br> 

Home

Boot

Bemanning

Reisverslag

Reisplan

Voorbereiding

Links

Contact

     
 

 

Rondje Biskaye 2007

VertrekBretagneNoord SpanjeWest SpanjeBiskayeHuiswaards

West Spanje/ Portugal; juni/juli 2007

Weer op weg
Twee dagen nadat Moniek weer terugvliegt naar Nederland draait de wind eindelijk stabiel naar het noorden, trekt de bewolking op en wordt het zonnig. De eerste dag meteen door gevaren naar Camarinas. Een perfecte ankerbaai waar we met een 7-tal andere boten in volmaakte stilte prima voor anker liggen. Tegen de ochtend licht de een na de ander z'n anker. Ook wij gaan weer ankerop, op weg naar Ria de Muros.  Bij het binnenvaren van de Ria, op weg naar Muros, worden we verrast met een in n minuut oplopende wind van 3 bf naar 6 bf waardoor de gangboorden ineens door het water gaan. We moeten duidelijk nog oog krijgen voor de valwinden en windversnellingen. We besluiten gezien de wind niet voor anker te gaan en bij Portosin de haven in te lopen.

Als je ziet hoe snel we nu kunnen doorvaren dan heeft Moniek met haar weekje vakantie bij ons toch wel erg veel pech gehad. We maken na ons vertrek uit Corua gebruik van de noorden/noordwestenwind om in een aantal vlotte tochten naar het zuiden te varen. Iedere dag wordt het warmer en breekt de zomer duidelijker door. Op de terugtocht, als we tegen de noordenwind in kleinere dagtrajecten moeten varen, nemen we meer tijd voor de Spaanse Ria's.
Veel en vaak dolfijnen gezien. Sommige groepen maken er een echte show van als ze met de boeggolf gaan spelen. Een andere veel donkerder en grotere soort soort, die we af en toe zien, heeft duidelijk geen belangstelling voor onze boeggolf.

Ook de tocht van Portosin naar Islas Cies, vlak voor de Ria de Vigo,  kenmerkt zich door veel zon en een goede oplopende zeilwind. We komen nog nauwelijks jachten tegen. Dat wordt over een paar dagen als we weer noordelijk gaan varen waarschijnlijk wel anders.

Islas Cies
Het natuurreservaat Islas Cies (& Islas Ons) bestaat uit een klein aantal eilandjes waar achter beperkte ankerbaaitjes liggen. Alleen bij goed stabiel weer kun je de nacht doorbrengen in zo'n baai. Dicht op het strand vinden we in de beschutting van een heuvel met bos een mooi ankerplekje. Overdag is het een drukte van belang met honderden dagjes mensen die er komen zwemmen en zonnen, maar 's avonds als de laatste pont is vertrokken is het er stil en rustig. Slechts een paar kampeerders en wat zeilers bevolken dan nog het eiland. We hebben aan het begin van de avond bij het ankeren wat last van een Fransman die boven op ons anker gaat liggen maar gelukkig druipt hij na wat boze woorden af als tegen 22.30 de nacht valt.

 

Povoa de Varzim
Na een tocht van 60 mijl lopen we Povoa de Varzim aan.  Strak blauwe lucht, aangename temperatuur en een lekker meelopend windje. Afgezien van een enkel uurtje op de motor voor de wind opsteekt en een halfuurtje motoren als de wind ineens wegvalt bij het passeren van de grensrivier tussen Spanje en Portugal, varen we weer de hele dag op de BolleJan. We blijven in Povoa een paar dagen liggen en besluiten dan of we nog verder zuidelijk zullen varen. De komende twee weken staat er al een regelmatige noordenwind, verder afzakken langs de kust is dan leuk maar terugvaren wordt dan met de dag lastiger.

We worden vanaf het begin in Povao getroffen door het grote verschil tussen rijkere Galicie dat we de afgelopen weken hebben leren kennen en het veel eenvoudiger Noord Portugal dat we in Povoa voor het eerst ontmoeten. We hebben duidelijk even tijd nodig om om te schakelen. De eerste dag in Povoa besteden we aan de boodschappen doen, wassen en bootreparaties. Drie wasmachine ladingen hangen te drogen en Diederique zit twee uur in het topje van de mast om een voorlopige oplossing te vinden voor het probleem van de lekstroom in het toplicht. Uiteindelijk de metalen bevestigingsbeugel doorgezaagd en de boel met isolerend tape vastgezet. De lekstroom verdween met de laatste zaagsnede. Waarschijnlijk een defect in de lamp en geen structureel probleem. De leverancier heeft inmiddels een nieuwe ledlamp toegezegd.

