Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.

Rhythm of Life op weg

AanloopFrankrijkSpanjePortugalMarokkoCanarische Eil.Kaap VerdenSenegal

Kaap Verden, November-December 2008

Onderweg...
De 16e november gooien we los en gaan richting de Kaap Verden. Er is een eind gekomen aan alle laatste voorbereidingen. We staan al vroeg naast ons bed. Het echte vertrek heeft wat voeten in de aarde. Bij het draaien van het laatste wasje blijkt de watertank leeg. Gevolg is dat er lucht in het druksysteem komt en de waterpomp door blijft draaien. Pas een uur later zijn de tanks gevuld, is de lucht eruit en kan de wasmachine weer aan. Jammer want door vroeg op te staan willen we bereiken vroeg te kunnen gaan varen. Die winst hebben we dus weer verspeeld. Na het opruimen van het fietsje, het pinnen van de laatste euro's, het afrekenen bij de haven en de laatste ...tig klusjes zijn we klaar. Om 12.30 gooien we los en hijsen het zeil. De wind is matig en brengt ons met een beperkt gangetje in de goede richting. Volgens het routingprogramma moeten we nu voor de goede wind richting de kust van de Westelijke Sahara. Voorlopig doen we dat maar niet gezien het risico van dobberende en rondvarende bootjes in die buurt.

17/11 12.00 utc, 26.46,1/017.20,25 We hebben een rustige nacht. Tot vroeg in de ochtend varen we bij een heldere maan door op de Bolle Jan, het grote lichtweer voorzeil. Daarna is de wind op en moet de motor er een paar uur bij. Tot twee keer toe dolfijnen, gevlekte, langszij gehad. Verder weinig leven in de buurt. We zien twee keer een schip aan de horizon, verder niets. De dagafstand is 114 zeemijl wat mager maar gezien de beperkte wind (schijnbaar tussen de 6 en de 10 knoop) nog aanvaardbaar. We gaan meteen aan de slag en laten 11 van de 14 fenders leeg lopen. Zo nemen ze wat minder plaats in. We verwachten de komende maanden niet tot nauwelijks meer in havens te komen dus ze liggen alleen maar in de weg. De rustige nacht geeft ons de gelegenheid een nieuw project op te pakken. Baggywrinkle of in goed nederlands Schurftplatting. Het dagenlang schuren van het grootzeil tegen de verstaging is funest voor het zeil. Een van de maatregelen om dit te voorkomen is het aanbrengen van "touwbosjes" in de verstaging die het zeil afhouden van de verstaging en de ergste druk wat verdelen. Deze touwbosjes, "schurftplatting" dateren nog uit de tijd van de zeilende handelsvaart en werden gemaakt van oude touwresten. Bij gebrek aan oud touw hebben we een bundel van 200 meter gifgroene drijvende plastic lijn gekocht. De werkbeschrijving hebben we van Meta en Pim, bemanning van de Linea. Klassieke tijden herleven bij ons aan boord als we deze schurftplattingen in elkaar draaien. Totaal willen we er een stuk of 24 maken. Het "rijgen" van een schurftplatting is 2 tot 3 uur werk. Zo komen we de nacht wel door. De komende weken zullen we ze in een rustige baai met weinig wind en golven in de verstaging bevestigen.

18/11 12.00 utc 24.57,63/18.35,5 We zeilen met een zwak noordoostelijk windje tussen de 4 en 8 knoop, op de Bolle Jan de tweede keer de nacht in. Net als de voorgaande nacht is het kiezen tussen de motor of de Bolle Jan. Omdat de weersvoorspellingen nauwelijks windtoename voorspellen wagen we het er maar op. Het blijkt een goede keus. Ondanks de geringe wind sleurt het voorzeil ons met 4,5 tot 6 knoop door de nacht. Op zich is het laten staan van je lichtweer voorzeil met z'n tweetjes geen logische keuze. Het risico van buien en windtoename 's is nachts  redelijk. Reden waarom doorgaans een rifje extra wordt gestoken in plaats van lekker veel zeil laten staan. Aan het eind van de nacht neemt de wind toe tot 15/17 knoop en ruilen we in het donker de Bolle Jan voor grootzeil en kluiver. Er hangt wat sluier bewolking. Gelukkig komt de maan er in de tweede helft van de nacht, tijdens Christiens wacht, nog glazig tussen door. Het schijnsel van de maan zorgt dan voor een beetje licht in de duisternis. De maan komt iedere nacht een uur later op. De eerste nacht is dat vlak voor 23.00, vlak voor we Sal aan lopen, 6 dagen later, is dat pas tegen 05.00 uur. Je vaart zo de eerste uren nog in het aarde donker. Buiten is het nu een graad of 25, 's nachts een graad of 19,5.

