Rhythm of Life op weg

AanloopFrankrijkSpanjePortugalMarokkoCanarische Eil.Kaap VerdenSenegal

Frankrijk, Mei-Juni 2008

Noord Bretagne

We zijn nog niet wakker of de marine in Cherbourg vraagt ons al om ons anker te lichten en 100 mtr verder buiten de gele tonnen te gaan liggen (49.39.035N/001.37.237W). We bevinden ons, achter ons anker liggend, voor de kademuur bij de marina, in militair gebied. Een aantal keren worden we verrast met het bezoek van een Witsnuitdolfijn die met ons (de boot) wil spelen.

In Cherbourg komt onze droomreis bijna alweer ten einde. Na het avondeten, brengen we het huisvuil toch nog even met de bijboot naar de kant. Eigenlijk was de bijboot al bijna opgeruimd, de roeiriemen al opgeborgen, maar acht waarom ook niet. We laten de boot open staan, springen in het bijbootje, starten de motor en weg zijn we. 5 Minuten later, na Christien afgezet te hebben op de steiger blijft Diederique even wachten en zet de motor uit om onnodig lawaai te vermijden. Wat er daarna gebeurt is helaas voorspelbaar. Christien springt in het bootje, zet af en Diederique start de motor. Althans doet daar een poging toe. Resultaat: niets. We dobberen midden in de haven. Na nog een 20 tal pogingen met gas open; gas half dicht; met choke; zonder choke; niets helpt. Vele pogingen later hebben we inmiddels een blaar op de vingers van het startkoord en dobberen we nog steeds in de haven en langzaam valt de schemer. Met de hand weten we terug te peddelen naar een steigertje waar Christien op zoek gaat naar hulp. Wat te doen. Her en der gaan mensen al naar bed. Elders gaan lichten aan op boten. Maar nergens is nog een bootje met mensen en een motortje te vinden. We beginnen ons al te schikken in ons lot en bereiden ons voor op een koude nacht op het puntje van een steigertje.
Uiteindelijk, na lang zoeken, vinden we nog een paar mensen met een heel klein kajuitjachtje. Na wat overleg heen en weer zijn zij bereidt ons naar de boot terug te slepen. Het losgooien heeft nog wat voeten in de aarde, maar als we uiteindelijk met behulp van de opvouwbare vuilnisbak ook de laatste meters hebben afgelegd/gepeddeld kruipen we, twee uur later dan we verwacht hadden, weer aan boord.
Volgende keer toch de roeiriemen maar mee nemen. Oh
ja, het motortje startte de volgende dag weer gewoon, alsof er niets gebeurd was, in één keer.

De 10e gaan we, na lang twijfelen, er is geen wind en buiten is het grauw en miezerig, uiteindelijk toch op weg naar Guernsey. We liggen 's nachts wat onbeschut en rollend in onze ankerbaai bij het fort van St Peters Port (49.27.051N/002.31.801W).

Stukjes op de motor; stukjes op het zeil. De wind warrelt de volgende dag uit alle windstreken en wisselt voortdurend in sterkte tussen bijna niets en windkracht 4. Langzaam vorderen we naar de Franse overkant waar we weer op ons vertrouwde plekje onder het kasteeltje bij Tréguier ankeren (48.47.96N/003.13.47W).

Bij het opstaan de 12e zijn we omgeven door een dik mistgordijn, dat gelukkig snel optrekt en een strak blauwe lucht tevoorschijn tovert. Overal om ons heen fluiten de vogels, horen we kleine stroompjes water naar beneden sijpelen en is het vooral stil. Het blijft voor ons een van de mooiste ankerstekjes hier aan de Noord-Bretonse kust. Wel genieten we 's avonds nog even van de lokale kermisklanken. De wind is nihil zodat we maar een klein stukje verder dobberen. Port Blanc ligt midden tussen de blokken graniet in een beschutte baai. Er is veel vertier voor de lokale jeugd, met name het van een aantal grote rotsblokken in het water springen is erg in trek. Het water is kraakhelder, je kunt het anker op de bodem gewoon zien (48.50.361N/03.18.733W). Door het grote aantal dagen (noord)oostenwind maakt ons grote gekleurde voorzeil, de Bolle Jan, overuren. We liggen 's nachts behoorlijk in de swell (deining van zee) waardoor de boot alle kanten uitrolt. Van slapen komt een aantal uren wat minder.

