Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.

Rhythm of Life op weg

AanloopFrankrijkSpanjePortugalMarokkoCanarische Eil.Kaap VerdenSenegal

 

Portugal, juli-augustus 2008

We vertrekken 18 juli vanuit onze ankerplaats in de Ria de Vigo vroeg in de ochtend met een lekkere wind kracht 5 uit het noord oosten. De wind is zuidelijk en zwak als we de Portugese grens overgaan. Jammer genoeg valt al snel na de middag de wind volledig weg. Uiteindelijk varen we de laatste uren op de motor en leggen aan in Viana do Costello zo'n 30 mijl van de Spaans/Portugese grens. In 2007 was Viana samen met Povoa het keerpunt (letterlijk) in onze 3 maands reis.

Bekend terrein
De warmte van het land en asfalt komt je als een deken tegemoet als we de rivier opvaren. Het is, wat uitzonderlijk in Noord Portugal, 35 graden. Tot zeer laat in de avond zitten we buiten en genieten van het straatleven enkele tientallen meters verderop. De dagen daarna ligt de temperatuur wat lager. Vlak tegenover ons op de boulevard vindt een grote boekenmarkt plaats die druk wordt bezocht. Iedere avond worden we getrakteerd op concerten in verschillende stijlen van uiteenlopende musici. Vaak begint het al om een uur of 8 en blijkt na het naar bed gaan als we weer even wakker zijn het concert nog steeds niet afgelopen. We maken een paar stevige wandelingen en genieten van de klassieke bouwkunst in verschillende stijlen in de binnenstad.
Aan de rand van de haven treffen we het hospitaalschip Gill Eannes. Het in 1955 gebouwde schip roept herinneringen op aan het Nederlandse hospitaalkerkschip "De Hoop" dat net als de Gill Eannes fungeerde als fysieke en mentale steun voor de vissers op de verre visgronden bij IJsland en de Grand Banks.

De 21e zeilen we door naar Povoa de Varzim. Helaas wederom vrijwel zonder wind. Tot op 9 mijl van de haven weten we er nog een schamele 1,5 knoop uit te persen maar dan is het echt op en moet de motor aan. In tegenstelling tot de Franse en Spaanse kust stikt het hier in Portugal van de visboeitjes die lukraak lijken te zijn uitgezet tot ver buiten de kust. Je moet continue om je heen kijken om niet per ongeluk een visboeitje mee te sleuren. De kust blijft vaag verscholen achter een "strand"mistbank die pas in de loop van de middag oplost. Vanwege het gebrek aan gunstige wind blijven we de dagen daarna liggen.
Het is bijzonder om Viana en Povoa te vergelijken. Viana is een voorname, goed uitziende plaats met mooie winkels en maar weinig zichtbare bouwvallen. Net als Viana kent ook Pavoa als mondain stranddorp de bijzondere monumenten zoals de nieuwe bibliotheek en winkelstraten met de goed uitziende kledingwinkels, de talloze koffiebars en de bekende boulevard belevenissen als trapfietsen, casino's, hotels en eettentjes. Achter het mondaine Povoa bevindt zich het eenvoudige vissersdorp waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Een eigen gemeenschap, met gezicht op de haven, waar de oudere mannen overdag op hun eigen plein hun glas drinken, hun nieuws uitwisselen en hun spel spelen. Een gemeenschap van in zwart geklede traditionele vrouwen, die in kleine karretjes de verse vis in de vroege ochtend naar de Mercado brengen. De Mercado die ver van de toerist het domein is van de vrouwen die daar dagelijks hun vis, vlees, groente en fruit kopen en verkopen. Lopend door de straatjes van de vissersgemeenschap valt de eenvoud van de huisjes op. Soms staat er een deur open en is een blik genoeg om het boeten van de netten of het aanslaan van de haken aan de "longlines" te zien. Een stevige wandeling naar Vila do Conde laat ons ook daar kennis maken met de lokale vissersgemeenschap. Hier is de renovatie van het oude dorp al veel verder doorgevoerd. De oude kern is fraai opgeknapt maar of de traditionele bevolking daar gelukkig van geworden is is niet duidelijk. Aan de rand van Vila do Conde ligt in een bocht van de Rio Ave een replica van de schepen waarmee vanuit Portugal rond de 15e eeuw de wereld werd ontdekt (en veroverd). Aan de overkant liggen nog steeds de werven waar al sinds die dagen de houten schepen voor ontdekkingsreizen, visserij en handelsvaart worden gebouwd. Lopend over de werf lijkt tussen pek en houtkrullen de tijd stil gestaan te hebben.