19/11 12.00 utc 22.44,01/19.29,97 We varen verder op het grootzeil en uitgeboomde kluiver. Omdat de wind nogal eens oploopt en later weer terugvalt zijn we voortdurend bezig met reven en ontreven. Omdat we het principe huldigen dat er 's nachts niet "alleen" naar het voordek wordt gegaan betekent dat dus dat de ander even uit z'n bed wordt gehaald. Sommige nachten doen we dat wel drie keer. De andere reef en ontreef acties kunnen we plannen op de wachtwisseling. Denk je eens in, lig je net in bed voor een slaapje van drie uur moet je er weer uit de vochtige koude in. De nacht is verder ontzettend mooi. Zeker voor de maan opkomt hebben we in het aardedonker zicht op werkelijk ontelbare sterren en planeten die in een grote koepel van horizon naar horizon boven ons uitwaaieren. Na de nacht mogen de vislijnen weer uit. Voorlopig nog zonder succes.

20/11 12.00 utc 20.39,09/020.46,62 In de ochtend van de 20e passeren we de Kreeftskeerkring, op de 23e breedtegraad, en varen we officieel in de tropen. Voorlopig merken we er weinig van, de noordelijke wind is fris en de zon staat verscholen achter de zeilen. Krijg je ervan als je in het najaar naar het zuiden vaart. We schieten lekker op, de dag afstand is 145 mijl, een record. Afgezien van een dipje tussen 2.00 en 5.00 met maar 4 knoop snelheid houden we het de rest van de tijd aardig vol met 6 tot 7 knoop. Zeker als de boot van de golven af surft vibreert alles en ruist en suist het water om ons heen. We slapen goed, overdag en 's nachts, en komen de nacht nog steeds door met het maken van de schurftplattingen. De zee om ons heen is leeg. Maar heel af en toe zien we een schip. In alle vroegte ontdekt Christien een zeiljacht aan de horizon, het eerste sinds zondagmiddag. Heel langzaam loopt het zeiljacht op ons uit en ligt aan het eind van de dag voor ons op de rand van de horizon. Elders om ons heen weten we van het bestaan van een 5-tal andere Nederlandse jachten op weg naar Sal of Mindelo. Deze jachten "kennen" we van het dagelijkse Nederlandse kortegolfnetje waarop we tweemaal per dag onze posities uitwisselen. Op één na zijn deze jachten een dag voor ons vertrokken van Gomera. Zij liggen allemaal zo'n 100 tot 150 mijl voor ons. Één is er, na pech, drie dagen na ons vertrokken van Gomera en ligt 500 mijl achter ons.

21/11 12.00 utc 18.36,25/21.53,3 Zuidelijker durven we de Bolle Jan er 's nachts niet meer op te laten staan. De boten voor ons melden een nacht vol buien en harde wind.  We hebben een rommelige nacht met wat weinig wind en veel golfslag. Door dat de Bolle Jan er niet opstaat hebben we  's nachts veel geklapper en gerol. Pas tegen de ochtend trekt de wind weer wat aan en komen we weer op snelheid. We varen geleidelijk het gebied in waar de zeewatertemperatuur verder stijgt. De afgelopen dagen al liep de temperatuur van het zeewater op van 20 naar 22 graden. Nu is de temperatuur inmiddels 26/28 graden. Dit is de noordgrens van het gebied waar de orkanen geboren worden en waar lange buien lijnen zich in de loop van de dag boven het warme zeewater kunnen ontwikkelen tot squalls die zich 's nachts met veel regen en wind (+8/9 bf) weer ontladen. Het is dan niet handig het grote voorzeil te hebben staan en een kwartier bezig te zijn de boel op te ruimen. Dan maar wat te weinig zeil 's nachts, maar wel veilig alles kunnen managen. We slapen overdag maar wat extra bij om de wakkerlig uurtjes in te halen. We zien voordurend om ons heen scholen vliegende vissen "fladderen". Christien heeft een aanvlieging met zo'n nat monstertje. Ze schikt zich lam; een natte plek op haar shirt is het enige wat na afloop nog terug te vinden is van de dader. Wel komen we nog een squid tegen op het dek.

