Rhythm of Life op weg

2008

GambiaAtl. OceaanBraziliŽ/BahiaBraz./BahiakustBraz./OostkustBraz./ ZuidoostRio de la PlataArgentiniŽ

ArgentiniŽ, december 2009

Na maanden voorbereiding kunnen we eindelijk weer op weg. We hebben stroom mee. Met een duizelingwekkende vaart worden we op de Rio de la Plata naar buiten gesleurd. In de loop van de nacht begint de wind steeds meer door te staan en moet er gereefd worden. Bij het ingaan van de ochtend hebben we de eerste 175 mijl op de teller staan. Geen slechte prestatie in 24 uur. Hoewel de windplaatjes ons anders beloven neemt de 20 knoop wind in de loop van de dag niet af maar toe. Rond het middag uur stuiven we onder 3x gereefd grootzeil en een puntje kotter nog steeds met 8,5 knoop richting Mar del Plata. Inmiddels waait het continue 30 knoop en staat de windmeter geregeld tegen de 40. Met zoveel wind zien we op tegen de aanlegcapriolen in de haven van Mar del Plata. Er wordt verdere afname van de wind tegen de avond voorzien. We nemen nog meer zeil weg en sturen wat hoger op onder de kust. Met een aangename 5 knoop temperen we onze wat onstuimige snelheid. Aan het eind van de middag neemt de wind af tot 20 knoop en varen we Mar del Plata binnen; 260 mijl in 36 uur. 

Mar del Plata
Nauwelijks op onze plek bij de YachtClub Argentina draait de wind en barst het onweer los. Als we de volgende dag tegen tweeŽn terugkeren van ons rondje autoriteiten (5 uur, 4 kantoren waarvan slechts 1 een, aanmerkelijke, "bijdrage" vroeg (zonder bonnetje!) krijgen we de volgende wolkbreuk. De straten onder water; hagelstenen als duiveneieren; wij tot op de draad doorweekt (van de speciaal voor deze dag aangetrokken spannende lingerie).

We twijfelen of we snel door willen varen zodra er zich een geschikt weergat voordoet of eerst nog een reisje naar Peninsula Valdez willen maken. Lastig als je met z'n tweeŽn bent, uitgaat van " de meeste stemmen gelden", allebei geregistreerd staat als kapitein (poldermodel: snappen ze niets van in het buitenland). Lastig ook als je graag dierenleven wilt zien (veel broedt en kalft op dit moment) maar ook graag veilig wilt varen. Eind januari willen we in Ushuahia zijn als Moniek komt. We hebben nog ongeveer 1350 mijl te gaan met sterk wisselend weer, moeilijke toegangen en lastige winden.

We zorgen dat we in ieder geval alles nog eens goed nakijken aan boord; diesel aanvullen en de voorraden op peil brengen.
Opeens duikt naast de boot een zeeleeuw op. Hij is alleen. We gaan eens zoeken waar zijn soortgenoten zijn. Tussen het boodschappen doen door lopen we naar het havenhoofd waar een groep van 800 Patagonische Zeeleeuwen (Manenrob) leven.  

Het heeft wat voeten in de aarde voor we wegvaren uit Mar del Plata. Uitgezwaaid door een luie zeeleeuw, die in de haven pal voor de boot blijft liggen zonnen als we het zeil gaan hijsen, pakken we onze zuidelijke koers weer op. De voorafgaande dagen staan, dankzij het prima internet dat we aan boord hebben, bol van de weerplaatjes. De atmosfeer kolkt om ons heen als een pan kokende soep. Met ieder plaatje dat je ophaalt is de situatie weer anders. Dan neemt de wind weer toe; dan weer af; dan verandert de richting weer. Met name op de langere termijn, dag of 4-5, is geen plaatje meer hetzelfde. We turen ons suf om de patronen te ontdekken, maar helaas.