Met een stevige wind van achter varen we de dag daarop door naar Ile de Batz. Eerst op de Bolle Jan dicht langs de vogeleilanden "Sept Iles". We zien met name grote aantallen Jan van Genten . Op een van de eilanden zien we een wat andere vogels waarvan we er een aantal via de foto's toch nog herkennen als Papegaaiduikers. Daarna rechtstreeks naar Ile de Batz. Halverwege gaat het zo hard dat de Bolle Jan een van de klampen op de mast losrukt. Weer een schade om te herstellen. We hebben weer eens geleerd de Bolle Jan voortaan eerder naar beneden te halen (voor ie het zelf doet). De hele middag en avond ligt er een stevig onweersfront vlak bij. Na veel bliksem en donder krijgen we in de avond ook de regen. Het weer is een stuk guurder en kouder geworden. Na in Port Blanc lekker lang in de zon te hebben gezeten, zetten we een forse stap terug met 16-17 graden. De boot valt al snel droog(48.44.536N/004.00.762W) en de wind fluit ons om de oren. Ile de Batz is zonder toeristen een uitgestorven eiland. Alleen de supermarkt en de pizzeria zijn open. Verder blijft het een bijzonder eiland wat door de vegetatie subtropisch aandoet; alleen het weer!.

Het regent en onweert die nacht en de volgende morgen stevig. Na lang dubben en wederom een bui te hebben afgewacht, vertrekken we de 14e na de lunch. In een waterig zonnetje en met weinig zicht en wind (max 1 zm) zeilen we richting het westpuntje van Bretagne.
De laatste mijlen naar L'Aber Wrac'h zijn de meest spannende. Het is al wat later en om het niet nog later te maken nemen we de smalle noordelijke doorgang tussen de -onderwater liggende- rotsen. Net op tijd voor de laatste boei, waarbij we de afbuiging naar binnen moeten maken, is de Bolle Jan binnen en opgeruimd. Precies op dat moment valt de stuurautomaat uit. Lastig als je in de stromende regen nauwkeurig op de stuurautomaat en het computerprogramma tussen de rotsen door wilt sturen. Met één met de handen aan het roer en één bij de computer redden we het (afgezien van wat enerverende woordenwisselingen) om de entree van de rivier te bereiken. Eenmaal op de ankerplaats (48.35.795N/004.32.661W) blijkt dat de stuurstang die vorig jaar tussen Fecamp en Boulogne ook al eens los was geschoten er wederom naast ligt. Toch maar weer wat veranderd aan de bevestiging door een grote ring onder de boutkop te zetten zodat de boel niet meer los kan trekken/trillen.
De toch al wat late maaltijd is nog maar nauwelijks
achter de rug als we ontdekken dat het navigatiesysteem helemaal niet meer werkt. Wat nu weer? Eerst in het halfdonker de zekeringen van de koerscomputer gecheckt. Al snel blijkt het probleem in de hoofdzekering te zitten die de groep met het navigatiesysteem beveiligd.  Halfautomaat uit gebouwd en getest. Duidelijk een probleem in de automaat. Schakelaar wederom veelvuldig heen en weer geklikt. Weer getest. Wonderwel doet ineens ook de defecte kant van de schakelaar het weer. Boel weer terug ingebouwd en alles werkt nog steeds. Vreemd en vooral onbetrouwbaar. Lennart organiseert voor ons een nieuwe automaat die ze mee zullen nemen als ze eind mei onze kant uit komen.
We worden af en toe wat suf van het continue in en uit elkaar sleutelen van bootonderdelen. In de afgelopen twee weken hebben we al 7 behoorlijke reparaties en herprogrammeringen moeten uitvoeren van zaken die stuk waren of het gewoon niet deden.

