Rhythm of Life op weg

2008

GambiaAtl. OceaanBrazilië/BahiaBraz./BahiakustBraz./OostkustBraz./ZuidoostRio de la PlataArgentinië

Brazilie, april/mei 2009

Vitoria
Na anderhalve dag liggen we in Vitoria bij de jachtclub. Helaas vrijwel alles op de motor gevaren. Te weinig wind, zoals Dirk-Jan al had voorspelt. Het regent vrijwel iedere middag pijpenstelen, maar de temperatuur is aangenaam. In korte broek onder de bimini met een graad of 25 is het lekker. Alleen jammer van dat mooie zwembad, de zonnebanken en de sauna van de club. Die liggen er een beetje mistroostig bij. Onder een parasol, tegen de regen, kunnen we af en toe wat internet gebruiken.

Vitoria, een grote stad met flatgebouwen, grote supermarkten en een groot havencomplex voor ertsoverslag. Zoveel echt grote zeeschepen hebben wij alweer een tijd niet gezien. Op een dag nemen we de bus naar het grote winkelcentrum een paar kilometer verderop. Eindelijk weer eens echte winkels met marmeren vloeren, roltrappen en beveiliging met "oortjes". Na weken van zandpaden, palmhutjes en teenslippers is dit wel een hele overgang. Wij gaan mee in de vaart der volkeren en vervangen onze MP3-speler door een MP4-speler.

Na maanden ankeren, afgezien van de tussenstop in Salvador, is het apart om weer eens in een jachtclub te liggen. Zo'n jachtclub, in het Braziliaanse, is een bijzonder gebeuren. Een groot hek met bewaking rondom een weelderig aangelegd terrein met daarbinnen een soort speeltuin voor gegoede Brazilianen. Naast een groot restaurant, zwembad, speeltuin, sauna, basketbalveld, fitnessruimte en squashbanen is het natuurlijk vooral een jachtclub. Naast de gebruikelijke grote visboten met twee dikke motoren en een rijtje hengelsteunen liggen er ook een 20-tal zeiljachten. Allemaal rond de 25-30 voet. Een grote hal herbergt de kleinere boten zoals de Optimisten, Hobies en zeilplanken.

De club fungeert als buitengebeuren voor expats en goed terecht gekomen, blanke Brazilianen. In de ochtend treffen we aan de rand van het zwembad een groep Engelssprekende moeders, lekker in de schaduw op een stoeltje, kids in het (kinder)zwembad. Een tweetal zwemleraren/trainers ontfermt zich over allerhande pupillen en therapeutisch zwemmers.

Even later lopen we langs het restaurant, rond de tafeltjes op de veranda, brazilianen aan de telefoon of in gesprek met elkaar, drankje op tafel, laptop of schrijfblok in de aanslag. Netwerkers in optima forma.
In het weekend komt de jachtclub tot leven. Het zwembad en omgeving vol met baders en zonnebaadsters. Het restaurant, rond de lunch, vol, eindelijk zitten er ook wat dames. Op het water een aantal Lasers, Hobies en zeilplanken. De visboten achter ons worden vol op gebruikt. In de middag begint een stevige onweersperiode, bakken water hozen naar beneden. Een van de visboten keert in het apocalyptisch geweld terug en legt aan. Keurig staat een van de marinero's klaar met een superparasol om de gasten, met de schoongemaakte vangst, droog terug naar het gebouw te brengen. Twee dagen later treffen we hem weer aan, hij verzameld de blikjes uit alle prullenbakken. Een aanvulling op z'n verdiensten?

We liggen de eerste dagen luxe aan een pier met stroom en water. We betalen bijna niets. Het enige aandachtspunt is dat de boot bij hoog en bij laagwater vrij moet blijven van de betonnen aanleg pier. Met de langsvarende visboten is dat lastig. Ook, met laagwater is het verval meer dan anderhalve meter, het op de aanlegpier klimmen is niet eenvoudig. Het overbruggen van de afstand en hoogte naar de pier vraagt regelmatig wat acrobatiek. Het is wel veilig. 's Avonds halen we gewoon de slotbrug op.
Dan is het uit met de pret. Er komen reparatieboten die op die plaats moeten liggen. Binnen een uur verkassen we naar een ankerboei in de baai achter de haven. Jammer genoeg zijn we nu wel het zeeaquarium kwijt. Achter ons, tegen de betonnen kade hadden we, zeker bij laag water een scala aan gekleurde visjes, anemonen en sponzen. Nu liggen we in een baai waar alleen maar vissen van een centimeter of dertig om ons heen opspringen. Je raakt snel verwend.
Onverwacht blijken we toch weer in ons zeeaquarium te liggen. Weliswaar niet in de bak met de tropische vissen maar toch. Plots wandelt vandaag, terwijl we buiten zitten te ontbijten een krab met mooie rode oogjes op steeltjes en een paar venijnige bloederige scharen door de kuip. Kennelijk via de loosgaten omhoog gekropen of nog spannender, via de ankerlijn aan boord.

Op een dag zitten we wat te internetten op het terras, snelheid circa 1 kb per sec dan blijf je tenminste een tijdje zitten. Plots worden we aangesproken door een wat rauwe Engelsman, Ian. Hij zeilt alleen. Hij is 14 dagen geleden vertrokken uit Ilheus en heeft de afgelopen 300 mijl opkruisend geprobeerd naar het zuiden te komen. Een bijzonder type. Hij heeft een jaar geleden in Engeland z'n hele hebben en houden verkocht, een boot gekocht, Stella, z'n yachtmaster theorie doorgelezen en afgeduwd. Z'n Yachtmasterpraktijk heeft hij nooit gedaan. Onderweg heeft hij leren zeilen. Een paar uur later treffen we hem weer, inmiddels gewassen, z'n baard staat nog steeds. Hoort bij z'n persoon. Hij drinkt een pilsje bij ons aan boord. Vertelt honderd uit over Shoreham. Of we het kennen vraagt ie. Met die twee schoorstenen op het powerstation? Na heel lang nadenken zegt ie.""Je hebt gelijk. Heel lang geleden stonden er twee schoorstenen op; begin jaren 80 zijn die gesloopt. Dan moeten jullie toch al lang zeilen".

In afwachting van het weergat brengen we een bezoekje aan het Convento da Penha. Bovenop een steile berg gelegen ligt een klein kerkje uit het midden van de 16e eeuw. Eenmaal per jaar kruipen gelovigen op hun knieën de hele, lijdensweg, naar boven over een hobbelig pad vol stenen en keien, 700 meter stijl omhoog. De natuur is prachtig, de zon warm en de mensen boeiend. Het kerkje, sinds midden 18e eeuw, de moederkerk van Espirito Santo, is vanuit heel Vitoria te zien, boven op een eenzame heuvel kijkt het uit over de hele stad, de baai , de heuvels en de oceaan. Een prachtig, maagdelijke wit kerkje op een rots. We zijn niet de eerste die het kerkje bezoeken. Een van de schilderijen toont dat de "Hollanders" zich al in 1643 met geweld toegang hebben verschaft.

Om ons heen knielen Brazilianen devoot voor het altaar. Duidelijk een plaats voor boetedoening en geloofsbeleving.
Op de trap naar de kerk treffen we een vrouw alleen. Één arm in het gips, in de andere hand een rozenkrans en een kopietje met een afbeelding van Franciscus van Assisi. Devoot knielt ze onder aan de trap en legt de laatste tientallen, ruw stenen, treden, op haar knieën, biddend af. Even later komen we haar tegen in de kapel. Ze heeft de lege kapel helemaal voor haar alleen. Nog steeds op haar knieën kruipt ze langzaam naar voren. Slechts een meter is zij nog van het altaar verwijderd. Ze staat praktisch oog in oog met Maria; werpt haar hoofd omhoog, er klinkt gewijde muziek, ....... haar mobieltje gaat.

De wind zit structureel in de verkeerde hoek. Daarbij is de wind regelmatig ook nog te weinig. Het lijkt of we hier niet meer weg komen. Geen prettig vooruitzicht. Zo leuk is het hier nu ook weer niet. Er lijkt maar één oplossing; zoeken naar een weergat waar in we in ieder geval met weinig tegenwind het (grootste) stuk op de motor kunnen varen. Straks halen we weer een weerbericht op. Misschien zien we dan een gaatje opduiken. De herfst is vroeg hebben we het gevoel. Halverwege het jaar willen we in Buenos Aires zijn; nog 1300 mijl.