Tijdens onze laatste dagen in Povoa valt ons het haventerrein op. Eerder kwamen we het nog niet zo tegen. Straks, meer zuidelijk zal het beeld zich ongetwijfeld herhalen. Het is redelijk goedkoop en kent een goede verbinding via het vliegveld van Porto met West-Europa. Het gevolg is dat er redelijk wat jachten liggen van West-Europese eigenaren die achtergelaten zijn en die maar enkele weken per jaar worden gebruikt. In de schaduw van een dergelijke haven ontstaan vaak, op het land, gemeenschappen van jachten die voor langere tijd aan hun lot overgelaten zijn. Scheef gezakt op wat balken en een ton; soms met het gras kniehoog naast de kiel. Soms ook wapperen de resten van wat vroeger een fiere natievlag moet zijn geweest nog op het hek. Een polyester schip heeft onder de waterlijn blazen en open plekken. Een duidelijk voorbeeld van "bootjes"acne; Een ferrocement met een doorlopende kiel toont met een bergje gruis een ernstige vorm van betonrot. Een enkele boot staat droog zonder al verlaten te zijn. Tussen de drijvers van een catamaran ligt een perkje met wat bloemen en wat groente. Een hond schuilt voor de zon. Twee fietsen staan te roesten. De was wappert aan een lijn naar de buurboot, scheef en zonder roer. Iedere schip kent z'n verhaal. Een gemeenschap van gebroken dromen, materiaal moeheid en scheuren in de relatie. Toen we hier in 2007 waren stonden ze er al; in 2009 staan ze er vast nog.

Hoe langer we stilliggen hoe meer we 's nachts een vreemd "knagend en knetterend" geluid gaan horen. Met gespitste oren en multimeter in de aanslag wordt de hele boot doorzocht. De volgende dag wordt duidelijk wie de boosdoeners zijn. Hoe zuidelijker we komen hoe lekkerder we blijkbaar zijn. In iedere plaats worden we door 10 tallen harders afgegraasd.

Naar het zuiden
Uiteindelijk blijven we eind juli nog een paar dagen langer in Povoa. Een regenfront met zuidelijke wind houdt ons nog wat langer vast.  In het weekend varen we door naar Leixoes, aan de mond van de Douro en daarna via Aveiro naar Figueira da Foz en Nazaré. We treffen dan weer een dag met weinig wind,dan weer een dag met redelijke wind. Toch moet de motor weer meer uren maken dan we zouden willen. Bijna iedere dag komen we wel kortsnuitdolfijnen tegen. Vaak zijn ze aan het eten en jagen en hebben ze geen oog voor ons, soms echter breken er een paar uit de groep en komen een kwartier met onze boeggolf spelen. Natuurlijk weten ze het bij het fotograferen telkens zo te doen dat ze steeds op de "verkeerde" plek opduiken.

In Leixoes blijven we een dag liggen. De eerder gerepareerde zeewaterpomp van de motor blijkt zelfs als de motor stilstaat met geopende buitenkraan, wederom te lekken. Na een nacht woelen staat Diederique al vroeg in de morgen op om voor de zoveelste keer naar de motorlekkage te kijken. Tijd voor een forse ingreep. De oude waterpomp eruit gesloopt en vervangen door het nieuwe reserve exemplaar dat we bij ons hebben voor het geval dat. Na een paar uur zit de nieuwe pomp erop en zijn de resultaten van het proefdraaien hoopgevend. Hopelijk hebben we nu de echte oorzaak van de lekkage te pakken! Bij de as van de oude waterpomp zit behoorlijk wat speling, vermoedelijk is het daarlangs steeds meer gaan lekken. De oude pomp nemen we in het najaar wel mee naar Nederland om na te gaan of we hem met behulp van de revisieset nog een nieuw leven kunnen geven. Later in de week vervangt Diederique ook nog de brandstofpomp die voor de generator is gemonteerd (generator probleem). Of dit geholpen heeft is nog niet duidelijk. Ook popt ze voor de derde keer de giek aan het lummelbeslag (vorige reparatie hield het twee weken uit) en buigt één van de scepters in de zeereling recht (manoeuvreerfoutje, eerste keer pas dit jaar). Het mag duidelijk zijn dat de zin af en toe ernstig weg zakt als je weer je monteuroverall aan moet trekken in plaats van een short.

