late nacht, met name voor Moniek, vroeg er uit en gaan varen. Om 8.00 lichten we het anker en gaan voorzichtig de kreek weer in richting Banjul. We kunnen onze oude route terug varen op de elektronische kaart.

Mandory Creek
Vanaf Banjul varen we de grote rivier op. Op een aantal punten een wat Hollandse dag; brede rivieren met in de verte wat bossages. Al snel verschijnt aan de noordoever alweer de Savannebush die wij ook al kennen van Senegal. Het wisselt wat af. Dan weer aan de noordoever dan weer aan de zuidoever glooit het landschap. We passeren Dog Island (met het mini eilandje Pup Island) en James Island. James Island heeft een lange historie als handelsnederzetting van Fransen, Portugezen en Engelsen. Ooit was het ook een slavendoorvoerplaats. De hoofdpersoon uit het boek "Roots, wij zwarten" van Alex Haley, Kunta Kinte heeft de twijfelachtige eer gehad daar ooit zijn bestaan als negerslaaf te zijn begonnen. Vlak bij James Island ligt bij de rivier de plaats Jufere. De Roots cultus in Gambia vindt daar in Jufere, waar Kinte vandaan kwam z'n hoogtepunt. Gambia is 15-20 jaar geleden slim op "Roots" in gesprongen door op verschillende plaatsen die in het boek voorkomen de geschiedenis levend te houden. Vooral zwarte Amerikanen bezoeken Gambia op zoek naar hun eigen roots. Hoe zwaar het neger en slavenbestaan in de VS ook is; in vergelijking tot de bestaansmogelijkheden in Gambia, hoorden de bemanning van de Nije Faam ooit op de markt in Dakar een zwarte Amerikaanse vrouw tegen haar reisgenote zeggen "I'm so glad Grandpa didn't missed that boat"

In Afrika, zeker in dit deel van West Afrika, heerst een Obama hype. Hoewel hij z'n roots heeft in Kenia beschouwd de Gambiaan, gezien zijn ex-ex-ex slavenverleden hem als hun man. Tijdschriften staan er vol mee.

De laatste paar uur voor we de kreek bij Mandory in schieten hebben we geluk. Een groep Kameroen-dolfijnen zwemt zeker een uur lang met ons op terwijl ze hun kunsten vertonen. Een heel jong exemplaar zwemt met z'n/haar ouders naast ons. Een paar wat minder jonge dolfijnen springen vlak bij ons uit het water terwijl een paar volwassen exemplaren rustig naar ons toekomen. Moniek schiet flink wat foto's. We ankeren midden in de kreek in de rimboe tussen de vogels, de muggen en de mangrove (13.27.80/15.54.64).

Elephant Isl
De volgende dag staat het tij pas laat mee, we genieten van de ontwakende natuur en lichten pas in de loop van de ochtend het anker. Het water in de kreek stroom hard en is roodbruin van de modder. We worden de rivier opgesleurd en hebben de eerste twee uur nog (stevige) tegenstroom. Waar we ook kijken, de rivier is één grote baan van roodbruin modderwater. Als je de Gambia vergelijkt met de Senegalese rivieren zoals we die vorige maand ervaren hebben dan valt op dat er veel minder leven te zien is. Er zijn nauwelijks resorts en tourist camps, nauwelijks dorpen, nauwelijks vissers en als gevolg van dit alles ook nauwelijks vracht/passagiers piroques. Dit laatste is op zich te verklaren uit het gegeven dat de enige twee "snelwegen" van Gambia op 5 tot 10 kilometer afstand op de noord- en de zuidoever parallel aan de rivier lopen. De rivier maakt grote kronkels.  We ronden Krule Point en Devils Point en passeren het wrak van de Lady Chilel, de in 1984 ten koste van verschillende levens gezonken een toeristen boot. Ooit een gift van de Zweedse regering. Bij Farafenni, de plaats noord van het veer in de weg van Dakar naar Zinguinchor is het een drukte van belang. Een half uur voor donker bereiken we Elephant Isl. Hoewel de naam anders doet vermoeden is er geen olifant te bekennen. Wel, als je geluk hebt,   hippo's, krokodillen en op de vaste wal, bush bock's, apen en bush pigs. Daarnaast hebben we weer een schat aan vogels en "geluiden" om ons heen. We ankeren op 13.27.67N/15.20.77W.

