Home

Boot

Bemanning

Reisverslag

Reisplan

Voorbereiding

Links

Contact

 

     
 

 

Bretagne 2004

 

 

 

Vertrek

Zoals gewoonlijk nemen de voorbereidingen voor het vertrek meer tijd dan gepland. Op de avond van vertrek rijden we twee keer op en neer naar de boot omdat we te laat bedenken dat het voor de eerste zeedagen klaargemaakte vlees in de koelkast is blijven staan. Niet zo handig en of het na 3 weken nog eetbaar is de vraag. Lijdzaam rijdt er één terug terwijl de ander ondertussen de laatste spullen opbergt aan boord. Om half een 's nachts, drinken we nog een borreltje in de kuip, de vakantie kan beginnen!

Donderdag de 29e juli gooien we rond 10 uur eindelijk de trossen los. Om 16.00 passeren we de Roompotsluis. Op naar Bretagne. Met weinig, oostelijke wind varen we langs de Belgische kust door de nacht. Het is weer even wennen. Hoe zat het al weer met al die lichtjes, vaart ie nu voor of achter ons langs? Het is druk in het Kanaal. Te vaak haal ik de schipperse uit haar slaap. Eigenlijk is de nachtvaart langs de Belgisch /Franse kust met z'n grote reeks aanvaarroutes naar Vlissingen, Zeebrugge, Oostende Duinkerken en Calais geen prettige start van het nachtzeilen op een reis. Maar soms heb je geen andere keus als stroom en windverwachting je pas laat in de middag de mogelijkheid bieden om te vertrekken.
Volgende keer toch maar mikken op het vroege tij?

Vanaf Calais verzeilen we in een continue mistdeken. Geen wind, geen zicht. Op naar Boulogne, want na het optrekken van de mist draait de wind voor een dag naar het westen. Morgen zal hij weer naar het oosten draaien. We blijven anderhalve dag in Boulogne, wandelen sinds jaren weer eens door de oude citadel en kopen onze eerst franse croissantjes, brie en andere lekkernijen. We weerstaan de verleiding om enkele van de kunstig gemaakte, maar peperdure, petits fours bij de bakker, kopen een vers visje en een stokbrood en genieten van de zon en de gebruikelijke drukte in de haven van Boulogne.
 

Mag je nu met z'n tweeen, vijven of achten aan de zijstijger liggen en hoe lang duurt het voordat het eerste bootje aan die kleine steiger zegt dat het, ondanks de verwijzingen van het havenpersoneel, wel genoeg is zo, met al die andere boten drukkend tegen zijn bootje. Wie brengt er een extra lijn uit naar de wal en welke boot zet even een hekanker uit om het gieren van de rij bootjes op de stroom te verminderen? Het blijft in Boulogne in het hoogseizoen altijd spannend, ook al zijn er veel meer passantenplaatsen in de haven zelf gekomen.

Zondagnacht draai de wind naar het oosten en bij het krieken van de dag vertrekken we achter de Bolle Jan op weg naar het westen. We liften van tijd tot tijd lekker met de stroom mee, maar helaas kentert de stroom net boven Alderney. Nou ja we zien wel, het zonnetje schijnt; een boekje erbij, het is nog vroeg en we hebben geen haast. De volgende 6 uur kruipen we boven de Kanaaleilanden langs, het lijkt wel of we achteruit varen, de wind valt weg en in de verte ontwikkelen zich dikke onweerswolken.

Even rekenen, we kunnen nog net op het laatste beetje stroom voor zessen in St Petersport zijn als we de motor starten. Tja dat moet dan maar, want de wind gaat naar het westen na het passeren van het onweersfront, dus dat schiet ook niet op.
Net voor de bui zijn we op Guernsey. We besluiten de nacht in de marina van St Petersport door te brengen.