Rare lui die Brazilianen; of eigenlijk het Braziliaans. In de supermarkt kopen we een stuk rood bruin glimmend gerecht dat nog een maand goed blijft. We denken te lezen dat het cacao bevat. Lijkt ons wel lekker bij de thee; een nieuwe maand dus we hebben wel weer wat "verdiend". Aldus wordt een paar uur later het lekkere hapje aangesneden. Na een grote hap genomen te hebben uit het "cacao"brood stellen we vast dat we een hapje jam hebben genomen. Onze lekkernij is gewoon een stijve soort jam; lekker in plakjes op het brood. Weer wat geleerd.

Nog steeds in afwachting van het weergat trekken we er een dagje met de bus op uit. Op naar Domingos Martins, één van de toeristische attracties van Espirito Santo, vlak bij het National Park Pedra Azul. Het dorpje is in 1846 gesticht door een groep Duitsers uit Pommeren en is in de jaren daarna, verder aangevuld met andere Duitstalige families. Naast het Braziliaans is het Duits en vooral het oorspronkelijk Pommers er een levende taal. We vangen het gesprek op van een paar oude mannen op een bankje. Het is Duits maar er is geen touw aan vast te knopen. In het dorp is zeker de helft van de winkels nog van eigenaren met Duitse achternamen. Heel bijzonder. We kunnen vrijwel de hele dag in het dorp terecht in het Duits. Heel soms komt de bestelling niet over en moeten we het in het Braziliaans herhalen. Zoals de taal zich in die anderhalve eeuw, los van het "moeder"Duits eigenstandig ontwikkeld, zo is ook de betekenis van apfelstrudel en cappuccino aan deze kant van de oceaan, na het vestigen van de eerste Duitse kolonisten, een eigen leven gaan leiden. We herkennen het maar vagelijk.
Het is een bijzonder dorpje dat ingeklemd tussen twee heuvelruggen, aan het eind van een dal lijkt te liggen. Aan beide kanten van de weg vakwerkhuizen met soms zelfs bloembakken met geraniums aan het balkon. Het geheel lijkt zo weggehaald te zijn uit Tirol.

We brengen een bezoek aan Dr. Roberto Kautsky, de 85-jarige Orchidee en Bromelia deskundige van wereldfaam en één van de meest ingevoerde specialisten in de flora van het Atlantisch Regenwoud. In de afgelopen tientallen jaren heeft hij op verschillende plaatsen op de wereld, maar vooral in Brazilië, honderden nieuwe planten, met name orchideeën en Bromelia's, ontdekt, gefotografeerd en beschreven. Daarnaast heeft hij een groot aantal orchideeën verder gekweekt en gekruist en ook de hybriden weer beschreven (en van z'n naam voorzien). We brengen een middagje met hem door. Z'n bromelia en orchideeënkas is een lust voor het oog. Er bloeit niet veel meer, het is herfst, maar de oase van groen met her een der een bloem is imponerend. Vooral het idee dat je links en rechts tegen het enige nog bekende exemplaar ter wereld aan kijkt is bijzonder. Bij bijna iedere plant verteld Kautsky z'n verhaal. Hij nodigt ons niet in z'n huis uit. We mogen buiten blijven staan. Via de open slaande ramen van z'n huis neemt hij ons mee in  z'n leven. Telkens weer een ander open raam laat ons stukjes van z'n werk zien. Dan weer toont hij ons de boeken en andere publicaties van hem of waar aan hij heeft meegewerkt; dan weer toont hij ons z'n insecten verzameling; dan weer de fotowand met foto's van veel van zijn ontdekkingswerk, dan weer vertelt hij en passant over de vissen, reptielen, kikkers, cactussen en dergelijke die door hem zijn ontdekt en beschreven en z'n naam dragen.

Hij is een bijzondere gedreven man die heel z'n hart en ziel verpand heeft aan z'n planten. Ooit toen voor een cacaoplantage een stuk oerwoud sneuvelde spitte hij eigenhandig alle bijzondere planten in dat stuk oerwoud uit en zette ze succesvol uit in een eigen stuk oerwoud achter zijn huis. Hij wordt duidelijk ouder. Na een val is hij inmiddels wat slechter ter been. Hij kan niet zo makkelijk meer z'n bos in. Nu legt hij naast z'n huis bananen klaar voor de apen. Elke avond komen uit "zijn" oerwoud de apen nu naar hem toe. Zo blijft hij bij ze.

Eindelijk hebben we een weergat. Na het verlaten van Vitoria zeilen we naar Rio de Janeiro. Het lange wachten wordt beloond. We verlaten de 4e rond de middag Vitoria. Na een wat knobbelig begin kunnen we al snel zeilen. De eerste 24 uur verlopen prima. Dan is de wind op. Er is veel scheepvaart die keurig voor ons uitwijkt. De AIS (Automatic Identification System) bewijst goede diensten. Automatisch krijgen we, elke paar minuten, alle benodigde informatie over de schepen om ons heen op de computer. Het is verplicht voor schepen groter dan 300 brt. Vooral 's 'nachts is het een goed hulpmiddel om de koers, snelheid en naderingsinformatie van de om ons heen varende tankers en vrachtschepen te overzien. Je zou bijna vergeten uitkijk te houden, zo makkelijk varen de "wybertjes" met informatie over de computer. Er is alleen één maar. Je kunt hem uitzetten (we worden verrast door een grote vrachtvaarder die niet op het scherm verschijnt) en vissers, jachten, sleepboten en marineschepen zijn niet met AIS uitgerust. Uitkijk houden blijft dus belangrijk.

Rio de Janeiro
Onder de klanken van Copacobana; Barry Manilov (Her name was Lola; She was a showgirl...) varen we de 6e in de loop van de middag de baai van Rio de Janeiro in. De typische Braziliaanse heuvels liggen om ons heen. In de vroege ochtendschemer, uren voor we de baai in varen zien we ze al liggen. Net als in Vitoria wordt het beeld van de kust al van veraf door getekend. Het "Suikerbrood"is al van ver zichtbaar.

We liggen in Niteroi bij de Iate Clube Naval Charitas; goedkoper en rustiger. Het zeilgebied hier wordt gekenmerkt door windstiltes in deze periode. Als we aankomen zien we de Samba al liggen. Susy, een oud vertrekker komt al snel naar buiten om ons te verwelkomen. De dagen erna zorgt Susy dat we overal kunnen komen, geeft ons raad, neemt ons mee naar de start van de Volvo Ocean Race en laat ons vanaf de bergen zien hoe mooi de omgeving is.

De volgende dag lopen we na het bezoek aan de Capitania dos Portos door de oude stad. Het bezoek aan de moderne kathedraal, zo kort voor de Pasen, is bijzonder. Na het bezoeken, de afgelopen weken van een aantal Braziliaanse katholieke kerken is de indruk van deze kathedraal overweldigend. Het gebouw wijkt in bijna alles af van het beeld van een kathedraal of kerk. Het ontwerp lijkt van buiten te zijn afgeleid van het ontwerp van de koeltorens van de DSM of de Hoogovens. Van binnen is het de enorme leegte van het gebouw, gecombineerd met de gigantische glas-in-loodramen die indruk maken. Summier, strak stilistisch zijn de panelen van de kruisweg in kleine stenen reliëfs van 1x1 meter tegen de wanden van de kathedraal aangebracht. Een gigantisch Christusbeeld hangt aan kabels vrij in de lucht, meters boven het altaar.

Rio, althans een heel klein stukje daarvan, is in de ban van de Volvo Ocean Race. Wij lopen naar Marina de Gloria en willen nu met eigen ogen wel eens zien wat we indertijd tussen Fuenteventura en Gran Canaria al langs zagen varen. Het is spectaculair om de boten nu van dichtbij te zien. De voorbereidingen voor de volgende etappe zijn in volle gang. Er wordt gezeuld met zeilen en zwaarden, gesleuteld aan masten en vooral veel getraind. We komen natuurlijk speciaal voor de Delta Lloyd. Er is weinig wind dus we zien ze niet trainen. Bij het Delta Lloyd team halen we een pakje op. Moniek heeft via een andere DL collega voor ons een enveloppe met wat reserve onderdelen geregeld die we in Rio kunnen ophalen. We bekijken ook de rest van het Volvo Ocean Camp. Het is vooral een mediacircus met veel TV-camera's her en der. We ontdekken dat het dorp qua beveiliging zo lek is als een mandje. Tot twee keer toe wandelen we wat "Braziliaans voor dummies" brabbelend het terrein op langs de wachtposten, zelfs langs een expliciet verboden toegang poort. Pas bij het mediakwartier blijkt onze niet aanwezige accreditatie een probleem. Gelukkig kunnen we via de mobiel alsnog onze "media"contactpersoon spreken zodat we alsnog ons pakje krijgen.