Carrol's Wharf
Zodra het schemert halen we de volgende dag het anker op. De stroom staat in de ochtend maar een paar uur met ons mee. We passeren Bombala. Vanaf Elephant Isl komen we in andere landschap. Ook het mangrove type veranderd. Hebben we de eerste twee dagen in Gambia, net als in Senegal, de Avicenna Africana, de lage mangrove (tot ca 10 mtr hoogte), nu krijgen we de veel hogere, tot wel 20 meter, Rhizophora. Opvallend zijn de veel langere luchtwortels en de stam die vaak pas op enkele meter boven de hoogwatergrens, vanuit de wortels omhoog rijst. De mangrove is niet meer zo aaneen gesloten als in de lagere delen van de Gambia. Plukken mangrove bossage wisselen af met rietland. Op de achtergrond rijzen majestueus de opvallende heuvel, zg Red Hills, op. Typische savanne begroeiing van Baobabs, harde hoge grassen, struiken en palmen zie je groeien op deze rode heuvels. We varen sinds Elephant Isl in het land van de  hippo's en de kroko's. We hebben ze nog niet gezien. Het landschap geurt anders. Een droge lucht, vermengt met hars en de kruidigheid van de savanne prikkelt de neus. Alleen de olifanten, leeuwen en giraffes ontbreken. Lang geleden is daar zo intensief op gejaagd dat ze nu "op" zijn. In een boom zit een waakzame African Fish Eagle onverstoorbaar te wachten tot we voorbij zijn. We passeren Kau-ur, één van de centra in de teelt van aardnoten. De fabriek waar de pinda's klaar gemaakt worden voor transport ligt pontificaal aan de rivier. Iets verder op staan wat vrouwen en kinderen aan de waterkant te wassen. Vier kraanvogels, grote en sierlijke Black Northern Crowned Crane, zitten boven in een boom. Als we langs varen stijgen ze klapwiekend één voor één op. Zo dicht tegen de Savanne zijn ook de Pied Kingfisher en de Red Billed Hornbill weer van de partij. Een grasgroene vogel houdt ons geruime tijd bezig. Is het een Bee-Eater? We zien er velen maar vinden het lastig na te gaan welke het kan zijn. Vermoedelijk is het de grasgroene Little Bee-eater met z'n oranje vleugels.  De wind is net als de voorgaande dagen stevig. Ieder dag steekt ie om 9.00 op en gaat om 15.00 liggen. Over de rivier hebben we continue 15 tot 20 knoop tegen.

Dan draait de stroom en zoeken we een ankerplaats. De talrijke visnetten die dwars over de rivier staan ontwijkend varen we de kreek in na Pappa Isl, tegenover Carrols Wharf. Achter het eilandje, midden tussen de vislijnen (ontdekken we een paar uur later), leggen we op 13.39.779N/15.09.805 het anker er in. Om ons heen, riet, mangrove, palmbomen en baobabs met op de achtergrond een concert van vele vogelgeluiden. We varen een klein stukje met de bijboot door de mangroves. Vlak bij ons, diep in de bush horen we veel gekraak. Apen?   hippo's? Heel vaag ziet Moniek tussen de bomen een grote aap. Een Western Red Colobus?