De volgende dag valt eenmaal voorbij Guernsey de zon weg en schuift opnieuw een dikke mistdeken over ons heen. Dat was nou niet de bedoeling, motor en radar gaan aan. Mooie gelegenheid om de radar weer eens uit te proberen. Wanneer zien we wat? Regelmatig zoeken we de boot die bij de piep hoort aan stuurboord of bakboord op "een uur of 9 uur" al na gelang de echo op de radar. Vlak voor ons duikt dan het betreffende schip op, maar echt van ver goed zichtbaar zijn de meeste schepen toch niet. Na een paar uur breekt de zon weer door en verdwijnt de mist snel.

Gelukkig is het zicht bij de aanloop van Tréguier goed. We herinneren ons nog van een paar jaar geleden dat er hier voor de kust een sterke dwarsstroom staat, waardoor je behoorlijk uit je koers gezet kan worden op weg naar de aanloopton. Het laatste halfuur moeten we bijna 45 graden af wijken van de koerslijn om op zicht toch bij de groene aanloopton uit te komen. Wel iets om rekening mee te houden. We varen de rivier op en genieten van de oevers van de slingerende rivier en gaan voor anker in de bocht bij het idyllische Chateau vlak voor Tréguier.
 

Hier liggen we 2 dagen voor anker, genieten van de rust, de vogels en lezen een boek. We zijn gewoon lekker lui! Het ankeren is wel weer even wennen met een verval van meer dan 10 meter, droogvallende oevers, en afgaande anker- en dieptealarmen. De eerste nacht staan we bij laagwater een aantal keren angstvallig te kijken of we de ankerketting toch niet wat moeten inhalen om niet tegen of over de naast ons droogvallende steile oever te drijven. Dat was op de kaart niet te zien. Toch wel lekker dat we onze diepgang kennen.
 

De volgende dag hebben we een spikplinternieuwe Oyster kunnen behoeden voor het ankeren op de droogvallende plaat ( met hoogwater 8 meter water, maar nu bij springtij bij lw valt het door hem uitgekozen plekje bijna droog).
Omdat de dochters op vrijdag in Lezardieux aan boord komen varen we donderdagochtend  richting de Trieux . Wat doen we vandaag? Er staat weinig wind, de weersvoorspellingen zijn stabiel, de zon schijnt en rond een uur of vijf is het laagwater. Ideale omstandigheden om lekker voor anker te gaan. Ile de Brehat wordt overal geroemd om zijn mooie anker- en droogvalplekken. Zullen we?? Wat let ons en we zetten koers naar Port de la Corderie, een perfecte droogval en ankerplaats met veel zand en weinig rotsen. Veel van de boten aan moorings zijn voorzien van droogval poten die ze een paar uur later dan ook hard nodig blijken te hebben. Vlakbij het strand zien we 2 Ovnies en een nieuwe Southerly voor anker liggen. Nou vooruit dan maar. Voorzichtig manouveren we langs alle op poten staande schepen richting ankerbaai en strand. Het is halftij. We varen totdat we nog 4 meter water onder de kiel hebben. We leggen de boot achter de Ovni en de Southerly en gooien het anker uit. Nu kan de zonnetent op en wachten we totdat het laatste water zakt. In de verte zie je de eerste boten niet meer draaien op wind en stroming, ze staan vast.
Nog een half uur later en iets verder op vallen ook de eerste bootjes op het strand scheef. Nog 1,4m geeft de dieptemeter aan. Zal het wel goed gaan? De Southerly beweegt niet meer, die staat vast, de Ovnies die minder diep steken drijven nog. We liggen zoals gepland vlak achter een zandplaat met onze ankerketting en ons anker. Mmm, niet echt goed ingetrokken, straks maar even vanuit de bijboot een handje helpen. Voorzichtig maken we vanuit de bijboot de waterlijn algvrij en verbazen ons erover dat er geen pokken of kokkels op de romp zitten. Alleen een lichte bruine aanslag op de waterlijn. We duiken naar de schroef en proberen de schroefanode te wisselen. Twee weken daarvoor hadden we bij een klein duikje gezien dat deze al ver "op" was. Helaas. Ondanks navragen blijkt de meegenomen maat toch niet de juiste. We schroeven de oude anode weer terug. Aangezien de dochters net vier uur daarvoor met de auto uit Nederland vertrokken zijn kunnen we ze ook niet meer vragen alsnog de andere maat mee te nemen. Dat wordt toch weer thuis duiken in de haven en maar hopen dat de bij de bevestigingsschroeven bijna doorgecorrodeerde anode nog zolang blijft zitten.

