Rhythm of Life op weg

AanloopFrankrijkSpanjePortugalMarokkoCanarische Eil.Kaap VerdenSenegal

 

Canarische Eilanden, Oktober/November 2008

Isla Graciosa
Isla Graciosa is een waar paradijs. In een diep blauwe baai liggen we in de beschutting van wat vulkaanresten perfect voor anker (29.13,134N/ 13.31,738W). We komen de Lady of the Lowlands weer tegen en ontmoeten voor het eerst de bemanning van de Laaxum en de Avontir, andere Nederlandse vertrekkersboten. We duiken, snorkelen en zwemmen veel. Een van de dagen lopen we op het eiland, voor het grootste gedeelte natuurreservaat, een van de vulkaankegels/lavaresten op. Een lange warme tocht over een steile helling vol met gortdroog puin en lavasteen. Na een uur zijn we boven en hebben een prima uitzicht over het eiland. "Onze" vulkaan maakt samen met een aantal omliggende vulkaanresten en eilandjes deel uit van een grote vulkaan die in zee is weggezonken. Tussen de nog resterende toppen ligt een grote vlakke en dorre laagvlakte met niets anders dan zand, gravel en lavasteen. De begroeiing van vetplanten en korstmossen is zeer summier en voert een voortdurende strijd tegen de droogte.

Na een hernieuwde duik om alle waterinlaatopeningen van de boot open te maken, roostertjes weg te snijden en schoon te krabben lijken de koelwaterproblemen van de waterpomp, de generator en de koelkast ook voorlopig weer onder de knie.

Dan breekt er een weerverandering aan en wordt er een stevige noordenwind voorspelt. We lichten ons anker en zakken af naar Arrecife.

 

Lanzarote
Langs de oostkust van Lanzarote varen we zuidwaarts naar Arrecife.  Opvallend zijn de dorpjes langs de kust die volledig opgetrokken zijn uit witte blokkendoos huizen.

In Arrecife liggen we de tijdelijke harde wind een aantal dagen uit, achter een lijn aan een betonblok onder water. We doen boodschappen en vullen de voorraad weer eens flink aan, gaan naar de kapper, plegen onderhoud en vullen onze gastank en bergen de stouwen de nieuwe voorraden weer aan boord. Dit laatste is niet zo eenvoudig aangezien de gasfabriek een aantal kilometers buiten Arrecife ligt. Aangezien ook de Policia National in die richting zetelt gebruiken we de kans meteen maar om ons officieel "in te klaren". Met enig gedoe zetten we na het ontbijt de gasfles en het opvouwbare steekwagentje in de bijboot en roeien naar de wal. Daar aangekomen begint een lange voetreis. Immers met een gasfles onder je arm wil niemand je in de bus of in een taxi hebben. Na twee uur lopen hebben we de meest noordelijke haven van de stad bereikt en brengen een bezoek aan de Policia National. Hier kunnen we na lang vragen, zoeken en overleggen een stempel bemachtigen in ons paspoort waarmee we kunnen bewijzen dat we niet alleen Marokko uit zijn gegaan maar de Canarische Eilanden ic de EU ook weer binnen zijn gekomen. Dit om gedoe met de douane als we begin november een weekje naar Nederland komen voor te zijn. Na de middag lopen we nog een half uur door naar de gasfabriek waar we de gasfles weer gevuld krijgen. Dan kunnen we weer naar huis. Tegen vieren zijn we weer aan boord; De dag bijna voorbij en voor 8,80 euro gas en twee stempels rijker.

Samen met Bert van de Aventir buigt Diederique zich over het probleem van de boegschroef. Vreemd genoeg werkt ie in één keer. Weer een probleem opgelost (of niet? want uiteindelijk liet de boegschroef ons in Chipiona in de steek, verslag Spanje). Bert ontwerpt voor ons in ieder geval een extra beveiliging tegen het doorbranden van de "lift"motortjes. Als we de onderdelen hebben gaan we die aanbrengen.