Wat is Rio zonder Copacabana? Zien en gezien worden. We gaan op een dag naar Copacabana. Helaas miezerig en regenachtig, dus geen mooie jongens en meiden op het strand. Het is paasvakantie en eigenlijk ook herfstvakantie. Het is wat verwarrend. De vakantie is net begonnen, "Witte Donderdag" is de eerste dag. Geeft de jachtclub de eerste dagen van de week een wat verlaten herfstbeeld met veel boten in het plastic en links en rechts wat medewerkers van de club die reparaties verrichten; vanaf het begin van de vakantie nu is het ineens een groot levendig voorjaarsspektakel van surfplanken, bootjes, motorboten die in het water gelegd worden, zwembaden vol met zwemmers, gevulde BBQ zitjes etc. De komende dagen is het vol op de club met paasontbijten, brunches en dergelijke. Het weer helpt ook een handje. Na een paar dagen met af en toe een degelijke regenbui is het sinds een paar dagen zonnig en warm. Onder de bimini is het een graad of 35. Christien gaat met Susy naar de markt terwijl Diederique bij Ryan en Stefanie, een Amerikaans/Duits zeilpaar allerlei informatie over Chili en Patagonië op doet. 's Avonds gaan we samen nog eens terug. Nog meer tips, verhalen ( en kopieën). Twee dagen later praat de internationale bemanning van een passerend Frans jacht ons bij over Kaap Hoorn en Antarctica. Ons sociale leven draait op volle toeren.

Bladerend in de Lonely Planet komen we notities tegen over de vroege kolonisten in Brazilië, ditmaal Zwitsers. Nadat we vorige week een Duitse dorp bezocht hebben blijft ons dat verbazen. Natuurlijk kennen we de verhalen van de oorspronkelijke bezetters van de verschillende Afrikaanse, Aziatische en Zuid Amerikaanse landen die in een mengeling van veroveren, oorlog voeren en ontdekken zich hele stukken continent toe eigenden om vandaar uit handelsposten te vestigen, handelsroutes te openen en producten uit het nieuw veroverde land naar het oude Europa te brengen. Ook kennen we natuurlijk de geschiedenis van de 20e eeuwse emigranten die deels uit armoede en honger (Ieren begin 20e eeuw), of om afstand te nemen van het kapotte en verkreukelde Europa (jaren 50 en 60 vorige eeuw), op de vlucht voor het "Rode gevaar" (zelfde perode), op de vlucht voor de geallieerden (nazi's), of gewoon omdat ze het gevoel hebben dat Europa vol is en teveel verstart met regels (laatste decennia). De emigranten dorpen die her en der in Brazilië zijn ontstaan zijn van een hele andere orde. Kort na de Franse overheersing van Europa, begin 19e eeuw, ronselde de toenmalige koning van Portugal het en der in Europa, inwoners van andere, Portugal op dat moment niet vijandig gezinde landen, om zich te vestigen in Brazilië. Je probeert je dat voor te stellen. Een afgezand van de koning die op een avond in de herberg van een dorp in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Italie, Nederland mensen verleidt zich te komen vestigen in dat verre Brazilië. Wat zou hij geboden hebben? Een stuk grond? Goudstukken? Wat zou hij ze hebben laten zien? Een schilderij? Een tekening? Meer vast niet. Nog eens wat anders dan het DVD'tje dat je nu mee krijgt om thuis met het gezin nog eens te bekijken; of het proefbezoek dat je alvast eens aan je nieuwe dorp of streek kunt brengen als fase in het oriënteren.

Wat is het dat deze mensen heeft bewogen? De meeste zullen nog niet verder gekomen zijn dan hun eigen dal; eventueel het naast gelegen dal. Wat stelden zij zich voor van hun reis. Eerst, dagenlang, met paard en wagen naar de haven. Dan een zeilschip, maanden onderweg, naar het "einde" van de wereld. En daarna nog eens, per wagen, te paard, lopend langs wegen vol "inboorlingen", indianen en menseneters". Op weg naar hun "nieuwe" land. Een land dat ze steen voor steen moesten opbouwen. Waar ze hun plek, hun weiland, hun akker, boom voor boom moesten bevechten. De eerste jaren in een voortdurend duel met de omgeving, de overwoekerende natuur, de jaguars en roofvogels die het op hun vee voorzien hadden, de indianen die ze weggejaagd hadden. Wat heeft deze mensen bewogen? De armoede, ondernemerszin, de vlucht van de karige akkers?

Natuurlijk, vele Engelsen, Fransen, Hollanders, Spanjaarden en Portugezen gingen hen in die eeuwen al voor; zij deden het alleen voor hun eigen volk, hun eigen koning, hun eigen vaderland. Anderen, geestelijken, trokken de wereld in met alle risico's van dien, maar wel gedreven door gevoel voor hun kerk.
Maar wat hen heeft bewogen om voor een vreemde koning huis en haard te verlaten?

De Paaszaterdag start de volgende etappe van de Volvo Ocean Race. Vanaf een terrasje in Niteroi hebben we een mooi overzicht over de baai. Helaas geen heldenrol voor "onze" DL, na een mooie voorstart positie zakken ze door de vuile wind van de Green Dragon en een aantal slechte slagen op de tegenstroom al snel naar een 7e positie. Enige voordeel is wel dat ze wat hebben om zich de komende 14 dagen in vast te bijten; de spiegels van de andere boten.
Met Pasen gaan we, geheel in stijl, naar het bekende Christusbeeld boven op de berg boven Rio. Heel toeristisch maar op Paasochtend wel een mooie gedachte.

De maandag na Pasen is een gewone werkdag. Over een aantal dagen krijgen we een periode met "slechte"winden. We willen door naar Ilha Grande. Omdat we tot het eind van de maand in die omgeving willen blijven kiezen we voor om alvast ons visum en het visum van de boot te laten verlengen. Ons vertrek aankondigen bij de Capitania dos Portos, gaat nog vrij vlot. We geven aan dat we meteen naar Forianopolis willen. Ver weg maar we hebben ontdekt dat als je de tussenliggende havens niet opgeeft je in een aantal gevallen ontsnapt aan de plicht je overal in iedere belangrijke haven "in" te klaren en een aantal dagen later weer "uit" te klaren. Een tip voor toekomstige Brazilië zeilers.

Daarna beginnen de problemen. "'s lands wijs; 's lands eer" zegt het spreekwoord. Wat ons betreft krijgt Brazilië voor de gang van zaken rond om de visumverlenging weinig "eer". Een paar weken geleden spraken we een Braziliaan. Hij waarschuwde ons er al voor "Brazilië is kampioen bureaucratie; overal moet je een formulier voor indienen". We vinden na enig zoeken de Policia Federal. Daar blijken we niet te moeten zijn en worden via de passengerterminal van de cruiseboten  uiteindelijk door gestuurd naar het internationale vliegveld. Ondertussen moet ook de verblijfsvergunning van de boot verlengd worden. Dat kan niet op het vliegveld (logisch) maar moet in de haven bij de Receita Federal. In principe moet je eerst je eigen persoonspapieren in orde hebben voor de boot verlengd kan worden. Na lang zoeken vinden we het havenkantoor van de Receita Federal in een loods, "13", helemaal achterin de havens. Gelukkig is men na enig aandringen bereidt de verlenging te geven als we beloven meteen daarna naar het vliegveld te gaan voor onze eigen verlenging. De dag eindigt op het vliegveld waar we na het invullen van een eigen verlenging formulier naar een internetcafé moeten voor het invulllen en printen van een ander formulier dat daarna weer bij een bank aangeboden moet worden om te betalen. Met het betaalbewijs krijgen we uiteindelijk bij de Policia Federal de verlenging van ons visum.

Uiteindelijk houdt deze omslachtigheid ons de hele dag bezig. We bezoeken 14 verschillende kantoren en balies; benutten een reeks aan bussen, taxi's en veerponten en kunnen maar moeilijk de stoom binnen de oren houden. Een pluspunt, dat mag gezegd worden, is de behulpzaamheid in de loop van de dag, ook in het Engels, van de verschillende chauffeurs en ambtenaren etc.

We nemen na afloop een kopje koffie, nemen de bus weer terug naar Rio, pakken de pont naar Niteroi, doen boodschappen -nee het is helemaal niet erg om een half uur voor de kassa te wachten omdat de rij lang en de juffrouw traag is- en zijn uiteindelijk om 18.00 aan boord terug.