Gelukkig is er op technisch vlak ook nog tijd voor vernieuwing. De schroefdraadspindels voor het derde anti-insluiprooster zijn gedraaid en de laatste LED-lampjes die door de voormalig collega's Hans en Hussein in april uit Ohio zijn meegenomen zijn inmiddels ook geplaatst in de halogeenspotjes en geven een mooi warm wit licht. En .......ze verbruiken inderdaad maar een fractie van de stroom van een halogeen lampje (Sensibulb, www.scadtech.com).

Tussen de bedrijven door leest Diederique Geert Mak, In Europa uit. Vroeg zij zich in Spanje bij het zien van oude mannen steeds af aan welke kant ze tijdens de burgeroorlog stonden. In Portugal vraagt zij zich steeds weer af wat de oude mannen deden tijdens de Anjerrevolutie.

Na Leixoes varen we naar Aveiro. Precies met hoogwater gaan we over de bank voor de haven. Eindelijk weer eens voor anker (40.39,519N/ 8.43,786W). We liggen in een klein baaitje bij een natuurreservaat, een klein dorpje en een militaire basis. Aan de andere kant helaas haventerreinen, grote opslagsilo's en gastanks. Met ons achteranker leggen we ons zo dat we de hele avond kunnen genieten van het juiste decor. De dagen daarna zeilen we naar Figueira da Foz en Nazaré. De redelijke wind maakt helaas al snel weer plaatst voor windstilte en een oliegladde zee. Nazaré is een leuke badplaats in een mediterrane omgeving van abdijen, arena's en ommuurde vestingen. Daarnaast is het ook een dorp met veel traditionele vismethodes. Zo zien we dagelijks het drogen van de vissen en het schudden van de sardienennetten.

Cultureel Erfgoed
We gaan een dag met de bus naar de kloosters van Batalha en Alcobaco. Twee Werelderfgoederen uit respectievelijk de 15e/16e en de 12e eeuw. De machtige en imposante kerken roepen ontzag op voor de bouwkust en vooral vaardigheden van ambachtslieden uit die tijd. In het klooster van Batalha treffen we het met de wisseling van de erewacht bij het monument voor de onbekende soldaat. Emiel, een oud collega van Diederique rijdt, tijdens zijn vakantie, die dag met partner van Porto naar Lissabon. Samen hebben we een gezellige middag bij de beide kloosters.

Cascais/Lissabon
We verlaten Nazaré op zondag 3 augustus. Een vroege start om de afstand van Nazare naar Cascais bij daglicht af te kunnen leggen. Na het tanken, waarbij we eerst een groot motorjacht dat om 7.00 in de ochtend aan de tanksteiger lag afgemeerd, vragen weg te gaan, kunnen we prima zeilen. De wind varieert tussen de 3 en de 5 bf. We varen 72 mijl en houden een scherp oog op de talrijke vissersboeitjes. Daarom de wens alles met daglicht te kunnen varen.. Heel geleidelijk trekt de mist in de loop van de dag op en krijgen we in de loop van de middag in een zwakke zonlicht wat stukjes kust te zien. Het laatste stuk nabij Cabo Roca is aanzienlijk heftiger. 35 knoop op de windmeter, van achter en van opzij, is als laatste bedrijf van een lekkere zeildag wel wat erg veel.

In Nazare viel het ons op dat Portugezen iets hebben met circussen (en met feesten in z'n algemeenheid). Er gaat geen stad of dorp voorbij of het circus komt, staat er of is net weg. In Povoa zijn we een paar weken geleden getuige van het opbouwen van het circus dat een maand blijft staan. In Figueira staat het circus er al en rijdt de geluidswagen rond. In Nazare maken ze het helemaal bijzonder. Bij binnenkomst was net de laatste dag van het circus. De volgende dag wordt alles afgebroken. De dag daarop, als we langs het voormalige circusterrein lopen, staat er te midden van een paar wagens slechts nog een grote wagen met leeuwen. Gewoon een eenvoudig dranghek erbij zodat je niet onmiddellijk je vingers door de tralies kan steken. Verder geen beveiliging. 's Middags als we er weer langslopen blijken de leeuwen niet de laatste bewoners van het circus te zijn maar de eerste van het volgende circus. Het hele terrein staat weer vol wagens en caravans en er wordt alweer hard getrokken aan de masten van de grote tent. In een tent bij de weg staan alweer de struisvogels, miniponys en de onvermijdelijke buffel.