In L'Aber Wrac'h eerst maar eens lekker uitgeslapen en gewassen. De ankerplek een stuk verder op de rivier voorbij de ankerboeien is schitterend. De rivier is hier echter chocoladebruin! Waarschijnlijk van het vele slib dat de rivier vervoert. We gaan 's middags nog even met de bijboot naar het dorp. Er zijn alleen luxe winkeltjes. Gewapend met slechts een hand vol boodschapp
en starten we vol goede moed het motortje en of de duvel er mee speelt, hij zwijgt weer in alle toonaarden. Dit keer hebben we wel de roeiriemen mee, zodat we met de stroom mee na 400 slagen weer thuis zijn. Bij de boot aangekomen starten we nog een keer, en ziet het motortje pruttelt weer vrolijk! In de loop van de middag nog drie keer opnieuw gestart, laten lopen en weer uitgezet. Probleemloos. Snappen doen we het niet, maar ach.
 

Rade de Brest

Na L'Aber Wrac'h eerst door naar Camaret. We willen een weekje de Rade de Brest verkennen. De tocht naar Cameret is volledig op de motor over een spiegelgladde zee. Midden in het Chenal du Four controleren we onder de vloer of de juiste brandstoftanks open staan als we plots tientallen liters water in de motorruimte en in de achterste bilges bij de keuken en de navigatietafel ontdekken.
Na enig zoek ontdekken we dat uit de zeewaterpomp op de motor een regelmatig stroompje water komt dat zomaar de motorruimte in loopt. Bepaald niet de bedoeling. De zeewaterpomp lekt water bij z'n aandrijfasje, daar waar normaal een klein ringetje zit om het asje af te dichten. Dit ringetje is defect. Gelukkig hebben we een nieuwe zeewaterpomp bij ons waar we met enig priegelwerk het ringetje uit halen om het daarna succesvol op de oude zeewaterpomp terug te bouwen. Gelukkig blijkt hierna de lekkage gestopt.

We varen de dagen daarna met een enkele bui en redelijk wat zon de Rade de Brest met z'n riviertjes op. Langs de Rade van Brest zie je veel historische verdedigingswerken, van oude forten tot modernere, in de rotsen verscholen liggende, bunkers van de laatste 2 wereldoorlogen. Ook veel marineactiviteit, oud marineschroot op een van de mooiste ankerplekjes van de rivier (doet ons denken aan het stallen van de Brent Spar in Noorwegen). Als je het maar verstopt, dan roest het vanzelf wel weg. De, hopelijk lege, raketten lijken nog in het geschut te zitten. Echt milieuvriendelijk is dit niet. We volgen de Aulne, een rivier die slingerend door het Bretonse heuvelland naar het westen loopt tot buiten het kaartblad. Aan het eind van de eerste dag vinden we een ankerplekje in een rivierbocht, naast een droogvallend bankje (48.14.862N/ 04.12.654W). Nu maar afwachten hoever het water gaat zakken en vooral waar we bij een draaiende wind uitkomen. De eerste laagwaterperiode gaat goed, maar de volgende ochtend blijken we door de draaiende wind met laagwater keurig op de zijkant van de bank terecht te zijn gekomen. Helaas wel scheef en behoorlijk droog. Christien denkt op het droogvalbankje nog even wat foto's te maken. Bij de eerste stap zakt ze echter al tot aan de rand van haar laars in de modder. Plots krijgt ze visioenen van onze "moddertocht" op de Helford river en besluit snel haar wandeling af te breken. Jammer genoeg zitten de laarzen dan al muurvast in de modder. Met moeite krijgen we de laarzen vanuit de bijboot nog uit de modder getrokken. Pas tegen we middag drijven we weer voldoende om door te kunnen gaan. Via een klein sluisje komen we in de bovenloop van de rivier. We eindigen uiteindelijk in Port Launay verder is de rivier niet bevaarbaar.
Het varen op dit riviertje is wat vergelijkbaar met het varen op de staande mastroute midden door het Groene Hart en door Friesland. Het belangrijkste verschil is dat hier meer heuvels en bomen zijn. Dit wisselt het landschap wat meer af. De belangrijkste vogels die je hier ziet zijn gewone eenden. Vreemd genoeg zien we evenwel geen jonge eenden. Raar, want ook in Nederland hebben we die voor ons vertrek niet gezien. Waar zijn dus de jonge eenden gebleven? Of moeten die gewoon nog komen?