Ilha Grande
De volgende dag verlaten we de baai, kunnen we weer even tot rust komen. Helaas de hele dag op de motor, op één uurtje na. Heel even steekt rond de middag een windje op. We zetten snel zeil. De boot loopt lekker en om niet steeds aan de zeilen te moeten zitten, zetten we de autopilot op "wind". Plots ziet één van ons de bergen aan de andere kant. In vijf minuten is de wind 120 graden gedraaid en varen we bijna terug. Geen goed plan. Het begint te regenen. Snel de motor maar weer aan, de koers is weer pal in de wind. We ankeren op Ilha Grande in de Ensenada das Palmas (23.09.35/044.07.98), de volgende tropische baai. Helaas niet zonovergoten. De hele dag is het al wat nevelig om ons heen. Afgezien van de palmen is het meer een Noors beeld van bergen verscholen achter flarderige mistsluiers. Her en der piekt een bergtop door de nevels.

In de ochtend stijgt de barometer ineens heel snel. Daarna hebben we een uur veel wind en regen. De barometer zakt geleidelijk weer terug, de wind valt weg en de zon verschijnt. Na een ochtend vol regen en wind lopen we een stuk naar een van de andere stranden. Op weg naar een plek op het strand om het bootje achter te laten breekt één van de roeiriemen. Nadat we aan boord de reserve riemen halen breekt prompt van de andere riem de pen waarmee de riem aan de bijboot vast zit. Uiteindelijk komen we peddelend terug.

Wat opvalt op het eiland is dat de palmen langzamerhand uit de vegetatie van het Atlantisch Regenwoud beginnen te verdwijnen. Nieuw, sinds Rio, is dat er ineens cactussen op drogere plaatsen beginnen te groeien. Op onze weg kruisen we een groep aapjes. Nauwelijks 20 cm groot snellen ze door de bomen boven ons. Op een gegeven moment zitten ze zo dichtbij dat ze zelfs de banaan uit je hand eten. Hebben ze duidelijk al meer gedaan. Uit oogpunt van natuurbeheer een slechte zaak.

Het plan om met de duikfles de boot van onder te schrobben laten we even schieten. Er zitten hier krokodillen. Daarom ontdoen we vanuit de bijboot alleen de bovenste 40/50 cm van de boot van mosselen, wier en aangroei.

We blijven nog een dag in de Ensenada das Palmas. Weer is er een nacht vol regen en wind. Midden in de nacht, 3.00 lokale tijd, draait de wind en staat volop recht in de baai. Het ankeralarm gaat af. Na enig aarzelen besluiten we het anker op te halen en opnieuw te ankeren. Het stroomt van de regen. De communicatie tussen het anker en het stuurwiel verloopt niet volledig soepel. We leren veel, evalueren en stellen onze werkwijze voor dit soort nachtelijke duistere situaties bij. Na twee ankerpogingen liggen we om 4.30 weer in bed.

De zon schijnt overdag weer uitbundig. We lopen door het zoveelste stuk regenwoud naar de Praia Brava, anderhalf uur verderop. Naast cactussen hier op de drogere stukken ook Agaves, sommige wel twee of drie meter hoog. Ze bloeien volop. Net doorgeschoten asperges. In het vochtige bos, ruim aanwezig en met spekgladde paden door de regen, hele velden met fijne varens. Her en der groeien paddenstoelen. In de bomen weer lianen, bromelias (in bloei) en zelfs een enkele cactus die zich als epifyt op een boom heeft genesteld. We komen veel vogels tegen. Helaas vaak te kort om ze goed thuis te brengen. Een kleine kolibri, nauwelijks twee/drie centimeter fladdert voor ons langs, net een vlinder. Een grote groep knalgroene papagaaien maakt zoveel herrie dat we er niet om heen kunnen kijken. In een boom komen we op een gegeven moment een vogel tegen met een baseball shirt. Een grote rode dwarsstreep,een grote zwarte dwarsstreep en daaronder weer een dikke rode streep. Een Brazilian Tanager.

Als we ergens een hoop afgeknabbelde nootjes zien hebben we er boven ook snel de dader te pakken. In de boom boven ons zit een soort eekhoorn zijn staart te verzorgen. Waarschijnlijk is het een Quati, een eekhoornachtige met een gestreepte zwart/bruine staart.

Ilha Grande is duidelijk een "twintigers"eiland. We zijn inmiddels doorgevaren naar Abraão (23.06,36/44.09,48). Buiten de feestdagen zie je alleen nog twintigers. Inmiddels is het ook voor hen naseizoen. Met moeite vinden we een internetcafé; de touristinformation is al gesloten. Het uploaden van de site gaat moeizaam, mail krijgen we niet vanaf de stick verzonden; het ophalen van de ontvangen mail gaat gelukkig beter. Op de terugweg springt Diederique bij het wegvaren van het strandje naast de bijboot; gevolg is dat zij drijfnat is net als de rugzak, met de laptop. Gelukkig springt zij snel genoeg weer op. De computer is net aan droog gebleven net als de telefoon, het fototoestel en de losse usb-sticks. We hebben geluk gehad.

We lezen op dit moment het boek "A Minor Indiscretion; Captured In Morocco" van Graham Hutt. Een boekje dat we een aantal weken geleden eens geruild hebben met Engelse collega vertrekkers. Het verhaal vertelt hoe 10 jaar geleden, de auteur, een bekend schrijver van Yachtpilots, vanwege het bezit van een bijbel in Marokko gevangen werd gezet. De inhoud is gruwelijk en onmenselijk. Het drukt ons op het feit dat zo iets eenvoudigs, zo kort geleden nog plaats gevonden heeft in een land als Marokko. Notabene het land waar we vorig jaar zulke goede ervaringen hebben opgedaan. Het land zelfs waar we tijdens de Ramadan met een hoteleigenaar de maaltijd gebruiken en honderd uit gevraagd worden naar onze beleving van zaken vanuit het Christendom. Zijn we zo naïef? of Zijn we zo goed van vertrouwen?

Als reiziger buiten Europa leer je de vrijheid van meningsuiting waarderen. In ons contact met andere culturen verkennen we grenzen. Niet alleen geografisch maar vooral ook sociaal, economisch en cultureel. Al reizend vallen ons zaken op, horen we opvattingen, fronzen wenkbrauwen. Steeds toetsen we aan ons "westers" perspectief; ons referentie kader. We beschouwen, nemen waar, zien verschillen. We omarmen zaken of wijzen ze af. We realiseren ons steeds vaker dat de landen die we bezoeken welles waar prachtig zijn, gastvrij en overweldigend maar ook de landen zijn waar belangrijke zaken nog schorten of in de recente historie niet spoorden met onze belangrijkste maatstaven.

In Marokko was Diederique getuige van de wijze waarop een arrestant de, harde fysieke, les werd gelezen. In Gambia verwonderden we ons over de corruptie. In Brazilië lopen we aan tegen de onveiligheid van de berovingen, de reactie van de samenleving in de vorm van de in onze ogen wel erg zwaar bewapende politie, militairen en bewakers en de feitelijke oorzaak in de vorm van de enorme, duidelijk zichtbare kloof tussen arm en rijk. In Vitoria en Rio de Janeiro rijden we langs de troosteloze, bouwvallige achterbuurten. In de Afrikaanse landen struikelen we over het verstikkende afval. In Brazilië lopen we aan tegen de afbraak van het Atlantisch regenwoud ten behoeve van de economische vooruitgang.
Straks zijn we in Chili en Argentinië. Landen met een in de recente historie bedenkelijke reputatie. Ze hebben zich net als Marokko en Brazilië het laatste decennium krachtig hersteld, dat wel. Maar de vermiste mannen en vrouwen; de verdwenen tegenstanders; zij zullen pas vergeten zijn als de laatste "dwaze moeder" is overleden.
Moet je dit soort landen dan niet meer bezoeken?. Neen, wij denken niet dat dat de oplossing is, maar het is goed om je ervan bewust te zijn en er bij stil te staan.

We lopen de kleine besloten baai van Saco do Ceu aan (23.06,57/44.12.82). Een plaatje. Op een avond loopt een groot zeilschip binnen, 20 meter plus. De achterklep staat open. Je kunt zo in de machinekamer/werkplaats kijken. Net zo groot bijna als onze garage in Dordrecht. Als het licht wordt zijn we diep ontroerd. Het schip dat 10 meter naast ons ligt is de Parati 2, het expeditieschip van Amyr Klink, een beroemdheid hier in Brazilie. Hij maakt expedities naar koude streken en jaren geleden liet hij zich met een veel kleiner schip invriezen op Antartica en bracht daar de winter door en deed veel onderzoek. We hebben, ongelukje, zelfs twee exemplaren van zijn boek aan boord. Later bouwde hij nog 2 keer een groter schip, waarvan zeker de Parati 2 uitgerust werd als expeditie schip. Jammer genoeg verdwijnt de Parati 2 al snel weer uit de baai, voordat we een praatje kunnen maken. Maar gefotografeerd hebben we het schip wel. Veel zeilers gaan naar Santos om zijn schip te zien. Het streelt dat hij naar onze baai kwam om ons te zien.