De volgende morgen lichten we het anker zodra er voldoende water in de baai staat en starten de motor. We tuffen naar Lezardieux waar de dochters rond een uur of 2 arriveren.
Ze zijn ons voor een weekje vakantie met de auto achterna gereisd. Het oorspronkelijk plan om de eerste nacht met ze op in het ankerbaaitje bij La Corderie door te brengen laten we varen omdat er eerst nog een bestand moet worden verzonden bij het lokale internetcafe (dat drie dorpen verder blijkt te liggen). We zijn te laat om nog met voldoende water de ankerplek te bereiken. We brengen de nacht door aan een mooring, omdat we ankeren op de snelstromende rivier niet zo zien zitten.

Zaterdagochtend hijsen we zeil en varen richting Port Blanc. We zien wel of we nog verder gaan. Er staat een lekker briesje en eenmaal op open zee staat er een behoorlijke deining. We worden getrakteerd op echte lange golven en brede golfdalen. Bootjes verdwijnen compleet achter de golven in de dalen. Oceaandeining!
Op het weerbericht wordt ook gewaarschuwd voor swell, als gevolg van de stormachtige wind in Finistere en andere delen van de Golf van Biskaye. De kersverse bemanning moet hier wel erg aan wennen. We besluiten Port Blanc aan te lopen en niet verder te zeilen. Jammer, het zeilde wel lekker op die oceaandeining. Alle visitorsboeien zijn vol. De eerste ankerplek tussen de moorings is weinig succesvol. We draaien toch wel erg dicht langs alle bootjes die aan een mooring liggen. Onze draaicirkel achter de 3 keer de verwachtte diepte bij hw gestoken ankerketting is toch wel veel groter dan die van de aan bootjes aan de moorings. Mede in verband met de sterk dalende barometer verleggen we de boot naar een ander ankerplaats in de baai. Prima plek, maar in verband met de omvang van de baai, niet helemaal beschut tegen de opstekende harde westenwind. 's Avonds draaien we een uurtje stroom, maar plotseling begint de uitlaat van de generator witte rook te blazen. Dat kan niet de bedoeling zijn. Er komt geen koelwater meer uit de generatoropening! We zetten de generator uit en vervloeken inwendig alle niet met wierschelpjes afgedekte openingen (moeten we nog een oplossing voor vinden want wierschelpjes zijn van brons en dat kan niet samen met aluminium ). Een duik in de bakskist leert dat, zoals we al dachten, de koelwateringang geblokkeerd is met wier. Eerder dit jaar hadden we al zoveel wier in de wierpot van de motor dat het ons een impellor kostte, een minipalinkje in de koelwaterleiding naar de koelkast en nu wier in het wierfilter en de aanvoerslang van het koelwater van de generator.
Na een half uur is de zaak weer wiervrij en stroomt het water weer door. Gelukkig.