Midden in de nacht begint er ineens een enorme deining de haven binnen te lopen en bezorgt ons een zeer onrustige nacht. We besluiten ons bed op te pakken en elders aan boord te gaan slapen waar we minder heen en weer geschud worden. De volgende dag blijkt de drie meter hoge deining ons een paar keer zodanig tegen de zijsteiger te hebben geworpen dat we een paar lelijke diepe krassen in het romp hebben staan. Maar eens kijken hoe we die dit najaar weer wat afgevlakt krijgen. Na de volgende dag de "winter"landvasten met de rubber schokdempers aan te brengen worden de bewegingen wat minder schokkerig. We besluiten na dit alles maar een bezoek aan Porto te gaan brengen.

Porto


Met een snelle metro verbinding staan we in 50 minuten in Porto. Porto is de tweede stad van Portugal en een belangrijk "Erfgoed"op de Unesco lijst. Naast een aantal mooie gebouwen valt vooral op dat de beschermde binnenstad vooral een "levend" erfgoed is. In het oudste deel zijn nog weinig sporen van restauratie te vinden en de smalle straatjes hangen nog volledig vol met wasgoed terwijl in de straatjes en steegjes de bevolking op straat leeft tussen bouwval en vuilnis. Het oude winkelhart ligt helemaal open en wordt druk opnieuw bestraat met witte en zwarte keitjes op de stopen en kinderkoppen op de straten. We bezoeken een van de tradionele Porthuizen op de zuidoever voor we de metro terug nemen.

Viana do Castello
Begin van de week draaien we onze steven weer naar het noorden en varen naar Viana do Castelo, bijna de noordelijkste Portugese havenplaats. We vinden een ligplaats in de marina die sinds twee maanden met een heuse brug wordt afgesloten. Op ons verzoek draait de brug en krijgen we een plaatsje in deze vieze haven naast een roestige catamaran. Niet ons favoriete stekje. De hele nacht staat de brug open tot..... wij er de om 8.00 de volgende dag uit willen. Dan blijkt dat de brug pas weer om 12.00 te draaien (of als er een havenmedewerker is) en blijken inmiddels een viertal vissers bootjes zich voor de haveningang met lange netten en grote schepkorven genesteld te hebben op jacht naar schelpdieren. De heren blijken niet van zins daar te wijken, ook niet als de haven official dat vraagt. Pas als de maritieme politie zich er tegen aan bemoeid gaan ze een stapje opzij en worden de netten opgehaald. Inmiddels is het dan tegen 10.00 en steekt de beruchte Portugese Noorden (tegen)wind al stevig op. Pech.

Bayonna
Nog op een aanvaardbaar tijdstip belanden we in Bayona. Een mondaine Spaanse haven met dito prijzen. De eerste haven waarin er geen enkele normale CE-contactdoos (16 A) op de steiger is. Tot nu toe hebben we altijd in de Spaanse havens naast de grote CE contactdozen ook normale CE contactdozen kunnen vinden. Dit keer niet. De grote motorjachten slurpen kennelijk met hun airco zoveel dat alleen de grote 32 A contactdozen toereikend zijn. Een paar weken terug in Zuid-Bretagne moesten we nog creatief knutselen om met een 10A gezekerde CE contactdoos f accu's te laden, f de boiler te verwarmen. Het kan verkeren.

Hoewel Bayona op zich best een leuke stad is kiezen we er de volgende dag toch voor een stukje door te varen en een leuke ankerbaai te zoeken.

 

Ensenada de San Simon
Helemaal aan het eind van de Ria de Vigo ontdekken we de Ensenada de San Simon. Een grote baai met veel ankermogelijkheden ver van de gebaande paden. We vinden voor een paar dagen een mooie plek, beschut voor de noordwesten wind, halverwege de westzijde van de baai. In de middag hebben we een zeewind kracht 3 /4 bf die in de loop van de avond gaat liggen en verandert in een oostenwind die de volgende ochtend tegen een uur of 11/12 weer aantrekt en westelijk gaat worden. Af en toe varen we met de bijboot even naar het dorpje om boodschappen te doen. Christien wordt op de wal afgezet en na een uurtje na een oproep via de handmarifoon weer opgehaald. Op de zelfde manier ons huisvuil (met visafval) naar de wal gebracht. In gedachte de gretigheid waarmee de meeuwen vorige week bij Isla Cies onze bbq bewaakten leek het beter ze nu maar niet in de verleiding te brengen ons huisvuil voor ons mee te nemen.

