Rhythm of Life op weg

2008

GambiaAtl. OceaanBrazilië/BahiaBraz./BahiakustBraz./OostkustBraz./ZuidoostRio de la PlataArgentinië

Brazilie, maart 2009

Salvador
Het duurt even voor we Salvador verlaten. Met Bram en Vivian (Duende) hebben we na hun aankomst nog een paar gezellige dagen. Nadat we ze wat wegwijs hebben gemaakt en we nog een aantal klussen hebben gedaan kunnen we weer op weg. Dankzij de hulp van Moniek lukt het zelfs belastingaangifte te doen. Bram (Duende), herstelt ons gastenboek op de site weer in ere. 3 jaar geleden hebben we het "uitgezet" vanwege de grote hoeveelheid spammers, maar de code behouden. Nu heeft Bram er een eenvoudig stukje beveiliging ingebouwd waardoor het niet zomaar (door robots) gespamd kan worden. Hopelijk blijven we nu wat langer verschoond van spam in het gastenboek. Dan wordt het tijd te gaan varen.

We worden al vroeg gewekt door het geratel van een ankerketting. De nieuwe binnenkomer, een Amerikaan die net van Sint Helena binnen komt, toch maar even duidelijk gemaakt hoe het werkt met de stevenlijnen die je vanaf de steiger naar voren haalt. Een anker is dan niet meer nodig. Na enig gedoe ligt hij vast. Toch wakker (in tegenstelling tot de voorgaande dag) gooien we de boot los en varen we de baai uit. Na vier weken van rondvaren in de baai hebben we nu de draad van het verder zuidwaarts gaan weer opgepakt. Op naar Argentinië/Uruguay (over 4 maanden).

Rio Cairu
Salvador is een wereldstad. Zelfs na uren varen we nog tussen het stedelijk afval, plastic zakken en piepschuim blokjes. Parallel aan de Braziliaanse kust zoeken we onze weg verder. Eerst langs de witgele stranden van Itaparica. Later, na de Rio de Jaguaripe, met z'n zelfs voor ons nauwelijks te bevaren entree, op een mijl of zes van het vasteland met z'n lage heuvels, dorpjes en stukken bos. Her en der vaart een visser vlak achter ons langs. We varen recht aan op Morro de Sao Paulo. Met de stroom mee, de eerste uren op de motor, naderhand zeilend, varen we er in 6 uur naar toe. Bij de aanlegsteiger van de toeristen- en veerbootjes horen we dat de logistiek van aankomst en vertrek vooral met veel getoeter en geschreeuw wordt bepaald. We varen verder naar binnen. Eenmaal op de rivier, het toeristengeweld van Morro zelf achter de rug, valt de stilte over ons heen. In de verte een enkele toeristenboot, wat surfers op de plaat voor Ilha de Tinharé, een visser in een kano. Zachtjes glijden we verder de rivier op. Achter ieder hoekje een nieuwe verrassing. Bij Galeao is het genoeg voor vandaag. Het anker gaat uit (13.23.903S/039.02.260W). De rivier stroomt nog een tijdje door, de avond valt. We liggen onder het wakend oog van de boven op de berg gelegen kerk van Sao Francisco Xavier uit het begin van de 17e eeuw. De volgende dag wekt de sirene van de eerst vertrekkende riverpont ons al weer om 06.00. Zijn we meteen weer goed wakker.

Verder zuidwaarts. De mangroven zijn uitgestrekt. Op een enkele reiger na, blauwgrijs of wit, weinig vogels. Af en toe treffen we een visser. Althans we treffen bundels van plastic flessen aan een lange lijn naar de krabkooien op de bodem. Het is vooral krab en garnaal dat hier wordt gevangen. In de rivier staan af en toe "fishtraps", vallen waar met hoogwater de vis in zwemt om er met laagwater niet meer uit te kunnen. De visser kan z'n buit dan in een uithoekje van de val opvissen.
Langs de wal her en der kleine vissersgemeenschappen. Wat plastic, een paar stokken. De kano op het strand getrokken. Een plek om te leven.