We verlaten na een paar dagen, vroeg in de ochtend,  Arrecife. Tegen de middag lopen we met een lichte wind Marina Rubicon aan, vlak tegenover Playa Blanca aan de zuidkust van Lanzarote. Hoewel we twee vislijn uitzetten vangen we helaas nog niets. Marina Rubicon is een wat kunstmatige, opgedirkte marina met veel chique winkeltjes en restaurantjes. Als je binnen komt voelt het als een warm bad van welkom; na een paar uur krijg je echter een wat ongemakkelijk gevoel, de sfeer is niet "echt". Het houdt het midden tussen Brighton en Seaport Marina met een zelfde aantal niet-verhuurde ligplaatsen. Wifi is zo duur dat we er maar vanaf zien. We vinden wel een andere oplossing.

De volgende dag huren we een autootje om een stuk eiland te zien. Zo'n 8 uur rijden we over het eiland en bekijken de verschillende uithoeken nu eens vanaf het land. Het weer is redelijk, het zicht is goed. Hoogtepunt is het Parque Nacional de Timanfaya; het nationaal park met de Montañas del Fuego. Met een bus, voorzien van zeer goede, drietalige informatie worden we door het vulkaan gebied rondgereden. We stoppen regelmatig voor foto's en kunnen gedurende zeker drie kwartier genieten van de vele gezichten van het landschap, kraters, lavastromen en dergelijke. Na afloop werden we bij het bezoekers centrum nog verrast met exploderende heetwatergeisers (meter of 10), takken die spontaan gaan branden als ze twee meter onder de grond op een steen worden gelegd en kippenpoten die worden geroosterd op een permanente bbq boven een gat in de aarde. De laatste uitbarsting was begin 19e eeuw en de grote uitbarsting die de feitelijke vulkaan met alle steen troep over het hele eiland hefft laten ontstaan was rond 1730. Onvoorstelbaar hoeveel dood en verderf dat teweeg heeft gebracht. Ook nu groeit er in de hele verre omtrek nauwelijks nog iets. Alles ligt nog steeds, vele kilometers in omtrek onder een dikke laag puin, stof, brokken en lava van soms wel 6 meter dik.

Heel apart, later op de dag in het zelfde lava gebied was de wijnbouw. Voor iedere druivenplant word een groot gat gegraven in het lava stof, een krater van soms wel anderhalve meter diep, waar de beperkte regen in wordt opgevangen zodat het plantje heel langzaam op kan groeien. Vele tientallen hectaren hebben we zo zien staan. De wijn uit dit gebied schijnt erg bijzonder te zijn.

Fuerteventura
Na het inleveren van de auto, wat laatste boodschappen en een flinke schrobbeurt van de boot, gooien we kort voor de middag los in Marina Rubicon. Langs de oostkust van Fuerteventura varen we naar Gran Tarajal waar we op het laatst van de schemer aan zullen komen. De wind zit de hele dag in de noordoosthoek, is wat weinig en valt geleidelijk aan steeds verder weg. We goochelen langdurig met de Bolle Jan om er nog wat meer snelheid uit te halen. We stoppen eerst bij Pozo Negro. De deining loopt, ondanks de geringe wind, helaas toch zo danig naar binnen dat het een onrustige nacht dreigt te worden. We besluiten door te varen.

De visvangst is nog steeds een probleem. Het is maar goed dat we niet van onze viskundigheid afhankelijk zijn want anders hadden we al maanden niet meer te eten.

Bij het binnenvaren van Gran Tarajal is het vrijwel donker. We kunnen nog net de lichtjes van de havendam onderscheiden. Keurig op de electronische kaart en de GPS schuiven we naar binnen richting ankerplaats. Voor ons doemt, nog voor we de ankerplaats bereiken een aantal steigers en pontoons op. Nog vreemder is dat de haven veel kleiner lijkt dan we op basis van de kaart hadden verwacht. Vreemd wat die staan niet op de kaart en ook niet in de pilot. Sinds de kaart voor het laatst is bij gewerkt (2004) is er een groot havencomplex verrezen met een aantal pontoons voor jachten en is een ander deel van de binnenhaven dichtgegooid en opgehoogd tot weg en parkeerterrein. Voor ankeren in de haven is geen ruimte meer.

