Home

Boot

Bemanning

Reisverslag

Reisplan

Voorbereiding

Links

Contact

 

     
 

 

Noorse Westkust 1996

 

 

 

Na een paar dagen inschommelen en coasthoppen verlaten we op donderdag vroeg in de morgen Den Helder en zetten koers naar Stavanger, Zuid-West Noorwegen. De eerste dag kenmerkt zich door weinig wind en goed zicht. De beloofde W/ZW 4 laat op zich wachten.

Pieeeeeeeeeeeeeeeep

Al motorzeilend bereiken we in de loop van de ochtend van de tweede dag het Skjold Oil Field. Hier maakt een lichte, lokale regenbui toch nog onverwacht een eind aan het leven van de stuurautomaat. Twee jaar eerder had een zwaar onweer op de terugtocht uit Scandinavië de automaat al ernstige problemen opgeleverd. Nadien leek alles echter weer in orde. Nu na een lange piep en een brandlucht …..einde oefening.
Doordat de wind nog steeds vrijwel verwaarloosbaar is, is ook de windvaanstuurinrichting niet te gebruiken. Om de beurt wordt een roerwacht van een uur gedraaid. Een eenvoudige constructie met shockcord biedt de gelegenheid af en toe het roer los te laten. 's Middags zien we bruinvissen in de verte.

Stilte voor de storm

In de loop van de dag blijkt uit de met de SSB via de computer opgehaalde weerkaartjes van Offenbach dat zich snel een "Sturmtief" ontwikkelt ten zuidoosten van IJsland. In de loop van de avond en nacht neemt de wind in de weersvoorspellingen via de Navtex in kracht toe voor steeds dichterbij liggende weerdistricten. We besluiten de koers te verleggen naar Egersund of Flekkefjord als dichterbij liggende bestemmingen. Nog steeds ontbreekt het volledig aan wind. Geleidelijk komt de vraag bij ons op of we bij het langer uitblijven van wind wel voldoende dieselvoorraad hebben om tot Egersund te kunnen motoren. Bij het aanbreken van de derde dag is er nog steeds geen toename van de wind te bespeuren. De windvoorspellingen nemen toe tot 7/8 voor Viking en de noordelijker gelegen districten. We verleggen onze koers naar Flekkefjord. De laatste jerrycans diesel verdwijnen in de tank.
Om 13.00 uur verschijnt aan de horizon een prachtig gekarteld silhouet, de eerste aanwijzing van de Noorse Zuid-West kust. Na een kwartier verdwijnt dit beeld helaas weer en rolt een mistdeken met een zicht van ca 150 meter over ons. Nog steeds is het windstil. Om diesel te sparen voor de te verwachten zware wind en golven verlagen we opnieuw het toerental van de motor.
Aan het eind van de middag zijn op de radar voor het eerst de contouren van een voor ons onzichtbare kust te zien. Het zicht is nog steeds minder dan 150 meter. Voorzichtig zetten we koers naar de ingang van de Listafjord. Om 17.00 uur passeren we volgens de radar en de gps de ingang van de Listafjord. We zien nog steeds geen hand voor ogen. Een paar minuten later knapt het zicht op, gelijktijdig met het toenemen van de wind.
Voor ons ligt het Flekkefjord met haar zwaar beboste oevers.
De spanning valt van ons af en met volle teugen ademen we de vochtige, Noorse naaldbomenlucht in. We genieten van het zwakke zonnetje, de mooie omgeving en vooral van de rust die dit fjord uitademt. Binnen een half uur is de zon verdwenen en loeit de wind met vlagen van zes bf op de windmeter door de nauwe fjord.
Tegen zessen meren we de boot veilig af aan de gemeentesteiger aan het einde van het Flekkefjord. Wat vriendelijk van de Noren om een van hun mooiste ongerepte fjorden, als aanloopfjord vanuit West- Europa hier neer te leggen.