Georgetown
Het begint pas net te schemeren als we het anker weer ophalen. Heel voorzichtig varen we ons kreekje weer uit. Vorige middag hebben vissers vlak voor en achter de boot vislijnen uitgezet. Ze vissen op meerval. De lijnen liggen vlak over de bodem. Gelukkig pikken met het binnen halen van de ankerketting niets op. Al snel zitten we weer op de steeds smaller wordende rivier. Soms is het net of de rivier omzoomt wordt door ruisende populierenbosjes. De vogels brengen ons weer snel terug bij onze tropische les. Een hamerkop, met z'n typisch gevormde snavelpartij, klapwiekt naast ons en strijkt neer op een tak. Een groep visarenden (African Fish Eagle) met hun zwart witte kraag hangt jagend in de lucht. Rondjes draaiend op de thermiek. Zwevend tegen de wind in hangen ze klaar om op hun prooi af te duiken. We zien weer reigers. Zowel de witte zilverreigers als de kleinere en grote zwarte en grijze reigers (White Egret, Gr Herron, Blackhd. Heron, Black Heron) zitten her en der in de mangrove en savanne begroeing .

We passeren Kundang Tenda en Niani Mara. Het is zondagochtend. In de ochtendzon spelen kinderen, zijn mannen bezig met hun piroques, zijn vrouwen druk doende met hun wasgoed. Op de noordoever van de rivier doemen de rode heuvels, de zg Kassang, weer op. Sommige kaar en ruw, andere bedekt met bomen, struikgewas en grassen. Boven de savanne cirkelen een paar Black Kites. Plotseling o de hoek van de rivier ligt Kuntaur. Ooit de tweede havenstad van Gambia. Gelegen aan de rivier op het hoogste punt waar de rivier nog bevaarbaar was. Slechts een paar gebouwen, twee verdiepingen hoog, overwoekerd en afgebrokkeld liggen er nog als herinnering aan vervlogen koloniale tijden. Slechts de pindaoverslag ademt, net als in Kaur nog bedrijvigheidOp weg naar Baboon Island, midden in het Nationaal Park, zien we een tweetal Palm-nut Vultures . We hadden ze al eerder gezien met hun witte lijf en borst en hun zwarte vleugels, maar nu kunnen we ze pas thuis brengen. We varen midden overdag, in alle warmte, door het Nationale park. Niet het handigste tijdstip om, afgezien van een krokodil die langzaam van ons weg zwemt, iets te zien. De rivier kronkelt verder. Tegen de kentering zijn we in Janjanbureh (Georgetown). We ankeren tegen over de lodge, 2 mijl voor Georgetown, aan de kant van de rivier (13.32.764N/14.47.614W). Christien en Moniek lopen vanaf de lodge naar Georgetown om de groente en fruitvoorraad op peil te brengen. In Georgetown treffen ze veel onderwijs voorzieningen. Een internaat biedt ook voor leerlingen van "grote afstand"de gelegenheid de lessen toch te volgen. Grappig is te zien dat hier net als in Dakar en Sal op de muren grote landkaarten geschilderd zijn.  Georgetown is ons keerpunt. Een paar mijl boven onze ankerplaats belemmeren hoogspanningskabels de verdere doorvaart.

Bird Isl.
Ademloos kijken we, de volgende avond uren toe hoe twee volwassen nijlpaarden samen met hun jong op twee honderd meter van ons in het water liggen. We betrappen ze, of betrappen ze ons, op het moment dat we iets ten noordwesten van Bird Island ons anker laten vallen. Geruisloos varen we, stap voor stap naar onze ankerplek. We gaan er maar even van uit dat we op veilige afstand liggen. Ze duiken onder als we het anker strak trekken maar zijn even later met hun drietjes weer terug.

Vandaag ons eerste traject rivierafwaarts. We pikken om 07.00 bij Georgetown de stroom op die al een paar uur doorstaat naar "beneden" en varen eerst op de motor, later afwisselend op de motor en het zeil met een kalm gangetje de rivier af. We pakken de in tegenstelling tot onze ""opvaart" nu de zuidelijke doorgang onder de Kai-ai eilanden langs. Het risico van de tsee-tsee vliegen vangen we nu de schemer voorbij is af door onze lange broeken en shirts aan te houden en de boot met het muskietengaas af te dichten net als we 's avonds in de schemer doen. Nauwelijks de bocht om tussen de Kai-ai eilandjes stuiten we al op twee  hippo's. Terwijl we zachtjes door de stroom verder gevoerd worden langs de tropische bushbegroeing op de eilanden en de rijstvelden op de zuidoever komen we al snel in het zicht van de Baboons, Velvet en de Red Colobus monkeys. Met geduld en moeite zien we ze in de bomen bezig. Op de zuidoever zitten vier Hadeda Ibissen met hun mooie kobaltblauwe flank naast ons in een boom. In het National Park zien we afgezien van een enkele krokodil niet zo veel, zelfs geen rangers.