Voor de nacht gooien we het anker uit bij Cairu op 13.28.609S/39.02.730W. Vlak na ons loopt ook het Engelse jacht Hurah binnen. We drinken wat met ze. De volgende ochtend, voor we weer anker opgaan, gaan we in Cairu nog eens de wal op. In een werkplaats wat achteraf is men bezig kokosvezels te bewerken. Zwaar werk, zeker voor de hier werkzame kinderen. We bezoeken de kerk en het convent de Santo Antônio de Cairú. Een van de laatst aanwezige paters leidt ons rond. De restauratie heeft nog vele jaren te gaan. Het is prachtig om te zien wat er nog over is en vooral wat er in de restauratie weer van wordt gemaakt. Fascinerend zijn de plafondschilderingen die men bezig is te herstellen. Bijna naïef aandoende taferelen die scherp contrasteren met de gedetailleerde taferelen op de altaarstukken en in de mooie, oorspronkelijke Portugese azulejos. Toevallig treffen we hier ook de bemanning van de Hurah weer. Na afscheid te hebben genomen gaan we weer anker op. Zij gaan terug via Morro de Sao Paulo en daarna snel zuidwaarts richting Argentinië en wij gaan via een veel ondiepere uitgang en hebben wat meer tijd.

Varen op de centimeter. De geul die we moeten hebben is af en toe maar een meter of tien breed. Iets uit de geul loopt de dieptemeter al weer hard op. We passeren het wantij dat de stroomscheiding tussen de noordstroom en de zuidstroom markeert. Met één oog op het water en één oog op de dieptemeter krabbelen we vooruit. Een kronkelige tocht brengt ons om een reeks van ondieptes bij Canaveiras de Tinharé. Verkleuring van het water duidt op ondieptes. We tikken ondanks onze diepgang toch een paar keer bijna de grond. Op het laatst lijken we toch even in de ondieptes te verdwalen. Een lokale visser, "Geni" pikt ons op en leidt ons naar de plaats (en z'n "restaurant"). Het anker gaat erin op 13.33.666S/38.59.405W. We eten een heerlijk garnalen gerecht en schrijven in zijn gastenboek.

We pakken de tocht na een wel verdiende nachtrust weer op. Op het opkomend tij willen we via de Barra do Carvalho naar buiten. Voorzichtig navigerend bereiken we de drempel en de riffen aan de oceaanzijde. Op de rivier is de diepte weer krap. Soms niet meer dan een paar centimeter onder de bodem. Één keer lopen we vast. Naast ons strekt zich nog steeds het Atlantic Rain Forest uit. Het oerwoud is, meer dan in de baai van Salvador, nog vrijwel ongerept. De mangroves die voor de zoom van het oerwoudbos liggen vallen op door hun hoge "poten". Luchtwortels die de eigenlijke boom steeds verder omhoog drukken. Her en der valt de kaalslag op voor de palmolieplantages. Rechte rijtjes palmen zonder ondergroei. Bij de kust aangekomen loopt het regenwoud door tot op het strand. Een smalle geul leidt, parallel aan de kust tussen twee groepen langgerekte zandplaat door. We hebben geluk. Er is weinig wind en golfslag. Nauwgezet manoeuvreren we tussen de platen, telkens weer corrigerend als de ondiepte teveel begint op te lopen. Via een klein gaatje kunnen we naar buiten tussen de banken door. Dan neemt de diepte langzaam weer toe, 150 cm, 160 cm, 180 cm. We zijn er door heen. Een kwartier later schiet de diepte ineens weer op van 11 meter naar 3 meter. Naast ons is de het water lichtblauw en loopt branding. Een buiten rif. Net op tijd leggen we de koers om. We pakken de route op naar de baai van Camamu.