Flekkefjord-Hidra

We worden wakker door het gefluit van de wind in de verstaging. De beschutting en vriendelijkheid van het Flekkefjord doen weldadig aan. De Navtex geeft voor de komende dagen W 8 voor heel Zuid-West Noorwegen. Het is geen straf om een paar dagenlang hier te moeten blijven. We vullen de tijd met boodschappen doen, vissen en maken samen met de kinderen een paar lange wandelingen door de bijna Zwitsers aandoende beboste heuvels rondom het Flekkefjord. Aan elektriciteit geen gebrek. De windgenerator draait in de harde valwinden vanuit de heuvels op volle toeren. Pas na drie dagen neemt de wind af en zetten we koers naar Hidra, het laatste eilandje aan de uitgang van het Flekkefjord. Een oogstrelende tocht met vergezichten, lieflijke Noorse plaatsjes en vooral raadselachtig naast de boot oprijzende steenhopen. Het blijft toch altijd weer wennen aan die plotselinge steenmassa's, dieptevariaties en het varen met je vinger op de kaart. In de mooi beschutte havenkom van Kirkehamn, vinden we aan de westzijde tegenover de visafslag een ligplaats voor de nacht.

Egersund

We willen door. Al vroeg de volgende dag gaan we, alles nog in de nevels, op weg naar de volgende bestemming. Over Egersund wordt in pilots veel geschreven. Het is een eenvoudig aan te lopen, zeer drukke vieze haven. We vinden met enige moeite een plaatsje, doen inkopen en pogen, vruchteloos, een leverancier van stuurautomaten te vinden. Tot onze verrassing loopt de haven vlak voor de havenmeester komt sterk leeg. Waar blijft iedereen? Toen we via de Søragapet vanuit het zuiden aanliepen waren we alleen vis, olie en offshore bedrijven tegen gekomen. Geen mooie ankerplekken of steigers. De haven komt die nacht maar beperkt tot rust, een vette olie en vislucht vermengd met uitlaatgassen blijft overheersen.
Een potdichte mist verhindert ons niet om 's ochtends om 6.00 uur weer uit Egersund te vertrekken. Wij willen nog voor de sluiting van de winkels in Stavanger aankomen om te zien of daar reparatie of vervanging van de stuurautomaat mogelijk is. Het smalle water van de Nysundet en de Nordresundet wordt behoedzaam doorklieft. Een voortdurende uitkijk naar bakens, geleidelichten en steenklompen is geboden. Als het vaarwater breder wordt breekt de zon door. Tot ons genoegen zien we in het halfuur daarna voortdurend jachten terug die ons de avond daarvoor in Egersund hadden verlaten. Conclusie, na de middagboodschap vaart men de haven uit en kiest een idyllisch ankerplekje midden in de natuur. In de Nordresundet blijkt, in tegenstelling tot de Søragapet, industrie vrijwel afwezig. Een weetje voor de toekomst.

Stavanger

Na een voorspoedige tocht bereiken we Stavanger. Op zoek naar de plaatselijke watersport zaak! Helaas blijkt herstel van de 7 jaar oude autopilot niet te regelen. Gezien de eerdere storingen en de vrij lichte uitvoering in verhouding tot onze zeilactiviteiten besluiten we tot de aanschaf van een nieuwe van een bekend merk dat stelt overal in de wereld zorg te kunnen dragen voor reparatie.

Op zaterdagochtend bezoeken we de dicht bij de jachthaven gelegen markt van Stavanger. Tafels vol met eigenkweek aardbeien staan uitgestald. Iedere huisteler lijkt z'n aardbeien op de markt aan te bieden. Daarnaast is er ook volop groente- en fruit tegen betaalbare prijzen te koop. We slaan volop in voor de komende dagen.. De voorraad "vers" uit Nederland was inmiddels aardig geslonken.
Vrijdagavond in Stavanger…… mmm behoorlijk onrustig. Rondom de haven is een groot aantal disco's, café's en nachtclubs gesitueerd waar de Noren tot diep in de nacht de muziek op volle sterkte en zonder noemenswaardige geluidsisolatie beluisteren.
Na ons bezoek aan de markt ruimen we snel alle boodschappen op en vertrekken richting Erfjord. We varen tussen Vassøy en Lindøya door. Langs Horge en Hille bereiken we al snel de Fognafjord. Via de Fisterfjord en tussen Børøya en Halsnøya door komen we in de Garsundfjord om daarna door de Austre Ombofjord de Erfjord te bereiken. Helemaal in de uiterste hoek in de verte ligt de Brent Spar.