De watermanager verzoekt een stop in Kuntaur. Twee van de dames worden met de bijboot samen met alle denkbare waterflessen op de wal gezet en werpen hun charmes in de strijd om aan water te komen. Iets noord van het ziekenhuis in Kuntaur, tussen het ziekenhuis en de pinda"fabriek" is een openbare tap. Met hulp van talloze kinderen worden alle 5 en 10 literflessen gevuld terwijl Diederique heen en weer pendelt naar de boot om alles weer aan boord te brengen. De dames vallen in de smaak, verschillende jongetjes komen melden dat ze wel één van de "nice ladies" willen hebben. Nadat ze hun emailadres geven en de nodige pennen mogen ze weer verder. Als de stroom kentert gaan we weer anker op. Nog een half uurtje. Dan zijn we bij Bird eiland waar we verwachten een mooie plek te vinden vlak naast de ondiepte tussen de eilanden waar vaak  hippo's zitten. Geruisloos gaat het anker er op 13.42.662N/14.56.250W in.
Tijdens de maaltijd worden wij opgeschrikt door een hard geknor en een flinke plons. Een(?) van de nijlpaarden vindt ons kennelijk erg interessant en is tot op enkele meters afstand genaderd. Heel snel worden alle lichtjes uitgeblazen. Stilletjes vervolgen we de maaltijd en horen hem nog een paar keer. Zijn de rollen nu omgekeerd? Is het kijken en bekeken worden?

Bantana Creek
Opgelucht gooien we het anker uit in Bantanta Creek. Varend op de Gambia rivier hebben we vandaag vooral kreken parallel aan de rivier verkend. Voor de avond plannen we het anker uit te gooien achter het meest westelijke eiland van de Pappa Eilanden. Hoe we ook zoeken. Het eiland bestaat gewoon niet meer. Waarschijnlijk is het na de laatste survey vastgegroeid aan het vaste land en zijn de doorgangen (nagenoeg) dicht geslibd.

Na een onrustige avond zijn we in de loop van de ochtend weer vertrokken van Bird Island. Na het avondlijk geknor van de  hippo's blijft het nog lang onrustig. Ondanks onze poging op enige afstand van ze te ankeren blijken ze toch de hele plaat om ons heen te beschouwen als hun territorium. We horen ze regelmatig om ons heen knorren, puffen en blazen. Als we 's avonds de foto's nog eens bekijken tellen we op éen foto 10 roze oortjes. Ze zijn dus minstens met z'n vijven. Bij het ochtendgloren blijken ze op een meter of 10-20 om ons heen te plonzen. Als de zon goed op is vertrekken we, op het zeil om ze niet te verontrusten.

We koersen naar de Deer Eilanden. Volgens de pilot zijn er stukken met 2 meter water, verder is de doorgang boven de eilanden langs volgens de BA kaart nooit in kaart gebracht. Voorzichtig koersen we er in op het zeil. Op vijftig meter voor ons zien we wat  hippo's baden. Als we dichterbij komen zijn ze verdwenen. We meten 2,5 meter water. Plots duikt even later op een meter of 10 voor de boot zo'n 3,5 ton waterverplaatsing van de kant af. Gelukkig mist ie ons net. We verrassen een  hippo in z'n zonnebad.