De havenmeester is op vakantie en heeft kennelijk geen vervanger. Voorlopig liggen we hier dus gratis. Wel handig met een paar dagen harde wind. Het ankeren is op de Canarische eilanden moeizaam. Of de ankergrond is slecht, of de ankerplaats ligt slecht (midden in de deining) of er ligt inmiddels een haven. Gelukkig zijn niet alle havens zo gekunsteld als de haven in Rubicon, maar toch.

Op een ochtend laat Diederique na het afsluiten van de boot de sleutels in het water vallen. De boel blijft niet drijven maar zakt rechtstandig naar de bodem. Snel een duiksetje geleend bij de Laaxum (Ned) en de sleutels maar weer opgedoken. Mooie gelegenheid om de duikcompressor eens te proberen en de geleende fles weer gevuld terug te geven. Gelukkig doet alles het in één keer goed en zijn in een uur tijd drie flessen gevuld. Wel veel herrie maar je krijgt er ook wat voor.

In de loop van de avond neemt de wind sterk toe en ontstaat er een deining van 3 meter uit het noordoosten. Dit weer houdt een dag of twee aan. Wij liggen veilig in de haven te genieten van de walstroom.

Fuerteventura; Gran Tarajal als een van de hoofdplaatsen, heeft de twijfelachtige eer één van de kierende poorten te zijn van Europa richting Afrika. 54 mijl naar het oosten ligt de woestijn van de Westelijke Sahara. De zanderige, vrijwel verlaten kust biedt ruime mogelijkheden om in een gammel vissersbootje, samengepakt met tientallen andere gelukzoekers de sprong naar Europa te maken. Mogelijk steken ze ook in de tijd dat wij in Gran Tarajal liggen weer over,zonder licht, nauwelijks zichtbaar tussen de hoge deining. Het is echter niet de sprong, maar het aankomen dat het succes gaat bepalen. Langs de hele kust van Lanzarote en met name Fuerteventura valt ons een keten van wachtposten en radarstations op. Dagelijks in de weer de rammelende, kierende poort zoveel mogelijk gesloten te houden. In Gran Tarajal is de havenmeester met vakantie. Voor de bewaking wordt echter secuur zorggedragen door de Guardia Civil en een particulier beveiligingsbedrijf. Geen jacht komt aan land zonder een nauwgezette controle van de papieren.

Tegenover ons ligt de reddingboot aan de wal. Een dienst die in Spanje gerund wordt door het Rode Kruis. Het is wat dubbel dat een zinkend bootje met bootvluchtelingen gered wordt door de reddingboot. Daarna worden de opvarenden door dezelfde organisatie voor zien van soep en dekens, hun container staat naast de reddingbootcontainer op de wal. Waarna ze overgedragen worden aan de autoriteiten, achter de slagboom, om het land weer uitgezet te worden.

Er staat een paar dagen een krachtige wind met een hoge deining. We liggen prima en zien geen reden door te varen. Samen met de Bert en Annette van de Aventir huren we een auto en gaan Fuerteventura bekijken. We rijden met de auto naar een mooi dal en gaan daar 4 uur lopen. Een lastige klim op de heen weg en een mooi geleidelijk aflopend pad op de terugweg (hadden we heen gemist) maken dat we een prima tocht lopen. Het hoogtepunt, letterlijk is het uitzicht dat we hebben vanaf het zadel tussen twee van de bergen. Christien raakt helaas twee maal gewond door een keer een been open te halen aan een doornstruik en een paar minuten later haar hoofd open te halen aan de punt van het blad van een Aloë Vera. Gelukkig brengt Bert met z'n EHBO kit op zorgzame wijze verlichting.