Een roestig olievat op pootjes, dat voor de Esso jaren dienst heeft gedaan als olieopslagunit in een van de grote Noordzee olievelden en dat nu, onder druk van de milieubeweging, tijdelijk in een fjord is gestald in afwachting van een meer milieuverantwoorde sloop. Eerder hebben we op verschillende plaatsen in de fjorden al andere roestige verankerde oliedobbers zien staan. Voor het thuisfront wordt de Brent Spar, met de duidelijk leesbare aanduiding ESSO op de foto vastgelegd. Later horen we van een vriendelijke Noor dat in Noorwegen nog een groot aantal platform, opslagunits en dergelijke liggen te wachten op sloop. Naar verwachting zal het einde van deze platforms echter niet liggen in recycling maar in het al dan niet in stukken geknipt, afgezonken worden in de diepste delen van de fjorden. Wat dit op termijn betekent voor de vervuiling als gevolg van vrijkomende olieresten laat zich eenvoudig raden.

In een uiterst puntje van de Tyssefjord gooien we het anker uit en genieten van een nacht in absolute stilte.  In de fjorden blijken windstiltes zich voordurend af te wisselen met voor de windse en tegenwindse trajecten. De Josenfjord biedt de volgende dag een prima mogelijkheid tot zeilen. Met uitgeboomde genua, op de windvaan, kunnen we in rust de Josenfjord invaren. De wanden van dit fjord worden steeds woester, gladder en hoger. Na enige tijd valt met de zon ook de wind weg. Op de zacht pruttelde motor varen we nog een uurtje door tot de fjord zijn begin vindt bij een beekje, een bergwand en een viskwekerij.

Vanuit de boot kunnen we het mos onder aan de rots bijna aanraken. We draaien om en gaan op zoek naar een ankerplek. Een paar uur later leggen we aan, met hekanker, in het kleine kommetje Sandangvågen aan de zuidoostoever van het eiland Randøyna. Om ons heen een drietal zalmkwekerijen waar forse zalmen met regelmaat een halve meter boven het wateroppervlak uitspringen.

Na het ontwaken varen we met een lichte bries die van alle kanten lijkt te komen  door de Fisterfjord, Fognafjord en Hillefjord naar de Høgsfjord.Einddoel is de Lysefjord. Een fjord met een lengte van ca 24 nm. Na ongeveer 5 nm ligt aan de noordkant van de fjord de toeristische attractie Prekestolen. Een ongeveer 6oo meter hoge rotsformatie die als een soort kansel boven het water uitrijst. De wanden van de smalle fjord torenen hoog boven ons uit. Vanaf het water zijn de boven ons staande figuurtjes maar nauwelijks zichtbaar. We hadden graag vanaf het water de klim naar boven gemaakt. Er is echter geen aanleg mogelijkheid te bekennen. Na enige tijd draaien we om en langs de in aanbouw zijnde brug verlaten we de fjord weer. In de zeer gastvrije jachthaven van Forsand brengen we de nacht door. De haven is gratis, de voorzieningen moeten betaald worden. In de fjord vlak bij de haven zijn de valwinden regelmatig zo danig sterk dat kort voor ons een groot jacht op de spinnaker volledig plat is gegaan.

We moeten terug naar Stavanger. De nieuwe stuurautomaat is afgeleverd en kan opgehaald worden. Tijdig op en we vertrekken richting Stavanger. s Avonds monteren we de nieuwe stuurautomaat. We doen nog snel even boodschappen en vertrekken. Op naar Skudeneshavn en de dieselpomp. De havenmeester verwijst ons naar Galei-vågen op Hundvåg. De pomp is echter onvindbaar. Op weg terug naar Stavanger vinden we in een hoekje aan de noordoostzijde van de brug tussen Buøy en Engøya een dieselpomp annex winkeltje en café. In een straffe wind varen we, na het tanken, scherp aan de wind naar Skudeneshavn. In de loop van de dag neemt de wind verder toe tot NW 7.
Skudeneshavn is een lieflijk plaatsje met een vrij smalle invaart. Bij het in en uitvaren van de aanloop moet rekening worden gehouden met de grote veerpont. Passeren tijdens het manoeuvreren van de pont is uitgesloten. We leggen aan een gemeenschapssteiger aan het begin van de plaats. Een wandeling door smalle straatjes met opvallend veel kunstenaarsateliers leidt naar het kleine centrum. De ateliers en de aankleding van de straatjes doen ons denken aan Fowey aan de Engelse Zuidkust.