Rio Maraú
Naast de Portugezen hebben de Nederlanders en, afhankelijk van het verhaal, de Engelsen en de Fransen in de 16e en 17e eeuw hun stempel op het land gezet. Niet alleen in Recife/Olinda maar ook in Salvador (Maurits van Nassau) ) en bij voorbeeld Morro de Sao Paulo vind je nog overblijfselen van de Hollandse aanwezigheid. De overheersers werden niet altijd op prijs gesteld. Om invallen van de Nederlanders en Engelsen te voorkomen heeft men op grote schaal stenen in de toegangsgeul naar Camamu gestort. De toegangsgeul is zo ondiep geworden dat ook wij ons er niet aan wagen. Helemaal in het zuiden van de baai ligt Maraú aan de gelijknamige rivier. Daar gaan we voor anker. Zaterdag is het marktdag. Tijd om de verse voorraad weer eens bij te vullen.
Als de avond valt in Maraú breekt een kakofonie aan geluiden los. Het is vrijdagavond. De lokale jeugd zit wat met elkaar aan de waterkant. Op z'n Braziliaans zijn er altijd wel die met een grote geluidsinstallatie, deuren van de auto open, de gezelligheid wat verhogen. Het is vooral Engels/Amerikaanse muziek die we horen. Op 10 natuurlijk zoals overal in Brazilië. Al snel gaat ook het lokale Beierse muziekgezelschap oefenen. Een voorbereiding voor het Oktoberfest? Brazilië is naast overtuigd katholiek ook anderszins christelijk. Menig kerkgenootschap begint het weekend al op vrijdagavond met een dienst of samenzang. De psalmen en gezangen, op de gedragen degelijke manier, worden twee deuren verder al weer afgewisseld met kleurrijke spirituals ondersteund met drumstel en koor. Wij liggen midden op de rivier op een kruispunt van stijlen. Geluiden vliegen af en aan.

Na de markt halen we ons anker weer op. Er loopt een mooie route vol klippen en ondieptes naar de waterval van Tremembé. Voorzichtig zoeken we onze weg. Maar één keer moeten we het roer met een noodsprong omhoog pompen omdat we aan de grond lopen. Het zwaard is al heel lang opgetrokken. Dan, om een hoek, loopt de route via een smalle doorgang de mangrove in. Vol ondieptes en overstekende takken; zo smal dat we de boot niet meer zullen kunnen keren. We varen iets terug. Op een halve mijl van de waterval leggen we het anker erin (14.08.793S/39.04.440). Het is ondiep. Een paar uur later, het water is inmiddels gevallen, liggen we aan de grond. Met de bijboot varen we, met de handgps het laatste stukje. Op zoek naar de waterval varen we steeds verder de mangrove in. Na een halfuur, ver na de verwachtte waterval, lopen we vast. We zijn aan alle kanten omringt door de bomen, takken en wortels. We kunnen alleen nog maar achteruit. Met de gps in de hand varen we onze track terug. Dan zien we tussen de bomen op de wal een verzameling rotsblokken die ooit de waterval is geweest. Nu in het droge seizoen, ondanks de vele regen die we al hebben gehad, is de waterval opgedroogd.
Gelukkig hebben we nog een flesje water bij ons.

Dan varen we de rivier weer een stukje af. We ankeren op 14.00.546S/38.59.825W. Een droomplek waar we een dagje, tussen twee eilandjes, blijven liggen aan de rand van een paar grote platen. Naast de boot een stok die aangeeft dat het daar praktisch droogvalt. Een droomplek te midden van palmen en witte stranden. De vogelwereld om ons heen houdt zich koest tot het gaat schemeren. Dan breekt er een helse kakofonie van vogelgeluiden los die na een half uur even snel stopt als begonnen is. De dirigent van het orkest is streng. Iets later begint voorzichtig het nachtleven. Een enkele vogel scherpt z'n stem. In de verte de dwingende beat van de zoveelste uitgaansgelegenheid.

In de nacht veel wind en regen. Er gaat bijna geen nacht voorbij zonder dat we om een uur of 4 gewekt woorden en snel alle ramen en luiken moeten sluiten.