Sal
Zaterdag 22 november leggen we na 780 mijl rond het middag uur het anker erin in de baai van Palmeira op Sal. Al geruime tijd zien we de verspreide vulkaankegels staan. Dichterbij valt op hoe vlak Sal verder is. Op het moment dat we de baai van Palmeira invaren, stappen we ineens in een nieuw continent. Dit is gewoon Afrika. Op de rede dobberen loom een paar kleine verveloze vrachtvaarders. Op het dek zitten twee mannen rustig te trommelen. Ergens in de verte klinkt een hond. Een man in een bootje wijst ons een ankerplaats.  Vanaf de wal klinkt Afrikaanse muziek, jongens spelen op hun djembès en lokale vissers zijn net bezig hun vangst aan wal te brengen. Het contrast deze zaterdagmiddag kan nauwelijks groter zijn. De zondagmiddag daarvoor verlieten we Santa Cruz, een stad van sirenes, vierbaans wegen, cruiseschepen en moderne winkels. Nu zijn we Afrika binnen gedobberd. De deur naar Europa heeft zich achter ons gesloten.

Palmeira is de havenstad van Sal. Muurschilderingen zijn wijdverbreid. Belangrijkste thema's, de kaart van de Kaap Verden en de bescherming van schildpadden. Vrachtscheepjes lossen hun lading met hun eigen kraan. Visserssloepjes liggen rustig te wachten op de volgende dag. Een warme relaxte deken ligt over de "stad". Afrika heeft hier geen haast. We herkennen ineens weer de rust van Marokko, Egypte en Kenia.

Op de wal melden we ons bij de politie in Palmeira. De stempeltjes en formulieren moeten bij twee politieposten opgehaald worden. Gelukkig zitten ze vlak bij elkaar om de hoek. Een praatje, een stempeltje en een euro later worden we doorgestuurd naar z'n collega van de maritieme politie. De formulieren zijn op. Hij vraagt ons een uurtje later terug te komen. Wij lopen wat en gaan wat drinken aan de waterkant. Net als we naar hem toe willen lopen haalt hij ons weer op. Er zijn weer formulieren. Op z'n gemak maakt hij het inklaren af. Ook hij heeft de tijd.

Langs de kant bieden vrouwen hun koopwaar, groente en fruit aan. Een achteraf winkeltje heeft brood. Geld wisselen we bij een belwinkeltje. Geen garagewinkels zoals in Marokko maar kleine "huiskamer"winkeltjes. Na de overkill van plastic boodschappenzakjes in Europa nu eindelijk een nieuwe wind. Je eigen zakje meebrengen. Het is verrassend om op de markt een moot tonijn of een kwart pompoen te laten afsnijden en daarna door krijgen dat je het gevraagde druipend en plakkerig in je handen krijgt gestopt.

Op een ochtend wordt een lang net rondgetrokken. Geleidelijk verzamelen zich ook wat andere open bootjes met Kaap Verdianen. Ze trekken gezamenlijk het net dicht en halen het met z'n twintigen naar binnen. Een lange, zware klus. De vangst van sardientjes mag er zijn. De buit is binnen.