De volgende dag staat de harde wind nog steeds door. De navtex voorspelt echter een geleidelijk afnemende westenwind. Ook de kaartjes van Bracknell en Offenbach laten voor de komende dagen een relatief gunstig weerbeeld zien. Om 12.00 steken we van wal en vertrekken richting IJmuiden. De pont blijkt echter ook te vertrekken. Na een paar keer heen en weer steken is de weg ook voor ons vrij. Onmiddellijk na het verlaten van de invaart wordt zeil gezet. Met een stevige vaart wordt rollend voor de ruime wind (NW6) koers gezet in de richting IJmuiden. Binnen een uur verkeerd de volledige bemanning, de schipper incluis, in verschillende stadia van zeeziekte en katterigheid. We zijn duidelijk te lang verwend geweest met rimpelloze fjorden. Het inschommelen begint weer van vooraf aan. Een mok thee of soep voedt de bemanning die middag en avond. Tegen de avond loopt de wind steeds verder terug al blijft de deining nog goed merkbaar (aan de maag). In de loop van de avond is de wind zover weg dat de motor erbij moet. . Aan de horizon is af en toe wat scheepvaart zichtbaar. Om te profiteren van de laatste wind blijft het zeil erbij staan.

Lol
Om 01.00 s'nacht, tijdens de wacht van de schipperse en de oudste dochter draait een schip dat geruime tijd op een dwarskoers achterlangs lag op 3 mijl afstand ineens bij en zet koers recht op onze spiegel. Met grote snelheid stuift de onbekende af op de inmiddels al aardig verschrikte wacht.
Schijnen op het zeil helpt niets. De andere schipperse wordt gewekt. Als de onbekende inmiddels op 150 meter is genaderd, lijkt deze aan stuurboord van de spiegel de aanvaring voor te bereiden. Om het feest niet groter te maken, met de motor op volle toeren, sturen we een koers haaks naar bakboord gekozen. Het spel is voorbij. Op 50 meter achter ons snelt een supplieer voorbij. Bootje pesten in een lege nacht of stuurautomaat aan en blik op oneindig???

Pfffffffft

Na een verder rustige nacht, met volwassen wachtwerk van de oudste dochter, breekt een windstille en inmiddels rimpelloze dag aan. De wachten volgen elkaar met regelmaat op en bijna niets kan het monotone motorgeluid doorbreken. De beide dochters waken aan dek, geen schip te zien  aan de horizon. Een stevig pfffft doet de wachtlopende dochters even opkijken om daarna weer in hun boek te verzinken onder de mededeling "Wat doe je raar; je zegt pffft". 90 seconden later klinkt hetzelfde geluid weer. Als ze nog eens kijken, wordt onder gejuich geconcludeerd dat wat ze zien wel een dolfijn moet zijn. Als de schipperse aan dek komt kan zij nog juist op 2 meter afstand de rugvin zien. Een rugvin van een meter of 3 maakt een ontmoeting met een dolfijn of bruinvis evenwel onwaarschijnlijk. Wat stilletjes wordt geconcludeerd dat het hier gaat om een walvis van een meter of 10 die op 2 a 5 meter afstand met de boot mee zwemt, er onderdoor duikt en ons vergezeld. Na een tiental keren te zijn opgedoken neemt onze begeleider afscheid. Nog een keer duikt hij/zij onder de boot door. Duidelijk zijn de rugvin en de witte tippen in de oksels van de buikvinnen waar te nemen. Met de 'Fieldguide of whales and dolphins" in de hand wordt de conclusie getrokken dat het hier waarschijnlijk om een dwergvinvis ( Balanaenoptera Acutorostrata) moet zijn gegaan. De enige bekende soort walvis in de noord-Atlantische wateren, in deze lengtemaat, waarvan bekend is dat die op bezoek komt en komt spelen.

De uren daarna wordt door de bemanning besteed aan vragen als hoe hard een walvis kan zwemmen, hoe een orka er uit ziet en wanneer onze walvis weer op zal duiken? Geleidelijk eindigt de dag in een massieve zeemist. Wind en zicht blijven nog steeds volledig weg en de wachten wisselen elkaar af. Bij het verlaten van het Dan Oil Field lost de mist eindelijk op. De windverwachting is nog steeds W tot NW 3/4. De feitelijke wind is helaas nog steeds minder dan 1 bf. De dag verstrijkt. Gezien de dieselvoorraad zetten we toch maar koers naar Den Helder. Na nog een nacht op zee lopen we in het vroege ochtendlicht op de laatste stroom het Molengat in en na het Marsdiep sturen we richting Oude Schild.

Na een paar dagen Texel varen we door naar de thuishaven.
 
Gebruikte kaarten en pilots:
BA:2182B, 2182C
Båtsportkart: E,G,H
Norwegen von Oslo bis Bergen, Jan Werner
Den Norske los, 2b en 3a