In Port Launay houden we de gemeenteambtenaren een paar uur bezig. We willen elektriciteit en water, want op de rivier is het niet mogelijk water te maken met al die modder. We gaan naar het gemeentehuis, betalen en even later komt een ambtenaar de schakelaar omzetten. Helaas geen stroom. volgende ambtenaar erbij, want op het stopcontact van een ander doet alles het bij ons wel. Het gammele kastje gaat open, er wordt aan wat zekeringen en draadjes gefrunnikt, en ziet stroom op de kast, maar helaas nog geen stroom bij ons in de boot. Eendrachtig besluit men dat onze installatie dan niet goed is. Niet leuk aangezien tot daarvoor alles bij ons prima werkte. Wat blijkt, de elektrakast was zo gammel dat door het gefrunnik aan de draden in het kastje, in de boot onze walstroombeveiliger spontaan omgesprongen is. Keurig werk natuurlijk, maar het zorgde ervoor dat we de hele achterbak weer kunnen leegruimen, de zekeringsautomaat en de scheidingstransformator open kunnen maken om in de scheidingstrafo de omgeslagen zekering weer om te zetten.

Na een paar dagen Port Launay wordt het tijd de rivier weer af te zakken. Om 2 minuten na half acht, varen we weg, stroomafwaarts naar de sluis. Deze sluis wordt officieel tot 8.30 bediend. Zo niet vandaag. Hoe we ook bellen. Niemand komt voor ons z'n bed uit. De hele dag liggen we aan het muurtje voor de sluis in de zon. Vanaf een uur of vijf wordt de sluis weer bediend en na enig wachten mogen we naar binnen. De sluis zelf is een attractie waarbij de sluismeesteres voortdurend aan langslopende bezoekers uitleg geeft. Er tegenover ligt een restaurant/café, waar hele hordes dagjesmensen uit bussen worden geladen. Nu zijn het nog maar een stuk of wat bussen per dag, in het hoogseizoen zullen het er wel veel meer zijn. Het schijnt met de regelbare keersluizen die recent met europees gemeenschapsgeld vernieuwd zijn, een uniek project te zijn, dat de waterstand in de benedenloop van de rivier aardig gereguleerd heeft, zodat overstromingen niet meer voor hoeven te komen. Met ons worden ook twee Engelse jachten geschut die zich op een erg onbeholpen/klunzige manier door de sluis werken.
Een halfuurtje stroomafwaarts het anker maar weer neergelaten in een waar vogelparadijs op de rivier, 10 meter van een volstrekt groen wand van bomen en struiken opwaarts tegen een heuvel (48.14.213N/ 04.07.962W).
Met een bloedgang stuiven we de volgende dag de Aulne river af. Veel te vroeg zijn we op het knooppunt met de Elorne. We plannen een ankerplekje dat wat minder problemen geeft. Helaas zijn we zo vroeg op de volgende rivier dat we zo'n 2,5 mijl voor het stadje waar we in de buurt hadden willen ankeren al praktisch aan de grond lopen. In de hoofdgeul staat gewoon te weinig water. Voorlopig het anker maar midden in de geul uitgelegd. Afgezien van kleine motorbootjes niemand meer gezien. We blijven die nacht gewoon midden in de rivier liggen ( St. Jean).

De Rade de Brest is een groot marine oefengebied. We zijn herhaaldelijk getuige van helikopterreddingen, brandblusoefeningen en scheepsbewegingen. Een keer worden we zelfs weggestuurd als we een 10 tal in oranje pakken gestoken drenkelingen willen redden. Ze gingen liever met de helikopter mee.