Naast de Kaap Verdianen is het treffend hier op Sal ook veel andere (Afrikaanse) bevolkingsgroepen tegen te komen. Veel Senegalesen hebben op Sal een onderdak en werk gevonden. Daarnaast ook veel, aanmerkelijk donkerder, Afrikanen afkomstig van de meer Midden-Afrikaanse landen. Een kleurrijke mengeling van Afrikanen vult het straatbeeld. Alleen de kleding wijkt af. Slechts sporadisch tref je een traditioneel geklede Kaap Verdiaan of Senegalees aan. Het lijkt wel of alleen de souvenirverkoper nog oorspronkelijk gekleed is. Verder veel T-shirts, voetbalshirts en joggingbroeken. Het lijkt wel een gewone camping. De Europese toerist, met vliegtuigladingen aangevoerd versterkt dit beeld. Ook hier weer drommen "week"vakantiegangers die, zoals een Senegalees dat uitdrukte, beschermt door hun moedereend (de reisleidster) op excursie over het eiland opgejaagd worden. Op talloze plaatsen reizen resorts op, midden in de middle of nowhere. Betonnen staketsels in een kaal en leeg vulkaan landschap, klaar om te worden bewoond, met entertainment binnen de muren. Nu de wereldeconomie een pas op de plaats maakt klaar om een aantal jaren onbewoond en verlaten, half afgebouwd, te wachten op betere tijden. Alleen de namen van de resorts zijn fantastisch, de rest moet nog komen. Worden de Kaap Verden ooit een tweede Tenerife? Ze willen het zelf graag, dat wel.

We genieten van de rust in de baai. Samen met een dertigtal andere jachten liggen we keurig in een rijtje. De wind blaast vanuit het noordoosten, makkelijk voor de oriëntatie; je ligt altijd naast de zelfde boot. Dagelijks komen er weer wat bij; dagelijks vertrekken er ook weer. Het merendeel zijn Fransen en Franstalige Belgen; Op weg naar Senegal? Slechts een enkele Noor, Nederlander, Engelsman, Duitser of Amerikaan.

Soms wordt de rust even verstoord en sleurt een vertrekker ineens het anker van een collega boven water. Paniek alom.

In twee etappes de 24 schurftplattingen in de verstaging gemaakt. Diederique hangt boven in de mast. Gereedschap in haar broek; schurftplattingen in een grote zak aan een aparte lijn. Zij roept naar beneden, naar Christien, dat ze naar beneden kan. Iets te laat bedenkt zij dat dit een misverstand op kan leveren. Een meter lager kan zij zich nog net vastgrijpen.

Met het lokale busje, 14 personen, bomvol, gaan we naar de markt in Espargos en Santa Maria.  Beladen met verswaar en wat supermarkt artikelen komen we terug. In het dorpje worden we nog net opgemerkt door een van de lokale alcoholisten. In de ochtend hebben we hem nog net af kunnen schudden. Nu lukt dat niet meer. Het drinkt een pilsje mee. Met moeite schudden we hem weer af.

We zijn al weer flink aan het wennen aan het bootleven. Terwijl we de boot afsluiten om even met de bijboot koffie te gaan drinken bij vrienden met wie we op zeilen roept Diederique over haar schouder naar Christien. "ga jij alvast in de auto zitten; ik kom er zo aan"

De (Nederlandse) zeilersgemeenschap is net een dorp; veel wisselende contacten; je trekt veel met elkaar op; investeert in contacten en bent voortdurend bezig met kennismaken en afscheid nemen. Regelmatig wisselen we emailadressen uit en gaan met een hernieuwd: "tot mails"; "hoor van je op de korte golf", "zie je straks in Brazilie" of "tot ziens in Nederland", weer uit elkaar.

Voor Palmeira kunnen verlaten moeten we eerst de papieren terug hebben.  Dit vraagt wat meer tijd dan verwacht. Bij aankomst de 22e hielden de autoriteiten de papieren achter. Uiteindelijk zijn we pas twee en een half uur later weer aan boord. De politieman was nergens te vinden. Waarschijnlijk zijn ze hem op een gegeven moment maar gaan halen. Ook dit is Afrika. We varen weer een baaitje verder. Samen met de Mi Dushi gaan we in een uurtje, ruime winds, naar Baia Mordeira. Aldaar een duikje gemaakt om de anode op de schroef te wisselen (is verdwenen). Het stroomt behoorlijk. Met vinnen is de stroom goed dood te zwemmen. Even door gezwommen en naar het anker gekeken. Ligt er niet geweldig bij (achter een rotsblok). Oorspronkelijk hebben we het plan de volgende dag nog een duikje te maken. Het water is echter nogal hobbelig en onrustig. Geen goed plan dus. We varen de volgende dag weer verder nar Boa Vista, na afscheid te hebben genomen van de Mi Dushi. Zij gaan richting Mindeloo en daarna door naar Suriname. Weer een afscheid na een gezellige tijd.