In Cascais blijven we twee dagen liggen en bezoeken Lissabon en Sintra. De rit met de trein van Cascais naar Lissabon is leuk. Langs de kust en de rivieroever van de Tejo slinger je geleidelijk naar Lissabon. Al vanuit de trein zie je een aantal van de voor Lissabon meest kenmerkende monumenten. Het duurt in Lissabon even voor we de juiste route te pakken hebben maar al snel vinden we onze weg naar de diverse wijken met hun verschillende karakters. We beperken ons tot de meest centrale wijken met hun winkelstraten, smalle huizen en straatjes, de lift van Eifel, de kathedraal en z'n grote hoeveelheid pleinen, fonteinen en monumenten. We treffen de warmste dag tot nu toe en lopen met 36 graden zoveel mogelijk in de schaduw. Versleten eten we 's avonds in Cascais in een klein visrestaurantje een heerlijke kabeljauw van de grill.

De volgende dag bezoeken we Sintra. Een dag van contrasten. Met de trein, dezelfde als de dag daarvoor, reizen we richting Lissabon om via Alcantara over te stappen op de lijn naar Sintra. Is de kustlijn er een van relatieve rijkdom, groene corridors en de lucht van zonnebrand en toeristen; de lijn naar Sintra is er een van droogte, volkswijken, afvalhopen, flats, heel veel flats en menselijke geuren. Pas op de grens van Sintra verandert dit en wordt het duidelijk waarom daar eeuwenlang paleizen zijn gebouwd en bewoond. Een groene oase met een weldadig mild klimaat. We bezoeken het koninklijk paleis in de historische binnenstad van Sintra met z'n typische schoorstenen op de keuken (zeer de moeite waard, eindelijk een kasteel waar de (keuken)inventaris in stand gehouden is), het Moorse kasteel (alleen de buitenkant), de Tuinen van Pena (aardig maar wel erg slecht onderhouden) en de buitenzijde van het Kasteel van Pena, Ferdinand II. Dit laatste kasteel is een wanstaltige maar wel erg curieuze, kruising in de overtreffende trap van alle denkbare bouwstijlen uit Europa en het Nabij Oosten. Een dergelijke kruising van verschillende soorten is in de dierenwereld doorgaans onvruchtbaar. Aangenomen mag worden dat ook deze smeltkroes van bouwstijlen slechts Disney-achtige opvolgers kent.

Terug nemen we vanuit Sintra de bus naar Cascais. Na ruim een uur, in tegenstelling tot de rit in de ochtend van twee uur, komen we via een mooie landelijke route, weer in Cascais.

Na twee dagen Cascais hijsen we de zeilen en varen naar Sines waar we om kwart voor negenen, precies in de schemering, aankomen. We gebruiken de tijd in Sines om de tweede brandstofpomp van de generator achter het voorfilter te plaatsen. Mogelijk lost dit de al lang bestaande generatorstoringen op. De tijd zal het leren. De volgende dag besluiten we ook het oude zeewaterpomp vraagstuk op de hoofdmotor aan te pakken. Het zit ons toch niet lekker dat de zeewaterpomp als zo snel het leven liet. Diederique is 5 uur bezig om de warmtewisselaar te ontkoppelen, schoon te maken en weer te monteren. De warmtewisselaar blijkt compleet verstopt met de resten van een "drooggelopen" impeller die we in 2004 hebben doen overlijden. Dit zou niet alleen de snelle slijtage aan de koelwaterpomp verklaren maar ook de stoom we die bij hogere toerental uit de uitlaat komt.