Zuid Bretagne

Na de Rade de Brest gaan we in Cameret weer voor anker. Helaas belanden we al snel in een omvangrijk regenoffensief dat ons met een regelmatige afwisseling van veel en heel veel regen plaagt. Om het gevoel van ontreddering nog wat meer te voeden geeft de Navtex ook nog een regelmatige stroom stormwaarschuwingen voor ons district en de omliggende districten, waarbij onze ankerplek behoorlijk lagerwal wordt. We liggen aan 45 meter ankerketting en de branding buldert 100 meter achter ons al behoorlijk. Dat geeft geen goed gevoel en we besluiten de 24e 's middags de haven van Cameret op te zoeken.

We houden het er twee dagen uit. De storm pakt niet zo uit als voorspelt en we besluiten om de 26e in de stromende regen de tocht door de Raz du Sein naar het zuiden te maken. Een passage die als je er op het verkeerde moment bent lastig en gevaarlijk is. Diederique haalt eerst nog even brood en vertrekt met paraplu voor een wandeling van 60 minuten naar Cameret. Althans dat was de verwachting. Al snel krijgt zij echter een lift van een echte oude fransman in een versleten rammelend Renault 4'tje, die haar keurig afzet bij een bakker die op maandag open is.
Met een beperkt windje komen we uiteindelijk, al snelheid beheersend, exact op het goede moment bij de passage. Door het rekenwerk van Christien valt het uiteindelijk allemaal reuze mee en lopen we keurig in de loop van de middag binnen in Audierne. Precies op laagwater, maar omdat het bijna doodtij is en we met opgetrokken zwaard nog maar 80 cm steken , is dat geen probleem. Laagwater is bij doodtij minder laag dan bij springtij. Dit scheelt in Audierne al snel 1.4 mtr.

Bij het binnenvaren van de haven weer een spectaculair dolfijnenavontuur. Christien heeft de stootwillen (grote ballen van 60cm doorsnee) al klaar gehangen aan de railing als we opeens een hoop genuif en geplets horen. Een grote dolfijn zwemt naast de boot op z'n rug mee en probeert steeds met z'n kop de wiebelende stootwil"bal" een flinke duw te geven. Ook na het aanleggen blijft de dolfijn bij de boot in de hoop dat we die leuke bal weer voor hem ophangen. Een keer treft Diederique hem (haar??) naast de boot op de rug aan terwijl de dolfijn naar haar ligt te kijken. Pas als ze met fototoestel op de steiger stapt verdwijnt de dolfijn.(heeft deze dolfijn er ook zo'n hekel aan om gefotografeerd te worden?)

We blijven een paar dagen liggen in Audierne en lopen 4 uur, stevig doorstappend, langs de westelijke rivieroever naar Pont Croix en via de andere oever weer terug. De eerste helft loopt over een redelijk wandelpad, de 2de helft lijkt het alsof we de eerste zijn dit jaar en moeten we het pad, sterk dalend en stijgend langs de rivier, gedeeltelijk zelf nog zoeken tussen het hoge gras, de struiken en de grazende koeien. Zeker de moeite waard met veel vogels op de droogvallende platen in de rivierbedding. (was bijna laagwater) Het levert wel een verzwikte enkel en een hoop niezen en snuiven op (allergie).

Woensdag de 28e zeilen we weer een stevig stuk. De dag begint met nauwelijks wind, maar al snel hebben we een ssw 4/5 op zee. Voor het eerst dit jaar strak aan de wind. Het is even zoeken naar het moment om te reven en zeil te minderen. Na wat geëxperimenteer loopt de boot met een rif en de kluiver als een zonnetje en snellen we richting Loctudy 40 mijl verder. We varen bij zeer laag water de rivier de L'Abbe op totdat we onaangenaam verrast worden door iets hards onder water waardoor het roer door de veiligheidsvergrendeling schiet. Kort daarna leggen we het anker erin bij een diepgang van 1,70 mtr. (47.51.334N/ 04.11.085W)Twee dagen blijven we hier liggen, te midden van droogvallende platen, zilverreigers, aalscholvers, mantelmeeuwen en eenden. Voor ons dagelijks brood, de lokale markt en een kopje koffie varen we iedere dag even met de bijboot naar Pont L'Abbe. 5 km. verderop.