Op maandagochtend staan we om 5.30 op. Klaar om de eerste plaatjes te bekijken. Conclusie: er is te weinig over van het prima plaatje van een paar dagen eerder om te gaan. In tegendeel, het eind van de week laat betere plaatjes zien. We besluiten niet te gaan. 4 uur later; gebaseerd op nieuwere gegevens: eind van de week is twijfelachtig, nu vertrekken levert weliswaar een dag motoren op maar is waarschijnlijk toch nog wel te doen. We besluiten toch te gaan. Terwijl Diederique de boot vaarklaar maakt, sjouwt Christien met alle papieren weer langs de autoriteiten.

San Blas
Twee dagen later lopen we San Blas binnen. We motorzeilen de helft van de tocht; de tweede helft kunnen we zeilen. Onderweg, pinguins, albatrossen, stormvogels en een nieuwsgierige zeeleeuw die midden op het water een kwartier met ons op zwemt.

Het waait stevig als we bij San Blas voor anker gaan. De prefectura wil ons echter eerst aan wal hebben. Wij niet. San Blas is aan lagerwal. Eerst een goede ankerplaats aan de overkant van de baai een kilometer verder op. De volgende dag proberen we het weer. We gaan keurig voor anker voor de prefectura maar helaas, het waait en stroomt zo hard dat we voorlopig nog niet, roeiend, naar de kant kunnen.

Krrrrssshhhhh; Met veel snelheid schuift vlak achter ons een rib, open bootje, op volle snelheid de wal op. Als hij volledig droog staat kan de bemanning uitstappen. San Blas is een dorp van mannen, "echte mannen". De Bahia San Blas is een eldorado voor sportvissers. Aan beide zijden van het dorp stroomt het water met grote snelheid, 3-4 knoop, de lagune in en uit. Op de steile wal -50 meter van de wal is het al 25 meter diep- liggen de sportvisboten keurig in het gelid klaar. Gevuld met 6 of 8 gasten varen de tientallen boten twee maal per dag uit voor een paar uurtjes sportvisgenot. Gehuld in lange gele jassen staan de gasten al klaar als de boten het water in gaan. De neus wordt omgeduwd waarna met vereende kracht de boot zo de helling af het water ingaat; de schipper start de motor; vaart een rondje en legt de neus weer in de wal. Dan kunnen de gasten aan boord. Een paar uur later komen ze weer terug; neus in de wal; gasten van boord; sleeplijn aanhaken en een tractor trekt ze weer gewoon tegen de helling er uit. Alleen de opblaasboten met de harde bodem doen het zelf. Stoer, met volle snelheid tot bijna boven aan.

Na twee dagen harde wind kunnen we eindelijk van boord om ons te melden bij de Prefectura. Een uurtje voor kentering roeien we met weinig wind naar de wal; een uur na de kentering, met inmiddels al weer een forse wind, weer terug. Nu wordt duidelijk waarom de boten zo eenvoudig de helling op en af kunnen. Het steile "strand" bestaat uit eeuwenlang glad geschuurde kiezels, samen met het water een natuurlijke kogellagerbaan.

Waar je maar kijkt een grijze watervlakte, slechts onderbroken door wat schaarse duinen die her en der op de open platen zijn ontstaan. San Blas is kaal, leeg en guur. De lage bomen en struiken, door de jarenlange wind onder de duim gehouden, steken boven de lage duinen uit. Zover je kunt zien het borstelige kustgras. Het dorp, een paar huizen, wat winkeltjes en de Prefectura Naval en heel veel vistrip aanbieders. Langs de kust een grote brede ongeplaveide weg. Bijna naadloos gaat de botenstalling op de helling over in de strook met geparkeerde jeeps en pickups, de lange zeehengels nog op het dak, langs de kant van de weg. Een rij lampen markeert de vage grens tussen weg en stalling.

Het dorp is uitgestorven, de mannen zijn op zee. In Dit dorp is geen plaats voor vrouwen; alleen gepassioneerde mannen voelen zich hier thuis. Of zoals een "geŽmigreerde" oud-Sogeti collega het noemt; "Reelmen".