Maandag varen we naar Lannion. Bij de entree van de rivier ligt aan bakboord een grote ondiepte die bij laagwater gedeeltelijk droogvalt. Ook in de rivier zelf staat maar beperkt water. Het is halftij, er moet nog voldoende water staan. We sturen dicht langs de stuurboordoever en volgen het verloop van de diepte op de dieptemeter nauwgezet. De diepte kan 1 meter meer naar stuurboord of bakboord wel 1 a 2 meter schelen en dat maakt wel verschil uit of je 1,5. 2 of 3 meter water onder je boot hebt. Goed te weten dat het nog hoogwater moet worden, voor het geval dat.
Gelukkig is er weinig wind en golfslag als we binnenvaren en is het zicht goed. We ankeren op de gelijknamige rivier bij Le Yaudet. De rivier ligt vol met locale bootjes aan moorings. Maar als je iets verder doorvaart zijn er best nog een aantal perfect, beschutte ankerplaatsen te vinden tussen de beide beboste rivieroevers. Met de bijboot gaan we naar de kant op zoek naar vers brood. Mislukt. De laatste winkel in Le Yaudet is al enkele jaren geleden gesloten. 's Avonds varen we met de bijboot een stuk de rivier op tot aan de grens van het stadje Lannion. We genieten van de grote verscheidenheid aan vogels op de drooggevallen rivierbanken en oevers. Opvallend is de hoeveelheid Engelsen met kimkielers die we op deze ondiepe plaatsen tegenkomen .

De stabiele zuidenwind en de uitgaande stroom geven ons de kans bij het krieken van de dag door te gaan naar Ill de Batz. Je kunt er prima ankeren en droogvallen volgens de pilot. Het gedeeltelijk droogvallende haventje van het toeristeneilandje geeft bij de aantrekkende wind een redelijke beschutting. We liggen vlak onder de wal. Ook hier weer het gebruikelijk beeld dat we ook al in La Corderie en Lannion hebben gezien van dubbelkielers, boten met droogval poten en gedeeltelijk naar opzij of naar voren hellende boten. We liggen comfortabel. Op het laatste restje water gaan we met de bijboot naar het eiland. Gelukkig zijn op dit overdag door dagjestoeristen bezochte eiland nog wel een bakker en een supermarkt te vinden, zodat we inkopen kunnen doen.

 

In de nacht trekt de wind aan en als we de volgende dag vertrekken kunnen we al snel de zeilen zetten. Het wegvaren in het opkomende water vraagt nog wel wat navigatiekunst tussen de ondieptes. In tegenstelling tot de vorige dag varen we dit keer niet om het eiland heen maar wagen ons aan de iets kortere, maar wel ondiepere, weg binnendoor. Even ontstaat er nog wat verwarring of we nu bakboord of stuurboord langs een baken moeten varen, maar gelukkig maakt dat voor onze diepgang niet veel uit. Met een behoorlijke stroom in de rug en het pas enkele uren rijzende water een lastiger stukje langs en tussen de verschillende rotsondieptes. Een scherp zicht op de bakens en de betekenis van de toptekens brengt ons al snel weer op open zee.
Aan het begin van de avond laten we het anker weer laten vallen in Tréguier bij het al eerder uitverkoren kasteeltje. Wederom is de draaicirkel achter de ankerketting voldoende om net niet tegen de droogvallende kant te komen bij laag water. Donderdag gaan we na het watertanken door naar Lezardieux. Het oorspronkelijk plan om de nacht nog eens op de ankerplek bij La Corderie op Ile Brehat door te brengen laten we schieten omdat de westenwind buitengaats in de monding van de Trieux aantrekt tot bf 7/8. Gezien de westoriëntatie van La Corderie geen aantrekkelijke optie. Daarom maar door naar Lezardieux.