In de afgelopen weken hebben we via de mail zowel met Mastervolt als met Holland Nautic/Raymarine contact over de defecte onderdelen (verslag april 2008) in de generator/system switch en het interne gyrokompas van de autopilot. Mastervolt deelt ons idee dat dit toch wel erg snel is voor een 4 jaar oude installatie en komt ons financieel tegemoet. Hulde hiervoor. Holland Nautic daarintegen vindt het defect raken van dit soort kostbare elektronica spijtig maar beschouwd het niet als afwijkend. Iets om in het achterhoofd te houden als we de navigatie elektronica nog eens moeten vervangen.

De 31e varen we door naar Benodet. De paar mijl vanaf Loctudy lopen we even op de motor zodat de stroomvoorziening ook weer op peil is. De eerste helft van de week brengen we de dagen door met Moniek en Lennart. Helaas regent en onweert het regelmatig. Tussen de buien door varen zij met de bijboot hele stukken op de Odet rivier en langs het strand van Benodet. Op maandag op de motor de rivier de Odet op. Ondanks de regen, een van de mooiste rivieren die we tot nu toe hebben gezien. Nadat we ze aan het eind van de middag weer in Benodet afzetten varen we nog een stukje terug en ankeren in een kleine ankerbaai een paar mijl stroomopwaarts (47.53.749N/ 04.08.837 W).
Hoewel we de volgende dag starten met regen treffen we het als we de Odet weer afvaren en koers zetten naar de Aven en de Belon rivier beter met het weer. Helaas liggen ze allebei zo vol met mooringboeien dat we geen kans zien ons anker uit te gooien. We pakken een mooring en vertrouwen op deze wederom snelstromende rivier op het betonblok onder ons aan de mooringketting.
De volgende dag blijven we liggen en treffen we nog een keer Moniek en Lennart die voor ons nog wat spullen mee terug zullen nemen (én de geleende Nintendo terug zullen brengen). Voor het zover is hebben we nog wel een uitdaging. Onze telefoon blijkt geen bereik te hebben en we liggen op een andere rivier dan we vooraf met ze hebben afgesproken. We vragen via de sailmail Ingeborg om de coördinaten van de plek naar Moniek te sms'en.
We eten veel vis die we lokaal bij vissers kopen. Als ze tenminste niet staken. De vis smaakt ook op de Belon weer niet verkeerd, al moeten we het fijne van het visfileren nog wel leren! Christien zoekt in de ochtend een lokale Breton op gaat met hem op zoek naar oesters op een alleen bij springtij droogvallende bank.
De volgende dag brengt ons toch weer een miezer regentje met veel grijs en grauw sluiers. Tegen Christiens zin in vertrekken we naar Bellle Ile, daar moet het toch wel beter zijn. Buiten blijkt al snel dat ze toch gelijk heeft met haar aarzeling en moeten we tegen de wind in op weg. Gelukkig en later weer ongelukkig draait de wind toch nog iets waardoor Belle Ile net aan bezeild wordt. Bij Ile de Groix draait de wind echter weer tegen waardoor we uiteindelijk bij Ile de Groix er de brui aan geven en lekker de haven in gaan.
Hoewel lekker? De veerpont naar Lorient draait ieder uur met veel geweld vlak achter ons langs. Rustig liggen is anders. Vrijdag daarom snel door naar Belle Ile waar we van plan zijn een paar dagen te blijven liggen voor we verder naar het zuiden trekken. Inmiddels liggen we, voordat de weekend drukte uit Trinitee losbarst, aan een mooring in Sauzon op Belle Ile heerlijk te bakken in de zon.