Na een aantal dagen Gran Tarajal gooien we de lijnen los en gaan weer op weg. We zetten koers naar Morro Jable. De wind wisselt wat in kracht De visvangst, 3 lijnen ditmaal, is helaas weer mager. Christien spot in de verte een walvis. Twee keer een enorme spuitfontein en dan ....... net op het moment dat Christien door de kijker kijkt, een enorm lijf dat een sprong lijkt te maken. Daarna blijft het stil. Waarschijnlijk een potvis die voordat hij weer voor 1 a 2 uur onderduikt, diep ademhaalt, zijn lijf kromt en zijn staart in de lucht gooit. Het blijft gissen wie of wat we nu echt gezien hebben! In de haven treffen we weer de Aventyr waarmee we al een tijdje op zeilen. Ook treffen we de Shanty die we nog kennen uit Essaouira/ Marokko. De tijd wordt naast het vissen ruim ingevuld met oefenen met de zender en het doen van klusjes (soms zelfs aan de motor van anderen).

Het bootschappen doen in Morro Jable is een hele klus. Het is 5 kilometer lopen en voor we weer, beladen met rugzakken en een mop voor het dek, terug zijn bij de boot is de halve dag voorbij.

Gran Canaria
Na twee dagen Morro Jable zetten we koers naar Gran Canaria. We vertrekken vroeg, 06.00 uur, om voldoende tijd te hebben om ook eventuele windstiltes uit te kunnen drijven. Helaas ontdekken we bij vertrek dat een muis zich een gat door één van de muggenhorren heeft geknaagd. Tja een muis wat nu. De muis kan zich overal in de honderden hoekjes en gaatjes die we aan boord hebben verstoppen. Voorlopig maar even niets gedaan.

Nadat de zon op is, zetten we vislijnen uit. Onmiddellijk, bij het uitzetten van de derde vislijn hebben we beet. Een Barracuda van 75 cm heeft zich in één van de haken vastgebeten. De lijn zit nog in de hand en is hooguit 5 meter uitgevierd. De vis kan daarom vlot weer aan boord genomen worden. Met een scheutje Ouzo verlichten we zijn lijden. 's Avonds zorgt Diederikque voor het fileren op de grote visplank. Moniek heeft ons de afgelopen dagen de posities van de VOR-schepen (Volvo Ocean Race) door gegeven en wat blijkt, tijdens onze oversteek kruist hun koers op weg naar het diepe Zuiden, die van ons op weg naar Gran Canaria. We rekenen uit dat aan het eind van de middag er mogelijk één of meer in het zicht zijn. Om 11.30 is het inderdaad zover dat een mijl of 4 a 5 boven ons een zeiljacht, met grote gekleurde zeilen met zo'n 20 a 25 knoop voorbij stuift en voor ons langs richting de windversnellingszone bij Gran Canaria schiet. Wat we al denken bevestigd Moniek 's avonds per mail, het is de Ericsson 3 die onze baan kruist. Later blijkt dat twee uur daarvoor, niet voor het oog zichtbaar, ook de Puma en de Ericsson 4 al vlak achter ons langs zijn gegaan. Als ook wij de windversnellingszone bereiken waait het inmiddels 25 knoop zodat we uiteindelijk met een stevige wind de haven in lopen.

De haven van Bahia Arinaga blijkt een ongelukkig keus. Je ligt er prachtig in een grote met Europees geld aangelegde haven waarin geen koopvaardijschip ligt. De haven heeft één nadeel. Vlak bij de boot ligt een enorme berg zand, puin en gruis die onder de straffe wind in rap tempo op ons neerdaalt. De berg wordt met vrachtwagens en bulldozers, vlak bij ons, bewerkt. De boot is nog nooit zo snel zo smerig en vies geworden. Zelfs dagen later komt er nog steeds rood stof uit de boot.

Tijd voor stap 1 in de muizenjacht. De eerste poging: Stap voor stap kammen we zoveel mogelijk bedden en bergruimtes uit om na te gaan of hij/zij zich ergens heeft verstopt. Na geruime tijd vruchteloos zoeken komen we tot de conclusie dat ie overal wel kan zijn en staken onze zoekactie. Op naar stap twee: De muizenval. De volgende ochtend is de perzik aangevreten en de vallen zijn nog leeg. Hij/zij houdt niet van kaas. Op naar stap 3. Daarvoor gaan we echter eerst een stuk zeilen.