De doorgang boven de Deer Isl. Geeft verder geen problemen. We kunnen het volledig zeilen en hebben voortdurend minstens de 7 meter diepte. We komen grote groepen Zilverreigers (Great White Egret en Little Egret) tegen. De grote witte en kleine witte reigerachtige vogels met hun grijze of gele snavel zitten in grote getalen op droogvallende banken en in bomen. Vlak voor de Gambia rivier komen we een grote groep White Faces Ducks tegen. Bij de kruising steken we de rivier weer op om na een uurtje bij de Pappa Isl weer af te buigen. In een voortdurend decor van palmen, riet en hoge en lage mangroves varen we omringt door talloze vogels een aantal uren parallel aan de rivier "achter" de eilanden langs. Slechts op één plaats is het wat ondieper en moet het roer omhoog. We passeren wat dorpjes. Her en der zien we een visser met z'n kano bezig met z'n visvangst. We kunnen het westeliijke eiland niet vinden. Uiteindelijk leggen we het anker er maar in in de tegenoverliggende Bantanta Creek. Voorzichtig gaan we over de drempel. Rap wordt het daarna dieper en kan het anker uit (13.40.959N/15.17.240W). Midden tussen de vogels, mangroves en rietlanden valt de avond vuurrood, vlammend en intens.

Elephant Island
Bij het binnen varen van de Bantanta Creek ontdekten we dat we maar weinig over hadden op de drempel voor de Creek. Om 8.45 is het laagwater. We varen dus al om 8.00 naar buiten om te voorkomen dat we voor twee of drie uur vast komen te liggen. Een vlucht Fanti Saw-Wings (zwaluwen) vliegt voor ons op uit de mangrove. We varen een half uurtje naar Kau-ur en leggen de boot weer voor anker zodat we boodschappen kunnen doen. Het onderwijspeil lijkt hier minder te zijn dan in Kuntaur en Georgetown. Men spreekt veel minder goed Engels. Dankzij de hulp van enkele mannen en de talloze kinderen die weer net als in Kuntaur klaar staan om te helpen loopt het boodschappen doen prima. Het assortiment van de winkels en kraampjes is goed. Er zijn zelfs enkele "garagewinkels". Na het kopen en uitdelen van wat kleine oliebolletjes en sigaretten zijn alle helpers weer tevreden.

Voor de wind en met tegenstroom varen we daarna opnieuw een stuk de rivier af. Voor vandaag hebben we de Sofanyama Creek als doel. Bij het langs varen van de kreekjes voor de Sofanyama Creek valt op dat ze in de jaren naar dat de kaart is gemaakt stevig zijn overgroeid en dicht geslibd. Afwachten dus hoe "onze" kreek er uit gaat zien. Als we voor de kreek liggen is het duidelijk, smal, overgroeid, en..... er staat een groot drijfnet van oever tot oever. Niet handig. Ook de volgende kreekjes zien er niet echt haalbaar uit voor ons. Om nu bij het verlaten van de kreek honderden meters achteruit te varen over de ondieptes is ook zo iets. We varen door naar de plek waar we op de heenreis geankerd hebben.

We benutten de tijd op de ankerplaats voor het schoonmaken van onze schurftplattingen. De Harmatan heeft de afgelopen anderhalve maand onze gifgroene "borstels" in ons want grijs/bruin gekleurd met woestijnstof. Diederique klimt in de mast en borstelt ze alle 24 keurig schoon. De boot ligt daarna weer onder een dikke laag stof. Met wat emmers water is dat snel weer opgelost. De rivier kleurt er rood van.

In de avond worden we in onze geul bij Elephants Isl opgeschikt door luid getoeter. Een kleine sleepboot met een koppelsleep van 3x2 sleepbakken met pinda's vaart heel langzaam langs in het donker.

Mandory Creek
Kort na de schemer het anker op en weer op weg. De eerste uren tot voorbij het veer bij Farafenni op de motor. Daarna, na het ontwijken van een aantal drijfnetten, verder op het zeil. We varen grotendeels de route die we al kennen van de heenweg. Naast de al bekende vogels zien we er ook die we nog niet thuis kunnen brengen. Eerst de foto's en het fotoboek nog maar eens bekijken. Het sluipend gevaar van terugvaren langs de vertrouwde route is dat er wat gemak zucht in de roerganger sluipt. Gelukkig weet Moniek door snel ingrijpen ons te behoeden voor een zandbankje waar we bijna op vastlopen.