Sauzon is een rustig dorpje dat aan een van de noordelijkste inhammen van Belle Ile ligt. Een perfect, bijna Grieks aandoend, havenfront vol terrasjes en zuurstok gekleurde huisjes. Na een stokbrood en een stuk prima, Bretons, frambozengebak gescoord te hebben klimmen we zaterdag naar boven naar de weg die over het eiland loopt. Vandaar uit, met regelmatig verkeerd en weer terug lopen, een stevige wandeling gemaakt. 5 uur en drie vogelreservaten later zijn we weer terug. Onderweg kunnen genieten van de kikkers, konijnen, hagedissen, vlinders, noorse stormvogels, grote en kleine mantelmeeuwen, zilvermeeuwen, drieteenmeeuwen, kuifaalscholvers en vooral heel veel rotsplantjes, varens, brem, lisdoddes en ander groen. Terug op de boot stellen we vast dat we de boot rustig 300 meter verderop in een droogvallende baai kunnen leggen. Het ankeren vraagt dit keer wat meer tijd omdat het achteranker op de knalharde zandbodem niet houdt. Pas na het verzwaren van het achteranker met een 10 meter extra ankerketting houdt het.

De 9e vertrekken we vol goede moed van Sauzon voor een tocht van ca 50 zm naar Ile d'Yeu. Het wegkomen heeft nog wat voeten in de aarde omdat eerst de extra verzwaarde ankerketting van het achteranker binnen gehaald moet worden. Met een zeer matig windje varen we boven Belle Ile langs richting het zuidoosten. Helaas is tegen de middag de wind op en is onze snelheid zo laag dat we pas in de loop van de nacht op Ile d'Yeu zullen aan komen. We trekken een nieuw plan uit de kast en varen terug naar de zuidkust van Belle Ile waar we tegen de avond een prachtig ankerbaaitje bereiken, Port Kerel, tegenover een strandje en met aan twee kanten rotspartijen die nu de zwemmers en vissers naar huis zijn slechts bewoond worden door de meeuwen ( 47.17.837N/ 3.12.234W). Op de een of andere manier is het baaitje behalve mooi ook erg onrustig. We gieren regelmatig achter het anker en zakken in de loop van de nacht, voor ons gevoel, elk uur een metertje meer naar buiten. Genoeg reden om veelvuldig wakker te worden en de positie te controleren.

Golf van Biskaye
De volgende dag zit het venijn zowel in de kop als in de staart. Bij de start laat de generator het afweten waardoor we met niet-volledig geladen accu's vertrekken. Na een stevige zeilpartij komen we tegen 20.00 uur, 50 mijl verderop aan in de haven van Ile d'Yeu, iets noordelijk van Les Sables d'Olonnes. Het is al erg druk, en het inparkeren van de boot is nog wel even een lastige opgaaf. Met aan de achterkant de bijboot boven de steiger hangend en aan de voorkant maar 1 meter over lukte het met veel hulp , de boegschroef en veelvuldig gasgeven/ roer omzetten etc om, met veel zweetdruppels, in het gaatje terecht te komen. Ile d'Yeu is de eerste haven die we tegen zijn gekomen die in het hoogseizoen zo druk is dat je van te voren moet reserveren. De volgende dag kost het enkele uren voordat alle mogelijke opties rond de generator zijn gecontroleerd en vervangen. Uiteindelijk loopt de generator tegen het middaguur weer. Het was slechts een vervuild brandstof "voor"filter.