We struikelen deze week over de regionale feestdagen. Zowel de dinsdag als de donderdag zijn vrij. We treffen een zwaar verregende dag. Voor het eerst in meer dan 7/8 maanden lopen we de hele dag in lange broek. Nu we toch nat worden van de regen kunnen we ook wel gaan duiken. Met de 15 ltr fles maken we de hele boot vrij van pokken, anemonen en waterplanten. De "ijskrabber" die we hiervoor mee hebben genomen bewijst goede diensten. Onder de boot is het zicht beroerd. Helaas is ook de anode weer eens verdwenen. We hebben er nu nog 6 van de oorspronkelijke 12. Geen goede zaak.

De volgende dag is een nationale feestdag. Helaas valt de dag volledig in het water. Het stroomt van de regen. Men herdenkt de martelaar Joaquim Jose da Silva Xavier, bijnaam Tirandentes ( de tandenpeuteraar). Hij leidde met een paar collega's in 1789 de opstand, Inconfidencia Mineira, tegen de Portugese kolonisator. Dit liep niet goed af, hij werd op gepakt, zonder vorm van proces vastgezet en 3 jaar later gevierendeeld in Rio. Zijn hoofd werd net als de overige delen van zijn lichaam over de hele staat Minas Gerais verspreidt om anderen schrik aan te jagen. Vandaag herdenkt men de opstand tegen de Portugezen. Maar goed voor de Hollanders dat zij al eerder weg gejaagd waren, stel je voor dat het anders vandaag misschien "Jantje de Boer" dag was geweest.

De baai waarin we liggen, één van de topbaaien van Ilha Grande, is vrijwel rond en heeft maar aan één kant een gaatje naar zee. De oever is verder gesloten. Een parkachtig landschap, met heuvels waartegen vandaag helaas de wolken blijven hangen, creëert het gevoel dat je in een soort supervijver ligt. Aan de rand van de vijver liggen een aantal restaurantjes. We liggen precies tussen twee van hen in. Ze hebben een bijzondere service; maaltijd aan boord. We zien de hele dag een motorbootje bij de om ons heen liggen de boten hun ontbijt of lunch afleveren. Een mooie picknickmand of dienblad, inclusief glaasjes, jus-d- orange en een mandje broodjes. Het kan ook anders, vandaag kwam de launch langs om de ontbijtgasten op te halen. Keurig gekleed stonden ze al klaar. de terugweg was minder fortuinlijk. Volledig verzopen door de regen werden ze terug gebracht. Van hun keurige kleding was weinig meer over, het had meer weg van een "Wet-Shirt" contest.

In de verwachting dat we weer een dag vol regen over ons heen krijgen verlaten we Ilha Grande richting Angra dos Reis. Onderweg blijkt het stralend weer. Eigenlijk best geschikt voor een duik of een uurtje snorkelen. Op naar Lagoa Azul. Daar aan gekomen staat er inmiddels een stevige wind, zo'n 18 knoop. Over de heuvelrug perst de wind zich tussen de eilanden door, een stevige windversnelling. Toch niet zo'n goed plan. We gaan weer verder op weg naar Angra.

Uiteindelijk varen we de volgende dag na wat omzwervingen toch weer verder naar een andere haven. De reden is dat we aan de steiger waar we uiteindelijk bij de Iata Clube in Angra lagen geen 230 volt hebben. We moeten bij gebrek aan generator dagelijks nog steeds een aantal uren stroom op de motor draaien. Niet handig. Liggen nu in de Marina van Bracuhy, een baai verder. Inmiddels wel 230 volt, stromende regen maar geen internet. Daarvoor moeten we terug naar Angra (40 minuten met de bus). Ook niet handig. We kunnen ook in Angra naar de Marina de Pirates gaan. Met recht boeven. Zonder voorzieningen, zoals Internet, mogen wij er liggen voor 143 euro per nacht; enigszins boven ons budget.

De generator, koelkast en Christiens bril krijgen deze week aandacht. Voor dag en dauw staan we op zondag op om het project generator aan te pakken. Die lekt namelijk sinds enige tijd water. Met een reserve schoot/blokken, opgehangen aan een spiboom die overdwars in de kuip, op de tafel en de gangboorden ligt, hijsen we via een zijraampje in de kuip het 100 kilo wegende gevaarte op. Zo is er van onder aan te werken. Met de grootste moeite lukt het om de generator uit zijn omkasting te halen, de mogelijke lekke koppelingen en slangen te vervangen. Dan moet de generator weer terug in de omkasting. Een klus van uren voor alle bouten weer door de gaten zitten. Om 23.30 staat ie weer met 2 bouten op de fundatie. Maandag de rest met de verdere afmontage.

Helaas blijft, ondanks alle energie die we erin stoppen, het gewenste resultaat uit. De generator lekt nog steeds. Voorlopig kunnen we deze niet meer gebruiken en zullen we de motor moeten gebruiken om stroom te draaien. Een paar dagen later herhalen we het nog eens, dit keer gaat alle bedrading los en halen we de volledige geluidisolerende omkisting ervan af. In de loop van de dag wordt duidelijk dat de generator van binnen bij de warmte wisselaars zwaar beschadigd is. We zetten hem terug, sluiten hem provisorisch weer aan. We weten nu nog hoe alle slangen en kabels aangesloten moeten worden en houden geen onderdelen over.  Waarschijnlijk gaan we (of een monteur?) er in Buenos Aires weer mee aan de slag als we nieuwe onderdelen uit Nederland mee hebben genomen. We mailen in de dagen daarna een aantal malen met de fabrikant en leverancier van de generator. Aan het eind van de week lijkt het erop dat er door de verschillende betrokkenen een aanvaardbare oplossing wordt gevonden.

De dag voor we aan de generator willen beginnen stopt de koelkast ermee. Na enige lekkage besluiten we de koelkast van een nieuwe pomp te voorzien. De lekkage is daarmee over, de oververhittingsstoring nog niet. Het is de vraag of de elektronica die de pomp aanstuurt nog goed werkt. Diederique zoekt en denkt verder. Na twee dagen ontdooien en af en toe de koelkast in een zeer energieonzuinige turbostand te gebruiken zetten we hem weer eens aan. Ditmaal niet op de "Auto" stand maar op "Manual". Verrassend genoeg wordt de pomp ineens aangestuurd en begint de koelkast te koelen. We durven hem niet op "auto" terug te zetten uit angst dat we geen koeling meer hebben. Voorlopig maar op de "manual" stand laten staan. Conclusie: een elektronica storing. Komende maanden maar op zoek naar een vervangend stukje elektronica (de aansturing van het harder of zachter draaien van de koelwaterpomp; het energie verbruik dus).

Op één punt, afgezien van de koelkast (half puntje), succes geboekt. De bril van Christien is weer gerepareerd. In een intensieve, "micro" sessie lukt het het schroef je in de brillepoot terug te plaatsen, terwijl ondertussen het veertje in het nieuwe pootje uitgetrokken wordt. Dankzij de hulp van de firma Specsavers in Dordrecht die ons, via Ingeborg, Moniek, en via het team Delta Lloyd in de VOR, om-niet een nieuw pootje voor Christiens bril leverde, kan Christien haar nieuwste bril weer op.

We zijn bijna een jaar onderweg. Om dit te vieren eten we in Bracuhy een avond in één van de restaurantjes op de wal. Een bijzonder spektakel. Terwijl we de kaart bestuderen en onze bestelling doen zit in de andere hoek van het terras een groep heren van een jaar of 40-50. Ze hebben veel plezier. Er zijn voldoende uitbundige gangmakers bij. Geleidelijk loopt het restaurantje vol. Steeds meer tafeltjes raken bezet. De hoek met de mannen wordt ook steeds voller. De eigenaar van het restaurantje maakt duidelijk deel uit van de groep en zit er regelmatig even bij. Dan op het hoogtepunt van de avond verschijnen ineens de dames. Luid kwetterend en kwebbelend; driftig zoenend en omhelzend. Ze nemen de eigenaar in de sandwich en geven hem een mooi vierkant doosje in een fraai cadeaupapiertje. Enigszins beschaamd pakt hij het ten overstaan van de groep uit. Uit het doosje tovert hij een prachtig tijger boxershort. Hij paradeert voor de groep en toont z'n nieuwste aanwinst. Dit vraagt om toelichting. De rest van de avond loopt hij de verschillende tafeltjes met gasten langs, toont z'n nieuwste broekje en verklaart een en ander.
Volgende week gaat hij trouwen. Z'n vriendinnen en de partners van z'n vrienden hebben hem alvast een verrassing bezorgd; ons een apart etentje.