Vroeg in de ochtend, we zitten nog te ontbijten, klopt de jonge bemanning van een viskano op onze boot. Ze nodigen ons uit om hun molen waarmee ze Dendé persen te bekijken. Prima plan. Een paar uur later stappen we bij het huisje dat ze aangewezen hebben aan land. Het is laag water zodat we nog een flink stuk door de modder moeten blubberen. Boven aan de vloedlijn de bijboot met een lange ankerlijn en een ankertje vastgelegd.
In het gebouwtje blijken niet alleen de jonge visser met z'n broertje te werken maar ook, en vooral, de vader, moeder en nog een broertje. Het belangrijkste werk wordt daar echter gedaan door .... een ezel. Rustig z'n rondjes lopend sleept de ezel een balk waar aan een een molensteen zit rond in een grote "donut"vormige bak. In de bak worden de dendévruchten geplet waarna het sapmengsel in weer een andere bak gezeefd wordt (vezels en pitten eruit) voor dat het op een vuurtje wordt gestookt en er uiteindelijk dendéolie uitkomt. Voor zover we begrepen hebben gebruikt de Braziliaan de dendéolie in de keuken.
We worden door de familie uitvoerig rondgeleid en drinken een kokosnoot met ze. Bij het vertrek krijgen we nog wat fruit mee en kopen we een kilo grote garnalen van ze. Weer een raadsel opgelost. Dagenlang oriënteerden we ons af en toe op palmen, Er staan er zoveel van verschillende soorten, die we gemakshalve maar de "plumeau"palmen hadden gedoopt. Nu weten we, naast de kokospalm en de dadelpalm ook de dendépalm te onderscheiden. Precies; onze plumeaupalm.

We brengen na vertrek van dit paradijseilandje onze nacht door op de rede van Campinho. Toevallig net voor we het anker weer ophalen gaat daar ook de Bem voor anker. Je vindt ze overal. Mike in Nazaré, Peter van de Lamin Lodge, de Vlaamse gids in Maragojipe en hier het Duitse stel van de Bem. Europeanen, ooit vertrokken voor een grote reis. Vaak nog met een bootje voor de deur. Allemaal met een hartelijke ontvangst voor langskomende cruisers. Doorgaans zijn ze om allerlei redenen halverwege hun droomreis blijven hangen en bezig, voor een tijdje, weer iets te doen. In hun nieuwe gastland wel te verstaan.

Ons anker is nog niet goed en wel omhoog of we worden aangeklampt door Stefan, een ander Duitse cruiser. Z'n windgenerator, van het zelfde type als de onze, is een tijd geleden stuk gegaan. Hij schenkt ons de rotorbladen, één van de meest kwetsbare onderdelen. Van hem krijgen we nog wat tips en aanbevelingen voor de overwintering in Buenos Aires.

Itacaré
De trip eindigt in Itacaré. Helaas met verkeerde en te weinig wind. We ankeren in de super ondiepe baai, achter het rif met het plan de volgende dag verder te gaan. Maar helaas, de volgende ochtend te weinig water boven het rif bij de uitgang en vooral nog zoveel andere dingen te doen. We blijven nog een paar dagen liggen. We bekijken het "vakantie"dorp, doen boodschappen, klussen, jagen kakkerlakken, werken de site bij en wachten op goede wind.
Plots worden we in onze rustige doen gestoord. Naast ons landt een rubberboot. Een nieuw fenomeen. De ultralight (vliegtuig) gemonteerd op een rib. Met toeristen worden door de dag heen rondvluchtjes gemaakt. Beetje afhankelijk van de wind en de stroom liggen we naast of in de landingsbaan in het water.

Dan is het zover, na het bijwerken van de website vertrekken we naar de Abrolhos eilanden, 250 mijl varen. Een van Brazilie's meest bekende beschermde natuurparken. Het vertrek uit de ondiepe baai, tussen het rif door, met een felle tegenstroom is bijzonder. Met veel toeren en, vanwege de diepgang bij de entree, opgetrokken roer en zwaard varen we de eerste mijlen met veel lawaai en geweld. Na een halfuurtje wordt het water breder en loopt de stroomsnelheid terug. We kunnen het zeil hijsen en met minder toeren verder. Het zeilt lekker. De windsterkte varieert wat tussen de 3 en 6 bf uit NE. Melkmeisje varend maken we onze mijlen. Het zonnetje schijnt, de maan is fel en nog bijna vol en de hemel is wolkeloos. Af en toe een vogel, een visserijstaak en een vissersbootje. Verder is de zee voor ons alleen. We lezen een boek en luisteren muziek.