Algarve

Op 13 augustus komen Ingeborg en DirkJan in Zuid Portugal aan boord. Voor het zover is hebben we nog wel wat mijlen te varen. We verlaten Sines vroeg in de morgen. Klaar voor de laatste 65 mijl. Helaas weer eens heel veel motoruren aangezien de voorspelde wind langdurig achterwege blijft. Pas bij de Cabo San Vicente loopt de wind op en kan er fatsoenlijk gezeild worden. Jammer genoeg is het dan nog maar een halfuurtje voor de beoogde ankerbaai. We ankeren in de baai bij Sagres (36.59,975N/08.56,571W) midden in de valwinden (tot 30 knoop) en liggen de hele nacht aan ons anker te rukken in de Ensenada de Sagres. We zien regelmatig dolfijnen rond de boot. Soms zijn het er twee of drie, maar meestal zijn het groepen van tussen de 5 en 15 stuks. Tot 3 keer toe tracteren de dolfijnen ons op een aantal mooie sprongen zo'n honderd meter van de boot. Het blijft een mooi gezicht.

Het sleutelwerk aan de motor lijkt resultaat te hebben. Bij normale belasting rookte hij na 4/5 uur motoren nog steeds niet! Helaas is het sleutelwerk aan de generator nog niet succesvol. Het houdt ons nog steeds stevig bezig.

Na een fluitende nacht in de baai bij Sagres, Christien doet midden in de nacht de oordopjes maar weer in, in de loop van de ochtend vertrokken richting de lagune van Alvor. Bij het ronden van de kaap bij Lagos varen we vlak langs een aantal kliffen die in de loop van de tijd geërodeerd zijn waardoor er allerlei grotten en tunnels in zijn ontstaan. Een soort Halong bay (Vietnam). Bootjes varen door de grotten en holen en komen er op andere plaatsen weer uit. De tocht is maar 20 mijl lang. De wind is in aanvang stevig, rond de 6-7 bf, maar valt naarmate we verder van San Vicente komen wat weg. De grootste uitdaging is niet eerder dan 16.15 aan te komen. Met de grootst mogelijke moeite (zeilen reven, kluiver wegdraaien) wordt het 15.00 uur. Met de laatste eb (had moeten zijn de eerste vloed) varen we de lagune binnen. Met het tweede computerscherm buiten voor de elektronische kaart en Christien in de mast ("blote"oognavigatie; ondieptes herkennen) heel voorzichtig de lagune ingevaren en koers gezet naar de ankerbaai op een halve mijl van Alvor. We vinden een plekje (37.07,79N/08.36,28W). Slechts 1x zachtjes de grond geraakt. Dankzij het klapzwaard is dit geen probleem.

De laatste dagen varen we langs historische plaatsen. Passeerden we in Lissabon al de Toren van Belem; In Sines treffen we de geboortegrond van Vasco di Gama en in Sagres liggen we vlak onder de resten van de zeevaartacademie van Hendrik de Zeevaarder, boven op de rotsen van Ponta Sagres. Bijzonder is de 15e eeuwse windroos. Helaas is er door toedoen van Sir Francis Drake en een aardbeving is 1755 weinig meer van over dan een kleine kapel en een wat brokkelige (noord)muur. De Portugezen eren Vasco di Gama. Op zich is dit vreemd want zowel de Portugezen, als de met hen in die tijd concurrende volken (Spanjaarden, Nederlanders, Engelsen) hebben in de zelfde periode aanmerkelijk heldhaftiger zeehelden opgeleverd die heel wat onverschokkener ontdekkingsreizen hebben ondernomen. De rol van Vasco di Gama oogt wat overbelicht omdat hij slechts het laatste stuk van de zeeroute naar India heeft ontgonnen ( de eerste delen, om de Kaap tot en met de Oost Afrikaanse eilanden, werden eerder door anderen al verkend). Mogelijk is het het economisch belang van zijn daden, het openen van de handelsroute naar India, Cochin, wat hem z'n zeeheldenstatus heeft bezorgd.

Alvor houdt ons een dagje vast. Helaas beginnen de oude problemen met de buitenboordmotor weer opnieuw. We passen de bougies aan maar dit geeft nog geen resultaat. De buitenboordmotor blijkt na gebruik niet meer opnieuw te starten en moet eerst één/twee uur afkoelen(?) voor ie weer gestart kan worden. Het eruit draaien van de bougies, een aantal keren "droogstarten" en daarna met bougies erin opnieuw starten lijkt wat te helpen. Blijft echter een vervelend probleem. Diederique haalt Christien, met boodschappen, vanwege de weigerende buitenboordmotor roeiend op.