De winden in deze hoek van Zuid-Amerika zijn onvoorspelbaar. We ontdekken dat op de wind de anderhalf regel van toepassing is. Natuurlijk kennen we die al voor vlagen en windstoten maar hier gaat het ook op voor de "bovengrens" van de wind die je, afgezien van vlagen, doorgaans mag verwachten. 20 knoop wind is in de praktijk 30 knoop met vlagen tot ca 35-38 knoop. Op het open water bij San Blas is het lastig beschutting te vinden bij de verschillende draaiende winden. Dan liggen we vlak bij het dorp; dan weer een kilometer verder op 500 meter van een lage duinen rij. Voor de komende dagen voorspellen ze winden rond de 25 knoop. Met de anderhalf regel in het achter hoofd maken we ons op voor een periode met 40 knoop wind. We verkassen daarom, in het halfdonker, naar een lagune iets verder op. Veel wildlife is ons belooft, maar vooral veel nachtrust.

In het weekend waaien we uit ons hemd. In de lagune is het gelukkig rustiger. Als het licht wordt de volgende ochtend kunnen we de omgeving in ons op nemen. Een lage duinenrij omsluit onze kom aan het begin van de lagune. Brede wetlands lopen van de strandwal richting het water. Als het een aantal uren later laag water is blijkt de modderbank vanuit vrijwel alle richtingen tot vlak bij de boot te lopen.

Zwermen vogels bevolken onze omgeving. Met de camera op het statief en de kijkers bij de hand kunnen we ons vogelhart weer eens op halen. Vlak bij zweven bruine rovers, Caracaras en Chimangos om ons heen; op de banken naast ons grote meeuwen, Southern Black Backed Gull, iets verder op de albatrossen en verder de nodige lapwings (Southern) en strandlopers (Oystercather). Voor de entree van de kom ligt een grote zandbank die maar een klein stukje water overlaat. Een groep Chileense Flamingo's en Zwarte Gieren bevolkt de bank.

Helaas is het fotograferen lastig. De wind is heftig, - we zijn niet voor niets gaan schuilen- en de boot rolt en tolt voortdurend waardoor er altijd beweging is.

Caleta Horno
De naam klinkt robuster dan het is. Kaap Hoorn ligt 800 mijl zuidelijker. We verlaten na een erg stormachtig weekend Bahia San Blas. Na twee dagen lopen we vlak voor donker Caleta Horno aan. We maken een paar stevige wandelingen (gps mee) en genieten van de natuur.

De zee naar Caleta Horno is regelmatig vol met met pinguins en andere vogels. We komen regelmatig grote groepen tegen. Rustig dobberend in het water vliegt de ene groep op (albatrossen, meeuwen) en duikt de andere groep onder (pinguins). Het zijn allemaal Magellanic pinguins die we zien. Vroeg in de ochtend kruist ineens een groep FitzRoy dolfijnen ons pad. Na een kwartier hebben ze het wel gezien en vervolgen weer hun weg.

Bij aankomst in de Caleta worden we verrast door twee boten die, als in een spinnenweb, met lijnen naar de wal verzekerd zijn van hun plaats. En net als in een spinnenweb moeten we behoorlijk ons best doen om ons vrij te houden van het web. We wekken ze met de scheepstoeter en vragen ze om hun lijnen eventjes te laten zakken zodat wij er, met zwaard en roer omhoog, overheen kunnen glijden. Wat meer naar achter waar het wat ondieper is laten wij ons anker zakken. De draairuimte is beperkt zodat ook wij ons met een viertal lijnen op de wal zekeren. Het is even een gedoe, ankeren+bootje oppompen+lijnen uit roeien en op de wal achter een rots bevestigen. En dit alles in zo kort mogelijke tijd. Of zoals de pilot zegt: ankeren en meteen zo snel mogelijk naar de wal met de eerste lijn; om daarna in kalmte de rest van de lijnen te zetten.

We liggen in een verstilt maanlandschap. Naast ons rijzen de naakte rotsen omhoog, door eeuwenlange weer en wind invloeden geteisterd. Iets verder op glooiende heuvels. Het kalkzandsteen en lavasteen om ons heen is rood gekleurd. In het laatste avondlicht baden de rotsen om ons heen in kleurtinten rood, oranje en geel. Als het water valt -het tijverschil is zo'n 5 meter- komen de verborgen rotspartijen vrij. Glad en groen uitgeslagen. Om ons heen zwemmen wat eenden en zelfs een enkele pinguin.