De 27e verlaten we Bracuhy. We varen naar Ilha Cunhambebe (22.58,11/44.25,14), een stukje van slechts een paar mijl. Het zoveelste palmen, oerwoud, apen en vogel eiland. Een enkele visser doet z'n werk en werpt z'n net uit om ons heen. We liggen vrij dicht op de wal. Achter ons vallen bij laag water de stenen droog. De hoge heuvels van de Braziliaanse kust rijzen achter ons op. De toppen ingepakt in de wolken. We verschuiven de volgende dag weer een paar eilandjes verder. Een gedenkwaardige dag. Precies een jaar daarvoor, 8250 zeemijl eerder, begon onze trip in de vroege ochtend toen we de haven van Drimmelen verlieten. Een evaluatie komt nog. Daarvoor is de ontreddering over de generator nog te groot.

Het anker gaat er bij Saco Piraquara de Fora (23.00,72/44.26,59) weer in. Wat verder van de wal dit keer. De zon schijnt heftig. Op het warmst van de dag is het nog een graad of 30/35. Alleen de nachten koelen steeds verder af. We zitten weer wat meer richting kust. De heuvels worden lager. Om ons heen zien we her en der watervallen langs de heuvels naar beneden vallen.

De ankerbaaien aan de westkant van Ilha Grande zijn minder goed beschut. Als we wakker worden liggen we stevig te rollen. We trekken snel weer verder. We snorkelen onderweg nog even in een andere baai. Veel gekleurde vissen, sponzen, anemonen en koraal. We zien ook een oerlelijk monster met stekels, beige bruine vlekken en een zoenmond. Het water wordt kouder, nog maar 26 graden. Dan weer verder. We ankeren bij Ilha do Cedro, net achter een verlaten gevangenis. Achter ons op het eiland een slaapboom. Tegen de schemer komen uit alle hoeken de witte reigers om er hun slaapje te gaan doen. Als het donker wordt zitten er wel 30. Tegenover ons rijzen de hoge Braziliaanse heuvels op. We zien de watervalletjes glinsteren in de zon. Vaak zijn het niet meer dan kale rotsplaten waarlangs het "hang"water uit de bovenliggende begroeiing naar beneden druipt.

Op naar Parati. Parati is een van Brazilie's wereld erfgoederen vol met gerestaureerde koloniale huizen en straatjes. Het tijverschil is hier rond een meter. Parati ligt vlak aan de waterkant op de uitlopers van een paar modderbanken aan het eind van de baai. Dagelijks staan de straten van de stad gedurende met hoogwater onder water. Met springtij klotst het tegen de drempels van de huizen. Men zegt dat het helpt het vuil uit de straten te spoelen. De huizen in de oude straatjes staan overal waar je kijkt een halve meter boven straat niveau met een extra grote drempel als opstap. Een apart gezicht als je door de staat loopt. Voor we vertrekken zwerven we in Parati nog één keer door de straten. Na een nacht vol regenbuien en hoogwater is het er nat en en vol blubber. Her en der lopen bruggetjes over de straat op 30-50 cm boven straatniveau. Zo blijft het stadje ook bij hoogwater begaanbaar.
Parati betekent "kleine baai" in de taal van de Guaiana. De indianen die oorspronkelijk hier woonden. De stad en z'n kerkjes kennen hun oorsprong rond 1630 toen op de landtong, tegen de modderbanken tussen een tweetal kleine rivieren, begonnen werd aan de bouw van een klein dorpje met een kerkje. Aan het eind van de 17e eeuw kwam de grote bloei toen het goud en de edelstenen die gewonnen werden in de binnenlanden van Minas Gerais langs de Gold Trail (Caminho do Ouro) naar de kust werden vervoerd en via Parati verder hun weg vonden. De rijkdom die dit met zich meebracht is nu nog in de straten en huizen terug te vinden. Als Wereld Erfgoed is Parati een toeristenattractie bij uitstek. Als je door Parati zwerft, zwerf je door twee werelden. Overal om je heen leuke huisjes, vol met T-shirt shops, koffie barretjes, restaurants, pousada's, kledingzaken en galeries. Pas als je door het toeristenvernis heen prikt zie je het echte Parati; het erfgoed dat zo goed bewaard is gebleven; dat zo goed is gereconstrueerd. De twee laagjes hebben elkaar nodig. Zonder restauratie geen toeristen; zonder toeristen geen herstel.
Nog één keer vallen we voor de verleiding van de "toetjeskar". In Parati staan er een aantal. Vol met gebak, fruit en yogurt gerechten. Dan halen we de mail op, lichten het anker en gaan diesel tanken. Bij het tanken ontmoeten een Franse solozeiler die we ook in de baai van Salvador al hebben gesproken. Hij komt in september richting Buenos Aires op weg naar Patagonia. Als de tanks vol zijn nemen we afscheid. Tot ziens in Buenos Aires; of anders in Ushuaia.

We varen naar Ilha da Cotia (23.13,609/44.38,516). We willen de generator er nog eens uit tillen om de spiraal te demonteren en na te gaan of de restschade slechts cosmetisch is of meer vervanging vraagt. De baai bij Ilha da Cotia is zeldzaam mooi en rustig. We worden omringt door vogels, bomen en hoge heuvels. Als we binnen lopen liggen er al zeker twintig jachten. Wat meer dan we hadden verwacht. 's Ochtend vroeg liggen er nog een flink aantal meer. Kennelijk in de avond en nacht nog binnen gelopen. We zijn een bijzonderheid, of eigenlijk een bezienswaardigheid. Het weekend is voor veel Brazilianen een lang weekend. Immers 1 mei is ook al vrij. Aan het eind van het weekend gaan er veel terug naar de haven. In aller vroegte begint de uittocht. De meesten maken eerst even een extra rondje. Even langs bij dat Hollandse jacht en wat foto's maken. Daarna varen ze de baai uit, op weg naar huis.

Soms wordt je enthousiast over de beschrijving van een baai, in de pilot, en valt alles tegen als je er uiteindelijk bent. Zo'n dag hebben we. Al dagen nemen we ons voor een ankerbaai in te varen die aan het eind van een "fjord" lijkt te liggen. Nu is die baai maar een uurtje varen verder op en wij koesteren goede herinneringen aan de fjorden in Noorwegen dus waarom er niet naar toe gevaren. Het beeld van de Prekestolen in de Lysefjorden staat ons nog scherp voor de geest. Geleidelijk varen we de brede arm van de fjord in. Op de flanken van Ilha de Cotia, koesteren de orchideeën, bromelia's en cactussen zich op de naakte rotsen in de zon. Om ons heen matige hoge mooi glooiende heuvels. We varen verder en kijken reikhalzend uit naar het landschap dat zich ongetwijfeld om de hoek zal bevinden. Geleidelijk wordt de arm wat smaller. Geleidelijk neemt de diepte af en dan............liggen we bijna aan het einde, omringt door matig hoge heuvels, in een landschap dat eerder aan een Oostenrijkse alpenweide doet denken dan aan een fjord. Niets geen steile ongenaakbare wanden; niets geen water dat maar een paar uur per dag door de zon verwarmd wordt; niets geen hoogtevrees krijgen van het naar boven kijken. We draaien weer om, onze vorige ankerplek ligt veel beschutter.
Bij de lunch zijn we weer terug op de plek waar we de afgelopen dagen ook al hebben gelegen. Christien gaat snorkelen en schrobt de waterlijn. Diederique duikt haar fles verder leeg en krabt pokken en anemonen van de boot. Soms wordt je op het verkeerde been gezet door je fantasie. Dat is wel weer duidelijk geworden.