Bij het opstaan stellen we vast dat ook 's nachts de stofwolk verder op ons is neergedaald. 's Avonds al proberen we, na het vertrek van de laatste vrachtwagen, de boot met 50 putsen water weer schoon te krijgen. De volgende ochtend vroeg blijkt hoe weinig deze pogingen hebben opgeleverd. Alle lijnen, de buiskap, de boot, zelfs binnen ligt het vol stof. Al vroeg duwen we weer af en beginnen opnieuw aan een grote schoonmaak operatie. Wederom 50 putsen water.

De wind is in de versnellingszone rond Gran Canaria nog steeds stevig. Met alleen het gereefde grootzeil varen we in 2,5 uur door naar Pasito Blanco. Wederom 50 putsen water zijn nodig om wat van de resten van de stofstorm kwijt te raken. We spoelen alle lijnen en stootwillen. Met de buitendouche, een soort verplaatsbare plantenspuit, spoelen we alle scharnieren, grendels, blokken en klemmen. Er komt geen eind aan de stof en gruisresten die we tegenkomen.

Christien gaat ondertussen naar de wal om muizengif te bemachtigen. 4 uur later meldt ze zich met haar fiets weer bij de steiger om door Diederique met de bij boot op gepikt te worden. Tijd voor stap 3 in de wedstrijd met de muis. Pasito Blanco is een haven die grotendeels gevuld is met privejachten die horen bij de overmaat aan resorts in de omgeving. De haven ligt ingeklemd tussen golfbanen en "bewaakte"wooncomplexen. Op een klein winkeltje op de haven na is er in de verre omgeving nauwelijks iets te koop. Christien moet naar de andere kant van het schiereiland fietsen, volgens het fietskaartje meer dan 300 resorts/hotels etc verderop, om een gewone, niet op toeristen afgestemde supermarkt te vinden waar het assortiment ook muizen en rattengif bevat.

De ankerplaats bij Pasito Blanco (27.44,811N/15.37,146W) is wat onrustig. Zolang de westenwind aanhoudt liggen we met de boot keurig op de wind en de golven. Zodra de wind echter wegvalt en in de loop van de nacht draait naar het noordoosten wordt het wat hobbelig. De deining klotst aan alle kanten tegen de boot. Tegen de ochtend draait de wind weer naar west en neemt de rust weer toe. Bij het opstaan treffen we geen keutels. Heeft de muis geen honger(meer); is ie zeeziek?; of heeft ie gisteren zo lekker gegeten dat ie een dag je over kan slaan.

Ongedierte is een probleem op dit soort reizen. Al vanaf Marokko maken we een strenge scheiding tussen straatschoeisel en boot schoeisel. Dit in verband met de kakkerlakken. Telkens voor we weg varen wordt eerst het straatschoeisel (wandelschoenen, slippers, sandalen) volledig geschrobd en ontsmet voor het aan boord mag. Fruit en groente wassen we in de kuip voor het naar binnen in de netjes mag. Ook worden we met regelmaat belaagd én helaas ook gebeten door vliegende, kruipende en andere geniepige insecten. Herhaaldelijk gebeten door insecten. Sinds Noord-Portugal zitten we af en toe plotseling onder de bultjes. Met name de rand boven de schoenen/sokken is favoriet. Vlooien? Daarnaast probeer je de boot vrij te houden van muizen, ratten en slangen door op landvasten en ankerlijnen blokkades te zetten de ze tegen moeten houden. Vreemd genoeg  is de muis langs een volgens ons uiterst veilige steiger gewoon aan boord gewandeld. We hebben tot nu toe de blokkades nog niet gebruikt. Niet slim blijkt nu.