We lopen iedere dag een stuk door de natuur achter ons. Korte harde grassen, mini cactussen en gedrongen stekelige struiken wisselen elkaar af in een verder desolaat, bijna woestijnachtig, landschap. We lopen door een oude bergbeek, wanneer stroomde hier voor het laatst water, een stuk omhoog tot we bij een soort "kalksteen" waterval gestopt worden. De wanden om ons heen zijn steil; het losse puin om ons heen illustreert het risico. Niets ligt vast en secuur in dit door wind en droogte geteisterd landschap. Het is apart aan de ene kant grote scherpe niet afgeronde brokken steen te vinden in het oude "beekje" en iets verder op op de vlaktes alleen maar afgesleten kiezels te zien. De natuur heeft hier de afgelopen eeuwen vele gedaantes gekend. Zo treffen we overduidelijke watererosie geulen met scherpe oevers in een verder kurkdroge omgeving.

Op een andere wandeling komen we tot twee keer toe kleine groepjes Guanaco's tegen. Ze zien ons al snel en waarschuwen elkaar met een "gansachtig" gehinnik en gegak. Deze grootste zoogdieren van Patagonie (behoudens de walvissen natuurlijk) zijn hoogpotige lama-achtigen die in familieverband leven. Door de kijker zien we hoe vader en moeder hun kroost (1,2 mtr hoog) beschermen tegen ons als indringers.

Het is overdag warm, 35-40 graden, onder de buiskap. De warme landwind droogt uit. De nachten zijn koud zo op het water, met nauwelijks 10 graden. De contrasten zijn groot.

We liggen in de Caleta aan de noordrand van de zone waarin de westenwinden vrijwel continue met veel of heel veel kracht in een baan van depressies vanuit het westen over de Andes aan komen rollen. We houden de weerplaatjes strak in de gaten; wordt het Deseado op 180 mijl; Straat Magallanes op 450 mijl; of Straat LeMaire op 600 mijl. We moeten nog ongeveer 700 mijl naar Ushuaia waar we uiterlijk eind januari moeten zijn. Eerst maar eens zien waar we kerst doorbrengen. Vorig jaar smolt de chocolade op kerstcake bij +40C. Dit jaar, samen met de Magellanic penguins, de zeeleeuwen in een eenzame lagune bij 10C? We zullen het zien.

Caleta Sur
Aangemoedigd door de gunstige weerplaatjes vertrekken we al na drie dagen uit Caleta Horno. Voor ons gevoel wat vroeg maar een goede overtocht naar Deseado is ook wel wat waard. We hebben veel wind en moeten gedurende de nacht behoorlijk reven, tot op 3e rif, om comfortabel te kunnen varen. De zee fluoresceert aan alle kanten. Het is soms net of we in een zwembad varen met grote onderwaterlampen. Te vroeg (of misschien wel te laat) komen we aan bij Caleta Sur. Als we vaststellen dat het goede moment om bij Deseado de rivier op te gaan laat in de avond ligt is het besluit om in Caleta Sur te blijven liggen snel genomen.

We liggen in een desolaat kaal landschap. Zover je kijkt is de kust grijsbruin, laag en eentonig met slechts een enkele duinenrij of een pluizige struik die het beeld doorbreekt. We ankeren dichtbij bij het strand aan de voet van een onbewoond houten huis met schuurtje. Kaal geschuurd door de wind; stevig verankert om de Zuid Atlantische stormen te door staan. Vermoedelijk woonde ooit de vuurtorenwachter -eenzaam of met gezin- in dit huisje. Iets verderop de vuurtoren; strak en kaal steekt hij af tegen de scherp blauwe lucht. Onze baai wordt bevolkt door een zeeleeuwen kolonie (maar een bewoner gespot); een grote kolonie aalscholvers (Imperial Comorant); een kleine groep pinguins (Magallenic). Een van hen staat in de koude wind alleen op het strand toe te kijken naar onze capriolen. Terwijl de Lady of the Lowlands ankert houdt een FitzRoy dolfijn de wacht. Als het ankergeplons voorbij is verdwijnt ie weer. 
In de loop van de nacht draait de wind waardoor we ineens in de golven liggen. Als het 6 uur is verdwijnen we maar weer. De laatste 30 mijl naar Deseado liggen nog voor de boeg.