Abrolhos eilanden
Anderhalve dag later, een half uur voor de dageraad, gaat het anker er in, in de zuidkom van Ilha Santa Barbara (17.57.95S/038.42.07W). Slechts de staart van de overtocht had nog wat venijn. Overmoedig dachten we: als we in de loop van de avond bij de riffen komen dan varen we bij het maanlicht er wel even tussen door; hup anker erin en kunnen we lekker naar bed. Helaas zo werkt het niet. Aanlopen in de nacht, een slimme cruiser probeert dat vooral niet te doen, is stressvol. Zeker die laatste uren wordt het drukker met vissers; moet er beter op boeien en vuurtorens gelet worden; luistert het varen van de goede route wat nauwer; kortom een gegarandeerde gebroken nacht met te weinig slaap. Reden om, nu we het nachtvaren bij goede omstandigheden redelijk beheersen vooral niet persé nog de haven aan te willen lopen. Extra complicatie daarbij is dat je 's nachts, hoe goed je het ook denkt te zien met de maan, het echte oogcontact met de riffen in de omgeving mist. De kleurveranderingen in het water, de loop van de stroom, de rafelige golven, het strakke, opbollende water, het ontgaat je allemaal. Ook al is de aanloop volgens de boekjes goed te doen bij nacht, dat is ook hier het geval, prettig voel je er niet bij. Volgende keer dus meer vertragen om in het eerste ochtend licht de echte laatste stukken van de aanloop te doen en de ankerplaats te zoeken, na nog een wel verdiende slaap te hebben verdeeld in de wacht.

Horen en zien vergaat ons in de baai. Alleen onder water tussen de scholen van honderden gekleurde vissen, terwijl we zacht vinflappend langs drijven, is het rustiger. Boven water is het een drukte van jewelste. Fregatvolgels met hun mooie gevorkte staarten, Tropicbirds met hun twee lange staartuiteinden alsof ze een reclame doek achter zich aan trekken, Redbilled, masked en Brown Boobies, teveel om op te noemen. Alleen de geiten op de wal, knabbelend aan het frisse groen tussen de rotsen, lijken nog rust uit te stralen. Als of ze willen zeggen, niets van aantrekken, het went van zelf. Als we aan het eind van de middag nog eens gaan snorkelen komen we een groep van 10-15 forse barracuda's tegen. Zouden ze al gegeten hebben? We vragen het ze maar niet. Sprinten is ook een gezonde lichaamsbeweging. We mogen op de archipel niet aan land. Verboden gebied. De marine bewaakt z'n vuurtoren op Santa Barbara. De natuurbeschermers bewaken de andere eilanden.

We zitten aan het ontbijt in de kuip als er tegenover ons paniek uitbreekt. Een van de geiten, een oudere, mogelijk de moeder, staat op een rotsblok en blaat/mekkert een groep van wel 6-7 geiten bij elkaar. Als de eerste geiten weer terug gehaald zijn en zich braaf bij de rest hebben gevoegd blijft ze nog minuten lang roepen tot ook de laatste, ver weg gedwaalde, geit weer terug is. Het jong wordt geknuffeld door de moeder en loopt gedwee achter haar terug. Het gemekker is gestopt, moeder loopt met jong terug en de kudde is weer compleet. De volgende dag bij het ontbijt herhaald zich een en ander. Helaas is moeder het jong nu echt lang kwijt. We zien haar overal over het eiland zoeken en roepen tot, meer dan een half uur later, het jong weer opduikt van achter de heuvelrug.