We komen tijdig aan bij Mandory Creek en varen nog anderhalf uur door naar binnen. De kreek slingert door het landschap. Uiteindelijk leggen we het anker er in op 13.28.50N/15.52.17W. De route die we varen wordt in de elektronische kaart gezet. Makkelijk om bij het terug varen de diepe geul vast te kunnen houden. Vreemd genoeg lijkt de route die we in de kaart vastleggen absoluut niet op de loop van de kreek zoals die in de admirality kaart staat.

In de kreek varen we het territorium in van de Black en de Yellow Billed kites. Tientallen cirkelen boven ons hoofd. Alsof de gieren al klaar hangen. In de kreekjes waarin we liggen is het opvallend hoe de geluiden van de vogelwereld in de laatste uren voor en na de schemer veranderen. Eerst, tot 2 uur voor de schemer, is het vrijwel stil. Dan, in de laatste 2 uur daglicht komt de vogelwereld tot leven. Op het moment dat de avond echt valt en de donkerte bezit neemt van de omgeving wordt het snel weer stil en nemen na een kwartier de nacht vogels/dieren het over met hun eigen geluid.

Sama Creek
Net als veel andere ochtenden heeft het anker opgaan weer de nodige voeten in de aarde. Meestal heeft het anker zich degelijk ingegraven en komt er met een grote klomp vette klei uit. Met een oude troffel graaft Diederik op de voorpunt de grote klomp klei af zodat het anker zich bij het volgende gebruik weer "schoon" in kan graven. Als we de 10e 's ochtends de Mandory Creek weer uitvaren komen we al snel terecht bij een grote groep apen. Een twintig tal oude en jonge Red Colored Savanne baboons houdt ons vanuit de bomen in de gaten. Op het moment dat we gas terugnemen en ons op de stroom wat laten drijven beginnen ze letterlijk de boel af te breken en schreeuwen en krijsen ze het uit. Gezien hun gedrag, we verstoren duidelijk hun rust, blijven we niet te lang drijven. Laverend tussen de vogels en de ondieptes komen we weer op de rivier. Al snel worden we omringd door Kameroen dolfijnen. Ze buitelen en springen nog enthousiaster dan op de heenweg. Na een uurtje is de lol er voor ze vanaf en verdwijnen ze weer. Wij zetten koers naar Sama Kreek. De entree is, met laagwater, lastig. Met enige moeite schuiven we met zwaard en roer opgetrokken over het bankje naar binnen. Al snel stuiten we op een grote serie "stroomnetten". Het is tegen de avond en we zien zo snel geen doorgang. We laten het anker daarom maar vallen op 13.21.42N/016.18.05W.

Bintang Creek
De volgende ochtend gaan we met hoogwater weer over de entree bank en steken de rivier over richting Bintang Creek. Met de stroom mee varen we de kreek een stuk in. Na een paar uur naderen we het dorp Kansala. In de bocht liggen een aantal stroomnetten. Het is wat onduidelijk welke kant we veilig langs kunnen om te passeren. We vergissen ons en nemen de verkeerde kant, als er tenminste een goede kans geweest is. We raken tot twee keer toe een kabel waarmee de netten vanaf de vaste wal op hun plaats worden gehouden. Gelukkig kost het ons alleen het "veiligheidsplaatje" in roervergrendeling. We draaien om en houden het voor gezien. Een uur stroom afvaart ankeren we op 13.17.55N/016.06.54W in een zijarm van de kreek. Tegen de avond hebben we in de schemer op de ankerplaats bezoek van een apenfamilie, waarschijnlijk Baboons. Als het donker is horen we naast ons op de ondiepe bank van de kreek veel geplons en gekraak. Apen die een bad nemen? Bush Pigs die zich in het zoute water rollen? Een krokodil? Het is te donker om iets te zien. We willen de dieren niet met een lichtbundel vanaf de boot beschijnen.