Moniek en Ingeborg vertrekken de volgende dag weer vroeg met de auto naar Nederland en wij verleggen de boot naar een mooring en blijven wachten tot de nog steeds harde wind verder afneemt.
De eerste dagen hebben we onze tochtplanning voor een belangrijk deel gebaseerd op de navtexberichtgeving en de van huis meergenomen informatie van de internetsites van Weeronline en Wetterzentrale. Inmiddels maken we al weer geruime tijd gebruik van de lange termijn verwachtingen van Offenbach. Deze lange termijn verwachting geeft ons liggend aan de mooring de verwachting voor medio volgende week. Er ontwikkelt zich een krachtig lage drukgebied met troggen. Dit zorgt over een dag of 5 in alle weerdistricten van Biscay tot Duitse bocht voor stormachtige winden. Het woord zomerstorm val zelfs.  Reden om zodra de wind dat toelaat te beginnen aan onze terugreis.  Afhankelijk van de weerontwikkelingen kunnen we de terugreis altijd ergens onderbreken voor een "stormstop". We willen graag nog langs bij een van de havens aan de Franse Noordkust ten zuiden van Boulogne. Zaterdagochtend kunnen we eindelijk vertrekken richting thuiswateren. We staan niet te springen om enkele dagen met windkracht 8/9 op zee te zitten ook al komt die uit het zw! Voor ons gevoel te vroeg wenden we de steven richting Noord.
Zodra we buiten komen blijkt de wind inmiddels nagenoeg weggevallen te zijn. Gedeeltelijk op het zeil, gedeeltelijk op de motor tuffen we richting Sark/Alderney. Tegen de avond pikken we een boeitje op bij Greve de la Ville aan de oostkant van Sark. Eigenlijk willen we ankeren maar de verleiding van de rust aan een boeitje is te groot (dachten we toen nog). We pikken het laatste beschikbare ankerboeitje 's Avonds moeten we opnieuw de koelwater inlaat van de generator van wier bevrijden. Van de winter moeten er duidelijk wierschepjes op de koelwaterinlaten.
De lange termijn windverwachting laat nog steeds een, inmiddels meerdaags, stormgebied zien voor de tweede helft van de komende week in alle districten van ons terugvaargebied. We besluiten de geplande meerdaagse stop ten zuiden van Boulogne maar te laten vallen en te kijken of we nog voor de harde wind in onze thuishaven kunnen zijn.

In de loop van de avond en nacht blijkt het visitorsboeitje verontrustend dicht bij een andere boei met boot te liggen zodat we voortdurend bezig zijn met afhouden. Ook is de deining op de ankerplaats (voor ons) ongebruikelijk onrustig. We doen maar weinig ogen dicht die nacht. Om vier uur controleren we nog even of alles goed is buiten, we horen nog zoveel stemmen. Op het buurbootje zitten ze nog te vissen op het achterdek. Alles lijkt okee.
Een half uur later horen we een zachte metalen "doingk". In de veronderstelling dat we weer tegen onze buurboot aan liggen sprinten we naar buiten. In de stromende regen, zonder maan stellen we bij het licht van de schijnwerpers vast dat we los zijn van de ankerboei! Er is geen buurboot meer in de buurt en geen ankerplaats meer te zien. Kortom we zijn weggedreven uit de baai met de stroom en door een wonderlijk toeval, of is het een flauwe grap!, is onze "wonderhaak" losgeraakt van de boei.
In het beperkte licht van de schijnwerper varen we ons vrij van de rotsige wal die we zijn tegengekomen op onze weg. Het regent nog steeds dat het giet en met onze schijnwerpers zie je niets. Boven ons schijnt het licht van de vuurtoren, voor en opzij van ons zien we donkere schimmen. Of dat die rotsen zijn voor de baai? Er staat geen wind, het is stikdonker, het regent dat het giet en een goede orientatie op de onstane situatie is lastig. We besluiten om ter plaatse maar gewoon het anker te laten zakken en te wachten totdat het licht wordt. De GPS-positie wijst erop dat we redelijk vrij van gevaren kunnen blijven liggen.
In het stikkedonker met een aantal door de regen en duisternis aan het zicht onttrokken rotspartijen wordt verder varen toch wel een hachelijk avontuur. Tot het licht wordt zitten we met kloppend hard half binnen, half buiten. We controleren met behulp van kruispeilingen op de vuurtoren of onze positie niet verschuift. Gelukkig, het anker verzwaard met 60 meter ketting lijkt te houden!
We drogen ons af, verwisselen onze kletsnatte pyama's voor onze zeilkleding en warmen onze handen aan een warme kop thee. We staren allebei voor ons uit en zijn in gedachten verzonken. Zijn wij blij dat het niet waait, het anker houdt, de boot stevig genoeg is, dat ….. Tja dit had heel anders kunnen aflopen.
Twee uur later wordt het licht en zien we door de regensluiers wat er is gebeurd. Net om het hoekje van de baai zijn we tegen de kant aan gedreven. De boot toch maar even 50 meter uit de kant gevaren en alsnog in 20 meter diep water voor anker gelegd. Bij het krieken van de dag varen we voorzichtig via de ankerbaai weer weg en zetten zeil richting Cherbourg. Tegen de middag , net op het kenteren van het meelopende tij , bereiken we Cherbourg. Door de Alderney race varen we soms 12 knopen over de grond! We varen Cherbourg binnen en maken een tijstop in de ankerkom vlak voor de jachthaven.