Van de eilandengroep is er maar één eiland, Ile Siriba, onder begeleiding, te bezoeken. Eén van de vrijwilligers leidt ons rond op het eiland. Voorzichtig, op het pad rondom het eiland, om de vegetatie niet te verstoren lopen we tussen honderden Masked Boobies. Sommige zitten al te broeden, anderen zijn nog bezig hun partner te vinden. Het is een drukte van jewelste. De Boobies zijn nauwelijks te verstoren. Tot op een meter komen we bij ze in de buurt. Sommige hebben hun nest op het pad gemaakt. Noodgedwongen kunnen we niet anders dan even van het pad afwijken. Plotseling stuiven er een paar op en vliegen luidt krijsend op één van ons af. Kennelijk een ander idee over persoonlijke ruimte. Iets verder op zitten onder een rotsoverhang een paar Tropic Birds te broeden. Een uitzondering. Doorgaans broeden ze op één van de andere eilanden. De Tropic Bird kan slecht lopen. De landing moet dan ook doelgericht plaatsvinden. Soms doen ze er wel een kwartier over om te landen. Steeds opnieuw wordt de landing op het nest afgebroken. Later in de middag zien we ze op de zelfde manier bezig op de rotsen achter ons. Elders op het eiland zien we een aantal Brown Boobies. Zij broeden normaal op één van de andere eilanden. Boven ons cirkelen Fregat Birds. Met hun vleermuisachtige vleugels, spanwijdte 2 mtr, en hun gestalte van 80 cm hele beesten. Ze benutten hun fysieke overmacht slim. Achter onze boot valt het ons op dat een Fregat Bird agressief en imponerend een Tropic Bird, die net wat gevangen heeft, net zo lang opjaagt en in de hoek drukt tot ze hun eten laten vallen. Later blijkt dit gewoon te zijn. De Fregat jaagt de ander die bezig is vis te vangen op tot deze de vis uit de bek laat vallen, waarna de Fregat er mee van door gaat.

Rond de middag gaan we nog een keer snorkelen. Dit keer op een andere plek tussen twee van de eilanden. Het is fantastisch wat we allemaal zien. Zeker een uur drijven we, zacht vinwuivend, boven het rif, de zandplaten en de rotsranden. Honderden vissen, soms in scholen, soms alleen of met z'n tweeën, talloze verschillende soorten zwemmen met ons mee. Een grootse onderwaterwereld vol kleuren en vormen ligt onder ons. Adembenemend. Zo mooi en compleet hebben we het nog nooit gezien. We vertellen de vrijwilligers van het National Parc van onze ontmoeting met; en ontsnapping aan; de groep Barracuda's. Prompt komen de verhalen los. Algemene teneur; minder bang voor haaien dan voor Barracuda's. Gelukkig waren ze gisteren wat kieskeurig.

Vlak achter ons huist een grote schildpad (Careta Careta) Iedereen in de baai heeft hem inmiddels gezien. Hij heeft zelfs een naam; Beetle, naar de Braziliaanse Volkswagen. Wij hebben hem niet gezien. Ook bij het snorkelen zijn we niet erg gelukkig. We zien veel, maar geen schildpadden.

Caravelas/ Nova Viçosa
Het weer verandert. De wind kruipt in de verkeerde hoek; zuidelijk. Net de kant die we op willen. We liggen de hele dag al te rollen op de deining van de, nog lichte, zuidelijke winden. De eilanden beschermen voor de noordelijke wind. De zuidelijke wind en deining loopt nu echter ongehinderd naar binnen. Tijd om de plannen te wijzigen. We gaan via wat moeilijker routes nog een stuk binnenland, Atlantic Rain Forest, doen.

Op zee waait het stevig. Zelfs op ons ankerplaatsje in een zijarm van de Rio Caravelas hebben we nog 22 knoop wind. Onze ankerplaats midden in de bush, is weer een avondlijk theater van vogel geluiden. We zetten onze zwerftocht door één van de meest ongerepte stukken Atlantic Rain Forest verder voort. Heel langzaam kruipen we tegen de stroom op in de kreken achter het Ilha da Cassumba vooruit, met weinig toeren net aan 2 knoop. We twijfelen. Hebben we iets in de schroef. We leggen de boot op tegenkoers en lopen prompt 5 knoop. Toch stroom en wind tegen dus. Al snel vinden we, net na een krap vijftien meter brede mangrove doorgang, een mooi beschutte plek. De meanderende rivier heeft hier dwars door de mangrove landtong heen een nieuwe doorgang gemaakt.