Puerto Deseado We hebben geluk en kunnen de eerste nachten doorbrengen tegen een pilotboot. Zo is het doen van boodschappen, regelen van diesel en inklaren bij de prefectura wat simpeler.

Deseado heeft als een van de laatste bereikbare havens/rivieren op weg naar het zuiden een bewogen geschiedenis. In 1615 voer de expeditievloot van Schouten en LeMaire hier de rivier op om te bevoorraden en herstel aan de boten uit te voeren. Helaas verloren ze hier op de rivier een van de schepen. Bij het verven brandde de Hoorn af. De resten zijn een paar mijl hoger op de rivier nog steeds te vinden.
Ook ankerde de Beagle van kapitein FitzRoy hier en bracht Charles Darwin een periode door in Deseado terwijl hij de planten en dierenwereld bestudeerde. 

Deseado is een winderige plek. Na twee dagen dreigt ons mooie plekje aan de pilotboot lagerwal te worden en moeten we verkassen. We vinden een ankerplek met wat beschutting aan de overkant van de rivier. De wind is stevig. Op het moment dat we voor anker gaan meten we vlagen van 50 knoop. We liggen gelukkig als een huis en vertrekken pas de volgende dag, als de wind weer gedraaid is, weer terug naar onze plek naast de pilotboot.

Er doet zich een redelijk weergat voor, op eerste Kerstdag, om ons laatste oceaan traject naar het zuiden te kunnen varen. We hebben ongeveer vier dagen nodig. De nacht voor vertrek neemt de wind toe tot 35 knoop en liggen we weer beroerd op ons plekje naast de pilotboot. Als tot twee keer toe de landvast breekt is aan het begin van de ochtend het besluit snel genomen. Hier kunnen we niet langer liggen.

Als we wegvaren neemt op de rivier de wind, in vlagen toe tot 57 knoop. Wat heel erg veel. Zodra we echter met de stroom mee voor de wind wegvaren  zakt de wind terug tot 30-35 knoop. Nog steeds veel, maar met alleen het voorzeil goed te doen. We maken goede voortgang in de geleidelijk rustiger wordende zee. Een paar keer als we een buienlijn kruisen neemt de wind weer toe tot 40 of 50 knoop. De buien duren maar een paar minuten.

Af en toe worden we verrast met dolfijnen. Meestal de grote speelse FitzRoy dolfijnen soms ook de kleinere Commerson dolfijnen. Deze laatste dolfijnen hebben de grootte en kleur van een stootwil zodat het af en toe net is of we door een kudde stootwillen worden achtervolgd.

Als op de morgen van de vierde dag de zon opkomt varen we ter hoogte van de kust van Tierra del Fuego, Vuurland. De besneeuwde toppen op de bergen maken duidelijk dat we inmiddels echt in de koude streken zijn. Hoewel, ook onze kleding behoefte laat dit al zien. Toiletbezoek en gaan slapen na de wacht zijn een ware striptease show met alle laagjes kleding die afgepeld moeten worden. De laatste uren, bij het oversteken van Straat Le Maire, staat de motor bij vanwege de krachtige tegenstroom. Naast voortgang levert dit ook warmte. Onze motorkachel gebruikt de restwarmte (koelwater) van de motor en houdt de boot aangenaam warm.

Boven Tierra del Fuego ontstaan in de loop van de dag zware buien. We varen door naar Stateneiland. Tegen het eind van de dag, een paar uur voor aankomst, trekt de bewolking op en kijken we uit op de woeste ongereptheid van dit meest oostelijke Argentijnse eiland in Patagonie. Ons, voorlopig, laatste Atlantische traject zit erop. We gaan voor anker in de beslotenheid van Puerto Hoppner. Van hieruit beginnen we aan onze reis door Argentijns en Chileens Patagonie.  

Argentinie; Meer Foto's
Zie ook het Zeelog voor de eerste impressies en posities die we tijdens de reis al met de HF-zender op de site hebben gezet.

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.