We ontdekken op Gran Canaria dat er nog maar erg weinig plaats is in de havens doordat op grote schaal ARC boten al in de verschillende havens zijn gearriveerd. De ARC is een jaarlijkse georganiseerde oversteek, vanuit Las Palmas, die rond 20 november vertrekt. De boten hebben vanaf begin november een programma met controle van de uitrusting, workshops en feesten, in Las Palmas, maar arriveren, weggebracht in de zomerperiode of met een andere bemanning, soms al weken eerder op Gran Canaria. Dit gecombineerd met de "lokale" jachten van inwoners van Gran Canaria en appartementbezitters maakt het aantal plaatsen voor langsvarende vertrekkers beperkt. Voor ons is even nauwelijks plaats. Wij verleggen onze route daarom en vluchten naar Gomera. Hadden we toch al in de planning. Begin november hebben we om ons voor te bereiden op het vervolg van onze reis een plek in de haven van St Cruz, op Tenerife. We hebben nog ruim tijd en gaan daarom eerst naar Gomera. Naderhand kunnen we dan via Zuid-Tenerife en Gran Canaria weer terug naar St Cruz op Noord-Tenerife.

Tenerife
In één slag varen we scherp aan de wind naar Las Galletas op de zuidpunt van Tenerife. Een afwisseling van veel en weinig wind brengt ons in deze nieuwe haven. Onderweg hebben we gedurende een kwartier uitzicht op de top van de Pico Del Teide. Voor het eerst in dagen hebben we ook weer eens dolfijnenbezoek. Een tweetal grote exemplaren kruisen springend onze koers en snellen verder. Ze zijn duidelijk op doortocht, maar wel bereid om vlak voor ons een drietal mooie sprongen te maken. Na enig applaus verdwijnen ze weer onder water en zien we ze niet meer terug. Ook zien we voor het eerst vliegende vissen. Net een vogeltje dat uit het water komt en druk klapwiekend z'n weg zoekt om na een meter of 20 met een bocht het water weer in te duiken.

Las Galletas geeft ons een wat vreemde aanblik. De haven is neergelegd in de kom van de oude vissershaven. De rand van die kom is een smal zwart lavastrandje dat pal tegen de doorgaande weg aan ligt waarlangs op grote schaal campers staan opgesteld. Tot onze verbazing wordt het strand druk bezocht door mensen die er langdurig liggen te zonnen. Op de achtergrond zijn de hoger gelegen delen van Tenerife aan het zicht onttrokken door een groot dreigend wolkendek. Van de Pico Del Teide is niets meer te zien. Al met al een wat contrasterend gezicht, het smalle strandje, de zonnebaders, de doorgaande weg en de dreigende wolken. 

Gomera
Als de wind gunstig lijkt steken we over naar Gomera. Het water tussen Gomera en Tenerife is bekend vanwege de grote groepen Indische Grienden die daar door heen trekken. Niet toevallig komen we ze een aantal malen tegen. Ze zijn rond de 7 a 9 meter lang, hebben een vrij platte botte kop en zwemmen in groepen van circa 8 enigszins lobbig, "bruinvisachtig" door het water. Het is fraai om te zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

Op Gomera maken we ons op voor een paar dagen mooi wandelen en rondrijden door het landschap en de natuur op het eiland. Een van de dagen maken we met de auto een rondrit over het eiland. Gomera is een eiland van contrasten. De zuidzijde is droog, dor, warm en vulkanisch. De noordzijde is nat, mistig en extreem groen. Het is prachtig om te zien hoe de verschillende soorten mossen in het vochtige klimaat gedijen. We bezoeken het Nationaal Park de Garajonaye. Doordat de vulkanische activiteit van Gomera de laatste 2 miljoen jaar nihil geweest is is het eiland veel meer gevormd door de erosie dan door recente vulkaanactiviteit. Dit in tegenstelling tot de meeste andere Canarische eilanden. Heel bijzonder in het nationaal park vonden wij de "Laurier Nevel bossen". Een zeer vochtig nevelwoud dat naast Laurier ook een aantal andere specifieke Canarische soorten bevat. We maken een aantal uren een wandeling door dit laurierbos. Op veel punten doet het denken aan de Nederlandse loofhoutbossen in de herfst zoals je ze op sommige plekken vindt op de Posbank, de Veluwe Zoom en op de Grebbeberg. De geur, het rottend hout zelfs de paddenstoelen ontbreken niet. De mist drupt in het bos van de bomen. Het is in de mist en de regen hooguit een graad of 12 en we zijn blij met onze lange broek en trui. Het wat verderop gelegen bezoekerscentrum (uit de mist!! en in de zon) laat heel goed zien wat de specifieke flora is die je mag verwachten in het park. Veel van de planten waar we ons op de wandeling over verbaasd hebben vinden we daar weer terug. Een absolute aanrader. Terug rijden we over de rondweg die door het nationaal park loopt en min of meer langs de buitenste randen van Gomera loopt. We zijn getuige van een enorm wegenbouwproject waarbij de bestaande weg op tientallen plaatsen wordt verbreed en verlegd. De regen stroomt gestaag en de ruitenwissers hebben een hele klus. Overal om ons heen is de natuur "lentegroen". Het is bijzonder te zien hoe in de vochtige, lager gelegen gebieden aan de noordzijde van Gomera grote bananenplantages zijn aangelegd. Pas vlak bij San Sebastian trekt de mist op, stopt de regen en rijden we de zon en het dorre landschap weer weer in. Het is 25 graden onder de bimini. Achter ons ligt de Garajonaye nog steeds verscholen in de wolken.