Met een vrij krachtige wind varen we de 12e naar Olhoa. We ankeren in de laguna van Faro/Olhoa (36.59,970N/07.50,656W)precies in de aanvliegroute van het vliegveld in Faro.

Verse bemanning
De
volgende dag varen we op ons gemak, om Ingeborg en Dirkjan op te halen, 3 mijl door een soort waddengebied naar Olhao. De plaats is er duidelijk niet op ingericht "gast"jachten te ontvangen. Eigenlijk zijn we nergens welkom. Dankzij de hulpvaardigheid van een Duitser kan Christien de steiger af en de stad in om Ingeborg en DirkJan bij het station op te halen. Hij geeft ze zowel heen als terug een lift naar het niet zo heel dichtbij gelegen station. Hoewel ze links en rechts wel wat vertraagd zijn komen onze gasten uiteindelijk toch redelijk op tijd aan. Daarna de boot aan een andere steiger gelegd die niet met een groot hek richting wal is afgesloten, zodat er boodschappen gedaan kunnen worden voor we weer terugvaren naar de ankerplaats. Overal om ons heen zijn locals op de drooggevallen platen opzoek naar schaal/schelpdieren.

We varen de 14e rond de middag door naar Tavira. Helaas te weinig wind om nog tijdig de lagune in te kunnen lopen. De motor maar weer ingeschakeld. Uiteindelijk tegen 15.00 de volgende lagune weer in en anker uit (37.07,21N/07.37,288W). Ingeborg en DirkJan doen een snorkelpoging. Helaas is het zicht zo slecht dat het geen succes is.

De volgende dag met de bijboot naar Tavira om het stadje te bekijken en boodschappen te doen. Een woelig en nat tochtje al surfend op de boeg- en hekgolven van voorbij racende speedbootjes, taxibootjes en veerponten. Iedereen wordt wel ergens nat, maar gelukkig droogt alles in het zonnetje weer snel. Tavira een aardig stadje met de geijkte smalle straatjes met kinderkopjes of wit met zwarte kleine steentjes, wit gepleisterde huisjes en stralend blauwe luchten. Op een terrasje lekker wat gegeten en gedronken, foto's gemaakt en daarna weer een halfuurtje met boodschappen terug naar de boot.

De ankerbaai loopt inmiddels stampend vol en we brengen een extra anker uit om onze zwaairuimte te beperken. We worden ernstig belaagd door de muggen. Vooral Ingeborg moet het ontgelden. Binnen 10 minuten worden we binnen en buiten belaagd door een muggeninvasie. Snel alle horren erin, Ingeborg met de elektrische vliegenmepper in de weer. Helaas hebben we ze lang niet allemaal te pakken.

Bij het ochtend krieken blijkt dat een tweetal van de chaotisch geankerde jachten in de loop van de nacht vast te zijn gelopen op een zandbank. Een van hen ligt op het moment dat we twee uur na laagwater wegvaren nog steeds ruim boven de waterlijn. Het is te hopen, het is springtij, dat ie een uurtje of zo voor hoogwater nog loskomt.

We varen door naar de rivier bij Vila Real de Santo Antonio. Inmiddels ontwikkelen Ingeborg en DirkJan zich tot rasvissers.  Het valt ons al een aantal dagen op dat het telkens om 21.00 's avonds als de zon onder is stevig gaat waaien (> 20 knoop) terwijl tegen de ochtend als de zon weer opkomt de wind weer volledig wegvalt. Ook op de Guardiana is dit weer het geval. Het waait s' nachts zo stevig dat we er een tweede anker bij zetten om op de gierende stroom op onze plek (37.17,312N/07.26,081W) te kunnen blijven. Met Ingeborg en Dirkjan varen we de rivier een mijl of 40 op tot bij een oude mijn voor we ons weer op de gekenterde stroom terug laten drijven en weer voor anker gaan (37.17,36N/07.26,10W).

De 19e zetten we ze weer op de trein naar Lissabon. Met een brok in de keel nemen we afscheid van ze na een hele gezellige week en gaan wij ons klaarmaken voor het vervolg van de reis richting Marokko. We varen nog een klein stukje Spaanse kust voor we oversteken.


Portugal; Meer Foto's