Boa Vista
Met
een frisse noordooster liggen we na 35 mijl achter ons anker in de zuidelijke baai van Boa Vista/Vila de Sal de Rei. We liggen op zo'n 500 meter van het strand, 800 meter van de stad. Wel even een stuk met de bijboot dus. Boa Vista is  een waar (en beschermd) schildpadden paradijs. We hebben ze helaas nog steeds niet gezien. Het lijkt erop dat Boa Vista een mooier en afwisselender eiland is dan Sal. Moet ook wel met zo'n naam. Vanaf de boot gezien denken we in ieder geval meer afwisseling te zien. Als we vanuit de kuip om ons heen kijken wanen we ons in de Pacific. De ankerbaai bij Boa Vista is prachtig en zou zo in een vakantiefolder passen. Alleen de palmbomen ontbreken. Vanuit de kajuit geurt het naar vers gebakken brood.

Het waait met een dikke windkracht 5/6 behoorlijk maar verder is het goddelijk. Jammer genoeg heeft ook de toeristenindustrie dit goddelijke plekje ontdekt en er een tweetal resorts gebouwd. Nu het laagseizoen is, is het rustig op de stranden, maar op zondag wordt er heerlijk gekited en gesurft door de lokale bevolking. In de verte zien we een paar bootjes met mensen met zwarte duikpakken. We kijken waar ze gaan duiken/snorkelen. Turend door de kijker blijken het lokalen, wat donkerder uitgevallen, met duikbril en snorkel. Zo zie je maar hoe je je hier snel kunt vergissen.

Het roer om.
In de anker baai van Boa Vista, op weg naar Santiago, loopt 1 december, de wekker vroeg af. Om 6.20 zou het licht genoeg zijn om het anker te lichten dus we waren er vroeg bij. Het plan was 70 mijl naar het zuiden te varen naar het eiland Maio (van de frites met..) Om vandaar uit één / twee dagen later door te varen naar Santiago. Nog even een weerberichtje op gehaald en toen gebeurde het....... Het roer ging om.

De weerplaatjes laten voor de komende 10 dagen zien dat de wind nogal in de oosthoek komt te zitten (tussen de 60 en de 80 graden) Geen handige richting als je naar Senegal wil. En dat willen we, na alles wat we gelezen hebben, erg graag. Vanuit Santiago ligt de koers naar Senegal op 90 graden. Wat nu te doen? Wachten betekent misschien onvoldoende tijd in Senegal. Ook niet handig. De oplossing ligt voor de hand. Terugvaren naar Sal (waar we net dit weekend vandaan komen). Vanuit Sal ligt de koers naar Dakar/Senegal op 110/113 graden. Bij een kleine winddraaiing (in de loop van de volgende week) voldoende om Dakar net aan te kunnen zeilen.

Na al dit gereken is het duidelijk dat we te vroeg uit ons bed zijn gestapt. Een dag te vroeg eigenlijk. De 2e gaan we het opnieuw proberen. Richting Sal (35 mijl) en niet meer naar Santiago. Jammer, we zouden het eiland graag bezoeken om ook eens een beeld te krijgen, net als Boa Vista van de fraaiere Kaap Verdische eilanden, maar het lijkt zo op het oog niet slim om te doen. Weer terug naar Sal. Helaas niet het mooiste eiland en helaas weinig te krijgen. De boot met nieuwe verswaar komt pas zaterdag hebben we ontdekt. We zien wel hoe het loopt.

We brengen onze tijd klussend en lezend door. Daartussen in zwemmen en snorkelen we regelmatig. Helaas kunnen we maar weinig vis betrappen onder/rond de boot. Geruime tijd ligt er op een van de dagen, 150 meter naast ons, binnen het rif, een wat futuristische motortrimaran naast ons. die net zo plotseling komt als verdwijnt. Een hele lage boot met één lange hoofdromp en twee, kleine, zijrompen die voor anker gaat in de lagune. Een rijke westerling met belangstelling voor schildpadden? Een onderzoeksvaartuig?. We weten het niet.