Op een van de dagen genieten we uren van een groep van ca. 15 dolfijnen die ons bezig houden. Kort na het ontbijt ontdekten we ze en urenlang duiken ze ieder keer weer op enige afstand op.

Als we vanuit de bijboot aan boord stappen valt op dat de Windpilot aan een kant helemaal los staat. Als we de zaak wat beter bekijken blijkt dat de bouten waarmee de Windpilot door de importeur is bevestigd maar drie millimeter vaststaan. Nog een geluk dat we hem nog niet kwijt zijn.

Combarro
Op zondag verlaten we de Ria de Vigo, Ensenada de San Simon en zetten koers naar Combarro. Combarro ligt verscholen achter een klein eilandje aan het eind van de Ria de Pontevedra tegenover Marin. Aan de oever van de Ria staat in Marin duidelijk zichtbaar het Spaanse marine opleidingscentrum.
Combarro is een lieflijk klein plaatsje dat bekend is vanwege z'n zeer compacte oude dorpskern die op een rots tegen het water is aangeplakt. De plaats wordt gekenmerkt door het grote aantal traditionele "graanhuisjes" die bij tientallen langs het water staan in de oude dorpskern en de vele kleine wijngaarden tussen de huizen aan de buitenrand van het dorp.
We liggen er een paar dagen en eten op Christiens verjaardag een hapje op een van de vele terrasjes. De maaltijd wordt aan het eind wat verstoord doordat plotseling vanaf het strand de wagen van de rioolontstopping het terras op rijdt om z'n werk te doen. Gelukkig waren we al aan het afrekenen toen duidelijk werd waarom we bijna natte voeten kregen.

De week kenmerkt zich door lichte noordenwinden die na de ochtend aantrekken tot een steviger niveau en tegen de avond weer uitdoven. Aangezien een spoedige terugkeer van de zuidenwinden er nog niet aan zit te komen kiezen we er voor om regelmatig in de ochtend vroeg ankerop te gaan en een aantal uren tegen de noordenwind naar boven te varen en tijdig weer een ankerplaats te zoeken. We krijgen steeds meer gevoel voor het ankeren en slagen erin het anker er steeds beter "in te trekken". Dat dit succesvol is blijkt niet alleen uit het feit dat we 's nachts niet van onze plaats komen maar vooral uit het geweld dat de volgende ochtend nodig is om het anker er weer uit te krijgen.

 

 

Laatste westelijke Ria's
We liggen een nacht in de Ensenada de Sardineiro onder de rook van de vuurtoren op Kaap Finisterre. De nacht daarop brengen we door in de Ria de Camarinas. Na het erin trekken van het anker en het vastleggen van de ankerpositie en het ankeralarm pompen we doorgaans meteen de bijboot op. De bijboot is de afgelopen twee weken onze "fiets" geweest waarmee we boodschappen doen, buren bezoeken, naar de wal gaan voor een wandeling of rondom de boot dobberen voor onderhoud.
Na Camarinas hebben we een dag zuidwesten wind. De geleidelijk in de loop van de dag oplopende wind brengt ons in 12 uur in de Ria de Cedeira. Een ankerbaai waar we een maand geleden ook al eens een nacht hebben gelegen.

Helaas ontdekken we op onze wandeling naar het dorp dat ook voor Cedeira weer een groots plan klaar ligt voor een grote marina. Op de vleugels van de krachtige economische ontwikkeling zijn/worden overal in Noord Spanje grote marina's aangelegd. We struikelen in iedere ankerbaai over grote jachthavens, dito in aanleg en dito in de planning. Allemaal op de plek van de mooie ankerbaai en met stevige prijzen. Zonde. Het vreemde is ook dat het aantal bootjes (niet de lokale (hobby)visbootjes ) dat voor anker ligt in zo'n baai, ook op een dag als vandaag niet rechtvaardigd om een haven aan te leggen met een capaciteit die 50 tot 100 maal het aantal ankeraars overtreft. Net als vorig jaar in Letland en Lithouwen wordt er voor de aanleg en ontwikkeling van deze nieuwe havencomplexen op grote schaal gebruik gemaakt van bijdragen van de Europese Unie.
 

West Spanje; Meer Foto's