Banjul/Lamin Lodge
De volgende ochtend varen we met wat tegenstroom de kreek weer uit. Op naar Banjul. Helaas valt zodra we op de rivier komen de wind weg. Varend op de motor leggen we de laatste mijlen op de Gambia af. Op weg naar de Lamin Lodge leggen we tegen het vallen van de avond het anker er in op 13.25.26N/016.37.16W. De volgende dag varen we door naar Lamin Lodge. We beginnen meteen met onze voorbereidingen en brengen onze dieselvoorraad weer op peil. Op de markt kopen we 17 plastic 20 liter vaten die we in de open laadbak van een vrachtauto vullen met diesel en aan boord brengen. Christien koopt ondertussen op de markt alvast de eerste portie verse groente. We zijn nog net op tijd terug bij de boot om met Moniek bij de Lodge ons afscheidsetentje te hebben.
Op woensdag vertrekt Moniek weer met het vliegtuig naar Nederland waar net de dooi is ingevallen. Twee weken intensief rivier verkennen ligt achter ons en wij maken ons op voor onze oversteek naar Brazilië.

De oversteek naar Brazilië is, met het vooruitzicht meer dan twee weken op zee te zitten, voor ons een spannend avontuur. Heel langzaam groeien we er naar toe met alle klussen die nog gedaan moeten worden voor we weg kunnen. Hoewel we op de rivier een keer onze watervoorraad hebben aangevuld, zijn we dingend toe aan aanvulling met enkele honderden liters. Op de rivier kan vanwege de modder geen water gemaakt worden. Uiteindelijk rijden we met de taxi waarmee we Moniek op het vliegveld afzetten twee keer op en neer naar een kraan in het dorp. Met de bijboot brengen we daarna de tanks met water aan boord.  Bij het halen van het water, de diesel en de voorraden voor de oversteek maken we op allerlei manieren kennis met de Gambiaanse stedelijke samenleving. Zo veel mogelijk gebruiken we de lokale busjes om in Serrekunda en Banjul te komen. Soms als we veel mee moeten nemen komen we niet onder de taxirit uit. Het valt op we fors moeten betalen voor de taxiritten. Met hulp van Omar, van de lodge komen we er wat beter uit qua prijs. In de loop van de tijd hebben we ons aardig leren bewegen in het land.

Het reizen in de lokale busjes is leuk. Steeds opnieuw vallen ons weer andere zaken op. We kijken onze ogen uit op de markt, in de garagewinkeltjes, bij de weinige enigszins gesorteerde supermarkten. In heel Serrekunda zijn naar we horen maar 4 "redelijk" gesorteerde supermarkten. Onderweg naar de markt rijden we langs een groot veld met geiten en wat ezels en runderen. De veemarkt. Vanuit de binnenlanden van Gambia worden de geiten aangevoerd en in groepjes door de handelaar bij elkaar gezet voor de verkoop. Een geit is duur. Voor een kleine geit 2000 dalassi, voor een grotere geit veel meer. Tegen het offerfeest stijgt de prijs nog verder. Aan de rand van het veldje wordt geslacht. Gieren zitten rondom in de bomen te wachten op hun aandeel. 

Bevolking
In de drie weken die we in Gambia doorbrengen doen we wisselende ervaringen op met de lokale bevolking. We hebben de afgelopen maanden al heel veel, vrijwel alleen positieve, ervaring op gedaan met "Afrika".  Gambia slaat echter alles. In positieve maar helaas ook in negatieve zin. Het geeft een dubbel gevoel.