Sal
De volgende dag varen we aan de wind terug naar Sal. Na een paar uur duikt de zuidpunt van Sal, Santa Maria, al op aan de horizon. Vorige week waren we daar al eens met de aluguer. Heel even zijn we toen achter de rug van de bewaking om, door de poort zo'n resort binnen gewandeld. Een oase van groen, fonteinen, palmen, zwembaden, ligbedden en vooral heel erg groen gras. Het schittert je gewoon tegemoet. In het kurkdroge klimaat van de Kaap Verden betekent dat ingewikkelde bevloeiingssystemen en dagelijks langdurig sproeien. Dit kost verschrikkelijk veel water. Even later slopen we de poort weer uit en liepen gewoon weer door de stoffige slecht geplaveide straten van Sancta Maria. Op de hoek van de straat is het waterhaalpunt. Er is, vrijwel, geen stromend water in Santa Maria, de bevolking haalt daar z'n water. Ook ons eigen Palmeira heeft zo'n waterpunt. Door een tankwagen aangevoerd. Door prachtige trotse KaapVerdiaanse vrouwen, op hun hoofd, verder gedragen naar huis. Een kostbaar bezit, schoon drinkwater.

Over het hele eiland rijden aluguers, busjes en open pickups. Deze aluguers vullen het openbaar vervoer in op de eilanden. Ze rijden als ze vol zijn. Vaak zit er naast de chauffeur ook een "runner" op de bus. Op iedere hoek springt die uit de bus en probeert zo veel mogelijk mensen naar binnen te praten/sleuren. Doorgaans rijdt de aluguer binnen een paar minuten al weer. Naast de aluguers zijn er de taxi's (veel duurder) en rijden er naast de safari 4wdrives, een aantal kleine touringcars van Tui. De laatste twee alleen voor de toeristen uit de resorts. De haven in Palmeira staat herhaaldelijk op het excusieprogramma van de reisorganisatie. Iedere vrijdag stroomt het dorp vol met busjes. Die dag staan er rondvaarten met een aantal in de haven liggende motorboten, tweemasters en catamarans op het programma. Op een van de andere dagen worden we ineens verrast met een kudde squats.

Het is opvallend hoeveel honden hier over straat lopen. Sommige wel doorvoed, de meeste wat mager maar levendig. Een enkeling is er slecht aan toe. Open wonden, manke poten, sterk vermagerd. We proberen ze wat te mijden. Katten zie je hier nergens. Zouden er ook geen muizen zijn?

Dagelijks kijken we naar de gribfiles met de wind verwachtingen. Het ziet er naar uit dat we nog wel even aan Sal vast zitten. Voorlopig zitten we nog midden in een sterke oostenwind met woestijnstof, de zg. Harmattan. Alle bootdelen die naar de wind toe liggen zijn grijs/bruin gekleurd. De nieuwe schurftplattingen zijn compleet van kleur veranderd.

Een van de laatste dagen op Sal blijkt de voorraad in de winkels weer goed aangevuld te zijn. We slaan veel verse groente en fruit in en doen alvast boodschappen voor de oversteek naar Senegal. Na in drie winkeltjes alle bootschappen boven op elkaar in de rugzakken en het boodschappenkarretje te hebben gestopt wordt het tijd de zaken even te reorganiseren zodat we niet alles tot moes stampen. Op een terrasje pakken we achter een kleintje koffie alle groente, fruit, brood en bevroren kip en vlees op een tafeltje uit. Naast ons zit een echtpaar dat kennelijk in een van de resorts een all inclusive verblijf heeft. Wat bezorgt kijkend naar al onze levensmiddelen informeren ze bij ons waar wij verblijven. Gelukkig kunnen we ze geruststellen.

Dan halen we het laatste brood, geven de laatste escudos uit, werken de website bij en ruimen het bootje op. We zijn klaar voor vertrek. De gunstiger wind is er de 9e en we kunnen we naar Senegal/Gambia oversteken.