Het is niet alleen de ligging op de wind die ons wat onrustig maakt en stimuleert om te vertrekken. Eigenlijk zijn we ook een beetje op de vlucht en proberen ons midden in de laatste resten kustoerwoud te verschuilen. In het donker ligt er plots een vissersbootje naast ons. In de verste verte is er geen licht meer te bekennen; de maan is nog niet op en stelt zeker in het laatste kwartier ook niet zo heel veel meer voor. Bij het licht van het "zonnecel"tuinlampje op de tafel in de kuip zien we onze boot vastgepakt worden en iemand overstappen.

Na bijna elf maanden reizen en trekken is ons taalgevoel, met handen en voeten en een reeks aan "leenwoorden" geleidelijk ontwikkeld. Alleen dit fantasierijk taalgevoel, aangevuld met de vertaalcomputer (20 duizend woorden in het Portugees; helaas regelmatig niet het goede) geeft hier geen oplossing voor. Ook de onderdelen "Zich voorstellen", "Wat vindt u ervan" of "Afscheidnemen" uit het hoofdstuk "Ontmoetingen" in "Hoe en Wat; Braziliaans" geven hiervoor net niet de goede zinnetjes. Tja wat doe je dan? Eén van ons roept op gebiedende toon: "Distância !!" en duwt de vissersboot weer met een resoluut gebaar af. Het blijft een probleem, communiceren onder minder relaxte omstandigheden. Misschien wilden ze ons wel gewoon helpen omdat ze dachten dat we vastgelopen waren, hadden ze behoefte aan een goed gesprek of was er vis in de aanbieding.  Op weg naar de Abrolhos eil., een paar dagen eerder hebben we, om een uur of 2 in de nacht, midden op zee ook al zo'n ervaring. Eigenlijk missen we onder dat soort omstandigheden een "aanhangsel" bij Wat en Hoe, tw. "Wat betekent.....". Waar je in een normaal gesprek verduidelijking kunt vragen lukt het in dit soort ontmoetingen niet om de woorden die gebruikt worden een plek te geven.

Al zeilend en reizend blijft ook de boot, de mens en de organisatie aan boord aandacht vragen. Wat ooit, de eerste keer, nog een heel reparatie avontuur was is inmiddels tot regulier onderhoud geworden. Toch komen er steeds opnieuw onderhoudspunten bij. De generator blijft steeds duidelijker na-dieselen en start trager en onregelmatiger. Een middag kleppen stellen verder is het probleem weer opgelost. Op een avond is, na de koffie, ineens de koelkast van slag. De compressor is oververhit. Na enig sleutelen blijkt de waterpomp compleet verstopt met kleine schelpdiertjes. Om middernacht is de pomp uitgebouwd, schoongemaakt, weer terug gezet. De koelkast koelt weer.
Een dropje trekt plotseling een kroon los. We plaatsen hem terug met een klein drupje uit de lijmdoos.

We hebben de afgelopen maanden bijna 5000 foto's, als tastbare herinnering, gemaakt. Het rubriceren en ordenen vraagt tijd en aandacht. Hoe vinden we ooit onze weg terug in de foto's als we ze vanaf het begin niet consequent op verschillende manieren toegankelijk maken. Christien heeft er een hele klus aan.