We varen terug naar Ilha Grande. De mooie duikbaai hebben we een week of twee eerder vanwege de harde wind links laten liggen. We gaan voor anker in de Lagoa Azul, de "Blue Lagoon". Een werkelijk kristalheldere baai met (bescheiden) snorkelmogelijkheden. We snorkelen er voor we weer de draad van het zuidwaarts reizen oppakken. We raken verwend. Het snorkelen boven de ondiepte tussen de eilandjes valt wat tegen. We zien maar een paar soorten vissen. Welles waar veel en met mooie kleuren maar helaas maar weinig afwisseling. Na een half uur zijn we alweer aan boord.
Na het wegbergen van de buitenboordmotor, ophijsen van het bootje, opruimen van het een en ander én het kopen van wat vis(oa inktvis) van een langsvarende visser halen we het anker op. We brengen de nacht door in de Ensaeda do Pouso.

Ubatuba/Anchieta
We treffen het de laatste dagen niet met de ankerbaaien. Er is veel deining. De nachten zijn rollerig en onrustig. We varen door naar de Baia da Picingaba. De kust onderweg is nog steeds zwaar bebost. De honderden meters hoge heuvels met Atlantisch oerwoud lopen door tot op de kust.

In het voorbereidingspakket voor vertrekkers zou eigenlijk een cursus beachlanding moeten zitten. We liggen vlak voor het strand en denken slim even aan de kant boodschappen te doen. De heenweg naar het strand gaat goed. Christien wordt met vrijwel droge voeten op het strand afgezet. Ook als Diederique vertrekt om aan boord nog wat te doen gaat het goed. In een variant op de start van de éénmansbob wacht zij tot er een rustig moment in de branding zit; sprint achter de bijboot aan; brengt hem op snelheid en springt soepel en elegant met souplesse in de bijboot om meteen te gaan zitten en weg te roeien. Hoe anders gaat het een halfuur later. Methode tweemansbob. Het bootje wordt met z'n neus in de golven gelegd; Christien gaat alvast voorin zitten; Diederique neemt een aanloop en brengt de boot op snelheid een dan....... slaat de boot om; Christien staat tot haar oksels in het water, de boot ligt op z'n kant, kortom een en al ellende. Als Diederique de boot daarna, met hulp van een local weer lanceert staat ook zij tot aan haar kruis in het water. Gelukkig hebben de eieren alles overleeft. We moeten nog veel oefenen.

Na weer een rollende nacht vol deining en in het permanente geraas van de branding achter ons op het strand steken we de baai over en gaan voor anker bij Ubatuba. Tijd voor boodschappen. Onderweg hebben we de was alvast gedaan. Nu we geen generator hebben is ook de wasmachine buiten gebruik. Handwas, met de hand wringen en in de zon laten drogen. Het is niet anders.

Er wordt wel eens beweerd dat de elektronica aan boord een levensduur heeft van 5 jaar. Helaas heeft de koelkast dit ook begrepen. Na ruim 5 jaar lijkt de elektronica van de koelkast nu definitief het leven te hebben gegeven. Weer een ding op onze vernieuwingslijst voor komende zomer. Het houdt nog niet echt op. Waarschijnlijk zullen we ons de komende weken nu met ijsblokken moeten bedienen. IJs van boven erin en een paar dagen later als water er weer uit.
Onze Braziliaanse telefoon moet dringend opgewaardeerd worden. We hebben al een tijdje de opwaardeerkaarten in huis maar durven ze nog niet te gebruiken. Ons Braziliaans is niet goed genoeg om een snelsprekende telefooncomputer met een keuze menu te kunnen verstaan. Christien heeft de oplossing. Aan de wal, we moeten toch ijs halen, gaan we op zoek naar een kiosk/tijdschrift en telefoonkaart verkoper die ook adverteert met onze "provider" Tim. Na enig zoeken vinden we er een vlak bij de haven. Christien legt uit dat haar "poco braziliano" te weinig is om een telefooncomputer te bellen en vraagt de man het te doen voor ons. Na een kwartier is allemaal in orde. Ons tegoed is weer opgewaardeerd.

We varen verder naar de besloten baai bij Ilha Anchieta. Ondertussen passeren we ook de Steenbokskeerkring en verlaten de tropen. Anchieta is een eiland met een rijke historie. Oorspronkelijk, net als op zoveel andere plaatsen, een Indianen gemeenschap die door de Portugese en Engelse bezetters al snel is weggejaagd. Een aantal eeuwen later een gevangenis kolonie die in 1955 is gesloten na een bloederige opstand (1952). Nu is het een natuurbeschermingsproject. Aardig is dat naast de bovengrondse natuur (wederom Mata Atlantica) ook de onderwaternatuur ruim onderwerp van bescherming is. Een van de uitgezette routes is een snorkelroute van 750 meter langs koralen, annemonen, weekdieren en vissen.

Soms is het oerwoud net een plantenkas. We lopen verschillende paden. Het heeft geregend. De paden zijn nat en glibberig. De geur van vochtig hout en rottende planten is niet te ontkennen. Waar je kijkt groeien varens. In tegenstelling tot onze varens in Nederland, zonder dopluis. Om ons heen meters hoge bamboe's, grondpalmen, lianen, cactussen en bromelia's. Een enkele grote palm steekt er nog boven uit. Er groeien veel felrood bloeiende abutulon's. In de lage vochtige delen komen we zelfs Diffenbachia's tegen. Typische jaren 70 planten. Over de Diffenbachia ging ooit het verhaal van een klein kind dat voor koe speelde en het mooie grote groen/witte blad van de diffenbachia op at. Aan het herkauwen is de kleuter nooit meer toegekomen.
Het wemelt van de, grote, vlinders. Christien doet voortdurend pogingen ze met open vleugels op de foto te krijgen.
Bij de start van onze tocht kunnen we nog even het goede pad niet vinden. We struinen door de resten van de voormalige gevangenis. We bekijken de cellen. Om koud en mistroostig van te worden. Hoewel al 50 jaar gesloten ademen de cellen en latrines een sfeer van misserabele omstandigheden. Even later lopen we aan tegen de ruines van de bijgebouwen. Soms is het oorsponkelijk doel van de gebouwen nog herkenbaar. Vaker lukt dit al niet meer. Het oerwoud heeft in 50 jaar veel gesloopt. Op een wat hoger gelegen gedeelte, vlak bij de resten van een losstaande wat grotere woning staat een kapelletje. Een gedenksteen herinnert aan de 10 militairen en burgers die bij de gevangenisopstand van 1952 zijn omgekomen. Over de gevangenen wordt niet gerept.

Voor we vertrekken lopen we nog één keer een pad. Het eerste gedeelte van het pad loopt door een beboste vlakte kort achter het strand. Tussen de lage struiken en bomen hipt snel een knaagdier weg. We moeten nog eens nagaan welk dier het is. De Braziliaan noemt het een Capivara. Een 30 cm groot knaagdier dat het midden houdt tussen een supermuis (maar dan zonder staart) en een konijn (maar dan zonder grote oren) en een cavia.
Al snel loopt het pad verder tussen de metershoge bamboe. Het was ons al eens eerder opgevallen maar dit keer, met windstilte, is het helemaal opvallend. De bamboe maakt geluid. Geen ruisen van het blad, geen doffe grondtoon als je over de "pijpen" blaast, maar het geluid als of de boel op in storten staat. De eerste keer dat we een aantal maanden geleden dit hoorden hebben we een tijd gezocht waar de bamboe nu bezig was af te breken. Continu kraakt het als of een oude houten vloer wordt belopen. Inmiddels zijn we er aan gewend en kijken we niet meer schichtig om ons heen. Toch blijft het apart zo'n bamboebos dat geluid maakt.
Het pad eindigt in een nauwe kloof vol waterstroompjes, tropische palmen, lianen, gatenplanten, varens, glibberige rotsen, korstmossen, bromelia's en dergelijke. Een smal pad langs de rotsen met aan één kant een leuning van bamboe voorkomt dat we uitglijden. We missen de apen en gekleurde vogels. Net als of je in BurgersBush ronddwaalt.
Na de kloof lopen we zo het strand op. Twee vissers drogen hun net. Drie gieren hippen rond en wachten op hun beurt. Iets verder op slaan de golven kapot op de kust.

Na tijden van afwezigheid spotten we eindelijk weer eens dolfijnen. Een wolk visjes springt een paar honderd meter van ons op. Een groep van zeker 5-7 dolfijnen is op jacht voor hun maaltijd. Zeker een uur houden de Amazone dolfijnen ons bezig. Een fregatvogel probeert ook een opgejaagd visje mee te pikken. Zonder succes overigens.

We zeilen verder naar Saco da Ribeira. Er is weinig wind. Op het zeil varen we 1 knoop. Genoeg om even de motor (accu laden) en de watermaker te laten draaien. We gaan voor anker bij Saco do Pereque Mirim( 23.29.642/045.06.273) bij een strandje met aardige woningen. Vermoedelijk tweede huizen in de tropen. We liggen 500 meter boven de Steenbokskeerkring.