We hangen onze pyama's te drogen, doen nog een middagdutje en analyseren de laatste weerberichten. Het lage drukgebied diept zich verder uit, een onweerstoring trekt van Normandie door het Kanaal naar Nederland. Achter het onweersfront zal de wind steeds meer draaien naar ZZW en in kracht toenemen. Als we rechtstreeks richting Boulogne varen zullen we waarschijnlijk weinig last hebben van het onweersfront dat zich tegen de Franse Kanaalkust gaat opbouwen. Met het vooruitzicht van het zich verslechterende weer vanaf woensdag, wagen we de gok dat we het onweersfront aan stuurboord van ons kunnen laten en zetten bij het kenteren van de stroom koers richting Boulogne.
Die nacht varen we lekker door. Al in het begin van de nacht trekt een onweersbui over ons heen. Gelukkig komt er weinig wind uit de bui, maar wel veel regen! Op de radar volgen we het verloop van de bui. We zien dat er zich steeds meer buien vormen aan stuurboord van ons. De bliksem verlicht de zee regelmatig. Verder is het zonder maan vannacht aardedonker.
De hele nacht blijft het tegen de Franse kust weerlichten, maar boven ons klaart het op. Geen maan maar wel duizenden sterren en zicht op andere melkwegstelsels. Wat is de sterrenhemel toch mooi op zee. De wind valt geregeld helemaal weg, en van tijd tot tijd moeten we de motor bijzetten om toch vooruitgang te boeken. Met al die onweersbuien durven we toch niet in de nacht op de bolle jan te varen. We profiteren van de stroom die nu, in tegenstelling tot de heenreis, vooral meeloopt. De nacht is rustig met alleen voor Le Havre wat overzichtelijke scheepvaart.
We lopen al vroeg in de middag bij Boulogne langs en besluiten door te steken naar Duinkerken. Het laatste uur hebben we stroom tegen. Rond een uur of 8 lopen we met een steeds verder aanwakkerende wind na een dag Duinkerken binnen.
Te laat ontvangen we op de Navtex een waarschuwing voor ronddrijvende boomstammen van 7 meter lang en een doorsnede van een halve meter bij Le Havre. Gelukkig zijn we die in het stikdonker daar niet tegengekomen. Bij Duinkerken blijken we ook een dode walvis van 20 meter te hebben gemist die iets noordelijker van ons ten zuiden van de Ruytingen SW buiten de scheepvaartroute drijft. Je moet er toch niet aan denken om daar tegen aan te varen al dat rottende vlees! Het scheelt in ieder geval in de eetlust.