 
We maken een aantal wandelingen rondom San Sebastian voor we terug richting Tenerife varen.
In de loop van het weekend lijkt de wind gunstig te draaien en besluiten we het eerste stuk van ons ping-pong traject naar Tenerife aan te pakken. We plannen eerst over te steken naar Zuid Tenerife, dan de oversteek te maken naar West Gran Canaria en daarna in de loop van de week over te steken naar Noord Tenerife.

Tenerife; weer terug naar..
Met een windverwachting van 15 knoop verlaten we Gomera. Al meteen buiten de haven blijkt de keuze voor het tweede rif wat optimistisch was. Met een continue wind van 35 knoop en vlagen tot 46 knoop, scheuren we uiteindelijk halve winds richting Tenerife. De snelheid ligt voortdurend tussen de 8,5 en 9,5 knoop. De boot loopt niet uit het roer; we trekken het derde rif er daarom maar niet in. Na bijna twee uur is de pret op. De windversnellingszone ligt achter ons en de wind valt vrijwel weg. Na een tijdje steekt er weer wat meer wind op en kunnen we zeilend verder om de zuidpunt van Tenerife. Precies bij de haven van San Miguel komen we in de volgende versnellingszone en hebben van het ene op het andere moment 25 knoop wind recht van voren.

Het is lekker te zien dat boot en bemanning zich bij deze wind en golven zo goed houden. Dat geeft een goed gevoel voor de toekomst.

De enige vrije plaats, die we van de havenmeester toegewezen krijgen, is naast een kleine Finse boot. Die vindt ons te dik en doet enige moeite ons weer te laten vertrekken. Voor niets. Onverstoorbaar voltooien we onze aanleg en leggen de boot vast. Vermoedelijk is hij bang dat ons aluminium afgeeft op zijn witte polyester boot. Ten onrechte, aangezien ons aluminium een coating heeft. Het gebeurt ons wel vaker en levert in ieder geval op dat soms andere boten liever niet naast ons willen liggen. Wel zo rustig.

In de loop van de middag lopen we bij de andere Nederlanders in de haven langs. Een aantal hebben die dag of de dagen daarvoor zoveel wind (35 knoop) gehad bij het oversteken vanaf Gran Canaria dat ze hun zeil grondig gescheurd hebben of hun reisplannen hebben gewijzigd en besloten hebben niet nog een keer zo'n traject te willen varen.

De dagen daarna staat er veel wind uit de verkeerde richting; voor het eind van de week wordt een voor ons gunstige winddraaiing verwacht. We besluiten ons pingpong spel niet verder uit te voeren en gewoon te wachten tot we in één keer naar Noord Tenerife kunnen varen. We ruimen de bijboot alvast goed op en herstellen wat beschadigingen. Die hebben we waarschijnlijk pas weer op de Kaap Verden en onze ervaring met de windversnellingszones is dat het niet handig is als de bijboot dan nog achter de boot onder de beugel hangt. Beter om verlegen dan mee verlegen; zoals bleek tijdens ons stormachtige tochtje vanaf La Gomera.