Een stromende regen wekt ons al vroeg in de morgen. Ijlings de de luiken maar weer dicht. Van slapen komt niet veel meer met een gesloten boot en een luchtvochtigheid van tegen de 100%. Het is wel duidelijk hoe het Atlantisch Regenwoud waar we vandaag door heen willen varen z'n naam vandaan heeft. Na een paar uur stopt de gestage regenstroom. In de bijboot zoveel water verzameld dat Diederique haar shirtje er in wast. is De rivier slingert zich door het landschap. We zijn al snel de draad kwijt. Dan varen we weer west dan weer oost. Het mangrove landschap doet wat denken aan de Sine Saloum in Senegal. Af en toe een zandrug; dan weer wat aangeslibt moeras met mangrove. In 1504 ontdekte Americo Vespuci dit land. Vier jaar eerder deed Pedro Alvarez Cabral dit ook al met het noordoosten van Brazilië. De tijd lijkt stilgestaan te hebben. Het regenwoud, de vissers in hun boomstamkano's, de eenzame nederzettinkjes van één of twee huisjes, verscholen in de bosrand op een zandbult. Alleen het zonnepaneel bij vrijwel iedere woning markeert de vooruitgang. Één keer zeilen we langs een wat grotere gemeenschap. Naast de viskano's hier ook vee en landjes met cultuurgewassen. De geul waarin we varen is smal. Regelmatig zitten vlak bij de bodem; twee meter meer de rivier op hebben we weer voldoende water. De mangrove staat hoog op z'n poten. Soms kun je er even in kijken en zie je ook de verder weg gelegen bosstukken, dan weer is de mangrove ondoordringbaar. De rivier stroomt hard. Her en der is de strandwal de afgelopen jaren flink ondermijnt. Palmen zijn omgevallen en liggen dwars in het water. Bij het oversteken van het meer wordt het lastig met varen. Hoe we ook zoeken in de buurt van de geul. De diepte blijft zodanig dat we nauwelijks meer dan 10 of 20 cm water hebben. Met moeite vinden we na een halfuur de overkant door steeds consequent de waypoint aan te houden. Pas aan de overkant loopt de diepte weer op en kunnen we snelheid maken.

Na een paar uur komen we in Nova Viçosa. Het anker gaat erin op 17.53.34S/039.22.83W. We liggen vlak tegenover een huis. Met de bijboot leggen we aan de privesteiger aan om na te gaan waar we boodschappen kunnen doen. We treffen het, de eigenaar Luis Pavao, die hier z'n vakantiewoning heeft, heet ons welkom en geeft ons z'n paard en wagen, én een van z'n medewerkers mee om boodschappen te doen. We hebben op de wal en aan boord een aantal leuk gesprekken met hem en z'n nichtje die hier een week vakantie komt vieren. Luis oefent ondertussen zijn Engels; wij ons Braziliaans.

Gekleurde vlinders van een redelijk formaat buitelen al dagen om ons heen. Soms moet je echt even kijken of het een vlinder is of één van de hele kleine, voorlopig nog naamloze, vogeltjes die we zien. In alle regenwoud delen waar we in varen komen we ze tegen. Ook andere insecten laten zich regelmatig zien. Vaak duiken er, groot formaat, libelles naast de boot op. Ook worden we af te toe belaagd door andere groepen insecten. Naast de regelmatige kakkerlakken hebben we al aanvallen van vliegende mieren doorstaan. Gisteren waren het grote sluipwespen. Helaas hebben ze maar kort geleefd. Na zonsopkomst vinden we er tientallen aan dek. Vandaag zijn het steekvliegjes. Je ziet ze niet maar met een venijnig prikje melden ze zich toch. We worden beide regelmatig gestoken.

We dubben de dagen daarna lang of en wanneer we verder zullen gaan naar Vitoria of Rio de Janeiro. De zuidelijke wind, met veel en intensieve regen blijft nog een flink aantal dagen aan houden. We vragen een extra weerbericht op en vragen Dirk Jan en Ingeborg als we ze aan de telefoon hebben eens naar de Ugrib te kijken. Uiteindelijk besluiten we toch maar te gaan. Er komt over een dag of vier wel weer een gaatje aan, maar gezien de onzekerheid in de verwachtingen lijkt het niet handig daarop te gokken.

De uitgang van de rivier bij Nova Viçosa is nog even onduidelijk. In het vaargidsje staat dat er alleen voldoende diepgang is voor ondiepstekende schepen. Niemand kan ons vertellen of de waypoints die we hebben nog goed zijn. Onze kaart is van 1970, laatste revisie een jaar of 10 geleden. We houden van spanning maar dit is toch wel wat veel. Er zit niets anders op dan het lokaal advies te volgen en gewoon te gaan. We hebben geluk. De zon schijnt en de iets verschoven geul is goed te onderscheiden. Het is een paar keer spannend als de diepte wat teveel afneemt; dan begint de diepte weer toe te nemen. We kunnen weer ontspannen.

We kunnen door naar Vitoria/Rio de Janeiro.

Brazilië/ Bahiakust; Meer Foto's
Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.