We liggen op "chique", vlak voor een klein strandje waar je niets mag. Geen voetbal, geen tennis, geen barbeque, geen dieren uitlaten; niets. Naast veel mooie huizen zien we gelukkig een weggetje op het strand uitkomen. Met de bijboot roeien we er naar toe en trekken het bootje op het strand. Lopend, sandalen, oude rugzak, versleten korte broek/shirt wandelen we het strand af het weggetje op. Het was ons gisteravond al op gevallen dat er nauwelijks licht brandde in de huizen achter ons. Nu wordt duidelijk waarom. We zijn geland in een zeer luxe, goed beveiligde villa wijk vol tweede huizen. Overal zijn de blinden gesloten. De bewoners zijn niet thuis. In de tuinen en de huizen waar we langs lopen is het personeel op grote schaal bezig. Tuinen worden onderhouden, zwembaden bewaakt, huizen gelucht en verbouwingen uitgevoerd.
Na een paar bochten lopen we aan tegen de bewaking. Een paar stevige slagbomen versperren de weg. We doen of onze neus bloedt en vragen gewoon de weg naar de supermarkt. Allervriendelijkst wordt ons de weg gewezen.
Op de terugweg, een zak vol broodjes en 5 kilo ijs in de rugzak, worden we hartelijk begroet. Al van afstand wordt de slagboom voor ons open gedaan. We kunnen zo doorlopen. Net of ze ons al kennen.
Op het strand wordt alles duidelijk. Tussen de bomen hangt het vol met beveiligingscamera's. We zijn al een paar uur eerder gespot. Kennelijk kan ons jacht er mee door in deze entourage.

We treffen mooi weer; volop zon, geen wind, blauwe luchten. Een flinke hoeveelheid werkzaamheden vraagt om aandacht. De website moet worden bijgewerkt en worden voorzien worden van foto,s, de aangroei op de waterlijn van de boot moet er nodig weer eens afgeborsteld worden, het brood is op, de ijsblokjes in de koelkast schreeuwen om verversing, de cake is op. Kortom werk aan de winkel. 's Avonds zitten we met een boek beneden in de kajuit. De avonden worden best fris met een graad of 15 en de steekvliegen doen zich buiten tegoed aan ons. Daar hebben we geen zin meer in.

Er komt een depressie aan en er staat een paar dagen behoorlijk wat tegenwind. We zijn er aan toe om de heuvels, de tropische eilandjes, de palmen en de idylische baaitjes achter ons te laten. Met de bus rijden we een stuk langs de kust, zuidwaarts. Voor het eerst komen we ook weer naaldbomen tegen. Nog wel verspreid en als "geplante" afrastering. De natuur begint naast z'n tropische kenmerken ook wat meer van de subtropen te laten zien.
Het is boeiend het landschap- heuvels, diepe dalen, uitgesleten rivier beddingen- nu ook eens achter de kustlijn te kunnen bekijken. We stappen uit in Caragua, een grote badplaats waar het seizoen duidelijk voorbij is. Het weer is nog prima, korte broek en sandalen. De toeristen zijn weg. De kermis staat stil; de terrassen zijn leeg. We werken de website bij, brengen en halen de mail en snuffelen wat op internet.

In een kilo restaurant eten we onze lunch. Een redelijk tot goede maaltijd voor een goede prijs. Wel wat zout maar dat merken we 's nachts pas. Het verhaal gaat dat het fenomeen "kilorestaurant" ooit ontstaan is omdat de Braziliaanse man een behoorlijke keuze wil hebben bij z'n maaltijd. Om nu te voorkomen dat z'n vrouw telkens met bergen gerechten blijft zitten die hij die dag niet verkiest, is het kilo restaurant ontstaan. Inderdaad met een zeer ruime keuze. Naast een salade bar met zeker 20 bakken, zijn er minstens 15 soorten vlees, vis, kip en de nodige pasta's, frites, aardappelvormen, rijst etc. Natuurlijk ontbreken de traditioneel Braziliaanse rijst/bonen/casave niet. Een toetjesbar met een 20 tal verschillende nagerechten en een ijscokar sluit de mogelijkheden af. Kiezen is moeilijk; beperken nog lastiger. Afrekenen is simpel; het gewicht van je bord bepaald de prijs.

De bus is stampvol op de terugweg. Hij stopt veel en geeft volop ruimte rond te kijken. Hoewel we net lezen in de krant dat de winst over 2008 van Petrobras, de Braziliaanse oliemaatschappij door de wereldwijde crisis met (slechts!) 20% is gedaald, lijkt het Brazilië als economie nog goed te gaan. Overal wordt gebouwd. Op talloze plaatsen langs de weg zijn kleine industrieterreinen vol met roestige loodsen en gammele garage's. Naast een beperkt aantal autodealers zijn het vooral de bedrijven die doen in bouwmaterialen en bouwgerelateerde zaken die zeker 80% van de industrieterreinen vullen. Naast stenen, zand, beton en elektra zijn het vooral de zaken die doen in badkamers, keukens, zwembaden, ramen/deuren, aluminium puien en profielen, tegels en marmer die het gezicht bepalen.
Brazilië bouwt en investeert dat is duidelijk. Er is alleen één maar. Alles gaat op afbetaling. Overal staan borden met de prijs in termijnen; in een winkelcentrum moet je moeite doen om te zien wat iets echt kost. Ooit kwamen we in een supermarkt waar je zelfs de kassabon in termijnen mocht voldoen.
IJsland ligt kennelijk heel ver weg.

Na twee dagen is de krachtige zuidwesten wind voorbij. We liggen nog uitgebreid te rollen op de resten van de deining. Na een dag opgesloten zitten aan boord wordt het tijd weer eens wat eten te halen. Uiteindelijk willen we zodra de wind echt draait vertrekken richting Paranagua. In tegenstelling tot de eerste dagen in de baai staat er nu, door de nog aanwezige deining, een redelijke branding op ons strandje. Hoe redelijk kunnen we vanaf de boot niet goed zien. Er springen af en toe wat exploderende golven en het water stroomt op het strand een heel eind richting huizen. Er passeren verschillende scenario's. Gaan we met z'n tweeën; gaat één van ons alleen; verleggen we de boot en gaan we elders voor anker waar minder branding lijkt te staan. Uiteindelijk besluiten we dat Diederique alleen gaat. Rugzak en kleren goed weggestopt, oudere bril op, ankertje en lijnen goed vast gebonden. Zij roeit met krachtige hand naar de branding. Klaar om haar kans af te wachten. Maar helaas, voor zij het door heeft breekt er een golf. Een lawine van water sleurt haar richting het strand, lanceert het bootje en duwt het geheel, met de bemanning erbij over de kop. Versuft, drijfnat en vooral zonder bril wordt Diederique op het strand geworpen.

Na het boodschappen doen rest nog slechts de terugweg. Dan pas wordt duidelijk hoe hoog de branding inmiddels is. Als alles weer netjes in de tas voor in de bijboot is opgeborgen, begint ze aan de terugtocht. Na enige tijd lijkt er een gaatje in de branding aan te komen. Zij neemt een aanloop, duwt de boot in zee, methode éénmansbob. Helaas te vroeg. Door een nieuwe lawine van water wordt de hele boel wordt weer terug gegooid op het strand. Bootje vol water en nog geen meter op geschoten. Nieuwe kans. De zelfde procedure; wachten op een gaatje, aanloop,in het bootje springen als een gek gaan roeien en...... dan breekt de roeiriem. Weer breken de golven en stort een lawine van water in het bootje. Diederique vindt zichzelf helaas even later met bootje, half vol water op het strand.

Een derde poging. Het moet anders. Immers met slechts één riem als peddel kom je niet zo snel weg uit de branding. Dan maar zwemmend. Bootje weer leeg gemaakt; zand uit de ogen geveegd; bootje half drijvend klaar gelegd; wachten op een gaatje; heel snel de zee in sprinten; door de branding heen zwemmen; achter de branding heel snel bootje aan de ankerlijn naar voren trekken, in het bootje klimmen en gaan peddelen.

Driemaal is scheepsrecht. Het bootje is door de branding; het peddelen werkt en heel langzaam komen bootje en bemanning richting Christien die dit alles met leed aan gezien heeft. Dan komt de echte redding. Christien springt in het water en zwemt naar Diederique toe. Gezamenlijk peddelen, zwemmen en duwen we daarna het bootje naar huis.

De volgende dag lichten we het anker. Op naar Paranagua.

Brazilië/ Oostkust; Meer Foto's
Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.