De volgende dag gaan we op de laatste paar uur van de tegenstroom vroeg op pad . We willen nog even goedkoop tanken in Nieuwpoort om vervolgens net bij het kenteren van het tij, de volle stroom mee te  pikken naar boven. Als we geluk en voldoende wind hebben komen we dan nog net op tijd in Vlissingen. Het tanken blijkt toch langer te duren dan verwacht, ze hebben lunchpauze tussen 12.00 en 1.00, en voordat we de hele tank vol diesel hebben duurt wel even.
Rond 2 uur kunnen we weer verder. Een uur na kenteren van het tij, jammer dat uur moeten we nu op de Westerschelde tegen de stroom in ploegen. Het laatste uur trekt de wind steeds verder aan en de voorspellingen voor woensdag, donderdag en vrijdag worden steeds slechter.
Het vooruitzicht om aan lagerwal met een dikke ZW 6 a 7 in de thuishaven onze boeg tussen de palen te moeten prikken stemt ons niet vreugdevol. Als we even voor 19.00 uur Vlissingen binnen varen besluiten we om, als het nog gaat met de brugopeningen, vanavond nog door te tuffen naar de Veerse sluis. We roepen de Keerssluisbrug aan met het verzoek of we nog tot de Veerse Sluis kunnen komen vanavond. Het kan en binnen een uur zijn we door alle bruggen heen. Wat een rust in vergelijking met het konvooivaren overdag. Het is al donker als we bij de Veerse sluis aankomen en besluiten voor de sluis aan de wachtsteiger te blijven liggen en morgenvroeg zodra het licht is verder te varen over het Veerse meer.

's Nachts trekt de wind behoorlijk aan en de volgende ochtend stuiven we over het Veerse Meer, gaan door de sluis en ook buiten de sluis poeiert het al aardig. De weersverwachting geeft een oplopende wind tot 6 a 7 met windstoten in buien. Jammer, als dat niet afneemt zullen we toch maar in een van de vluchthavens onderweg moeten blijven. Er is een lichtpuntje, de barometer loopt op en de kustwacht geeft aan dat de wind in de loop van de middag tijdelijk zal afnemen. We zien wel.
Bij de Bruinisse sluis is het de gebruikelijke drukte van jawelste. In onze richting valt nog wel mee, behalve dat er ook nog een 20 meter lange klipper mee moet. Als we de sluis uit varen is het onwaarschijnlijk druk aan de andere kant van de sluis. Iedereen wil nog mee de sluis in, alles maakt tegelijk los en drijft al kris kras door elkaar heen voor de ingang. En de sluiskolk moet eerst nog leeg. Met moeite wurmt iedereen zich tussen de uit en ingaande vaart door en eenmaal op weg varen we alleen op de Yankee ruime winds nog altijd 7 knoop. Mmmm….. wat doen we?
Maar het zit ons mee, de bewolking breekt, het zonnetje komt er even door en de wind loopt geleidelijk terug. Een half uur voor de haven waait het nog maar 20 knoop. Duimen dat het nog even zo blijft. Een uurtje later ligt de boot weer veilig in de box. We leggen de boot aan zijn flexibele landvasten, halen nog even wat boodschappen en kruipen lekker achter een borreltje met een dikke trui aan in de kuip in afwachting van wat komen gaat. We luisteren naar de weersverwachting van de kustwacht voor de komende dagen: harde tot stormachtige wind uit het zuidwesten, regen en onweersbuien met windstoten tot 55 knoop.
 
Het wordt zoals voorspelt. In de loop van de nacht trekt de wind aan en barst de lang voorspelde storm los. We meten 55 knoop in een bui. De boot trekt hard aan zijn lijnen, maar dankzij onze schokdemperrubbers beweegt de boot zich soepel in de box. Er staat een zware deining in de havenkom. Een groot motorjacht dat gisteravond binnenliep, ligt te stampen aan lagerwal. Ze leggen een paar extra lijnen uit en kijken elk uur regelmatig of alles nog wel goed ligt. Wij trekken een dikke trui aan, genieten van een uitgebreide lunch, lezen een boek en terugkijkend zijn we geen uur te vroeg thuis.. Het jakkeren vanuit Lezardieux was niet voor niets. Het heeft nog tot zaterdagmiddag geduurd voordat de wind eindelijk afneemt en de zee weer rustiger wordt..

Gebruikte kaarten en pilots:
BA 2675, Imray C30, C31, C32, C33A/B, C34, C35, Nederlandse 1801.
Boeken: Reeds Almanac 2004, Classic Passages, Imray North Brittany
Artikelen van Clemens Kok in de Waterkampioen van 2002/2003.
Weersinfo: Internet: Weeronline, Wetterzentrale. Radio BBC 4, Navtex, Radio/computer: Offenbach