De ontvangst in de dorpjes in het binnenland, de behulpzame kinderen bij het halen van water in Kuntaur, de wijze waarop zonder enig eigen belang een van de medewerkers van de Bird Safari Lodge met ons meeloopt naar Georgetown en voor ons onderhandelt bij de groente en fruit verkoopsters, ondertussen ronduit vertellend over de natuur en cultuur, z'n zus die medicijnen studeert, het onderwijssysteem. In één woord hartverwarmend, enthousiast en prettig. In Banjul/Serrekunda is het Modou met z'n collega's die met toestemming van hun manager van de Lamin Lodge ons een aantal dagen op allerlei manieren vooruit helpen met diesel, water en groente fruit. Een grote uitzondering helaas. Wat wij merken aan deze mensen is een enorme trots op hun land, hun huis, hun werk, hun kinderen en bijvoorbeeld ook hun baas. 

Banjul en omgeving is het toeristencentrum van Gambia. Het lijkt wel of ieder westerse toerist geholpen moet worden binnen z'n vakantieweek van z'n geld af te komen. In de afgelopen jaren, zo werd ons bij twee verschillende gelegenheden door in Gambia werkzame Europeanen aangegeven, is de corruptie van hoog tot laag tot grote hoogte gerezen. Of het nu de taxichauffeur is die op 90% van de afstand stopt en alsnog iets extra's wil hebben boven op de afgesproken prijs. De mannen die je zodra je buiten het hek van de Lodge komt aanspreken en "klemzetten" om je te laten tekenen voor de "steun van hun school" waarna het in hun eigen zak verdwijnt. De kinderen in Lamin die, op de dag dat ze niet naar school hoeven, iedere blanke aanklampen en vragen naar snoep terwijl ze ondertussen met hun handen in je broekzak zitten en je rugzak opentrekken.

Met meest schrijnende voorbeeld is de ontvangst in Banjul bij de autoriteiten. Als wij op tweede kerstdag ons melden moeten we een extra fee betalen bij Immigratie. Bij die gelegenheid claimt de betreffende ambtenaar dat we op 1 januari ons met Moniek bij hem speciaal melden zodat ze op de bemanningslijst gezet kan worden ( en ook weer een fee kan betalen). we checken het na in Nederland en, een paar dagen later bij Immigration als we weer in Banjul zijn. Onzin, nergens voor nodig.

Als we ons drie weken later weer melden bij Immigration is er niets aan de hand. We begeleiden een uur later de bemanning van de Duende bij hun gang langs de autoriteiten. Al snel blijkt dat we het aan de stok krijgen met één van de lokale helpers die schreeuwt dat we dit niet mogen doen. Hij blijkt onder één hoedje te spelen met een ( de zelfde?) ambtenaar van Immigration die tegen een vergoeding persoonlijk de boot zal controleren en er tegen een extra vergoeding ook weer vanaf zal zien. Navraag bij Customs leert dat niemand anders dan zij hier een boot controleren. Helaas is het gevolg van dit soort voorbeelden dat we in de omgeving Banjul voortdurend op onze hoede zijn voor "extra" taxitoeslagen,  fee's, school ondersteuningsprojecten, hulp die later duur afgerekend moet worden en dergelijke.

Pratend met een Europeaan die werkzaam is in een  hulpverleningsproject in Banjul wordt dit beeld alleen maar bevestigd. Corruptie viert hoogtij, dure Europese bouwmaterialen worden als je er niet met je neus bovenop blijft zitten, ondershands gewoon weer doorverkocht, vergunningen en steunverklaringen zijn alleen te krijgen door extra bedragen aan de (onder)minister te betalen. Na de goede ervaringen elders in Gambia en in Marokko, Kaap Verden en Senegal steken deze ervaringen schril af. 

Een paar weken later horen we dat de president, van één van de armste en kleinste landen van Afrika, voor z'n verjaardag 7 nijlpaarden heeft geschoten. Misschien wel de nijlpaarden die we net gezien hebben. Nota bene de nijlpaarden waarmee Gambia samen met de krokodillen z'n wildlifetoerisme op peil moet houden.  

Een paar dagen na het vertrek van Moniek zijn we zo ver. De voorraden zijn aangevuld; diesel getankt en de boot weer oceaanwaardig. We verlaten Gambia op een winderige dag. Op naar Brazilië.

Gambia; Meer Foto's


Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.