We worden al een aantal weken gehinderd door een dof "krakkkk" of "boink"geluid als we niet volledig in balans in wat ruwere golven varen. We zoeken al geruime tijd en alle scenario's passeren de revue. Alles terugredenerend hebben we het geluid mogelijk zelfs al sinds de aandrijfstang van de autopilot in 2007 op de terugweg een keer los is geschoten. Gewapend met een stethoscoop krijgen we uiteindelijk duidelijk dat het geluid niet uit de stuurstand of de hydrauliek van de autopilot maar uit de richting van de roerkoning komt. Het roerlager? Per mail leggen we de vraag voor aan Alubat, de werf waar de boot gebouwd is. Op Ile d'Yeu krijgen we vlak voor vertrek voor de oversteek naar Spanje het advies van Alubat er even naar te laten kijken. Zo vertrekken we richting zuidoost in plaats van zuidzuidwest. Met een stevige wind zijn we er na 5 uur varen. Een monteur bevestigd dat het roerlager defect is. De 13e tegen de middag hebben we een nieuw roerlager. Als we het kwadrant willen demonteren om het nieuwe lager te plaatsen, breekt een bout af. Er zit niets anders op dan het weekend af te wachten en maandag bij Alubat te kijken of we de de M10 bout uit kunnen boren. Ondertussen vervangen we in korte tijd het bovenlager van het roer. Waarschijnlijk is de snelle slijtage veroorzaakt door het veelvuldig gebruik van de autopilot op een hoge gevoeligheidsstand. We stellen in ieder geval de default gevoeligheid een paar stappen terug. De 16e melden we ons vroeg in de ochtend bij Alubat en krijgen al snel alle hulp van Yves, Bernart en Catherine. Om 11.00 zijn we al weer terug aan boord met een nieuwe kwadrant voorzien van de juiste gaten. Het overbouwen van de stuurarm is nog wat werk maar in de loop van de middag past alles weer en functioneert het roer en de autopilot weer prima. Het oude kwadrant gaat mee als reserve en zullen we bij gelegenheid nog eens proberen uit te boren, te tappen en van een nieuwe bout voorzien.

De 17e kunnen we na het halen van een vers stokbrood en weerbericht vertrekken uit les Sables. De wind staat zo gunstig dat we al snel het plan om 35 zm verderop een haven te pakken laten schieten en meteen doorvaren naar Royan, 70 zm verder aan de monding van de Gironde.
Na de aanschaf van een Baskische gastenvlag vertrekken we de 19e om 6.00 uit Royan. De tocht naar Aranchon is 75 zm en er is geen enkele haven of ankerbaai onderweg te vinden. Er is in deze "uithoek" niets te beleven. Althans als je de mogelijke militaire activiteiten buiten beschouwing laat. Je mag namelijk maar een strook van 3 zm breed gebruiken langs de kust. Daarna, zeeinwaarts, ligt een strook van 45 zm breed en 120 zm lang die de Fransen gebruiken als militairoefengebied voor munitie, torpedo's etc vanaf het land, vanuit vliegtuigen en vanaf schepen.

Het moment van aankomen in Arcachon is vrij kritisch in verband met grondzeeën en de grote stroming rond springtij. Al uren van te voren zie je de meer dan 100 meter hoge zandduinen liggen bij de ingang. Een wonderlijk gezicht in een verder urenlange rij van zandstranden en naaldbossen.
In het Basin de Arcachon blijven we twee dagen liggen (44.39.924N/ 01.14.075W). Het is een Frans watersportparadijs wat duidelijk te merken is aan de enorme hoeveelheid snelle motorboten die de hele dag om ons heen schieten en ons bijna overvaren. We liggen blijkbaar in de weg. De 21e varen we door naar Capbreton, een van de laatste plaatsen voor de Frans/Spaanse grens. Helaas kunnen we van de 65 mijl maar 4 uur zeilen. Het is 35 graden onder de buiskap, stralende zon en windstil. Alleen de vliegen, wespen en mugjes hebben er zin in. We varen de hele dag langs een zandstrand dat slechts af en toe onderbroken wordt door een enkel dorpje. We hebben zo in ieder geval veel tijd om te lezen. Net op tijd voor Baskenland leest Diederique in Geert Mak's Europa, het hoofdstuk over de Spaanse Burgeroorlog, Franco en de achtergronden van het Baskisch onafhankelijksheids streven. Om de gemoederen in Capbreton niet te tarten hebben we de Baskische vlag alvast onder de Franse vlag gehesen.
 

Na twee dagen Capbreton varen we door naar Fuenterrabia/Hendaye aan de Frans/Spaanse grens
.

Frankrijk; Meer Foto's

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.