De laatste dag voor we naar Santa Cruz varen hebben we kennissen uit Dordrecht op de koffie. Ze nodigen ons uit voor een rondje over het eiland. We hebben met z'n vieren een gezellige dag. Aangekomen bij de vulkaankrater en de el Teide lopen we een stevig stuk en genieten van het fascinerende vulkaanlandschap. We hebben geluk, de piek van de El Teide (3500m) ligt met haar sneeuwvelden te schitteren in de zon. Pas tegen het vallen van de avond zijn we weer terug aan boord en nemen we afscheid van Henriëtte en Fred. Een leuke verrassing zo op de valreep van ons verblijf op Tenerife.

Als we de volgende dag naar Noord Tenerife varen is de wind zwak en varen we het eerste stuk op de motor. Geleidelijk neemt de wind wat toe en kunnen we met een zuidoosten wind naar Santa Cruz. Weer een effect van de versnellingszone. De wind had noordwest moeten zijn. Net voor de haven stort de eerste regenbui die zich boven Noord Tenerife heeft opgebouwd over ons leeg. Er volgen er de dagen daarna nog heel wat. Het is duidelijk waarom Noord Tenerife zo groen is. Er vallen de dagen dat we er liggen heel wat buien.

(Nederland)
Vanaf Santa Cruz vliegen we voor een weekje naar Nederland. Met een rugzak vol overbodige kleding en boeken gaan we op weg. Op het vliegveld staan Moniek en Diederique's vader ons op te wachten. Met een laptop vol foto's hebben we een leuke avond waarin we stevig bijpraten over onze belevenissen en alles wat er in Nederland is voor gevallen. 's Avonds laat rijden we naar ons huis. Drie dagen lang sjouwen we stad en land af voor alle kleine en grote zaken die we op ons lijstje hebben. Yamaha Nederland/Slikkendam in Woerdense Verlaat lossen op een uitstekende manier ons buitenboordmotorprobleem op met een nieuwe carburateur. Tussendoor hebben we gezellige middagjes en avonden en praten bij met vrienden. In huis kijken we nog eens kritisch naar een aantal instellingen (verwarming, verlichting) en hangen we een groot aantal rolgordijnen op om het energieverbruik in huis nog wat meer in de hand te houden.

Drie dagen later vertrekken we weer, met twee keer zoveel bagage en veel goede leveranciersadviezen, en gaan een rondje door het land maken langs één van Christien's tantes in Limburg, Ingeborg en Dirkjan en Dirk-Jan's ouders in Brabant en Moniek en Lennart in Noord Holland. Moniek die op 31 december twee weken mee vaart in Gambia verlost ons van 10 kg bagage(over)gewicht door alvast haar rugzak met een aantal van onze zaken te vullen.  Op onze vertrekdag drinken we met Diederique's vader, op Schiphol, nog een kopje koffie. Na een drukke maar verschrikkelijk gezellige week stappen we bekaf de 11e weer op het vliegtuig. Volgende keer toch maar wat meer tijd voor uittrekken.  

De volgende dagen gaan we hard aan de slag om de boot verder reisvaardig te maken. We willen rond het weekend op weg naar de Kaap Verden. Na twee dagen zijn vrijwel alle spullen die we uit Nederland hebben meegenomen opgeruimd. Een lange klussenlijst, met hulp van een deel van de meegebrachte zaken, houdt ons de dagen daarna bezig. De zalingen voorzien we van extra bescherming tegen het schavielen van het grootzeil. We controleren de mast en de verstaging, maken de windvaanstuurinrichting, met een extra kleine stuurautomaat, weer in orde en maken nog een aantal boodschappenrondjes om de voorraden weer op peil te brengen.

Dan is het moment van vertrek daar en gaan we op weg richting de Kaap Verden. Een tocht van zo'n 800 zeemijl; de langste oversteek tot nu toe. We verwachten er in de loop van het volgend weekend aan te komen.        

Canarische Eilanden; Meer Foto's

Op deze pagina rust auteursrecht; gebruik van delen alleen na toestemming van de auteur.